Natuur en hemellichamen
Aarde
أرض
Alle gecontroleerde vindplaatsen van Aarde in de Koran.
- 1
- entiteit
- 440
- verzen
- 461
- vermeldingen

Vindplaatsen in de Koran
Wanneer tot hen gezegd wordt: "Sticht geen onheil op de aarde," zeggen zij: "Wel, wij willen slechts vrede stichten!"
Die de aarde tot uw rustbed gemaakt heeft, en de hemelen tot uw gewelf; en regen uit de hemelen neergezonden heeft; en daarmee vruchten voortgebracht heeft tot uw onderhoud; stel dan geen gelijken naast Allah, terwijl u (de waarheid) kent.
Zij die het verbond van Allah verbreken nadat het bekrachtigd is, en die scheiden wat Allah geboden heeft samen te voegen, en onheil stichten op aarde: dezen berokkenen (slechts) zichzelf verlies.
Hij is het Die voor u alle dingen geschapen heeft die op aarde zijn; bovendien omvatte Zijn plan de hemelen, want Hij gaf orde en volmaaktheid aan de zeven hemelgewelven; en van alle dingen heeft Hij volmaakte kennis.
Zie, uw Heer zei tot de engelen: "Ik zal een stedehouder op aarde scheppen." Zij zeiden: "Zult U daar iemand plaatsen die daar onheil zal stichten en bloed zal vergieten? — terwijl wij Uw lof verkondigen en Uw heilige (Naam) verheerlijken?" Hij zei: "Ik weet wat u niet weet."
Hij zei: "O AdamAdam! Noem hun hun namen." Toen hij hun die genoemd had, zei Allah: "Heb Ik u niet gezegd dat Ik de geheimen van hemel en aarde ken, en dat Ik weet wat u openbaart en wat u verbergt?"
Toen deed Satan hen struikelen uit de (hof), en dreef hen uit de staat (van gelukzaligheid) waarin zij geweest waren. Wij zeiden: "Daal af, u allen (mensen), met vijandschap onder elkaar. Op aarde zal uw woonplaats zijn en uw levensonderhoud — voor een tijd."
En gedenk: MozesMusa bad om water voor zijn volk; Wij zeiden: "Sla met uw staf op de rots." Toen ontsprongen daaruit twaalf bronnen. Elke groep kende zijn eigen drinkplaats. Eet en drink dus van het onderhoud dat Allah verschaft, en richt geen kwaad of onheil aan op (het aangezicht van) de aarde.
En gedenk: u zei: "O MozesMusa! Wij kunnen niet (altijd) één soort voedsel verdragen; smeek dan uw Heer voor ons, dat Hij voor ons voortbrengt van wat de aarde doet groeien, — haar moeskruiden en komkommers, haar knoflook, linzen en uien." Hij zei: "Wilt u het betere verruilen voor het mindere? Daal af naar de een of andere stad, en u zult vinden wat u verlangt!" Zij werden bedekt met vernedering en ellende; zij haalden zich de toorn van Allah op de hals. Dit omdat zij voortgingen de tekenen van Allah te verwerpen en Zijn boodschappers zonder rechtvaardige reden te doden. Dit omdat zij rebelleerden en voortgingen te overtreden.
Hij zei: "Hij zegt: een vaars die niet afgericht is om de grond te ploegen of de akkers te bevloeien; gaaf en zonder gebrek." Zij zeiden: "Nu hebt u de waarheid gebracht." Toen offerden zij haar, maar niet van goede wil.
Weet u niet dat aan Allah de heerschappij van de hemelen en de aarde toebehoort? En buiten Hem hebt u beschermer noch helper.
Zij zeggen: "Allah heeft een zoon verwekt": Ere zij Hem. — Nee, aan Hem behoort alles wat in de hemelen en op aarde is: alles betoont Hem aanbidding.
Aan Hem is de eerste oorsprong van de hemelen en de aarde: wanneer Hij een zaak besluit, zegt Hij ertoe: "Wees," en zij is.
Zie! in de schepping van de hemelen en de aarde; in de afwisseling van de nacht en de dag; in het varen van de schepen door de oceaan tot nut van de mensheid; in de regen die Allah neerzendt uit de hemelen, en het leven dat Hij daarmee geeft aan een aarde die dood is; in de dieren van allerlei soort die Hij over de aarde verspreidt; in de wisseling van de winden, en de wolken die zij als hun slaven voortdrijven tussen de hemel en de aarde; - (hierin) zijn waarlijk tekenen voor een volk dat verstandig is.
O mensen! Eet van wat op aarde is, geoorloofd en goed; en volg niet de voetstappen van de boze, want hij is u een verklaarde vijand.
Wanneer hij zich omkeert, is zijn streven overal verderf te verspreiden over de aarde en gewassen en vee te vernietigen. Maar Allah heeft het verderf niet lief.
Door Allahs wil versloegen zij hen; en DavidDawud doodde GoliathJalut; en Allah gaf hem macht en wijsheid en leerde hem wat Hij (verder) wilde. En indien Allah niet de ene groep mensen door middel van een andere in toom hield, dan zou de aarde waarlijk vol verderf zijn: maar Allah is vol milddadigheid jegens alle werelden.
Allah! Er is geen god dan Hij, - de Levende, de Zelfstandige, de Eeuwige. Sluimer kan Hem niet grijpen, noch slaap. Aan Hem behoort al wat in de hemelen en op aarde is. Wie is het die bij Hem kan bemiddelen dan met Zijn verlof? Hij weet wat (voor Zijn schepselen verschijnt als) vóór of na of achter hen. En zij kunnen niets van Zijn kennis omvatten dan wat Hij wil. Zijn troon strekt zich uit over de hemelen en de aarde, en het bewaren en behoeden daarvan vermoeit Hem niet, want Hij is de Allerhoogste, de Opperste (in heerlijkheid).
O u die gelooft! Geef van de goede dingen die u (op eerlijke wijze) verworven hebt, en van de vruchten van de aarde die Wij voor u hebben voortgebracht, en tracht zelfs niet iets te verkrijgen dat slecht is, om daarvan iets weg te geven, terwijl u het zelf niet zou aannemen dan met gesloten ogen. En weet dat Allah vrij is van alle behoeften, en alle lof waardig.
(De aalmoes is) voor de behoeftigen, die in de zaak van Allah beperkt zijn (in het reizen), en niet door het land kunnen trekken, zoekende (naar handel of werk): de onwetende meent, vanwege hun bescheidenheid, dat zij vrij van gebrek zijn. U zult hen kennen aan hun (onmiskenbaar) kenmerk: zij bedelen niet opdringerig bij iedereen. En al het goede dat u geeft, wees verzekerd dat Allah het wél weet.
Aan Allah behoort alles wat in de hemelen en op de aarde is. Of u nu toont wat in uw gemoed is of het verbergt, Allah roept u ervoor ter verantwoording. Hij vergeeft wie Hem behaagt, en straft wie Hem behaagt, want Allah heeft macht over alle dingen.
Voor Allah is voorwaar niets verborgen op de aarde of in de hemelen.
Zeg: "Of u verbergt wat in uw hart is of het openbaart, Allah weet het alles: Hij weet wat in de hemelen is, en wat op de aarde is. En Allah heeft macht over alle dingen."
Zoeken zij iets anders dan de godsdienst van Allah? - terwijl alle schepselen in de hemelen en op de aarde, gewillig of ongewillig, zich voor Zijn wil gebogen hebben (de islam aanvaard hebben), en tot Hem zullen zij allen worden teruggebracht.
Wat betreft hen die het geloof verwerpen, en sterven terwijl zij verwerpen, - nooit zou van een van hen zoveel goud als de aarde bevat aanvaard worden, al zouden zij het als losprijs aanbieden. Voor zulken is een smartelijke straf (weggelegd), en zij zullen geen helpers vinden.
Aan Allah behoort alles wat in de hemelen en op de aarde is: tot Hem keren alle zaken terug (ter beslissing).
Aan Allah behoort alles wat in de hemelen en op de aarde is. Hij vergeeft wie het Hem behaagt en straft wie het Hem behaagt; maar Allah is de Veelvergevende, de Meest Barmhartige.
Wees snel in de wedloop naar vergeving van uw Heer, en naar een hof waarvan de breedte die is (van het geheel) van de hemelen en van de aarde, bereid voor de rechtvaardigen,-
Vele waren de levenswegen die vóór u zijn voorbijgegaan: reis over de aarde, en zie wat het einde was van hen die de waarheid verwierpen.
O u die gelooft! Wees niet als de ongelovigen, die van hun broeders, wanneer zij door de aarde reizen of in de strijd gewikkeld zijn, zeggen: "Indien zij bij ons gebleven waren, zouden zij niet gestorven of gedood zijn." Dit opdat Allah het tot een oorzaak van zuchten en spijt in hun hart zou maken. Het is Allah Die leven en dood geeft, en Allah ziet zeer wel al wat u doet.
En laten zij die begerig achterhouden van de gaven die Allah hun van Zijn genade gegeven heeft, niet denken dat het goed voor hen is: Nee, het zal des te erger voor hen zijn: spoedig zullen de dingen die zij begerig achterhielden, om hun hals gebonden worden als een gedraaide halsband, op de dag van het oordeel. Aan Allah behoort de erfenis van de hemelen en de aarde; en Allah is welbekend met al wat u doet.
Aan Allah behoort de heerschappij van de hemelen en de aarde; en Allah heeft macht over alle dingen.
Zie! in de schepping van de hemelen en de aarde, en de afwisseling van nacht en dag,- daarin zijn voorwaar tekenen voor mensen van verstand,-
Mensen die Allah prijzen, staande, zittende, en liggende op hun zijden, en die de (wonderen van de) schepping in de hemelen en de aarde overpeinzen, (met de gedachte): "Onze Heer! niet voor niets hebt U (dit alles) geschapen! Ere zij U! Geef ons redding van de straf van het vuur."
Op die dag zullen zij die het geloof verwerpen en de boodschapper ongehoorzaam zijn, wensen dat de aarde met hen gelijkgemaakt was: maar nooit zullen zij één feit voor Allah verbergen!
Wanneer de engelen de ziel nemen van hen die sterven in zonde tegen hun ziel, zeggen zij: "In welke (toestand) was u?" Zij antwoorden: "Zwak en verdrukt waren wij op de aarde." Zij zeggen: "Was de aarde van Allah niet ruim genoeg voor u om uzelf (van het kwade) weg te begeven?" Zulke mensen zullen hun verblijfplaats vinden in de hel,- wat een kwade toevlucht! -
Wie zijn huis verlaat in de zaak van Allah, vindt op de aarde menige toevlucht, wijd en ruim: mocht hij sterven als een vluchteling van huis voor Allah en Zijn boodschapper, dan is zijn beloning vast en zeker bij Allah: en Allah is de Veelvergevende, de Meest Barmhartige.
Wanneer u door het land reist, rust er geen blaam op u indien u uw gebeden verkort, uit vrees dat de ongelovigen u zullen aanvallen: want de ongelovigen zijn voor u openlijke vijanden.
Maar aan Allah behoren alle dingen in de hemelen en op de aarde: en Hij is het Die alle dingen omvat.
Aan Allah behoort alles wat in de hemelen en op de aarde is. Voorwaar, Wij hebben de mensen van het Boek vóór u, en u (o moslims), opgedragen Allah te vrezen. Maar indien u Hem verloochent, zie, aan Allah behoort alles wat in de hemelen en op de aarde is, en Allah is vrij van alle behoeften, alle lof waardig.
Ja, aan Allah behoort alles wat in de hemelen en op de aarde is, en Allah is genoeg om alle zaken te volvoeren.
O mensheid! De boodschapper is in waarheid van Allah tot u gekomen: geloof in hem: het is het beste voor u. Maar indien u het geloof verwerpt, aan Allah behoort alles wat in de hemelen en op de aarde is: en Allah is Alwetend, Alwijs.
O mensen van het Boek! Bega geen buitensporigheden in uw godsdienst: en zeg van Allah niets dan de waarheid. Christus JezusIsa, de zoon van MariaMaryam, was (niet meer dan) een boodschapper van Allah, en Zijn Woord, dat Hij aan MariaMaryam schonk, en een geest die van Hem uitging: geloof dus in Allah en Zijn boodschappers. Zeg niet "Drie-eenheid": houd op: het zal beter voor u zijn: want Allah is één Allah: Hem zij de heerlijkheid: (ver Verheven is Hij) boven het hebben van een zoon. Aan Hem behoort alles wat in de hemelen en op de aarde is. En Allah is genoeg als Beschikker van zaken.
In godslastering zijn voorwaar zij die zeggen dat Allah Christus de zoon van MariaMaryam is. Zeg: "Wie heeft dan ook maar de minste macht tegen Allah, indien het Zijn wil ware Christus de zoon van MariaMaryam te vernietigen, zijn moeder, en allen — een ieder — die op de aarde is? Want aan Allah behoort de heerschappij van de hemelen en de aarde, en al wat daartussen is. Hij schept wat Hem behaagt. Want Allah heeft macht over alle dingen."
(Zowel) de Joden als de christenen zeggen: "Wij zijn zonen van Allah, en Zijn geliefden." Zeg: "Waarom straft Hij u dan voor uw zonden? Nee, u bent slechts mensen, — van de mensen die Hij geschapen heeft: Hij vergeeft wie Hem behaagt, en Hij straft wie Hem behaagt: en aan Allah behoort de heerschappij van de hemelen en de aarde, en al wat daartussen is: en tot Hem is het uiteindelijke doel (van alles)."
"O mijn volk! Ga het heilige land binnen dat Allah u toegewezen heeft, en keer niet smadelijk terug, want dan zult u ten val gebracht worden, tot uw eigen ondergang."
Allah zei: "Daarom zal het land voor hen onbereikbaar zijn, veertig jaar lang: in verbijstering zullen zij door het land dolen: maar treur niet over dit weerspannige volk."
