Open Koran Weergave
Deze site is in concept en onder zware bewerking. Versie 1 staat gepland voor 1 september 2026.

Soera 45. Al-Djaathija — De Knielende

Deze vertaling is in bewerking en heeft de status van een concept; de tekst wordt nog gecontroleerd en kan wijzigen.

De Nederlandse weergave van soera 45 (Al-Djaathija, “De Knielende”), 37 verzen, naar de Engelse vertaling van Abdullah Yusuf Ali (1934, publiek domein). Lees deze soera interactief met het Arabische origineel, transliteratie, voorleesfunctie en toelichting.

Tekenen van Allah in de schepping

1

Ḥā, Mīm (حمٓ)

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ حمٓ

2

De openbaring van het Boek is van Allah, de Verhevene in macht, vol van wijsheid.

تَنزِيلُ ٱلْكِتَٰبِ مِنَ ٱللَّهِ ٱلْعَزِيزِ ٱلْحَكِيمِ

3

Voorwaar, in de hemelen en de aarde zijn tekenen voor hen die geloven.

إِنَّ فِى ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ لَـَٔايَٰتٍ لِّلْمُؤْمِنِينَ

4

En in de schepping van uzelf en het feit dat de dieren (over de aarde) verspreid zijn, zijn tekenen voor hen die een vast geloof hebben.

وَفِى خَلْقِكُمْ وَمَا يَبُثُّ مِن دَآبَّةٍ ءَايَٰتٌ لِّقَوْمٍ يُوقِنُونَ

5

En in de afwisseling van nacht en dag, en het feit dat Allah levensonderhoud uit de hemel neerzendt, en daarmee de aarde na haar dood doet herleven, en in de verandering van de winden,- zijn tekenen voor hen die wijs zijn.

وَٱخْتِلَٰفِ ٱلَّيْلِ وَٱلنَّهَارِ وَمَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ مِنَ ٱلسَّمَآءِ مِن رِّزْقٍ فَأَحْيَا بِهِ ٱلْأَرْضَ بَعْدَ مَوْتِهَا وَتَصْرِيفِ ٱلرِّيَٰحِ ءَايَٰتٌ لِّقَوْمٍ يَعْقِلُونَ

6

Dat zijn de tekenen van Allah, die Wij u in waarheid voordragen; in welke verkondiging zullen zij dan geloven na (het verwerpen van) Allah en Zijn tekenen?

تِلْكَ ءَايَٰتُ ٱللَّهِ نَتْلُوهَا عَلَيْكَ بِٱلْحَقِّ فَبِأَىِّ حَدِيثٍۭ بَعْدَ ٱللَّهِ وَءَايَٰتِهِۦ يُؤْمِنُونَ

Waarschuwing aan de spotters van de openbaring

7

Wee elke zondige handelaar in leugens:

وَيْلٌ لِّكُلِّ أَفَّاكٍ أَثِيمٍ

8

Hij hoort de tekenen van Allah die hem worden voorgedragen, maar blijft hardnekkig en hoogmoedig, alsof hij ze niet gehoord had: kondig hem dan een smartelijke straf aan!

يَسْمَعُ ءَايَٰتِ ٱللَّهِ تُتْلَىٰ عَلَيْهِ ثُمَّ يُصِرُّ مُسْتَكْبِرًا كَأَن لَّمْ يَسْمَعْهَا فَبَشِّرْهُ بِعَذَابٍ أَلِيمٍ

9

En wanneer hij iets van Onze tekenen verneemt, drijft hij er de spot mee: voor zulken zal er een vernederende straf zijn.

وَإِذَا عَلِمَ مِنْ ءَايَٰتِنَا شَيْـًٔا ٱتَّخَذَهَا هُزُوًا أُو۟لَٰٓئِكَ لَهُمْ عَذَابٌ مُّهِينٌ

10

Vóór hen is de hel: en niets van hetgeen zij verworven hebben zal hun baten, noch de beschermers die zij zich buiten Allah genomen hebben: voor hen is er een geweldige straf.

مِّن وَرَآئِهِمْ جَهَنَّمُ وَلَا يُغْنِى عَنْهُم مَّا كَسَبُوا۟ شَيْـًٔا وَلَا مَا ٱتَّخَذُوا۟ مِن دُونِ ٱللَّهِ أَوْلِيَآءَ وَلَهُمْ عَذَابٌ عَظِيمٌ

11

Dit is (ware) leiding en voor hen die de tekenen van hun Heer verwerpen, is er een smartelijke straf van gruwel.

