Kan de Koran vertaald worden?

Wie een koranvertaling openslaat, betreedt een eeuwenoud debat. Deze pagina geeft weer hoe daar binnen de soennitische islam over gedacht wordt, en welke positie de Open Koranvertaling daarin inneemt.

De klassieke opvatting: alleen het Arabisch is de Koran

Binnen de soennitische islam bestaat brede overeenstemming over het volgende: de Koran is naar islamitische overtuiging in het Arabisch geopenbaard, en alleen die Arabische tekst is de Koran. Een vertaling — hoe zorgvuldig ook — is per definitie geen Koran, maar een weergave van wat de vertaler in de tekst heeft verstaan: een vertaling van de betekenissen (tardjamat ma'ani al-Qur'an), verwant aan uitleg (tafsir). Een vertaling heeft daarom ook niet de religieus-juridische status van de Koran zelf.

Deze positie werd in 1936 institutioneel vastgelegd in een fatwa van al-Azhar (Caïro), de meest gezaghebbende instelling van de soennitische wereld: een vertaling mag niet als Koran worden beschouwd en behoort te worden aangeduid als een uitleg van de betekenissen van de Koran in een andere taal. Dit is tot vandaag de lijn van de grote soennitische fatwa-instanties, en ook de reden dat de officiële Saoedische uitgave de titel Translation of the Meanings of the Noble Qur'an draagt.

Het gebed

Uit deze opvatting volgt een praktische grens: in het rituele gebed (salat) wordt volgens de meerderheid van de soennitische rechtsscholen uitsluitend de Arabische Koran gereciteerd; recitatie van een vertaling geldt daar niet als geldig. Alleen de hanafitische school kent een beperkte uitzondering voor wie (nog) geen Arabisch kan reciteren, bijvoorbeeld een nieuwe moslim. Persoonlijk smeekgebed (doe'a) mag daarentegen in elke taal.

Turkije en het begrip meal

De Turkse overheid (het Presidium voor Godsdienstzaken, Diyanet) geeft zelf koranvertalingen uit en noemt die consequent meâl — een term die de vertaler Elmalılı Hamdi Yazır in 1935 bewust verkoos boven ‘vertaling’ (tercüme), juist om vooraf te erkennen dat geen enkele vertaling het origineel kan evenaren. In het voorwoord van haar eigen koranuitgave stelt de Diyanet drie dingen tegelijk: (1) een gelijkwaardige vertaling van de Koran is onmogelijk; (2) een vertaling heet daarom meâl — de weergave van wat de vertaler heeft begrepen, nooit met de status van de Koran zelf; (3) het maken van zulke vertalingen is niettemin uitdrukkelijk goedgekeurd en zelfs noodzakelijk, omdat de Koran anders voor niet-Arabischtaligen gesloten blijft. De Arabische Korantekst is in Turkije overigens nooit verboden geweest; de omstreden verturksing van de gebedsoproep (1932–1950) was een politiek project en geen soennitisch-theologisch standpunt.

Nederlandse uitgaven

Nederlandse soennitische uitgaven volgen hetzelfde patroon. Zo presenteert de Islamitische Universiteit Rotterdam haar De Levende Koran uitdrukkelijk als een Nederlandse vertaalversie met de Arabische tekst ernaast, en spreken moskee-uitgaven doorgaans van een ‘vertaling van de betekenissen’. De vertaling staat naast het Arabisch, nooit in plaats ervan.

De positie van de Open Koranvertaling

De Open Koranvertaling sluit zich bij deze breed gedragen opvatting aan:

Bronnen