Toen zond Allah een raaf, die in de grond krabde, om hem te tonen hoe de schande van zijn broeder te verbergen. "Wee mij!" zei hij; "Was ik niet eens in staat te zijn als deze raaf, en de schande van mijn broeder te verbergen?" Toen werd hij vervuld van berouw —
Om die reden: Wij verordenden voor de kinderen van Israël dat indien iemand een mens doodde — tenzij het ware wegens moord of wegens het verspreiden van verderf in het land — het zou zijn alsof hij het gehele volk gedood had: en indien iemand een leven redde, het zou zijn alsof hij het leven van het gehele volk gered had. Hoewel er daarna Onze boodschappers tot hen kwamen met duidelijke tekenen, gingen velen van hen zelfs daarna voort met buitensporigheden te begaan in het land.
De straf van hen die oorlog voeren tegen Allah en Zijn boodschapper, en met macht en kracht streven naar verderf in het land, is: terechtstelling, of kruisiging, of het afhouwen van handen en voeten aan tegenovergestelde zijden, of verbanning uit het land: dat is hun schande in deze wereld, en een zware straf is de hunne in het hiernamaals;
Wat betreft hen die het geloof verwerpen, — indien zij alles op aarde hadden, en nog eens zoveel, om als losprijs te geven voor de straf van de dag van het oordeel, het zou nooit van hen aangenomen worden; hun zal een smartelijke straf ten deel vallen.
Weet u niet dat aan Allah (alleen) de heerschappij van de hemelen en de aarde behoort? Hij straft wie Hem behaagt, en Hij vergeeft wie Hem behaagt: en Allah heeft macht over alle dingen.
De Joden zeggen: "Allahs hand is gebonden." Mogen hun handen gebonden zijn en mogen zij vervloekt zijn om de (godslastering) die zij uiten. Nee, Zijn beide handen zijn wijd uitgestrekt: Hij geeft en schenkt (van Zijn overvloed) zoals Hem behaagt. Maar de openbaring die tot u komt van Allah doet bij de meesten van hen hun hardnekkige opstandigheid en godslastering toenemen. Onder hen hebben Wij vijandschap en haat geplaatst tot de dag van het oordeel. Iedere keer dat zij het vuur van de oorlog ontsteken, dooft Allah het; maar zij streven er (steeds) naar verderf te stichten op aarde. En Allah heeft hen niet lief die verderf stichten.
Allah heeft de Ka'ba, het Heilige Huis, gemaakt tot een vrijplaats van veiligheid voor de mensen, alsook de heilige maanden, de dieren voor de offergaven, en de kransen die hen kenmerken: opdat u zou weten dat Allah kennis heeft van wat in de hemelen en op aarde is en dat Allah met alle dingen zeer goed bekend is.
O u die gelooft! Wanneer de dood een van u nadert, (neem dan) getuigen onder uzelf bij het maken van uiterste wilsbeschikkingen, — twee rechtvaardige mannen uit uw eigen (broederschap) of anderen van buiten, indien u door het land reist en het onheil van de dood u (aldus) treft. Indien u twijfelt (aan hun waarheid), houd hen dan beiden vast na het gebed, en laat hen beiden zweren bij Allah: "Wij wensen hierin geen enkel werelds gewin, ook al ware de (begunstigde) onze naaste bloedverwant: wij zullen het getuigenis voor Allah niet verbergen: indien wij dat doen, zie! dan zij de zonde op ons!"
Aan Allah behoort de heerschappij van de hemelen en de aarde, en al wat daarin is, en Hij is het die macht heeft over alle dingen.
Lof zij Allah, Die de hemelen en de aarde geschapen heeft, en de duisternis en het licht gemaakt heeft. Toch stellen zij die het geloof verwerpen (anderen) gelijk met hun Behoeder en Heer.
En Hij is Allah in de hemelen en op de aarde. Hij weet wat u verbergt en wat u openbaart, en Hij kent de (vergelding) die u (door uw daden) verdient.
Zien zij niet hoevelen van hen die vóór hen waren Wij verdelgd hebben? — geslachten die Wij op de aarde gevestigd hadden, in een kracht zoals Wij u niet gegeven hebben — voor wie Wij regen uit de hemel in overvloed uitgoten, en (vruchtbare) stromen gaven die onder hun (voeten) vloeiden; toch hebben Wij hen om hun zonden verdelgd, en na hen nieuwe geslachten verwekt (om hen op te volgen).
Zeg: "Reis door de aarde en zie wat het einde was van hen die de waarheid verwierpen."
Zeg: "Aan wie behoort alles wat in de hemelen en op de aarde is?" Zeg: "Aan Allah. Hij heeft voor Zichzelf (de regel van) barmhartigheid voorgeschreven. Dat Hij u zal bijeenbrengen voor de dag van het oordeel, daaraan is geen enkele twijfel. Zij die hun eigen ziel verloren hebben, zijn het die niet zullen geloven."
Zeg: "Zal ik mij een andere beschermer nemen dan Allah, de Maker van de hemelen en de aarde? En Hij is het Die voedt, maar niet gevoed wordt." Zeg: "Nee! Maar mij is geboden de eerste te zijn van hen die zich voor Allah buigen (in de islam), en behoor niet tot het gezelschap van hen die goden naast Allah stellen."
Indien hun versmading zwaar valt op uw gemoed, en al was u in staat een tunnel in de grond te zoeken of een ladder naar de hemel, en hun een teken te brengen, — (wat zou het baten?). Indien het Allahs wil was, kon Hij hen bijeenbrengen tot de ware leiding: wees dus niet onder hen die door onwetendheid (en ongeduld) meegesleept worden!
Er is geen dier (dat leeft) op de aarde, noch een wezen dat vliegt op zijn vleugels, of (het maakt deel uit van) gemeenschappen zoals u. Niets hebben Wij uit het Boek weggelaten, en zij zullen (allen) ten slotte tot hun Heer vergaderd worden.
Bij Hem zijn de sleutels van het onzienlijke, de schatten die niemand kent dan Hij. Hij weet al wat er op de aarde en in de zee is. Geen blad valt er, of het is met Zijn kennis: er is geen korrel in de duisternis (of diepten) van de aarde, noch iets vers of droogs (groen of verdord), of het is (opgetekend) in een duidelijk geschrift (voor wie kunnen lezen).
Zeg: "Zullen wij waarlijk anderen aanroepen naast Allah, — dingen die ons goed noch kwaad kunnen doen, — en op onze hielen omkeren nadat wij leiding van Allah ontvangen hebben? — als iemand die de boze geesten tot een dwaas gemaakt hebben, verbijsterd dwalend over de aarde, terwijl zijn vrienden roepen: 'kom tot ons', (en hem tevergeefs) naar het pad wijzen." Zeg: "Allahs leiding is de (enige) leiding, en ons is bevolen ons over te geven aan de Heer van de werelden;—"
Hij is het Die de hemelen en de aarde in ware (verhoudingen) geschapen heeft: de dag dat Hij zegt: "Wees", zie! het is. Zijn woord is de waarheid. Aan Hem zal de heerschappij zijn op de dag dat de bazuin geblazen wordt. Hij kent het onzienlijke zowel als hetgeen openbaar is. Want Hij is de Wijze, wél bekend (met alle dingen).
Zo ook toonden Wij AbrahamIbrahim de macht en de wetten van de hemelen en de aarde, opdat hij (met verstand) zekerheid zou hebben.
"Wat mij betreft, ik heb mijn aangezicht, vast en waarachtig, gericht tot Hem Die de hemelen en de aarde geschapen heeft, en nooit zal ik deelgenoten naast Allah stellen."
Aan Hem komt de eerste oorsprong van de hemelen en de aarde toe: hoe kan Hij een zoon hebben, terwijl Hij geen gemalin heeft? Hij schiep alle dingen, en Hij heeft volle kennis van alle dingen.
Als u de grote menigte van hen die op aarde zijn zou volgen, zouden zij u wegleiden van de weg van Allah. Zij volgen niets dan vermoedens: zij doen niets dan liegen.
Hij is het Die u tot (Zijn) gevolmachtigden heeft gemaakt, erfgenamen van de aarde: Hij heeft u in rangen verheven, sommigen boven anderen: opdat Hij u zou beproeven in de gaven die Hij u gegeven heeft: want uw Heer is snel in het straffen: maar Hij is waarlijk Veelvergevend, Meest Barmhartig.
Wij zijn het Die u met gezag op de aarde geplaatst hebben, en u daarin middelen verschaft hebben tot de vervulling van uw leven: gering is de dank die u geeft!
(Allah) zei: "Daal neer. Met vijandschap tussen uzelf. Op de aarde zal uw woonplaats zijn en uw middel van bestaan, — voor een tijd."
Uw Behoeder en Heer is Allah, Die de hemelen en de aarde in zes dagen geschapen heeft, en Die vast gevestigd is op de troon (van gezag): Hij trekt de nacht als een sluier over de dag, terwijl elk het andere in snelle opeenvolging zoekt: Hij schiep de zon, de maan en de sterren, (alle) bestuurd door wetten onder Zijn bevel. Is het niet aan Hem te scheppen en te besturen? Gezegend zij Allah, de Onderhouder en Verzorger van de werelden!
Sticht geen verderf op de aarde, nadat zij geordend is, maar roep Hem aan met vrees en verlangen (in uw hart): want de barmhartigheid van Allah is (altijd) nabij hen die goeddoen.
Tot het volk van Thamud (zonden Wij) SalihSalih, een van hun eigen broeders: hij zei: "O mijn volk! dien Allah: u hebt geen andere god dan Hem. Nu is er een duidelijk (teken) van uw Heer tot u gekomen! Deze kamelin van Allah is een teken voor u: laat haar daarom grazen op de aarde van Allah, en laat haar geen kwaad overkomen, of u zult door een zware straf gegrepen worden."
"En gedenk hoe Hij u tot erfgenamen gemaakt heeft na het volk van 'Ad, en u woonplaatsen gegeven heeft in het land: u bouwt voor uzelf paleizen en burchten in (open) vlakten, en houwt woningen uit in de bergen; breng daarom de weldaden in herinnering (die u ontvangen hebt) van Allah, en onthoud u van kwaad en verderf op de aarde."
Tot het volk van Madyan zonden Wij Shu'aib, een van hun eigen broeders: hij zei: "O mijn volk! dien Allah; u hebt geen andere god dan Hem. Nu is er een duidelijk (teken) van uw Heer tot u gekomen! Geef juiste maat en gewicht, en onthoud de mensen niet de dingen die hun toekomen; en sticht geen verderf op de aarde nadat zij geordend is: dat zal het beste voor u zijn, indien u geloof hebt."
Indien de mensen van de steden maar geloofd hadden en Allah gevreesd hadden, zouden Wij hun waarlijk (allerlei) zegeningen uit hemel en aarde geopend hebben; maar zij verwierpen (de waarheid), en Wij riepen hen ter verantwoording om hun wandaden.
Voor hen die de aarde erven in opvolging van haar (vroegere) bezitters, is het geen leidende (les) dat Wij, indien Wij het wilden, hen (ook) om hun zonden konden straffen, en hun hart verzegelen, zodat zij niet konden horen?
"Zijn plan is u uit uw land te verdrijven: wat raadt u dan aan?"
De oversten van het volk van FaraoFiraun zeiden: "Zult u MozesMusa en zijn volk laten begaan, om verderf te stichten in het land, en u en uw goden te verlaten?" Hij zei: "Hun mannelijke kinderen zullen wij doden; (alleen) hun vrouwelijke zullen wij in leven laten; en wij hebben over hen een onweerstaanbare (macht)."
MozesMusa zei tot zijn volk: "Bid tot Allah om hulp, en (wacht) in geduld en standvastigheid: want de aarde is van Allah, om als erfdeel te geven aan degenen van Zijn dienaren die Hij verkiest; en het einde is (het beste) voor de rechtvaardigen."
Zij zeiden: "Wij hebben (niets dan) moeite gehad, zowel voordat u tot ons kwam als daarna." Hij zei: "Het kan zijn dat uw Heer uw vijand zal verdelgen en u tot erfgenamen zal maken op de aarde; opdat Hij u zo zou beproeven door uw daden."
En Wij maakten een volk, dat zwak geacht werd (en van geen betekenis), tot erfgenamen van landen in zowel het oosten als het westen,- landen waarop Wij Onze zegeningen nederzonden. De schone belofte van uw Heer werd vervuld voor de kinderen van Israël, omdat zij geduld en standvastigheid hadden, en Wij maakten de grote werken en fraaie gebouwen die FaraoFiraun en zijn volk (met zulk een trots) oprichtten, met de grond gelijk.
Zij die zich hoogmoedig gedragen op de aarde, tegen het recht in,- hen zal Ik afwenden van Mijn tekenen: zelfs indien zij alle tekenen zien, zullen zij er niet in geloven; en indien zij de weg van het rechte gedrag zien, zullen zij die niet als weg aannemen; maar indien zij de weg van de dwaling zien, dan is dat de weg die zij zullen aannemen. Want zij hebben Onze tekenen verworpen en verzuimd daaruit waarschuwing te nemen.
Zeg: "O mensen! ik ben tot u allen gezonden, als de boodschapper van Allah, aan Wie de heerschappij van de hemelen en de aarde toebehoort: er is geen god dan Hij: Hij is het Die zowel leven als dood geeft. Geloof dus in Allah en Zijn boodschapper, de ongeletterde profeet, die gelooft in Allah en Zijn woorden: volg hem, opdat u (zo) geleid mag worden."
Wij verdeelden hen in delen over deze aarde. Er zijn onder hen sommigen die rechtvaardig zijn, en sommigen die het tegendeel zijn. Wij hebben hen beproefd met zowel voorspoed als tegenspoed: opdat zij zich (tot Ons) zouden keren.
Indien het Onze wil geweest was, zouden Wij hem verheven hebben met Onze tekenen; maar hij neigde tot de aarde, en volgde zijn eigen ijdele begeerten. Zijn gelijkenis is die van een hond: indien u hem aanvalt, laat hij zijn tong uit de bek hangen, of indien u hem met rust laat, laat hij (nog steeds) zijn tong hangen. Dat is de gelijkenis van hen die Onze tekenen verwerpen; verhaal dus de geschiedenis; wellicht zullen zij nadenken.