هَٰذَا هُدًى وَٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ بِـَٔايَٰتِ رَبِّهِمْ لَهُمْ عَذَابٌ مِّن رِّجْزٍ أَلِيمٌ

De schepping dienstbaar gemaakt aan de mens

12

Allah is het Die de zee aan u dienstbaar heeft gemaakt, opdat de schepen daarop varen op Zijn bevel, opdat u van Zijn gunst zoekt, en opdat u dankbaar zou zijn.

ٱللَّهُ ٱلَّذِى سَخَّرَ لَكُمُ ٱلْبَحْرَ لِتَجْرِىَ ٱلْفُلْكُ فِيهِ بِأَمْرِهِۦ وَلِتَبْتَغُوا۟ مِن فَضْلِهِۦ وَلَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ

13

En Hij heeft aan u dienstbaar gemaakt, als van Hem, al wat in de hemelen en op de aarde is: zie, daarin zijn waarlijk tekenen voor hen die nadenken.

وَسَخَّرَ لَكُم مَّا فِى ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَمَا فِى ٱلْأَرْضِ جَمِيعًا مِّنْهُ إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَـَٔايَٰتٍ لِّقَوْمٍ يَتَفَكَّرُونَ

14

Zeg tot hen die geloven, dat zij hun vergeven die niet uitzien naar de dagen van Allah: het is aan Hem om elk volk te vergelden (ten goede of ten kwade) naar hetgeen zij verworven hebben.

قُل لِّلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ يَغْفِرُوا۟ لِلَّذِينَ لَا يَرْجُونَ أَيَّامَ ٱللَّهِ لِيَجْزِىَ قَوْمًۢا بِمَا كَانُوا۟ يَكْسِبُونَ

15

Indien iemand een rechtvaardige daad doet, komt dit zijn eigen ziel ten goede; indien hij kwaad doet, werkt het tegen (zijn eigen ziel). Ten slotte zult u (allen) tot uw Heer worden teruggebracht.

مَنْ عَمِلَ صَٰلِحًا فَلِنَفْسِهِۦ وَمَنْ أَسَآءَ فَعَلَيْهَا ثُمَّ إِلَىٰ رَبِّكُمْ تُرْجَعُونَ

16

Wij hebben voorheen aan de kinderen van Israël het Boek gegeven, de macht van het bevel, en het profeetschap; Wij gaven hun, als levensonderhoud, goede en reine dingen; en Wij hebben hen boven de volken begunstigd.

وَلَقَدْ ءَاتَيْنَا بَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ ٱلْكِتَٰبَ وَٱلْحُكْمَ وَٱلنُّبُوَّةَ وَرَزَقْنَٰهُم مِّنَ ٱلطَّيِّبَٰتِ وَفَضَّلْنَٰهُمْ عَلَى ٱلْعَٰلَمِينَ

17

En Wij hebben hun duidelijke tekenen gegeven in de zaken (van de godsdienst): het was pas nadat hun kennis geschonken was, dat zij tot scheuringen vervielen, door onbeschaamde afgunst onder elkaar. Voorwaar, uw Heer zal op de dag van het oordeel tussen hen richten over de zaken waarin zij van elkaar verschilden.

وَءَاتَيْنَٰهُم بَيِّنَٰتٍ مِّنَ ٱلْأَمْرِ فَمَا ٱخْتَلَفُوٓا۟ إِلَّا مِنۢ بَعْدِ مَا جَآءَهُمُ ٱلْعِلْمُ بَغْيًۢا بَيْنَهُمْ إِنَّ رَبَّكَ يَقْضِى بَيْنَهُمْ يَوْمَ ٱلْقِيَٰمَةِ فِيمَا كَانُوا۟ فِيهِ يَخْتَلِفُونَ

18

Daarna hebben Wij u op de (rechte) weg van de godsdienst gesteld: volg dan die (weg), en volg niet de begeerten van hen die niet weten.

ثُمَّ جَعَلْنَٰكَ عَلَىٰ شَرِيعَةٍ مِّنَ ٱلْأَمْرِ فَٱتَّبِعْهَا وَلَا تَتَّبِعْ أَهْوَآءَ ٱلَّذِينَ لَا يَعْلَمُونَ

19

Zij zullen u niets baten voor het aangezicht van Allah: het zijn slechts de onrechtvaardigen (die) elkaar (tot) beschermers (zijn): maar Allah is de Beschermer van de rechtvaardigen.

إِنَّهُمْ لَن يُغْنُوا۟ عَنكَ مِنَ ٱللَّهِ شَيْـًٔا وَإِنَّ ٱلظَّٰلِمِينَ بَعْضُهُمْ أَوْلِيَآءُ بَعْضٍ وَٱللَّهُ وَلِىُّ ٱلْمُتَّقِينَ

20

Dit zijn duidelijke bewijzen voor de mensen en een leiding en barmhartigheid voor hen die een vast geloof hebben.

