Wat is het oudste handschrift van de Koran dat we bezitten, en hoe betrouwbaar is de overgeleverde tekst? Deze pagina geeft een feitelijk overzicht van de belangrijkste vroege handschriften — hun datering, ontdekking en betekenis — en maakt daarbij onderscheid tussen zeer oude losse fragmenten en de oudste bijna-volledige handschriften.
Volgens de islamitische overlevering werd de Koran vanaf 610 na Christus aan Mohammed geopenbaard en aanvankelijk vooral mondeling bewaard en gereciteerd, naast losse aantekeningen. Onder de derde kalief Oethman ibn Affan (rond 650) zou een gestandaardiseerde schriftelijke versie zijn vastgesteld — de zogeheten Oethmaanse redactie — en zouden kopieën naar de belangrijkste steden zijn gestuurd. De oudste handschriften die we vandaag bezitten stammen uit precies deze vroegste periode van de islam, wat de tekstwetenschap in staat stelt de overlevering te toetsen.
Twee perkamentbladen in de Mingana-collectie van de Universiteit van Birmingham gelden als een van de oudste bekende koranfragmenten. Ze werden in 2015 herkend door de promovenda Alba Fedeli, die ze losmaakte van een ander handschrift waarmee ze verkeerd waren ingebonden. Een koolstof-14-datering plaatste het perkament met 95,4% waarschijnlijkheid tussen 568 en 645 na Christus. De bladen zijn geschreven in hidjazi-schrift en bevatten gedeelten van de soera's 18 tot 20. De datering van het perkament valt daarmee samen met (of zelfs vóór) het leven van Mohammed; wetenschappers benadrukken wel dat koolstofdatering het perkament dateert, niet noodzakelijk het moment waarop de inkt werd aangebracht.
Bij restauratiewerk aan de Grote Moskee van Sana'a (Jemen) werd in 1972 een grote hoeveelheid oude perkamenten ontdekt. Daaronder bevond zich een palimpsest: perkament waarvan een oudere tekst was afgeschraapt en overschreven. De onderliggende (gewiste) tekst is met moderne technieken weer leesbaar gemaakt en bevat enkele tekstvarianten ten opzichte van de latere standaardtekst — voor tekstwetenschappers een uniek venster op de vroegste overlevering. Het perkament is met koolstofdatering in de 7e eeuw geplaatst.
Deze codex, waarvan de bladen verspreid bewaard worden in Parijs, Sint-Petersburg, Vaticaanstad en Londen, dateert uit de late 7e of vroege 8e eeuw en bewaart een aanzienlijk deel van de tekst. Vergelijkbaar oud zijn onder meer het Tübingen-fragment (met koolstofdatering ca. 649–675) en verschillende hidjazi-bladen in bibliotheken wereldwijd.
De zeer vroege stukken hierboven zijn fragmenten. Complete of bijna-complete handschriften zijn iets jonger, omdat een volledige Koran overschrijven een omvangrijk werk was en perkament kostbaar. De bekendste vroege, grotendeels volledige exemplaren zijn:
De vroege handschriften laten zien dat de medeklinker-tekst van de Koran al zeer kort na het ontstaan grotendeels vaststond: de meeste fragmenten komen sterk overeen met de tekst zoals die vandaag gedrukt wordt. Tegelijk tonen stukken als het Sana'a-palimpsest dat er in de allervroegste tijd nog kleine varianten bestonden, die onderwerp van wetenschappelijk onderzoek zijn. De vroegste handschriften missen bovendien nog de latere diakritische punten en klinkertekens; die zijn in de loop van de 8e en 9e eeuw toegevoegd om de uitspraak eenduidig vast te leggen.
Voor deze uitgave is dat relevant om twee redenen. Ten eerste bevestigt het dat de Arabische brontekst een oude en stabiele overlevering kent. Ten tweede onderstreept het dat élke weergave — of het nu gaat om het invoegen van klinkertekens of om een vertaling naar het Nederlands — een stap is ná de oorspronkelijke medeklinker-tekst. De Open Koranvertaling wil naar die Arabische brontekst toeleiden, niet ervoor in de plaats komen; zie ook Kan de Koran vertaald worden?
Deze pagina vat de stand van het onderzoek beknopt samen; dateringen van vroege handschriften zijn soms onderwerp van wetenschappelijk debat.