Zien zij niets in het bestuur van de hemelen en de aarde en alles wat Allah geschapen heeft? (Zien zij niet) dat het wel zou kunnen zijn dat hun termijn haar einde nadert? In welke boodschap hierna zullen zij dan geloven?
Zij vragen u naar het (laatste) uur - wanneer zijn vastgestelde tijd zal zijn? Zeg: "De kennis daarvan is bij mijn Heer (alleen): niemand dan Hij kan openbaren wanneer het zal geschieden. Zwaar was zijn last door de hemelen en de aarde. Slechts geheel onverwacht zal het tot u komen." Zij vragen u alsof u er ijverig naar op zoek was: zeg: "De kennis daarvan is bij Allah (alleen), maar de meeste mensen weten het niet."
Breng in gedachten toen u een kleine (schare) was, veracht in het land, en bevreesd dat de mensen u zouden beroven en ontvoeren; maar Hij verschafte u een veilige toevlucht, versterkte u met Zijn hulp, en gaf u goede dingen tot levensonderhoud: opdat u dankbaar zou zijn.
En (bovendien) heeft Hij genegenheid tussen hun harten gelegd: al had u alles besteed wat op de aarde is, u had die genegenheid niet kunnen bewerken, maar Allah heeft het gedaan: want Hij is Verheven in macht, Wijs.
Het past een profeet niet dat hij krijgsgevangenen heeft totdat hij het land geheel onderworpen heeft. U zoekt de tijdelijke goederen van deze wereld; maar Allah ziet op het hiernamaals: en Allah is Verheven in macht, Wijs.
De ongelovigen zijn beschermers van elkaar: tenzij u dit doet, (elkaar beschermen), zou er beroering en verdrukking op aarde zijn, en groot onheil.
Ga dan vier maanden lang, heen en weer, (zoals u wilt), door het land, maar weet dat u Allah niet kunt verijdelen (door uw leugen), maar dat Allah met schande zal bedekken hen die Hem verwerpen.
Voorzeker, Allah heeft u geholpen op vele slagvelden en op de dag van Hunain: Zie! uw grote aantallen maakten u overmoedig, maar zij baatten u niets: het land, hoe wijd het ook is, benauwde u, en u keerde om op de vlucht.
Het aantal maanden in het oog van Allah is twaalf (in een jaar)- zo door Hem verordend op de dag dat Hij de hemelen en de aarde schiep; daarvan zijn er vier heilig: dat is het rechte gebruik. Doe uzelf daarin dan geen onrecht, en bestrijd de heidenen allen tezamen zoals zij u allen tezamen bestrijden. Maar weet dat Allah met hen is die zichzelf beheersen.
O u die gelooft! Wat is er met u, dat u, wanneer u gevraagd wordt uit te trekken voor de zaak van Allah, zwaar aan de aarde kleeft? Verkiest u het leven van deze wereld boven het hiernamaals? Maar gering is de vertroosting van dit leven, in vergelijking met het hiernamaals.
Zij zweren bij Allah dat zij niets (kwaads) gezegd hebben, maar waarlijk, zij hebben godslastering geuit, en zij deden het nadat zij de islam aangenomen hadden; en zij beraamden een aanslag die zij niet konden volvoeren: deze wraak van hen was (hun) enige vergelding voor de overvloed waarmee Allah en Zijn boodschapper hen verrijkt hadden! Als zij zich bekeren, zal het het beste voor hen zijn; maar als zij zich (tot hun boze wegen) terugwenden, zal Allah hen straffen met een smartelijke straf in dit leven en in het hiernamaals: zij zullen niemand op aarde hebben om hen te beschermen of te helpen.
Aan Allah behoort de heerschappij van de hemelen en de aarde. Hij geeft het leven en Hij neemt het. Buiten Hem hebt u geen beschermer noch helper.
(Hij wendde Zich in barmhartigheid ook) tot de drie die achtergelaten waren; (zij voelden zich schuldig) in zulk een mate dat de aarde hun benauwd scheen, ondanks al haar ruimte, en hun (eigen) ziel hun beklemd scheen,- en zij beseften dat er geen vluchten is voor Allah (en geen toevlucht) dan tot Hemzelf. Toen wendde Hij Zich tot hen, opdat zij zich zouden bekeren: want Allah is de Berouwaanvaardende, de Meest Barmhartige.
Voorwaar, uw Heer is Allah, Die de hemelen en de aarde in zes dagen geschapen heeft, en Die vast gezeteld is op de troon (van gezag), alle dingen regelend en besturend. Geen voorspreker (kan bij Hem pleiten) dan nadat Zijn verlof (verkregen is). Dit is Allah, uw Heer; dient Hem daarom: zult u geen vermaning aannemen?
Voorwaar, in de afwisseling van de nacht en de dag, en in alles wat Allah geschapen heeft, in de hemelen en de aarde, zijn tekenen voor hen die Hem vrezen.
Daarna hebben Wij u tot erfgenamen in het land gemaakt na hen, om te zien hoe u zich gedragen zou!
Zij dienen, buiten Allah, dingen die hun niet schaden noch baten, en zij zeggen: "Dezen zijn onze voorsprekers bij Allah." Zeg: "Bericht u Allah waarlijk iets wat Hij niet weet, in de hemelen of op aarde? — Lof zij Hem! en hoog verheven is Hij boven de deelgenoten die zij (Hem) toeschrijven!"
Maar wanneer Hij hen verlost, zie! dan overtreden zij onbeschaamd op de aarde in weerwil van het recht! O mensheid! uw onbeschaamdheid is tegen uw eigen zielen, — een genieting van het tegenwoordige leven: ten slotte is uw terugkeer tot Ons, en Wij zullen u de waarheid tonen van alles wat u deed.
De gelijkenis van het tegenwoordige leven is als de regen die Wij van de hemelen neerzenden: door zijn vermenging ontstaat het gewas van de aarde — dat voedsel verschaft voor mensen en dieren: (het groeit) totdat de aarde met haar gouden sieraden bekleed is en (in schoonheid) getooid is: de mensen aan wie zij toebehoort menen dat zij alle macht van beschikking daarover hebben: dan bereikt haar Ons bevel bij nacht of bij dag, en Wij maken haar als een oogst die schoon gemaaid is, alsof zij de dag tevoren niet gebloeid had! aldus leggen Wij de tekenen in bijzonderheden uit voor hen die nadenken.
Zeg: "Wie is het die u onderhoudt (in het leven) vanuit de hemel en vanuit de aarde? of wie is het die macht heeft over het gehoor en het gezicht? En wie is het die het levende voortbrengt uit het dode en het dode uit het levende? en wie is het die alle zaken regelt en bestuurt?" Zij zullen weldra zeggen,
Iedere ziel die gezondigd heeft, indien zij alles bezat wat op aarde is, zou het gaarne als losprijs geven: zij zouden (hun) berouw betuigen wanneer zij de straf zien: maar het oordeel tussen hen zal met gerechtigheid zijn, en hun zal geen onrecht gedaan worden.
Is het niet (zo) dat aan Allah toebehoort al wat in de hemelen en op aarde is? Is het niet (zo) dat de belofte van Allah gewisselijk waar is? Toch verstaan de meesten van hen het niet.
In welke zaak u ook bezig bent, en welk deel u ook uit de Koran voordraagt, — en welke daad u (mensheid) ook doet, — Wij zijn daarvan getuigen wanneer u daarin geheel verdiept bent. En voor uw Heer is niet verborgen (zelfs niet) het gewicht van een stofdeeltje op de aarde of in de hemel. En niet het kleinste en niet het grootste van deze dingen of het is opgetekend in een duidelijk boek.
Zie! voorwaar, aan Allah behoren alle schepselen, in de hemelen en op aarde. Wat volgen zij die als Zijn "deelgenoten" anderen dan Allah aanbidden? Zij volgen niets dan vermoeden, en zij doen niets dan liegen.
Zij zeggen: "Allah heeft een zoon verwekt!" — Lof zij Hem! Hij is Zichzelf genoeg! Hem behoren alle dingen in de hemelen en op aarde! Geen bewijsgrond hebt u hiervoor! zegt u over Allah wat u niet weet?
Zij zeiden: "Bent u tot ons gekomen om ons af te wenden van de wegen die wij onze vaderen zagen volgen, — opdat u en uw broeder grootheid in het land zouden hebben? Maar wij zullen niet in u geloven!"
Maar niemand geloofde in MozesMusa behalve enige kinderen van zijn volk, vanwege de vrees voor FaraoFiraun en zijn vorsten, dat zij hen zouden vervolgen; en zekerlijk, FaraoFiraun was machtig op de aarde en een die alle grenzen overschreed.
Indien het de wil van uw Heer was geweest, zouden zij allen geloofd hebben, — allen die op aarde zijn! zult u dan de mensheid, tegen hun wil, dwingen te geloven!
Zeg: "Aanschouw alles wat in de hemelen en op aarde is"; maar noch tekenen noch waarschuwers baten hen die niet geloven.
Er is geen bewegend schepsel op aarde, of zijn onderhoud hangt af van Allah: Hij kent de tijd en plaats van zijn vaste verblijf en zijn tijdelijke bewaarplaats: alles is in een duidelijk geschrift.
Hij is het Die de hemelen en de aarde in zes dagen geschapen heeft - en Zijn troon was boven de wateren - opdat Hij u zou beproeven, wie van u het best is in gedrag. Maar indien u tot hen zou zeggen: "U zult voorzeker na de dood opgewekt worden", dan zouden de ongelovigen zeker zeggen: "Dit is niets dan klaarblijkelijke tovenarij!"
Zij zullen (Zijn plan) op aarde geenszins verijdelen, noch hebben zij beschermers buiten Allah! Hun straf zal verdubbeld worden! Zij verloren het vermogen om te horen, en zij zagen niet!
Toen ging het woord uit: "O aarde! verzwelg uw water, en o hemel! houd (uw regen) in!" en het water zakte, en de zaak was beëindigd. De ark rustte op de berg Judi, en het woord ging uit: "Weg met hen die onrecht doen!"
Tot het volk van Thamud (zonden Wij) SalihSalih, een van hun eigen broeders. Hij zei: "O mijn volk! Dien Allah: u hebt geen andere god dan Hem. Hij is het Die u uit de aarde heeft voortgebracht en u daarin heeft gevestigd: vraag Hem dus vergeving, en keer u tot Hem (in berouw): want mijn Heer is (altijd) nabij, gereed om te verhoren."
"En o mijn volk! Deze kamelin van Allah is u een zinnebeeld: laat haar weiden op Allahs (vrije) aarde, en doe haar geen kwaad, of een snelle straf zal u grijpen!"
"En o mijn volk! geef volle maat en gewicht, en onthoud de mensen niet de dingen die hun toekomen: bedrijf geen kwaad in het land met het oogmerk verderf te stichten."
Zij zullen daarin wonen al de tijd dat de hemelen en de aarde bestaan, behalve zoals uw Heer wil: want uw Heer is de (zekere) volbrenger van wat Hij Zich voorneemt.
En zij die gezegend zijn, zullen in de hof zijn: zij zullen daarin wonen al de tijd dat de hemelen en de aarde bestaan, behalve zoals uw Heer wil: een gave zonder onderbreking.
Waarom waren er onder de geslachten vóór u geen personen met bezonnen goed verstand, die (de mensen) verboden verderf te stichten op de aarde - behalve enkelen onder hen die Wij (van het kwaad) redden? Maar de onrechtdoeners jaagden het genot na van de goede dingen van het leven die hun gegeven waren, en volhardden in zonde.
Aan Allah behoren de onzienlijke (geheimen) van de hemelen en de aarde, en tot Hem keert elke zaak terug (ter beslissing): dien Hem dan, en stel uw vertrouwen op Hem: en uw Heer is niet onachtzaam voor iets van wat u doet.
"Dood JozefYusuf of verdrijf hem naar een (onbekend) land, opdat de gunst van uw vader aan u alleen gegeven worde: (er zal tijd genoeg zijn) voor u om daarna rechtvaardig te zijn!"
De man in Egypte die hem kocht, zei tot zijn vrouw: "Maak zijn verblijf (onder ons) eervol: mogelijk zal hij ons veel goeds brengen, of wij zullen hem als zoon aannemen." Zo vestigden Wij JozefYusuf in het land, opdat Wij hem de uitleg van geschiedenissen (en gebeurtenissen) zouden leren. En Allah heeft volle macht en heerschappij over Zijn zaken; maar de meesten onder de mensen weten het niet.
(JozefYusuf) zei: "Stel mij aan over de voorraadschuren van het land: ik zal ze waarlijk bewaken, als iemand die (hun belang) kent."
Zo gaven Wij JozefYusuf gevestigde macht in het land, om daarin bezit te nemen zoals, wanneer of waar hij wilde. Wij schenken van Onze barmhartigheid aan wie Wij willen, en Wij laten het loon van hen die goeddoen niet verloren gaan.
(De broers) zeiden: "Bij Allah! u weet wel dat wij niet gekomen zijn om verderf te stichten in het land, en wij zijn geen dieven!"
Toen zij nu geen hoop zagen dat hij (zou toegeven), hielden zij in het geheim beraad. De voornaamste onder hen zei: "Weet u niet dat uw vader een eed van u genomen heeft in de naam van Allah, en hoe u vóór dit tekortgeschoten bent in uw plicht jegens JozefYusuf? Daarom zal ik dit land niet verlaten totdat mijn vader het mij toestaat, of Allah het mij gebiedt; en Hij is de beste om te gebieden."
"O mijn Heer! U hebt mij waarlijk enige macht geschonken, en mij iets geleerd van de uitleg van dromen en gebeurtenissen,- o U, Schepper van de hemelen en de aarde! U bent mijn Beschermer in deze wereld en in het hiernamaals. Neemt U mijn ziel (bij de dood) als één die zich aan Uw wil onderwerpt (als een moslim), en verenig mij met de rechtvaardigen."
En aan hoeveel tekenen in de hemelen en de aarde gaan zij voorbij? Toch wenden zij zich (met hun gezicht) daarvan af!
