Open Koran Weergave
Deze site is in concept en onder zware bewerking. Versie 1 staat gepland voor 1 september 2026.

Soera 58. Al-Moedjaadila — De Twistende Vrouw

Deze vertaling is in bewerking en heeft de status van een concept; de tekst wordt nog gecontroleerd en kan wijzigen.

De Nederlandse weergave van soera 58 (Al-Moedjaadila, “De Twistende Vrouw”), 22 verzen, naar de Engelse vertaling van Abdullah Yusuf Ali (1934, publiek domein). Lees deze soera interactief met het Arabische origineel, transliteratie, voorleesfunctie en toelichting.

De twistende vrouw en de zihar-scheiding

1

Allah heeft voorzeker de woorden gehoord (en aanvaard) van de vrouw die bij u pleit aangaande haar echtgenoot en haar klacht (in gebed) tot Allah brengt: en Allah hoort (altijd) de woordenwisseling tussen beide zijden onder u: want Allah hoort en ziet (alle dingen).

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ قَدْ سَمِعَ ٱللَّهُ قَوْلَ ٱلَّتِى تُجَٰدِلُكَ فِى زَوْجِهَا وَتَشْتَكِىٓ إِلَى ٱللَّهِ وَٱللَّهُ يَسْمَعُ تَحَاوُرَكُمَآ إِنَّ ٱللَّهَ سَمِيعٌۢ بَصِيرٌ

2

Indien mannen onder u zich van hun vrouwen scheiden door zihar (door hen moeders te noemen), kunnen zij hun moeders niet zijn: niemand kan hun moeder zijn dan zij die hen gebaard hebben. En in werkelijkheid gebruiken zij woorden die (zowel) ongerechtig als vals zijn: maar waarlijk, Allah is Degene Die (zonden) uitwist en (telkens weer) vergeeft.

ٱلَّذِينَ يُظَٰهِرُونَ مِنكُم مِّن نِّسَآئِهِم مَّا هُنَّ أُمَّهَٰتِهِمْ إِنْ أُمَّهَٰتُهُمْ إِلَّا ٱلَّٰٓـِٔى وَلَدْنَهُمْ وَإِنَّهُمْ لَيَقُولُونَ مُنكَرًا مِّنَ ٱلْقَوْلِ وَزُورًا وَإِنَّ ٱللَّهَ لَعَفُوٌّ غَفُورٌ

3

Maar zij die zich van hun vrouwen scheiden door zihar en daarna willen terugkomen op de woorden die zij hebben geuit,- (het is verordend dat zo iemand) een slaaf zal vrijlaten voordat zij elkaar aanraken: aldus wordt u vermaand te handelen: en Allah is nauwkeurig bekend met (alles) wat u doet.

وَٱلَّذِينَ يُظَٰهِرُونَ مِن نِّسَآئِهِمْ ثُمَّ يَعُودُونَ لِمَا قَالُوا۟ فَتَحْرِيرُ رَقَبَةٍ مِّن قَبْلِ أَن يَتَمَآسَّا ذَٰلِكُمْ تُوعَظُونَ بِهِۦ وَٱللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ خَبِيرٌ

4

En als iemand (de middelen) niet heeft, dan zal hij twee maanden achtereen vasten voordat zij elkaar aanraken. Maar als iemand daartoe niet in staat is, dan zal hij zestig behoeftigen voeden; dit, opdat u uw geloof in Allah en Zijn boodschapper zult tonen. Dat zijn de grenzen (gesteld door) Allah. Voor hen die (Hem) verwerpen is er een smartelijke straf.

فَمَن لَّمْ يَجِدْ فَصِيَامُ شَهْرَيْنِ مُتَتَابِعَيْنِ مِن قَبْلِ أَن يَتَمَآسَّا فَمَن لَّمْ يَسْتَطِعْ فَإِطْعَامُ سِتِّينَ مِسْكِينًا ذَٰلِكَ لِتُؤْمِنُوا۟ بِٱللَّهِ وَرَسُولِهِۦ وَتِلْكَ حُدُودُ ٱللَّهِ وَلِلْكَٰفِرِينَ عَذَابٌ أَلِيمٌ

Allahs alwetendheid over heimelijk overleg

5

Zij die zich tegen Allah en Zijn boodschapper verzetten, zullen tot in het stof vernederd worden, zoals zij die vóór hen waren: want Wij hebben reeds duidelijke tekenen neergezonden. En de ongelovigen (zullen) een vernederende straf (hebben),-

إِنَّ ٱلَّذِينَ يُحَآدُّونَ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ كُبِتُوا۟ كَمَا كُبِتَ ٱلَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ وَقَدْ أَنزَلْنَآ ءَايَٰتٍۭ بَيِّنَٰتٍ وَلِلْكَٰفِرِينَ عَذَابٌ مُّهِينٌ

6

Op de dag dat Allah hen allen (weer) zal opwekken en hun de waarheid (en betekenis) van hun handelen zal tonen. Allah heeft de (waarde) ervan berekend, ook al mogen zij het vergeten zijn, want Allah is Getuige van alle dingen.