هَٰذَا بَصَٰٓئِرُ لِلنَّاسِ وَهُدًى وَرَحْمَةٌ لِّقَوْمٍ يُوقِنُونَ

De ontkenning van de opstanding

21

Wat! Menen zij die kwade wegen najagen, dat Wij hen gelijk zullen stellen aan hen die geloven en rechtvaardige daden doen,- dat hun leven en hun sterven gelijk zullen zijn? Kwaad is het oordeel dat zij vellen.

أَمْ حَسِبَ ٱلَّذِينَ ٱجْتَرَحُوا۟ ٱلسَّيِّـَٔاتِ أَن نَّجْعَلَهُمْ كَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ سَوَآءً مَّحْيَاهُمْ وَمَمَاتُهُمْ سَآءَ مَا يَحْكُمُونَ

22

Allah heeft de hemelen en de aarde met een rechtvaardig doel geschapen, en opdat elke ziel de vergelding zou vinden van hetgeen zij verworven heeft, en niemand van hen onrecht wordt aangedaan.

وَخَلَقَ ٱللَّهُ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ بِٱلْحَقِّ وَلِتُجْزَىٰ كُلُّ نَفْسٍۭ بِمَا كَسَبَتْ وَهُمْ لَا يُظْلَمُونَ

23

Ziet u dan hem die zijn eigen ijdele begeerte tot zijn god neemt? Allah heeft hem, (hem als zodanig) kennende, laten afdwalen, en zijn gehoor en zijn hart (en verstand) verzegeld, en een bedekking over zijn ogen gelegd. Wie zal hem dan leiden nadat Allah (de leiding heeft weggenomen)? Zult u dan geen vermaning aannemen?

أَفَرَءَيْتَ مَنِ ٱتَّخَذَ إِلَٰهَهُۥ هَوَىٰهُ وَأَضَلَّهُ ٱللَّهُ عَلَىٰ عِلْمٍ وَخَتَمَ عَلَىٰ سَمْعِهِۦ وَقَلْبِهِۦ وَجَعَلَ عَلَىٰ بَصَرِهِۦ غِشَٰوَةً فَمَن يَهْدِيهِ مِنۢ بَعْدِ ٱللَّهِ أَفَلَا تَذَكَّرُونَ

24

En zij zeggen: "Wat is er anders dan ons leven in deze wereld? Wij sterven en wij leven, en niets dan de tijd kan ons vernietigen." Maar daarvan hebben zij geen kennis: zij vermoeden slechts:

وَقَالُوا۟ مَا هِىَ إِلَّا حَيَاتُنَا ٱلدُّنْيَا نَمُوتُ وَنَحْيَا وَمَا يُهْلِكُنَآ إِلَّا ٱلدَّهْرُ وَمَا لَهُم بِذَٰلِكَ مِنْ عِلْمٍ إِنْ هُمْ إِلَّا يَظُنُّونَ

25

En wanneer Onze duidelijke tekenen hun worden voorgedragen, is hun bewijsvoering niets anders dan dit: zij zeggen: "Breng onze voorvaderen (terug), indien hetgeen u zegt waar is!"

وَإِذَا تُتْلَىٰ عَلَيْهِمْ ءَايَٰتُنَا بَيِّنَٰتٍ مَّا كَانَ حُجَّتَهُمْ إِلَّآ أَن قَالُوا۟ ٱئْتُوا۟ بِـَٔابَآئِنَآ إِن كُنتُمْ صَٰدِقِينَ

26

Zeg: "Het is Allah Die u het leven geeft, en u daarna doet sterven; daarna zal Hij u bijeenbrengen voor de dag van het oordeel waaraan geen twijfel is": maar de meeste mensen begrijpen het niet.

قُلِ ٱللَّهُ يُحْيِيكُمْ ثُمَّ يُمِيتُكُمْ ثُمَّ يَجْمَعُكُمْ إِلَىٰ يَوْمِ ٱلْقِيَٰمَةِ لَا رَيْبَ فِيهِ وَلَٰكِنَّ أَكْثَرَ ٱلنَّاسِ لَا يَعْلَمُونَ

De knielende gezindten voor het oordeel

27

Aan Allah behoort de heerschappij van de hemelen en de aarde, en op de dag dat het uur van het oordeel aanbreekt,- op die dag zullen de handelaars in leugens verloren gaan!

وَلِلَّهِ مُلْكُ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ وَيَوْمَ تَقُومُ ٱلسَّاعَةُ يَوْمَئِذٍ يَخْسَرُ ٱلْمُبْطِلُونَ

28

En u zult elke gezindte geknield zien: elke gezindte zal tot haar boek worden geroepen: "Deze dag zult u vergolden worden voor al wat u deed!"