En Wij zonden vóór u (als boodschappers) niets dan mannen, die Wij ingaven,- (mannen) die in menselijke woonplaatsen leefden. Reizen zij dan niet over de aarde, om te zien wat het einde was van hen die vóór hen waren? Maar het huis van het hiernamaals is het beste, voor hen die goeddoen. Zult u dan niet verstaan?
En Hij is het Die de aarde heeft uitgespreid en daarop bergen heeft gezet, die vast staan, en (stromende) rivieren: en van vruchten van elke soort heeft Hij paren gemaakt, twee aan twee: Hij trekt de nacht als een sluier over de dag. Zie, voorwaar, in deze dingen zijn tekenen voor hen die nadenken!
En op de aarde zijn landstreken die (hoewel verscheiden) aan elkaar grenzen, en hoven van wijnstokken en velden bezaaid met koren, en palmbomen — groeiend uit één wortel of anderszins: bevloeid met hetzelfde water, en toch maken Wij sommige daarvan voortreffelijker dan andere om te eten. Zie, voorwaar, in deze dingen zijn tekenen voor hen die verstaan!
Alle wezens die in de hemelen en op de aarde zijn, werpen zich neer voor Allah (in erkenning van onderworpenheid), — gewillig of tegen wil en dank: en zo doen ook hun schaduwen in de morgen en de avond.
Zeg: "Wie is de Heer en Onderhouder van de hemelen en de aarde?" Zeg: "(Het is) Allah." Zeg: "Neemt u dan (ter aanbidding) beschermers buiten Hem, die geen macht hebben tot goed of tot kwaad, zelfs niet voor zichzelf?" Zeg: "Zijn de blinden gelijk aan hen die zien? Of zijn de diepten van duisternis gelijk aan het licht?" Of kennen zij aan Allah deelgenoten toe die (iets) geschapen hebben zoals Hij geschapen heeft, zodat de schepping hun gelijk scheen? Zeg: "Allah is de Schepper van alle dingen: Hij is de Ene, de Opperste en Onweerstaanbare."
Hij zendt water neer uit de hemelen, en de beddingen stromen, elk naar zijn maat: maar de vloed draagt schuim mee dat naar de oppervlakte opstijgt. Evenzo is er van dat (erts) dat zij in het vuur verhitten om er sieraden of gereedschap van te maken, eveneens schuim. Zo toont Allah (door gelijkenissen) de waarheid en de ijdelheid. Want het schuim verdwijnt als iets dat weggeworpen wordt; terwijl dat wat tot nut van de mensheid is, op de aarde blijft. Zo stelt Allah gelijkenissen voor.
Voor hen die hun Heer antwoorden, zijn (alle) goede dingen. Maar zij die Hem niet antwoorden, — al hadden zij alles wat in de hemelen en op de aarde is, en nog eens zoveel, (tevergeefs) zouden zij het als losprijs aanbieden. Voor hen zal de afrekening verschrikkelijk zijn: hun verblijfplaats zal de hel zijn, — wat een bed van ellende!
Maar zij die het verbond van Allah verbreken, nadat zij hun woord daaraan gegeven hebben, en scheiden wat Allah geboden heeft samen te voegen, en verderf aanrichten in het land; — op hen rust de vloek; voor hen is het verschrikkelijke huis!
Al ware er een Koran waarmee bergen verzet werden, of de aarde gespleten werd, of de doden tot spreken gebracht werden, (dan zou het deze zijn!) Maar waarlijk, het bevel is aan Allah in alle dingen! Weten de gelovigen niet dat, indien Allah het (zo) gewild had, Hij de hele mensheid had kunnen leiden (naar het rechte)? Maar de ongelovigen, — nooit zal het onheil ophouden hen te treffen vanwege hun (kwade) daden, of zich dicht bij hun woningen te vestigen, totdat de belofte van Allah in vervulling gaat, want voorwaar, Allah zal niet falen in Zijn belofte.
Is dan Hij Die over elke ziel staat (en weet) al wat zij doet, (gelijk enige anderen)? En toch kennen zij deelgenoten toe aan Allah. Zeg: "Noem hen dan! Is het dat u Hem iets zou meedelen wat Hij niet kent op de aarde, of is het (slechts) een vertoning van woorden?" Nee! Voor hen die niet geloven schijnt hun verzinsel behaaglijk, maar zij worden (daardoor) van het pad afgehouden. En wie Allah laat afdwalen, die kan niemand leiden.
Zien zij niet dat Wij het land (dat in hun macht is) geleidelijk verminderen vanaf zijn buitenste grenzen? (Waar) Allah gebiedt, is er niemand die Zijn bevel kan terugdringen: en Hij is snel in het ter verantwoording roepen.
Van Allah, aan Wie alle dingen in de hemelen en op de aarde toebehoren! Maar wee de ongelovigen vanwege een verschrikkelijke straf (die hun ongeloof hun brengen zal)! —
En MozesMusa zei: "Indien u ondankbaarheid toont, u en allen op aarde tezamen, toch is Allah vrij van alle behoeften, alle lof waardig."
Hun boodschappers zeiden: "Is er twijfel over Allah, de Schepper van de hemelen en de aarde? Hij is het Die u uitnodigt, opdat Hij u uw zonden zou vergeven en u uitstel zou geven tot een vastgestelde termijn!" Zij zeiden: "Ach! U bent niet meer dan mensen, zoals wijzelf! U wenst ons af te wenden van de (goden) die onze vaderen gewoon waren te dienen: breng ons dan een duidelijk gezag."
En de ongelovigen zeiden tot hun boodschappers: "Weet zeker dat wij u uit ons land zullen verdrijven, of u zult tot onze godsdienst terugkeren." Maar hun Heer gaf hun (deze boodschap) in: "Voorwaar, Wij zullen de ongerechtigen doen vergaan!"
"En voorwaar, Wij zullen u in het land doen wonen, en hen doen opvolgen. Dit is voor wie de tijd vrezen waarop zij voor Mijn rechterstoel zullen staan, — voor wie de aangekondigde straf vrezen."
Ziet u niet dat Allah de hemelen en de aarde in waarheid geschapen heeft? Indien Hij wil, kan Hij u wegnemen en (in uw plaats) een nieuwe schepping stellen?
En de gelijkenis van een kwaad woord is die van een kwade boom: hij wordt ontworteld van de oppervlakte van de aarde: hij heeft geen vastheid.
Allah is het Die de hemelen en de aarde geschapen heeft en regen uit de hemelen neerzendt, en daarmee vruchten voortbrengt om u te voeden; Hij is het Die de schepen aan u onderworpen heeft, opdat zij door de zee varen op Zijn bevel; en de rivieren heeft Hij (ook) aan u onderworpen.
"O onze Heer! Waarlijk, U weet wat wij verbergen en wat wij openbaren: want niets is voor Allah verborgen, hetzij op de aarde of in de hemel."
Op een dag zal de aarde veranderd worden in een andere aarde, en zo ook de hemelen, en (de mensen) zullen worden voortgeleid voor Allah, de Ene, de Onweerstaanbare;
En de aarde hebben Wij uitgespreid (als een tapijt); daarop bergen gezet, vast en onwrikbaar; en daarin allerlei dingen voortgebracht in het juiste evenwicht.
(Iblis) zei: "O mijn Heer! omdat U mij in het verkeerde hebt gesteld, zal ik (het verkeerde) voor hen schoonschijnend maken op de aarde, en ik zal hen allen in het verkeerde brengen, —"
Wij schiepen de hemelen, de aarde en alles daartussen niet dan met rechtvaardige doeleinden. En het uur komt zeker (waarop dit openbaar zal worden). Ga dan (aan alle menselijke fouten) voorbij met genadige vergeving.
Hij heeft de hemelen en de aarde geschapen met een waarachtig doel: ver is Hij verheven boven de deelgenoten die zij Hem toeschrijven!
En de dingen die Hij op deze aarde vermenigvuldigd heeft in verschillende kleuren (en hoedanigheden): voorwaar, hierin is een teken voor mensen die de lof van Allah verkondigen (in dankbaarheid).
En Hij heeft op de aarde bergen geplaatst die vast staan, opdat zij niet met u zou schudden; en rivieren en wegen; opdat u uw weg zou vinden;
Want Wij hebben voorzeker onder elk volk een boodschapper gezonden, (met het bevel): "Dien Allah en mijd het kwade": onder het volk waren er sommigen die Allah leidde, en sommigen over wie de dwaling onvermijdelijk (gevestigd) werd. Reis dan door de aarde, en zie wat het einde was van hen die (de waarheid) loochenden.
Voelen zij die kwade (plannen) beramen zich dan veilig, dat Allah de aarde hen niet zal doen verzwelgen, of dat de toorn hen niet zal grijpen uit richtingen die zij nauwelijks bemerken?-
En voor Allah buigt zich alles wat in de hemelen en op aarde is, hetzij bewegende (levende) schepselen of de engelen: want niemand is hoogmoedig (voor hun Heer).
Hem behoort al wat in de hemelen en op aarde is, en Hem komt te allen tijde gehoorzaamheid toe: zult u dan een ander vrezen dan Allah?
En Allah zendt regen neer uit de hemelen, en geeft daarmee leven aan de aarde na haar dood: voorwaar, hierin is een teken voor hen die horen.
En anderen dienen dan Allah,- die geen macht hebben om hun met iets in de hemelen of op aarde levensonderhoud te verschaffen, en die zulke macht ook onmogelijk kunnen hebben?
Aan Allah behoort het verborgene van de hemelen en de aarde. En de beslissing van het uur (van het oordeel) is als een oogwenk, of zelfs sneller: want Allah heeft macht over alle dingen.
En Wij gaven de kinderen van Israël in het Boek een (duidelijke) waarschuwing, dat zij tweemaal verderf zouden aanrichten op de aarde en zich met machtige hoogmoed zouden verheffen (en tweemaal zouden zij gestraft worden)!
En wandel niet met overmoed op de aarde: want u kunt de aarde niet vaneenscheuren, noch de bergen in hoogte bereiken.
De zeven hemelen en de aarde, en alle wezens daarin, verkondigen Zijn glorie: er is geen ding of het prijst Zijn lof; en toch verstaat u niet hoe zij Zijn glorie verkondigen! Voorwaar, Hij is Veelverdraagzaam, Meest Vergevend!
En het is uw Heer Die alle wezens die in de hemelen en op de aarde zijn het best kent: Wij hebben aan sommige profeten meer (en andere) gaven geschonken dan aan anderen: en Wij gaven aan DavidDawud (de gave van) de Psalmen.
Hun doel was u van het land af te schrikken, om u te verdrijven; maar in dat geval zouden zij (daarin) na u niet gebleven zijn, behalve voor een korte tijd.
Zij zeggen: "Wij zullen niet in u geloven, totdat u voor ons een bron uit de aarde doet opwellen,"
Zeg: "Indien er op de aarde engelen gevestigd waren, die in vrede en rust rondwandelden, dan zouden Wij zeker uit de hemelen een engel tot hen hebben neergezonden als boodschapper."
Zien zij niet dat Allah, Die de hemelen en de aarde geschapen heeft, macht heeft om het gelijke van hen (opnieuw) te scheppen? Hij alleen heeft een vastgestelde termijn verordend, waaraan geen twijfel is. Maar de onrechtvaardigen weigeren (die te aanvaarden), anders dan met ondankbaarheid.
MozesMusa zei: "U weet wel dat deze dingen door niemand anders neergezonden zijn dan door de Heer van de hemelen en de aarde, als oogopenend bewijs: en ik houd u, o FaraoFiraun, waarlijk voor iemand die ten verderve gedoemd is!"
Toen besloot hij hen van het aangezicht van de aarde weg te vagen: maar Wij verdronken hem en allen die met hem waren.
En Wij zeiden daarna tot de kinderen van Israël: "Woon veilig in het land (van de belofte)": maar toen de tweede van de waarschuwingen in vervulling ging, brachten Wij u samen in een vermengde menigte.
Hetgeen op aarde is hebben Wij slechts tot een schitterende tooi voor de aarde gemaakt, opdat Wij hen zouden beproeven — wie van hen het best zijn in gedrag.
Wij gaven kracht aan hun hart: zie, zij stonden op en zeiden: "Onze Heer is de Heer van de hemelen en van de aarde: nooit zullen wij een god aanroepen buiten Hem: indien wij dat deden, dan zouden wij voorzeker een gruwelijkheid hebben uitgesproken!"
Zeg: "Allah weet het best hoelang zij verbleven: bij Hem is (de kennis van) de verborgenheden van de hemelen en de aarde: hoe helder ziet Hij, hoe fijn hoort Hij (alles)! Zij hebben geen beschermer buiten Hem; en Hij deelt Zijn bevel met geen enkel persoon, wie dan ook."
Stel hun de gelijkenis voor van het leven van deze wereld: het is als de regen die Wij uit de hemelen neerzenden: het gewas van de aarde neemt hem op, maar spoedig wordt het droge stoppels, die de winden verstrooien: het is (alleen) Allah Die macht heeft over alle dingen.
Op een dag zullen Wij de bergen wegnemen, en u zult de aarde zien als een effen vlakte, en Wij zullen hen verzamelen, allen tezamen, en Wij zullen niet één van hen achterlaten.
Ik riep hen niet tot getuigen van de schepping van de hemelen en de aarde, noch (zelfs) van hun eigen schepping: en het past Mij niet hen die (mensen) doen afdwalen tot helpers te nemen!
Voorwaar, Wij vestigden zijn macht op aarde, en Wij gaven hem de wegen en de middelen tot alle doeleinden.
Zij zeiden: "O Zul-qarnain! Gog en Magog (het volk) richten groot onheil aan op aarde: zullen wij u dan schatting geven, opdat u een wal opricht tussen ons en hen?"
Wij zijn het Die de aarde zullen erven, en alle wezens daarop: tot Ons zullen zij allen worden teruggebracht.
"Heer van de hemelen en van de aarde, en van al wat daartussen is; dien Hem daarom, en wees standvastig en geduldig in Zijn dienst: kent u iemand die dezelfde Naam waardig is als Hij?"
Daarbij staan de hemelen op het punt te barsten, de aarde te splijten, en de bergen in volslagen puin neer te vallen,
Niet één van de wezens in de hemelen en de aarde of hij moet tot (Allah) de Meest Genadevolle komen als een dienaar.
Een openbaring van Hem Die de aarde geschapen heeft en de hemelen in de hoogte.
Aan Hem behoort wat in de hemelen en op de aarde is, en alles wat daartussen is, en alles wat onder de grond is.
"Hij Die voor u de aarde gemaakt heeft als een uitgespreid tapijt; u in staat gesteld heeft daarop rond te gaan langs wegen (en kanalen); en water uit de hemel heeft neergezonden." Daarmee hebben Wij verscheidene paren van planten voortgebracht, elk onderscheiden van de andere.
Hij zei: "Bent u gekomen om ons met uw toverkunst uit ons land te verdrijven, o MozesMusa?"
Zij zeiden: "Deze twee zijn zeker (bedreven) tovenaars: hun doel is u met hun toverkunst uit uw land te verdrijven, en uw meest geëerde instellingen teniet te doen".
Zeg: "Mijn Heer kent (elk) woord (dat gesproken wordt) in de hemelen en op de aarde: Hij is Degene Die (alle dingen) hoort en weet."
Niet voor (ijdel) spel hebben Wij de hemelen en de aarde geschapen en al wat daartussen is!
Hem behoren alle (schepselen) in de hemelen en op de aarde: zelfs zij die in Zijn (onmiddellijke) tegenwoordigheid zijn, zijn niet te hoogmoedig om Hem te dienen, noch worden zij (ooit) moede (van Zijn dienst):
Of hebben zij goden uit de aarde genomen (om te aanbidden), die (de doden) kunnen opwekken?
Zien de ongelovigen niet dat de hemelen en de aarde samengevoegd waren (als één eenheid van schepping), voordat Wij ze vaneenspleten? Wij hebben uit water alle levende dingen gemaakt. Zullen zij dan niet geloven?
En Wij hebben op de aarde bergen gezet, die vaststaan, opdat zij niet met hen zou schudden, en Wij hebben daarin brede wegen (tussen de bergen) gemaakt, opdat zij erdoor zouden trekken: opdat zij leiding zouden ontvangen.
Nee, Wij gaven de goede dingen van dit leven aan deze mensen en hun vaderen, totdat de tijd hun lang werd; zien zij niet dat Wij het land (in hun macht) geleidelijk verkleinen vanaf zijn buitenste grenzen? Zijn zij het dan die zullen overwinnen?
Hij zei: "Nee, uw Heer is de Heer van de hemelen en de aarde, Hij Die ze (uit niets) geschapen heeft: en ik ben een getuige van deze (waarheid)."
Maar Wij verlosten hem en (zijn neef) LotLut (en leidden hen) naar het land dat Wij gezegend hebben voor de volken.
(Het was Onze macht die) de hevige (onstuimige) wind (gedwee) deed waaien voor SalomoSulayman, op zijn bevel, naar het land dat Wij gezegend hadden: want Wij weten alle dingen.
Vóór dit hebben Wij in de Psalmen geschreven, na de boodschap (aan MozesMusa gegeven): "Mijn dienaren, de rechtvaardigen, zullen de aarde beërven."
O mensheid! Indien u twijfelt over de opstanding, (bedenk) dat Wij u geschapen hebben uit stof, daarna uit zaad, daarna uit een klonter als een bloedzuiger, daarna uit een klomp vlees, ten dele gevormd en ten dele ongevormd, opdat Wij (Onze macht) aan u openbaar maken; en Wij laten wie Wij willen in de baarmoeder rusten voor een vastgestelde termijn, daarna brengen Wij u voort als zuigelingen, daarna (voeden Wij u op) opdat u de leeftijd van uw volle kracht bereikt; en sommigen van u worden geroepen om te sterven, en sommigen worden teruggezonden tot de zwakste ouderdom, zodat zij niets meer weten na (veel) geweten te hebben, en (voorts), u ziet de aarde dor en levenloos, maar wanneer Wij regen op haar doen neerstromen, wordt zij (tot leven) beroerd, zij zwelt, en zij brengt allerlei schone gewassen voort (in paren).
Ziet u niet dat voor Allah zich in aanbidding neerbuigen alle dingen die in de hemelen en op aarde zijn,- de zon, de maan, de sterren; de heuvels, de bomen, de dieren; en een groot aantal onder de mensheid? Maar een groot aantal is er (ook) dat de straf verdient: en wie door Allah te schande gemaakt wordt,- niemand kan hem tot eer verheffen: want Allah volvoert alles wat Hij wil.
(Zij zijn het) die, indien Wij hen in het land vestigen, het gebed geregeld onderhouden en geregeld aalmoezen geven, het goede gebieden en het kwade verbieden: bij Allah berust het einde (en de beslissing) van (alle) zaken.
Reizen zij niet door het land, opdat hun harten (en verstand) aldus wijsheid mogen leren en hun oren aldus mogen leren horen? Waarlijk, het zijn niet hun ogen die blind zijn, maar hun harten die in hun borst zijn.
Ziet u niet dat Allah regen uit de hemel neerzendt, en terstond wordt de aarde met groen bekleed? Want Allah is het Die de fijnste verborgenheden verstaat, en (daarmee) welbekend is.
Hem behoort alles wat in de hemelen en op aarde is: want voorwaar, Allah,- Hij is vrij van alle behoeften, alle lof waardig.
Ziet u niet dat Allah aan u (mensen) alles wat op de aarde is onderworpen heeft, en de schepen die op Zijn bevel door de zee varen? Hij weerhoudt de hemel (regen) ervan op de aarde te vallen, behalve met Zijn verlof: want Allah is voor de mens Meest Vriendelijk en Meest Barmhartig.
Weet u niet dat Allah alles kent wat in de hemel en op aarde is? Voorwaar, het staat alles in een boek, en dat is voor Allah gemakkelijk.
En Wij zenden water uit de hemel neer naar (juiste) maat, en Wij doen het in de bodem trekken; en Wij zijn zeker in staat het (met gemak) weg te nemen.
Indien de waarheid in overeenstemming was geweest met hun begeerten, voorwaar, dan zouden de hemelen en de aarde, en alle wezens daarin, in verwarring en verderf zijn geweest! Nee, Wij hebben hun hun vermaning gezonden, maar zij wenden zich af van hun vermaning.
En Hij heeft u vermenigvuldigd over de aarde, en tot Hem zult u verzameld worden.
Zeg: "Aan wie behoren de aarde en alle wezens daarin? (Zeg het) indien u het weet!"
Hij zal zeggen: "Hoeveel jaren hebt u op de aarde verbleven?"
Allah is het Licht van de hemelen en de aarde. De gelijkenis van Zijn Licht is als ware er een nis en daarin een lamp: de lamp omsloten in glas: het glas als ware het een schitterende ster: ontstoken uit een gezegende boom, een olijfboom, noch van het oosten noch van het westen, waarvan de olie wel haast lichtgevend is, hoewel vuur haar nauwelijks aanraakte: Licht op Licht! Allah leidt tot Zijn Licht wie Hij wil: Allah stelt gelijkenissen voor de mensen: en Allah weet alle dingen.
Ziet u niet dat het Allah is Wiens lof alle wezens in de hemelen en op de aarde verkondigen, en de vogels (van de lucht) met uitgespreide vleugels? Ieder kent zijn eigen (wijze van) gebed en lofprijzing. En Allah weet zeer wel al wat zij doen.
Ja, aan Allah behoort de heerschappij van de hemelen en de aarde; en tot Allah is de laatste bestemming (van alles).
Allah heeft aan hen onder u die geloven en rechtvaardige daden doen, beloofd dat Hij hun voorzeker in het land het erfdeel (van de macht) zal schenken, zoals Hij het schonk aan hen die vóór hen waren; dat Hij hun godsdienst - die welke Hij voor hen heeft verkozen - met gezag zal bevestigen; en dat Hij (hun staat), na de vrees waarin zij (leefden), zal veranderen in een van veiligheid en vrede: 'Zij zullen Mij (alleen) dienen en Mij niets als deelgenoot toekennen.' 'Indien iemand hierna het geloof verwerpt, dan zijn zij opstandig en goddeloos.
Denk nooit dat de ongelovigen (Allahs plan) op aarde zullen verijdelen: hun verblijfplaats is het vuur,- en het is waarlijk een kwade toevlucht!
Wees er geheel zeker van dat aan Allah toebehoort al wat in de hemelen en op de aarde is. Hij weet zeer wel waarop u uit bent: en eens zullen zij tot Hem worden teruggebracht, en Hij zal hun de waarheid vertellen van wat zij deden: want Allah weet alle dingen.
Hij aan Wie de heerschappij van de hemelen en de aarde toebehoort: geen zoon heeft Hij verwekt, en Hij heeft geen deelgenoot in Zijn heerschappij: Hij is het Die alle dingen geschapen heeft, en ze in juiste verhoudingen geordend heeft.
Zeg: "De (Koran) is neergezonden door Hem Die het geheimenis kent (dat) in de hemelen en de aarde (is): voorwaar, Hij is de Veelvergevende, de Meest Barmhartige."
Hij Die de hemelen en de aarde en alles wat daartussen is, in zes dagen geschapen heeft, en Zich vast gevestigd heeft op de troon (van gezag): Allah, de Meest Genadevolle: vraag dan over Hem aan iemand die (met zulke dingen) bekend is.
En de dienaren van (Allah) de Meest Genadevolle zijn zij die in nederigheid op de aarde wandelen, en wanneer de onwetenden hen aanspreken, zeggen zij,
Zien zij niet naar de aarde,- hoeveel edele dingen van allerlei soort Wij daarin hebben voortgebracht?
(MozesMusa) zei: "De Heer en Onderhouder van de hemelen en de aarde, en alles daartussen,- indien u volkomen zeker wilt zijn."
"Zijn plan is u door zijn toverij uit uw land te verdrijven; wat raadt u dan aan?"
"Die verderf zaaien in het land, en (hun wegen) niet beteren."
"En onthoud de mensen niet wat hun rechtens toekomt, en doe geen kwaad in het land door verderf te zaaien."
"(Hen van het pad afgehouden), opdat zij Allah niet zouden aanbidden, Die aan het licht brengt wat verborgen is in de hemelen en de aarde, en Die weet wat u verbergt en wat u openbaart."
Er waren in de stad negen mannen van één geslacht, die verderf stichtten in het land, en zich niet wilden beteren.
Of: Wie heeft de hemelen en de aarde geschapen, en Wie zendt u regen neer uit de hemel? Ja, daarmee doen Wij welbeplante boomgaarden groeien, vol schoonheid en verrukking: het staat niet in uw macht de bomen daarin te doen groeien. (Kan er een andere) god zijn naast Allah? Nee, zij zijn een volk dat van de gerechtigheid afwijkt.
Of: Wie heeft de aarde vast gemaakt om op te wonen; rivieren in haar midden gemaakt; daarop onwrikbare bergen gezet; en een scheidsmuur gemaakt tussen de twee stromende wateren? (Kan er een andere) god zijn naast Allah? Nee, de meesten van hen weten het niet.
Of: Wie verhoort de benauwde (ziel) wanneer zij Hem aanroept, en Wie verlicht haar lijden, en maakt u (mensen) tot erfgenamen van de aarde? (Kan er een andere) god zijn naast Allah? Weinig is het dat u ter harte neemt!
Of: Wie brengt de schepping voort en herhaalt haar daarna, en wie geeft u onderhoud uit hemel en aarde? (Kan er een andere) god zijn naast Allah? Zeg: "Brengt uw bewijs voort, indien u de waarheid spreekt!"
Zeg: Niemand in de hemelen of op de aarde, behalve Allah, weet wat verborgen is: en zij kunnen ook niet bemerken wanneer zij zullen worden opgewekt (voor het oordeel).
Zeg: "Trekt door de aarde en ziet wat het einde is geweest van hen die schuldig waren (aan zonde)."
En er is niets van het onzienlijke, in hemel of op aarde, of het is (opgetekend) in een duidelijk register.
En wanneer het woord tegen hen (de onrechtvaardigen) vervuld wordt, zullen Wij uit de aarde een beest voortbrengen om hen (tegemoet te treden): het zal tot hen spreken, omdat de mensen niet met zekerheid in Onze tekenen geloofden.
En de dag dat de bazuin geblazen zal worden — dan zullen met schrik geslagen worden zij die in de hemelen zijn, en zij die op de aarde zijn, behalve wie het Allah behaagt (uit te zonderen): en allen zullen tot Zijn (tegenwoordigheid) komen als wezens die zich hun geringheid bewust zijn.
Voorwaar, FaraoFiraun verhief zich in het land en verdeelde zijn volk in groepen, terwijl hij een kleine groep onder hen onderdrukte: hun zonen doodde hij, maar hun vrouwen liet hij in leven: want hij was waarlijk iemand die verderf stichtte.
En Wij wensten genadig te zijn jegens hen die in het land onderdrukt werden, om hen tot leiders (in het geloof) te maken en hen tot erfgenamen te maken,
Om voor hen een vaste plaats te vestigen in het land, en om FaraoFiraun, HamanHaman en hun legerscharen, door hun hand, juist de dingen te tonen waartegen zij hun voorzorgen namen.
Toen hij dan besloot de hand te slaan aan de man die hun beiden tot vijand was, zei die man: "O MozesMusa! Is het uw bedoeling mij te doden, zoals u gisteren een man gedood hebt? Uw bedoeling is niets anders dan een machtig geweldenaar in het land te worden, en niet iemand te zijn die de zaken recht zet!"
En hij was hoogmoedig en onbeschaamd in het land, boven alle rede,- hij en zijn legerscharen: zij dachten dat zij niet tot Ons zouden hoeven terug te keren!
Zij zeggen: "Indien wij de leiding met u zouden volgen, zouden wij uit ons land weggerukt worden." Hebben Wij voor hen niet een veilig heiligdom gevestigd, waarheen als schatting vruchten van allerlei soort gebracht worden,- een voorziening van Ons? maar de meesten van hen begrijpen het niet.