وَتَرَىٰ كُلَّ أُمَّةٍ جَاثِيَةً كُلُّ أُمَّةٍ تُدْعَىٰٓ إِلَىٰ كِتَٰبِهَا ٱلْيَوْمَ تُجْزَوْنَ مَا كُنتُمْ تَعْمَلُونَ

29

"Dit Ons boek spreekt over u met waarheid: want Wij plachten al wat u deed op te tekenen."

هَٰذَا كِتَٰبُنَا يَنطِقُ عَلَيْكُم بِٱلْحَقِّ إِنَّا كُنَّا نَسْتَنسِخُ مَا كُنتُمْ تَعْمَلُونَ

30

Wat dan hen betreft die geloofden en rechtvaardige daden deden, hun Heer zal hen toelaten tot Zijn barmhartigheid: dat zal het welslagen zijn dat allen zullen zien.

فَأَمَّا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ فَيُدْخِلُهُمْ رَبُّهُمْ فِى رَحْمَتِهِۦ ذَٰلِكَ هُوَ ٱلْفَوْزُ ٱلْمُبِينُ

31

Maar wat hen betreft die Allah verwierpen, (tot hen zal gezegd worden:) "Werden Onze tekenen u niet voorgedragen? Maar u was hoogmoedig, en u was een volk dat aan zonde was overgegeven!"

وَأَمَّا ٱلَّذِينَ كَفَرُوٓا۟ أَفَلَمْ تَكُنْ ءَايَٰتِى تُتْلَىٰ عَلَيْكُمْ فَٱسْتَكْبَرْتُمْ وَكُنتُمْ قَوْمًا مُّجْرِمِينَ

32

"En toen er gezegd werd dat de belofte van Allah waar was, en dat er aan het uur geen twijfel was omtrent zijn (komst), placht u te zeggen: 'Wij weten niet wat het uur is: wij denken slechts dat het een denkbeeld is, en wij hebben geen vaste zekerheid.'"

وَإِذَا قِيلَ إِنَّ وَعْدَ ٱللَّهِ حَقٌّ وَٱلسَّاعَةُ لَا رَيْبَ فِيهَا قُلْتُم مَّا نَدْرِى مَا ٱلسَّاعَةُ إِن نَّظُنُّ إِلَّا ظَنًّا وَمَا نَحْنُ بِمُسْتَيْقِنِينَ

33

Dan zullen hun de kwade (vruchten) van hetgeen zij deden verschijnen, en zij zullen geheel omsloten worden door hetgeen waarmee zij plachten te spotten!

وَبَدَا لَهُمْ سَيِّـَٔاتُ مَا عَمِلُوا۟ وَحَاقَ بِهِم مَّا كَانُوا۟ بِهِۦ يَسْتَهْزِءُونَ

34

Ook zal er gezegd worden: "Deze dag zullen Wij u vergeten, zoals u de ontmoeting van deze uw dag vergat! en uw verblijfplaats is het vuur, en helpers hebt u niet!"

وَقِيلَ ٱلْيَوْمَ نَنسَىٰكُمْ كَمَا نَسِيتُمْ لِقَآءَ يَوْمِكُمْ هَٰذَا وَمَأْوَىٰكُمُ ٱلنَّارُ وَمَا لَكُم مِّن نَّٰصِرِينَ

35

"Dit, omdat u de tekenen van Allah tot spot placht te nemen, en het leven van de wereld u bedroog:" (vanaf) die dag zullen zij daarom daaruit niet worden weggenomen, noch zullen zij in genade worden aangenomen.

ذَٰلِكُم بِأَنَّكُمُ ٱتَّخَذْتُمْ ءَايَٰتِ ٱللَّهِ هُزُوًا وَغَرَّتْكُمُ ٱلْحَيَوٰةُ ٱلدُّنْيَا فَٱلْيَوْمَ لَا يُخْرَجُونَ مِنْهَا وَلَا هُمْ يُسْتَعْتَبُونَ

36

Lof zij dan Allah, Heer van de hemelen en Heer van de aarde,- Heer en Onderhouder van al de werelden!

فَلِلَّهِ ٱلْحَمْدُ رَبِّ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَرَبِّ ٱلْأَرْضِ رَبِّ ٱلْعَٰلَمِينَ

37

Hem zij de heerlijkheid in de hemelen en op de aarde: en Hij is de Verhevene in macht, vol van wijsheid!

وَلَهُ ٱلْكِبْرِيَآءُ فِى ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ وَهُوَ ٱلْعَزِيزُ ٱلْحَكِيمُ