"Maar zoek, met de (rijkdom) die Allah u geschonken heeft, het huis van het hiernamaals, en vergeet uw deel in deze wereld niet: maar doe goed, zoals Allah u goedgedaan heeft, en zoek geen (gelegenheden tot) verderf in het land: want Allah heeft hen niet lief die verderf stichten."
Toen deden Wij de aarde hem en zijn huis verzwelgen; en hij had niet (de minste) aanhang om hem te helpen tegen Allah, en hij kon zichzelf ook niet verdedigen.
Dat huis van het hiernamaals zullen Wij geven aan hen die geen hoogmoed of verderf op aarde beogen: en het einde is (het best) voor de rechtvaardigen.
Zeg: "Reis over de aarde en zie hoe Allah de schepping heeft doen ontstaan; zo zal Allah een latere schepping voortbrengen: want Allah heeft macht over alle dingen."
"Noch op aarde noch in de hemel zult u in staat zijn (vluchtend) (Zijn plan) te verijdelen, noch hebt u, naast Allah, enige beschermer of helper."
Tot het volk van Madyan (zonden Wij) hun broeder Shu'aib. Toen zei hij: "O mijn volk! dien Allah, en vrees de laatste dag: en bedrijf geen kwaad op de aarde, met het opzet verderf te stichten."
(Gedenk ook) Qarun, FaraoFiraun en HamanHaman: tot hen kwam MozesMusa met duidelijke tekenen, maar zij gedroegen zich hoogmoedig op de aarde; toch konden zij (Ons) niet te slim af zijn.
Ieder van hen grepen Wij voor zijn misdaad: onder hen waren er tegen wie Wij een geweldige wervelstorm zonden (met regens van stenen); sommigen werden gegrepen door een (machtige) donderslag; sommigen deden Wij door de aarde verzwelgen; en sommigen verdronken Wij (in de wateren): het was niet Allah Die hun letsel (of verdrukking) aandeed: zij deden hun eigen ziel letsel (en verdrukking) aan.
Allah schiep de hemelen en de aarde in ware (verhoudingen): voorwaar, daarin is een teken voor hen die geloven.
Zeg: "Allah is genoeg als getuige tussen mij en u: Hij weet wat in de hemelen en op aarde is." En het zijn zij die in ijdelheden geloven en Allah verwerpen, die (ten slotte) zullen vergaan.
O Mijn dienaren die geloven! waarlijk, ruim is Mijn aarde: dien daarom Mij - (en Mij alleen)!
Indien u hun inderdaad vraagt wie de hemelen en de aarde geschapen heeft en de zon en de maan (aan Zijn wet) onderworpen heeft, zullen zij zeker antwoorden,
En indien u hun inderdaad vraagt wie het is die regen uit de hemel neerzendt, en daarmee leven geeft aan de aarde na haar dood, zullen zij zeker antwoorden: "Allah!" Zeg: "Lof zij Allah!" Maar de meesten van hen begrijpen het niet.
In een nabijgelegen land; maar zij zullen, (zelfs) na (deze) nederlaag van hen, weldra overwinnen-
Denken zij niet na in hun eigen gemoed? Niet anders dan voor rechtvaardige doeleinden en voor een vastgestelde termijn schiep Allah de hemelen en de aarde, en alles daartussen: toch zijn er waarlijk velen onder de mensen die de ontmoeting met hun Heer (bij de opstanding) ontkennen!
Reizen zij niet over de aarde, en zien zij niet wat het einde was van hen die vóór hen waren? Zij waren hun in kracht overlegen: zij bewerkten de grond en bevolkten haar in groteren getale dan dezen gedaan hebben: er kwamen tot hen hun boodschappers met duidelijke (tekenen). (Die zij verwierpen, tot hun eigen verderf): het was niet Allah Die hun onrecht aandeed, maar zij deden hun eigen ziel onrecht aan.
Ja, Hem zij de lof, in de hemelen en op aarde; en in de late namiddag en wanneer de dag begint te neigen.
Hij is het Die het levende uit het dode voortbrengt, en het dode uit het levende voortbrengt, en Die de aarde leven geeft nadat zij dood is: en zo zult u (uit de doden) voortgebracht worden.
En onder Zijn tekenen is de schepping van de hemelen en de aarde, en de verscheidenheid van uw talen en uw kleuren: voorwaar, daarin zijn tekenen voor hen die weten.
En onder Zijn tekenen toont Hij u de bliksem, zowel tot vrees als tot hoop, en Hij zendt regen neer uit de hemel en geeft daarmee leven aan de aarde nadat zij dood is: voorwaar, daarin zijn tekenen voor hen die wijs zijn.
En onder Zijn tekenen is dit, dat hemel en aarde staan door Zijn bevel: en wanneer Hij u dan roept, met één enkele roep, uit de aarde, zie, dan komt u (terstond) tevoorschijn.
Hem behoort elk wezen dat in de hemelen en op aarde is: allen zijn Hem godvruchtig gehoorzaam.
Hij is het Die (het proces van) de schepping begint; daarna herhaalt Hij die; en voor Hem is dat het gemakkelijkst. Hem behoort de verhevenste gelijkenis (die wij kunnen bedenken) in de hemelen en de aarde: want Hij is verheven in macht, vol van wijsheid.
Zeg: "Reis over de aarde en zie wat het einde was van hen die (u) voorafgingen: de meesten van hen aanbaden anderen naast Allah."
Aanschouw dan (o mens!) de gedenktekenen van Allahs barmhartigheid!- hoe Hij leven geeft aan de aarde na haar dood: voorwaar, Dezelfde zal leven geven aan de mensen die dood zijn: want Hij heeft macht over alle dingen.
Hij heeft de hemelen geschapen zonder pilaren die u kunt zien; Hij heeft op de aarde bergen gezet, die vaststaan, opdat zij niet met u zou schudden; en Hij heeft er dieren van allerlei soort over verspreid. Wij zenden regen neer uit de hemel, en brengen op de aarde elke soort van edel schepsel voort, in paren.
"O mijn zoon!" (zei Loqman), "Al ware er (slechts) het gewicht van een mosterdzaadje en het ware (verborgen) in een rots, of (waar ook) in de hemelen of op de aarde, Allah zal het tevoorschijn brengen: want Allah doorgrondt de fijnste verborgenheden, (en) is (daarmee) volkomen bekend."
"En zwel uw wang niet op (van hoogmoed) tegenover de mensen, en wandel niet in overmoed over de aarde; want Allah heeft geen enkele hoogmoedige opschepper lief."
Ziet u niet dat Allah alle dingen in de hemelen en op de aarde aan uw (gebruik) heeft onderworpen, en Zijn weldaden in overvloedige mate tot u heeft doen vloeien, (zowel) zichtbaar als onzichtbaar? Toch zijn er onder de mensen die over Allah twisten, zonder kennis en zonder leiding, en zonder een Boek dat hen verlicht!
Indien u hun vraagt wie het is die de hemelen en de aarde geschapen heeft. Zij zullen zeker zeggen: "Allah". Zeg: "Lof zij Allah!" Maar de meesten van hen begrijpen het niet.
Aan Allah behoren alle dingen in de hemel en op de aarde: voorwaar, Allah is Hij (die) vrij is van alle behoeften, alle lof waardig.
En al waren alle bomen op aarde pennen en de oceaan (ware inkt), met zeven oceanen daarachter om haar (voorraad) aan te vullen, dan nog zouden de woorden van Allah niet uitgeput raken (in het schrijven): want Allah is de Verhevene in macht, vol van wijsheid.
Voorwaar, de kennis van het uur is bij Allah (alleen). Hij is het Die de regen neerzendt, en Hij Die weet wat in de moederschoten is. En niemand weet wat hij morgen zal verwerven: en niemand weet in welk land hij zal sterven. Voorwaar, bij Allah is volledige kennis en Hij is (met alle dingen) bekend.
Het is Allah Die de hemelen en de aarde heeft geschapen, en alles wat daartussen is, in zes dagen, en Hij is vast gevestigd op de troon (van gezag): u hebt buiten Hem niemand om (u) te beschermen of voor (u) te bemiddelen: zult u dan geen vermaning aannemen?
Hij bestuurt (alle) zaken van de hemelen tot de aarde: uiteindelijk zullen (alle zaken) tot Hem opstijgen, op een dag waarvan de duur (als) duizend jaren zal zijn naar uw rekening.
En zij zeggen: "Wat! wanneer wij, verborgen en verloren, in de aarde liggen, zullen wij dan voorzeker in een nieuwe schepping zijn? Nee, zij ontkennen de ontmoeting met hun Heer."
En zien zij niet dat Wij de regen naar dorre grond drijven (kaal van gewas), en daarmee gewassen voortbrengen, die voedsel verschaffen voor hun vee en voor henzelf? Hebben zij dan geen gezichtsvermogen?
En Hij maakte u tot erfgenamen van hun landen, hun huizen en hun goederen, en van een land dat u (tevoren) niet had betreden. En Allah heeft macht over alle dingen.
Wij hebben voorwaar het toevertrouwde pand aangeboden aan de hemelen en de aarde en de bergen; maar zij weigerden het op zich te nemen, daarvoor bevreesd zijnde: maar de mens nam het op zich; — hij was voorwaar onrechtvaardig en dwaas; —
Lof zij Allah, aan Wie alle dingen in de hemelen en op aarde toebehoren: Hem zij de lof in het hiernamaals: en Hij is vol van wijsheid, bekend met alle dingen.
Hij weet alles wat in de aarde ingaat, en alles wat daaruit voortkomt; alles wat uit de hemel neerdaalt en alles wat daarheen opstijgt: en Hij is de Meest Barmhartige, de Veelvergevende.
De ongelovigen zeggen: "Nooit zal het uur tot ons komen": zeg: "Nee! Maar hoogst zeker, bij mijn Heer, zal het over u komen; — bij Hem Die het onzienlijke kent, — voor Wie niet verborgen is het kleinste stofdeeltje in de hemelen of op aarde: en er is niets kleiner dan dat, of groter, of het staat in het duidelijke boek:"
Zien zij niet wat vóór hen is en achter hen, van de hemel en de aarde? Indien Wij wilden, konden Wij de aarde hen doen verzwelgen, of een stuk van de hemel op hen doen vallen. Voorwaar, hierin is een teken voor iedere toegewijde dienaar die zich (in berouw) tot Allah wendt.
Toen Wij dan (SalomoSulayman's) dood hadden beschikt, toonde niets hun zijn dood dan een klein wormpje van de aarde, dat (langzaam) aan zijn staf bleef knagen: toen hij dan neerviel, zagen de djinn duidelijk dat zij, indien zij het onzienlijke hadden gekend, niet in de vernederende straf (van hun taak) zouden hebben verwijld.
Zeg: "Roep andere (goden) aan die u zich verbeeldt, buiten Allah: zij hebben geen macht, — niet het gewicht van een stofdeeltje, — in de hemelen of op aarde: geen (enkel) aandeel hebben zij daarin, en niemand van hen is een helper voor Allah."
Zeg: "Wie geeft u voorziening, uit de hemelen en de aarde?" Zeg: "Het is Allah; en zeker is het dat óf wij óf u op rechte leiding zijn of in klaarblijkelijke dwaling!"
Lof zij Allah, Die (uit niets) de hemelen en de aarde geschapen heeft, Die de engelen tot boodschappers met vleugels gemaakt heeft, — twee, of drie, of vier (paren): Hij voegt aan de schepping toe wat Hem behaagt: want Allah heeft macht over alle dingen.
O mensen! Gedenk de genade van Allah jegens u! Is er een schepper, anders dan Allah, om u onderhoud te geven uit hemel of aarde? Er is geen god dan Hij: hoe wordt u dan van de waarheid afgewend?
Het is Allah Die de winden uitzendt, zodat zij de wolken doen opstijgen, en Wij drijven ze naar een land dat dood is, en doen de aarde daarmee herleven na haar dood: zo (zal) ook de opstanding (zijn)!
Voorwaar, Allah kent (al) de verborgen dingen van de hemelen en de aarde: voorwaar, Hij heeft volkomen kennis van al wat in de harten (van de mensen) is.
Hij is het Die u tot erfgenamen op de aarde gemaakt heeft: indien dan iemand (Allah) verwerpt, dan (werkt) zijn verwerping tegen hemzelf: hun verwerping vermeerdert voor de ongelovigen slechts de afschuw in de ogen van hun Heer: hun verwerping vermeerdert slechts (hun eigen) ondergang.
Zeg: "Hebt u (deze) 'deelgenoten' van u gezien, die u naast Allah aanroept? Toon Mij wat zij geschapen hebben op de (wijde) aarde. Of hebben zij een aandeel in de hemelen? Of hebben Wij hun een Boek gegeven, waaruit zij duidelijk (bewijs kunnen putten)? — Nee, de onrechtvaardigen beloven elkaar niets dan begoochelingen."
Het is Allah Die de hemelen en de aarde in stand houdt, opdat zij niet zouden ophouden (te bestaan): en indien zij zouden bezwijken, is er niemand — niet één — die ze daarna in stand kan houden: voorwaar, Hij is de Meest Verdraagzame, de Veelvergevende.
Vanwege hun hoogmoed in het land en hun smeden van het kwaad, maar het smeden van het kwaad zal slechts de bedrijvers ervan omsluiten. Verwachten zij dan iets anders dan de wijze waarop met de ouden gehandeld is? Maar geen verandering zult u vinden in Allahs weg (van handelen): geen afwijking zult u vinden in Allahs weg (van handelen).
Reizen zij niet over de aarde, en zien zij niet wat het einde was van hen die vóór hen waren, — hoewel die hen in kracht overtroffen? En Allah kan door niets, wat dan ook, in de hemelen of op de aarde verijdeld worden: want Hij is alwetend, almachtig.
Een teken voor hen is de aarde die dood is: Wij maken haar levend, en brengen daaruit graan voort, waarvan u eet.
Ere zij Allah, Die in paren geschapen heeft alle dingen die de aarde voortbrengt, alsook hun eigen (menselijke) soort en (andere) dingen waarvan zij geen kennis hebben.
"Is Hij, Die de hemelen en de aarde geschapen heeft, niet in staat het gelijke daarvan te scheppen?" — Ja, voorzeker! Want Hij is de Opperste Schepper, van (oneindige) kunde en kennis!
Heer van de hemelen en van de aarde en alles daartussen, en Heer van elk punt bij de opgang van de zon!
Of hebben zij de heerschappij over de hemelen en de aarde en alles daartussen? Zo ja, laten zij dan opklimmen met de touwen en middelen (om dat doel te bereiken)!
O DavidDawud! Wij hebben u voorwaar tot een stedehouder op aarde gemaakt: oordeel dan tussen de mensen naar waarheid (en gerechtigheid): en volg niet de begeerten (van uw hart), want zij zullen u doen afdwalen van het pad van Allah: want voor hen die afdwalen van het pad van Allah is er een zware straf, omdat zij de dag van de afrekening vergeten.
Niet zonder doel hebben Wij de hemel en de aarde en alles daartussen geschapen! Dat was de gedachte van de ongelovigen! Maar wee de ongelovigen vanwege het vuur (van de hel)!
Zullen Wij hen die geloven en goede daden verrichten, gelijk behandelen als hen die kwaad stichten op aarde? Zullen Wij hen die zich voor het kwaad hoeden, gelijk behandelen als hen die zich afwenden van het rechte?
"De Heer van de hemelen en de aarde, en alles daartussen, — verheven in macht, machtig om Zijn wil door te zetten, keer op keer vergevend."
Hij schiep de hemelen en de aarde in ware (verhoudingen): Hij laat de nacht de dag overlappen, en de dag de nacht overlappen: Hij heeft de zon en de maan onderworpen (aan Zijn wet): elk volgt een baan voor een vastgestelde tijd. Is Hij niet de Verhevene in macht — Hij Die telkens weer vergeeft?
Zeg: "O Mijn dienaren die gelooft! Vrees uw Heer, goed is (de beloning) voor hen die goeddoen in deze wereld. Ruim is Allahs aarde! Zij die geduldig volharden zullen voorwaar een beloning zonder maat ontvangen!"
Ziet u niet dat Allah regen uit de hemel neerzendt, en die door bronnen in de aarde leidt? Daarna doet Hij daarmee gewassen van verscheidene kleuren groeien: daarna verwelkt het; u zult het geel zien worden; daarna doet Hij het verdorren en verkruimelen. Voorwaar, hierin is een boodschap ter gedachtenis voor mensen met verstand.
Indien u hun inderdaad vraagt wie het is die de hemelen en de aarde geschapen heeft, zullen zij zeker zeggen: "Allah". Zeg: "Ziet u dan? De dingen die u buiten Allah aanroept — kunnen zij, indien Allah enige straf voor mij wil, Zijn straf wegnemen? Of indien Hij enige genade voor mij wil, kunnen zij Zijn genade tegenhouden?" Zeg: "Allah is mij genoeg! Op Hem vertrouwen zij die hun vertrouwen stellen."
Zeg: "Aan Allah behoort uitsluitend (het recht om) voorspraak (te verlenen): Hem behoort de heerschappij van de hemelen en de aarde: ten slotte is het tot Hem dat u zult worden teruggebracht."
Zeg: "O Allah! Schepper van de hemelen en de aarde! Kenner van al wat verborgen en openbaar is! U bent het Die tussen Uw dienaren zult oordelen in die zaken waarover zij verschild hebben."
Zelfs indien de onrechtvaardigen alles hadden wat er op aarde is, en nog eens zoveel, (tevergeefs) zouden zij het aanbieden als losprijs voor de smart van de straf op de dag van het oordeel: maar iets zal hun van Allah tegemoettreden, waarop zij nooit hadden kunnen rekenen!
Hem behoren de sleutels van de hemelen en de aarde: en zij die de tekenen van Allah verwerpen — zij zijn het die verliezers zullen zijn.
Geen juiste schatting hebben zij van Allah gemaakt, zoals Hem toekomt: op de dag van het oordeel zal de gehele aarde slechts Zijn handvol zijn, en de hemelen zullen worden opgerold in Zijn rechterhand: heerlijkheid zij Hem! Hoog is Hij verheven boven de deelgenoten die zij Hem toeschrijven!
De bazuin zal (slechts) geblazen worden, en allen die in de hemelen en op aarde zijn zullen bezwijmen, behalve wie het Allah behaagt (uit te zonderen). Dan zal een tweede geblazen worden, en zie, zij zullen staan en toezien!
En de aarde zal stralen door de heerlijkheid van haar Heer: het boek (van de daden) zal (geopend) neergelegd worden; de profeten en de getuigen zullen naar voren gebracht worden en een rechtvaardig oordeel zal tussen hen uitgesproken worden; en hun zal geen onrecht gedaan worden (in het minst).
Zij zullen zeggen: "Lof zij Allah, Die Zijn belofte aan ons waarlijk vervuld heeft, en ons (dit) land tot erfenis gegeven heeft: wij kunnen in de hof wonen zoals wij willen: hoe voortreffelijk is de beloning voor hen die (gerechtigheid) werken!"
Reizen zij niet door de aarde en zien zij niet wat het einde was van hen die vóór hen waren? Zij overtroffen hen zelfs in kracht, en in de sporen (die zij hebben nagelaten) in het land: maar Allah riep hen ter verantwoording voor hun zonden, en niemand hadden zij om hen tegen Allah te verdedigen.
FaraoFiraun zei: "Laat mij MozesMusa doden; en laat hem zijn Heer aanroepen! Wat ik vrees is dat hij uw godsdienst zal veranderen, of dat hij verderf in het land zal doen verschijnen!"
"O mijn volk! Aan u is de heerschappij deze dag: u hebt de overhand in het land: maar wie zal ons helpen tegen de straf van Allah, indien die ons treft?" FaraoFiraun zei: "Ik wijs u slechts op hetgeen ik (zelf) zie; en ik leid u slechts naar het pad van het rechte!"
Voorzeker, de schepping van de hemelen en de aarde is een grotere (zaak) dan de schepping van de mensen: doch de meeste mensen begrijpen het niet.
Het is Allah Die voor u de aarde als een rustplaats gemaakt heeft, en de hemel als een gewelf, en u gestalte gegeven heeft- en uw gestalten schoon gemaakt heeft,- en u voorzien heeft van levensonderhoud, van reine en goede dingen;- zo is Allah, uw Heer. Ere zij dan Allah, de Heer van de werelden!
"Dat was omdat u gewoon was u op de aarde te verheugen in andere dingen dan de waarheid, en omdat u gewoon was overmoedig te zijn."
Reizen zij niet door de aarde en zien zij niet wat het einde was van hen die vóór hen waren? Zij waren talrijker dan dezen en overtroffen hen in kracht en in de sporen (die zij hebben nagelaten) in het land: doch al hetgeen zij tot stand brachten baatte hun niet.
Zeg: Ontkent u Hem Die de aarde in twee dagen geschapen heeft? En stelt u gelijken naast Hem? Hij is de Heer van (al) de werelden.
Bovendien omvatte Hij in Zijn plan de hemel, en die was (als) rook geweest: Hij zei tot hem en tot de aarde: "Kom tezamen, gewillig of ongewillig." Zij zeiden: "Wij komen (tezamen), in gewillige gehoorzaamheid."
Nu gedroegen de 'Ad zich hoogmoedig in het land, tegen (alle) waarheid en rede in, en zeiden: "Wie overtreft ons in kracht?" Wat! zagen zij niet dat Allah, Die hen geschapen had, hen in kracht overtrof? Maar zij bleven Onze tekenen verwerpen!
En onder Zijn tekenen is dit: u ziet de aarde dor en verlaten; maar wanneer Wij regen op haar neerzenden, wordt zij tot leven gewekt en geeft zij gewas. Voorwaar, Hij Die de (dode) aarde leven geeft, kan zeker leven geven aan (mensen) die dood zijn. Want Hij heeft macht over alle dingen.
Aan Hem behoort alles wat in de hemelen en op aarde is: en Hij is de Meest Hoge, de Meest Grote.
De hemelen worden bijna vaneengescheurd van boven hen (door Zijn heerlijkheid): en de engelen prijzen de lof van hun Heer, en bidden om vergeving voor (alle) wezens op aarde: Zie! Voorwaar, Allah is Hij, de Veelvergevende, de Meest Barmhartige.
(Hij is) de Schepper van de hemelen en de aarde: Hij heeft voor u paren gemaakt uit uzelf, en paren onder het vee: op deze wijze vermenigvuldigt Hij u: er is niets wat ook maar op Hem gelijkt, en Hij is Degene Die (alle dingen) hoort en ziet.
Aan Hem behoren de sleutels van de hemelen en de aarde: Hij verruimt en beperkt het onderhoud voor wie Hij wil: want Hij kent alle dingen ten volle.
Indien Allah de voorziening voor Zijn dienaren zou verruimen, zouden zij voorzeker alle grenzen te buiten gaan op de aarde; maar Hij zendt (haar) neer met juiste maat, zoals Hem behaagt. Want Hij is met Zijn dienaren wél bekend, waakzaam.
En onder Zijn tekenen is de schepping van de hemelen en de aarde, en de levende schepselen die Hij daarin verspreid heeft: en Hij heeft de macht hen te verzamelen wanneer Hij wil.
En u kunt (niets) verijdelen, (vluchtend) over de aarde; en u hebt, buiten Allah, niemand om u te beschermen of te helpen.
De blaam is alleen tegen hen die de mensen onderdrukken en onrecht doen en op onbeschaamde wijze alle grenzen te buiten gaan in het land, recht en gerechtigheid trotserend: voor zulken zal er een smartelijke straf zijn.
Aan Allah behoort de heerschappij van de hemelen en de aarde. Hij schept wat Hij wil (en beschikt). Hij schenkt (kinderen), mannelijk of vrouwelijk, naar Zijn wil (en plan),
De weg van Allah, aan Wie behoort al wat in de hemelen is en al wat op aarde is. Zie (hoe) alle zaken zich richten tot Allah!
Als u hun zou vragen: 'Wie heeft de hemelen en de aarde geschapen?' zouden zij zeker antwoorden: 'Zij zijn geschapen door (Hem), de Verhevene in macht, vol van kennis';-
(Ja, Dezelfde Die) voor u de aarde (als een tapijt) uitgespreid heeft gemaakt, en voor u daarin wegen (en waterlopen) heeft gemaakt, opdat u leiding zou vinden (onderweg);
En als het Onze wil was, zouden Wij engelen uit uw midden kunnen maken, die elkaar opvolgen op de aarde.
Ere zij de Heer van de hemelen en de aarde, de Heer van de Troon (van gezag)! (Hij is vrij) van de dingen die zij (Hem) toeschrijven!
Hij is het Die Allah is in de hemel en Allah op de aarde; en Hij is vol van wijsheid en kennis.
En gezegend is Hij aan Wie de heerschappij van de hemelen en de aarde behoort, en alles wat daartussen is: bij Hem is de kennis van het uur (van het oordeel): en tot Hem zult u teruggebracht worden.
De Heer van de hemelen en de aarde en al wat daartussen is, indien u (slechts) een vast geloof hebt.
En hemel noch aarde stortte een traan over hen: en hun werd geen uitstel (meer) gegeven.
Wij hebben de hemelen, de aarde en al wat daartussen is niet louter in (ijdel) spel geschapen:
Voorwaar, in de hemelen en de aarde zijn tekenen voor hen die geloven.
En in de afwisseling van nacht en dag, en het feit dat Allah levensonderhoud uit de hemel neerzendt, en daarmee de aarde na haar dood doet herleven, en in de verandering van de winden,- zijn tekenen voor hen die wijs zijn.
En Hij heeft aan u dienstbaar gemaakt, als van Hem, al wat in de hemelen en op de aarde is: zie, daarin zijn waarlijk tekenen voor hen die nadenken.
Allah heeft de hemelen en de aarde met een rechtvaardig doel geschapen, en opdat elke ziel de vergelding zou vinden van hetgeen zij verworven heeft, en niemand van hen onrecht wordt aangedaan.
Aan Allah behoort de heerschappij van de hemelen en de aarde, en op de dag dat het uur van het oordeel aanbreekt,- op die dag zullen de handelaars in leugens verloren gaan!
Lof zij dan Allah, Heer van de hemelen en Heer van de aarde,- Heer en Onderhouder van al de werelden!
Hem zij de heerlijkheid in de hemelen en op de aarde: en Hij is de Verhevene in macht, vol van wijsheid!
Wij hebben de hemelen en de aarde en al wat daartussen is niet geschapen dan met rechtvaardige doeleinden, en voor een vastgestelde termijn; maar zij die het geloof verwerpen, wenden zich af van hetgeen waarvoor zij gewaarschuwd worden.
Zeg: "Ziet u wat het is dat u naast Allah aanroept? Toont mij wat zij op de aarde geschapen hebben, of hebben zij een aandeel in de hemelen? Brengt mij een boek (geopenbaard) vóór dit, of enig overblijfsel van kennis (die u hebben mag), indien u de waarheid spreekt!"
En op de dag dat de ongelovigen voor het vuur geplaatst zullen worden, (zal tot hen gezegd worden): "U hebt uw goede dingen ontvangen in het leven van de wereld, en u hebt uw genot daaruit genomen; maar heden zult u vergolden worden met een straf van vernedering, omdat u hoogmoedig was op de aarde zonder rechtvaardige grond, en omdat u (steeds) overtrad."
"Indien iemand niet luistert naar hem die (ons) tot Allah nodigt, hij kan (Allahs plan) op aarde niet verijdelen, en geen beschermers kan hij hebben naast Allah: zulke mensen (dolen) in klaarblijkelijke dwaling."
Zien zij niet dat Allah, Die de hemelen en de aarde geschapen heeft, en door hun schepping nooit vermoeid werd, machtig is om de doden levend te maken? Ja, voorwaar, Hij heeft macht over alle dingen.
Reizen zij niet over de aarde, en zien zij niet wat het einde was van hen vóór hen (die kwaad deden)? Allah bracht volkomen verderf over hen, en soortgelijke (lotgevallen wachten) hun die Allah verwerpen.
Is het dan van u te verwachten, indien u het gezag gegeven werd, dat u verderf zult aanrichten in het land, en uw banden van bloedverwantschap zult verbreken?
Hij is het Die kalmte neerzond in de harten van de gelovigen, opdat zij geloof aan hun geloof zouden toevoegen; — want aan Allah behoren de legermachten van de hemelen en de aarde; en Allah is vol van kennis en wijsheid; —
Want aan Allah behoren de legermachten van de hemelen en de aarde; en Allah is de Verhevene in macht, vol van wijsheid.
Aan Allah behoort de heerschappij van de hemelen en de aarde: Hij vergeeft wie Hij wil, en Hij straft wie Hij wil: maar Allah is de Veelvergevende, de Meest Barmhartige.
Zeg: "Wat! Wilt u Allah onderrichten over uw godsdienst? Maar Allah weet alles wat in de hemelen en op de aarde is: Hij heeft volle kennis van alle dingen."
"Voorwaar, Allah kent de geheimen van de hemelen en de aarde: en Allah ziet alles wat u doet."
Wij weten reeds hoeveel de aarde van hen wegneemt: bij Ons is een boek dat (de volledige rekening) bewaart.
En de aarde — Wij hebben haar uitgespreid, en daarop bergen gezet die vast staan, en daarin allerlei schoon gewas voortgebracht (in paren), —
Wij hebben de hemelen en de aarde en alles wat daartussen is in zes dagen geschapen, en geen gevoel van vermoeidheid raakte Ons aan.
De dag waarop de aarde vaneengescheurd zal worden, terwijl (de mensen) zich naar buiten haasten: dat zal een bijeenvergadering zijn, — heel gemakkelijk voor Ons.
Op de aarde zijn tekenen voor hen die een verzekerd geloof hebben,
Dan, bij de Heer van hemel en aarde, dit is de zuivere waarheid, even zeker als het feit dat u verstandig met elkaar kunt spreken.
En Wij hebben de (ruime) aarde uitgespreid: hoe voortreffelijk spreiden Wij uit!
Of hebben zij de hemelen en de aarde geschapen? Nee, zij hebben geen vaste overtuiging.
Ja, aan Allah behoort alles wat in de hemelen en op de aarde is: opdat Hij hen die kwaad doen vergeldt naar hun daden, en Hij hen die goed doen beloont met het beste.
Zij die de grote zonden en schandelijke daden vermijden, en slechts in kleine fouten (vervallen),- voorwaar, uw Heer is overvloedig in vergeving. Hij kent u wel wanneer Hij u uit de aarde voortbrengt, en wanneer u verborgen bent in de schoot van uw moeders. Rechtvaardig uzelf daarom niet: Hij weet het best wie het is die zich voor het kwade hoedt.
En Wij deden de aarde uitbarsten in bronnen, zodat de wateren elkaar ontmoetten (en stegen) tot de mate die verordend was.
Hij is het Die de aarde heeft uitgespreid voor (Zijn) schepselen:
Van Hem vraagt ieder schepsel in de hemelen en op aarde (wat het nodig heeft): elke dag (straalt) Hij in (nieuwe) luister!
O vergadering van djinn en mensen! Indien u voorbij de gebieden van de hemelen en de aarde kunt gaan, ga dan! Niet zonder machtiging zult u kunnen gaan!
Wanneer de aarde tot in haar diepten geschud zal worden,
Al wat in de hemelen en op de aarde is, — laat het de lof en heerlijkheid van Allah verkondigen: want Hij is de Verhevene in macht, de Wijze.
Aan Hem behoort de heerschappij van de hemelen en de aarde: Hij is het Die leven geeft en doet sterven; en Hij heeft macht over alle dingen.
Hij is het Die de hemelen en de aarde in zes dagen geschapen heeft, en Die bovendien vast gezeteld is op de troon (van gezag). Hij weet wat de aarde binnengaat en wat daaruit voortkomt, wat uit de hemel neerdaalt en wat daarheen opstijgt. En Hij is met u, waar u ook bent. En Allah ziet zeer wel al wat u doet.
Aan Hem behoort de heerschappij van de hemelen en de aarde: en alle zaken worden tot Allah teruggebracht.
En welke reden hebt u om niet uit te geven op de weg van Allah? — Want aan Allah behoort het erfdeel van de hemelen en de aarde. Niet gelijk onder u zijn zij die (vrijelijk) uitgaven en streden vóór de overwinning, (met hen die dat later deden). Dezen zijn hoger in rang dan zij die naderhand (vrijelijk) uitgaven en streden. Maar aan allen heeft Allah een goede (beloning) beloofd. En Allah is zeer goed bekend met alles wat u doet.
Weet (allen) dat Allah de aarde leven geeft na haar dood! Reeds hebben Wij u de tekenen duidelijk getoond, opdat u wijsheid zult leren.
Wees de voorsten (in het zoeken naar) vergeving van uw Heer, en naar een hof (van gelukzaligheid), waarvan de breedte is als de breedte van hemel en aarde, bereid voor hen die geloven in Allah en Zijn boodschappers: dat is de genade van Allah, die Hij schenkt aan wie het Hem behaagt: en Allah is de Heer van overvloedige genade.
Geen ramp kan op aarde of in uw zielen geschieden, of zij is opgetekend in een besluit voordat Wij haar tot bestaan brengen: dat is waarlijk gemakkelijk voor Allah:
Ziet u niet dat Allah (alles) weet wat in de hemelen en op aarde is? Er is geen heimelijk overleg tussen drie, of Hij is de vierde onder hen,- noch tussen vijf, of Hij is de zesde,- noch tussen minder noch meer, of Hij is in hun midden, waar zij ook zijn: ten slotte zal Hij hun de waarheid van hun handelen vertellen, op de dag van het oordeel. Want Allah heeft volkomen kennis van alle dingen.
Al wat in de hemelen en op aarde is, laat het de lof en heerlijkheid van Allah verkondigen: want Hij is de Verhevene in macht, de Wijze.
Hij is Allah, de Schepper, de Voortbrenger, de Schenker van vormen (of kleuren). Aan Hem behoren de schoonste namen: al wat in de hemelen en op aarde is, verkondigt Zijn lof en heerlijkheid: en Hij is de Verhevene in macht, de Wijze.
Al wat in de hemelen en op aarde is, laat het de lof en heerlijkheid van Allah verkondigen: want Hij is de Verhevene in macht, de Wijze.
Al wat in de hemelen en op aarde is, verkondigt de lof en heerlijkheid van Allah,- de Soeverein, de Heilige, de Verhevene in macht, de Wijze.
En wanneer het gebed is beëindigd, dan mag u zich verspreiden door het land, en zoeken van de goedheid van Allah: en gedenk de lof van Allah veelvuldig (en zonder ophouden): opdat u voorspoedig zult zijn.
Zij zijn het die zeggen: "Geef niets uit aan hen die bij de boodschapper van Allah zijn, opdat zij zich zullen verspreiden (en Medina verlaten)." Maar aan Allah behoren de schatten van de hemelen en de aarde; maar de huichelaars verstaan het niet.
Al wat in de hemelen en op aarde is, verkondigt de lof en heerlijkheid van Allah: aan Hem behoort de heerschappij, en aan Hem behoort de lof: en Hij heeft macht over alle dingen.
Hij heeft de hemelen en de aarde geschapen in juiste verhoudingen, en heeft u gestalte gegeven, en uw gestalten schoon gemaakt: en tot Hem is de uiteindelijke bestemming.
Hij weet wat in de hemelen en op aarde is; en Hij weet wat u verbergt en wat u openbaart: ja, Allah kent zeer wel de (geheimen) van (alle) harten.
Allah is Hij Die zeven hemelen heeft geschapen en van de aarde een gelijk aantal. Door het midden van hen (alle) daalt Zijn gebod neer: opdat u zult weten dat Allah macht heeft over alle dingen, en dat Allah alle dingen omvat in (Zijn) kennis.
Hij is het Die de aarde voor u begaanbaar heeft gemaakt; trek dus door haar streken en geniet van het levensonderhoud dat Hij verschaft: maar tot Hem is de opstanding.
Voelt u zich er veilig voor dat Hij Die in de hemel is u niet door de aarde zal doen verzwelgen wanneer zij beeft (als bij een aardbeving)?
Zeg: "Hij is het Die u over de aarde heeft vermenigvuldigd, en tot Hem zult u verzameld worden."
En de aarde wordt bewogen, en haar bergen, en zij met één slag tot stof worden verbrijzeld, –
En alles, alles wat op aarde is, – opdat het hem zou kunnen redden:
"'En Allah heeft u uit de aarde doen voortkomen, (geleidelijk) groeiend,'"
"'En Allah heeft de aarde voor u tot een (uitgespreid) tapijt gemaakt,'"
En NoachNuh zei: "O mijn Heer! Laat van de ongelovigen niet één op aarde over!"
'En wij begrijpen niet of kwaad bedoeld wordt voor hen die op aarde zijn, of dat hun Heer (werkelijk) voornemens is hen tot recht gedrag te leiden.'
'Maar wij menen dat wij Allah geenszins kunnen ontgaan op heel de aarde, noch Hem kunnen ontgaan door te vluchten.'
Op een dag zullen de aarde en de bergen in hevige beroering zijn. En de bergen zullen zijn als een hoop zand, uitgestort en wegvloeiend.
Uw Heer weet dat u bijna twee derde van de nacht staat (tot het gebed), of de helft van de nacht, of een derde van de nacht, en zo doet ook een deel van hen die met u zijn. Maar Allah bepaalt nacht en dag naar juiste maat. Hij weet dat u niet in staat bent dit te tellen. Daarom heeft Hij Zich (in barmhartigheid) tot u gewend: lees daarom van de Koran zoveel als u gemakkelijk valt. Hij weet dat er (sommigen) onder u kunnen zijn die ziek zijn; anderen die door het land reizen, zoekend naar Allahs milddadigheid; weer anderen die strijden voor Allahs zaak. Lees daarom zoveel van de Koran als (u) gemakkelijk valt; en onderhoud standvastig het gebed en geef geregeld aalmoezen; en leen aan Allah een schone lening. En al het goede dat u voor uw ziel vooruitzendt, u zult het vinden in Allahs tegenwoordigheid, — ja, beter en groter, in beloning. En zoek de genade van Allah: want Allah is de Veelvergevende, de Meest Barmhartige.
Hebben Wij de aarde niet gemaakt (tot een plaats) om samen te brengen.
Hebben Wij de aarde niet gemaakt als een wijde uitgestrektheid,
(Van) de Heer van de hemelen en de aarde, en al wat daartussen is, (Allah) de Meest Genadevolle: niemand zal de macht hebben met Hem te twisten.
En de aarde heeft Hij bovendien uitgespreid (tot een wijde uitgestrektheid);
En Wij splijten de aarde in stukken,
En wanneer de aarde wordt vlakgemaakt,
Hem aan Wie de heerschappij van de hemelen en de aarde toebehoort! En Allah is Getuige van alle dingen.
En bij de aarde die zich opent (voor het opwellen van bronnen of het ontkiemen van gewas),-
En naar de aarde, hoe zij uitgespreid is?
Nee! Wanneer de aarde tot stof verpulverd wordt,
Bij de aarde en haar (wijde) uitgestrektheid:
Wanneer de aarde geschud wordt tot haar (uiterste) beving,
En de aarde haar lasten (van binnenuit) opwerpt,
Hadith waarin Aarde wordt genoemd1050 vermeldingen
Hadith zijn later overgeleverde berichten en staan daarom los van de Korantekst. Onderstaande koppelingen zijn exacte naam- of termvermeldingen, geen oordeel over betrouwbaarheid of uitleg.
…k keek omhoog en zag dezelfde engel die mij in de grot van Hira had bezocht, gezeten op een troon tussen de hemel en de aarde. Ik werd bevreesd voor hem en keerde naar huis terug en zei: 'Wikkel mij in (dekens).' En toen openbaarde Allah de volgende heilige verzen (van de Koran): 'O gij (dat wil zeggen Mohammed)! die in gewaden gehuld zijt! Sta op en waarsch…
…rs, en elk moment loopt hij het gevaar er binnen te gaan. (O mensen!) Weet dit! Elke koning heeft een Hima, en de Hima van Allah op aarde zijn Zijn verboden zaken. Weet dit! In het lichaam is er een stuk vlees: wanneer het goed (hervormd) wordt, wordt het hele lichaam goed, maar wanneer het bedorven raakt, raakt het hele lichaam bedorven, en dat is het hart.
…orbeeld van de leiding en kennis waarmee Allah mij gezonden heeft, is als overvloedige regen die op de aarde valt. Een deel daarvan was vruchtbare grond die het regenwater opnam en overvloedig gewas en gras voortbracht. (En) een ander deel ervan was hard en hield het regenwater vast, en Allah liet de mensen er profijt van hebben en zij gebruikten het om te d…
Eens ging de Profeet (ﷺ) ons voor in de isha-salaat gedurende de laatste dagen van zijn leven, en nadat hij die (de salaat) had beëindigd (met de Taslim), zei hij: "Beseffen jullie (het belang van) deze nacht? Niemand die vannacht op het aardoppervlak leeft, zal na verloop van honderd jaar vanaf deze nacht nog in leven zijn."
Ik zette water klaar voor het bad van de Profeet. Hij waste zijn handen twee of drie keer en goot vervolgens water over zijn linkerhand en waste zijn schaamdelen. Hij wreef zijn handen over de grond (en reinigde ze), spoelde zijn mond, waste zijn neus door er water in te doen en het uit te blazen, waste zijn gezicht en beide onderarmen en goot vervolgens wat…
De Profeet (ﷺ) nam het bad van janaba (na gemeenschap of een natte droom). Hij reinigde eerst zijn schaamdelen met zijn hand, wreef die (hand) toen tegen de muur (grond) en waste die. Toen verrichtte hij wudu zoals voor de salaat, en na het bad waste hij zijn voeten.