يَوْمَ يَبْعَثُهُمُ ٱللَّهُ جَمِيعًا فَيُنَبِّئُهُم بِمَا عَمِلُوٓا۟ أَحْصَىٰهُ ٱللَّهُ وَنَسُوهُ وَٱللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ شَهِيدٌ

7

Ziet u niet dat Allah (alles) weet wat in de hemelen en op aarde is? Er is geen heimelijk overleg tussen drie, of Hij is de vierde onder hen,- noch tussen vijf, of Hij is de zesde,- noch tussen minder noch meer, of Hij is in hun midden, waar zij ook zijn: ten slotte zal Hij hun de waarheid van hun handelen vertellen, op de dag van het oordeel. Want Allah heeft volkomen kennis van alle dingen.

أَلَمْ تَرَ أَنَّ ٱللَّهَ يَعْلَمُ مَا فِى ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَمَا فِى ٱلْأَرْضِ مَا يَكُونُ مِن نَّجْوَىٰ ثَلَٰثَةٍ إِلَّا هُوَ رَابِعُهُمْ وَلَا خَمْسَةٍ إِلَّا هُوَ سَادِسُهُمْ وَلَآ أَدْنَىٰ مِن ذَٰلِكَ وَلَآ أَكْثَرَ إِلَّا هُوَ مَعَهُمْ أَيْنَ مَا كَانُوا۟ ثُمَّ يُنَبِّئُهُم بِمَا عَمِلُوا۟ يَوْمَ ٱلْقِيَٰمَةِ إِنَّ ٱللَّهَ بِكُلِّ شَىْءٍ عَلِيمٌ

8

Richt u uw blik niet op hen aan wie heimelijke beraadslagingen verboden waren en die toch terugkeren tot hetgeen hun verboden was (te doen)? En zij houden onder elkaar heimelijke beraadslagingen tot ongerechtigheid en vijandschap, en ongehoorzaamheid aan de boodschapper. En wanneer zij tot u komen, groeten zij u, niet zoals Allah u groet, (maar op kromme wijzen): en zij zeggen bij zichzelf: "Waarom straft Allah ons niet om onze woorden?" Genoeg voor hen is de hel: daarin zullen zij branden, en slecht is die bestemming!

أَلَمْ تَرَ إِلَى ٱلَّذِينَ نُهُوا۟ عَنِ ٱلنَّجْوَىٰ ثُمَّ يَعُودُونَ لِمَا نُهُوا۟ عَنْهُ وَيَتَنَٰجَوْنَ بِٱلْإِثْمِ وَٱلْعُدْوَٰنِ وَمَعْصِيَتِ ٱلرَّسُولِ وَإِذَا جَآءُوكَ حَيَّوْكَ بِمَا لَمْ يُحَيِّكَ بِهِ ٱللَّهُ وَيَقُولُونَ فِىٓ أَنفُسِهِمْ لَوْلَا يُعَذِّبُنَا ٱللَّهُ بِمَا نَقُولُ حَسْبُهُمْ جَهَنَّمُ يَصْلَوْنَهَا فَبِئْسَ ٱلْمَصِيرُ

9

O u die gelooft! Wanneer u heimelijk beraadslaagt, doe het dan niet tot ongerechtigheid en vijandschap, en ongehoorzaamheid aan de profeet; maar doe het tot gerechtigheid en zelfbeheersing; en vrees Allah, tot Wie u zult worden teruggebracht.

يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ إِذَا تَنَٰجَيْتُمْ فَلَا تَتَنَٰجَوْا۟ بِٱلْإِثْمِ وَٱلْعُدْوَٰنِ وَمَعْصِيَتِ ٱلرَّسُولِ وَتَنَٰجَوْا۟ بِٱلْبِرِّ وَٱلتَّقْوَىٰ وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ ٱلَّذِىٓ إِلَيْهِ تُحْشَرُونَ

10

Heimelijke beraadslagingen worden slechts (ingegeven) door de boze, opdat hij de gelovigen verdriet zou aandoen; maar hij kan hun in het minst niet schaden, behalve voor zover Allah het toelaat; en op Allah moeten de gelovigen hun vertrouwen stellen.

إِنَّمَا ٱلنَّجْوَىٰ مِنَ ٱلشَّيْطَٰنِ لِيَحْزُنَ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَلَيْسَ بِضَآرِّهِمْ شَيْـًٔا إِلَّا بِإِذْنِ ٱللَّهِ وَعَلَى ٱللَّهِ فَلْيَتَوَكَّلِ ٱلْمُؤْمِنُونَ

Gedragsregels voor bijeenkomsten en raadpleging

11

O u die gelooft! Wanneer u gezegd wordt in de bijeenkomsten plaats te maken, (spreid u dan uit en) maak plaats: (ruime) plaats zal Allah voor u bereiden. En wanneer u gezegd wordt op te staan, sta dan op: Allah zal hen onder u die geloven en aan wie (verborgen) kennis is verleend, verheffen tot (passende) rangen (en graden): en Allah is nauwkeurig bekend met alles wat u doet.

يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ إِذَا قِيلَ لَكُمْ تَفَسَّحُوا۟ فِى ٱلْمَجَٰلِسِ فَٱفْسَحُوا۟ يَفْسَحِ ٱللَّهُ لَكُمْ وَإِذَا قِيلَ ٱنشُزُوا۟ فَٱنشُزُوا۟ يَرْفَعِ ٱللَّهُ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ مِنكُمْ وَٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ ٱلْعِلْمَ دَرَجَٰتٍ وَٱللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ خَبِيرٌ

12

O u die gelooft! Wanneer u de boodschapper in het geheim raadpleegt, geef dan iets als aalmoes vóór uw geheime raadpleging. Dat zal het beste voor u zijn, en het meest bevorderlijk voor de reinheid (van handel en wandel). Maar indien u (de middelen) niet vindt, Allah is Veelvergevend, Meest Barmhartig.

يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ إِذَا نَٰجَيْتُمُ ٱلرَّسُولَ فَقَدِّمُوا۟ بَيْنَ يَدَىْ نَجْوَىٰكُمْ صَدَقَةً ذَٰلِكَ خَيْرٌ لَّكُمْ وَأَطْهَرُ فَإِن لَّمْ تَجِدُوا۟ فَإِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ

13

Is het dat u vreest geldsommen als aalmoes te geven vóór uw geheime raadpleging (met hem)? Indien u het dan niet doet, en Allah u vergeeft, verricht dan (ten minste) geregeld het gebed; geef geregeld aalmoezen; en gehoorzaam Allah en Zijn boodschapper. En Allah is nauwkeurig bekend met alles wat u doet.

ءَأَشْفَقْتُمْ أَن تُقَدِّمُوا۟ بَيْنَ يَدَىْ نَجْوَىٰكُمْ صَدَقَٰتٍ فَإِذْ لَمْ تَفْعَلُوا۟ وَتَابَ ٱللَّهُ عَلَيْكُمْ فَأَقِيمُوا۟ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتُوا۟ ٱلزَّكَوٰةَ وَأَطِيعُوا۟ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ وَٱللَّهُ خَبِيرٌۢ بِمَا تَعْمَلُونَ

De partij van de boze tegenover de partij van Allah

14

Richt u uw aandacht niet op hen die zich (in vriendschap) wenden tot degenen op wie de toorn van Allah rust? Zij behoren noch tot u noch tot hen, en zij zweren willens en wetens bij de leugen.

أَلَمْ تَرَ إِلَى ٱلَّذِينَ تَوَلَّوْا۟ قَوْمًا غَضِبَ ٱللَّهُ عَلَيْهِم مَّا هُم مِّنكُمْ وَلَا مِنْهُمْ وَيَحْلِفُونَ عَلَى ٱلْكَذِبِ وَهُمْ يَعْلَمُونَ

15

Allah heeft voor hen een strenge straf bereid: slecht voorwaar zijn hun daden.

أَعَدَّ ٱللَّهُ لَهُمْ عَذَابًا شَدِيدًا إِنَّهُمْ سَآءَ مَا كَانُوا۟ يَعْمَلُونَ

16

Zij hebben hun eden tot een dekmantel gemaakt (voor hun wandaden): zo weerhouden zij (de mensen) van het pad van Allah: daarom zullen zij een vernederende straf hebben.

ٱتَّخَذُوٓا۟ أَيْمَٰنَهُمْ جُنَّةً فَصَدُّوا۟ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ فَلَهُمْ عَذَابٌ مُّهِينٌ

17

Van generlei nut zullen hun rijkdommen noch hun zonen hun zijn, tegen Allah: zij zullen bewoners van het Vuur zijn, om daarin (voor altijd) te verblijven!

لَّن تُغْنِىَ عَنْهُمْ أَمْوَٰلُهُمْ وَلَآ أَوْلَٰدُهُم مِّنَ ٱللَّهِ شَيْـًٔا أُو۟لَٰٓئِكَ أَصْحَٰبُ ٱلنَّارِ هُمْ فِيهَا خَٰلِدُونَ

18

Op een dag zal Allah hen allen opwekken (voor het oordeel): dan zullen zij Hem zweren zoals zij u zweren: en zij menen dat zij iets hebben (om op te staan). Nee, voorwaar! zij zijn niets dan leugenaars!

يَوْمَ يَبْعَثُهُمُ ٱللَّهُ جَمِيعًا فَيَحْلِفُونَ لَهُۥ كَمَا يَحْلِفُونَ لَكُمْ وَيَحْسَبُونَ أَنَّهُمْ عَلَىٰ شَىْءٍ أَلَآ إِنَّهُمْ هُمُ ٱلْكَٰذِبُونَ

19

De boze heeft de overhand over hen gekregen: zo heeft hij hen de gedachtenis aan Allah doen verliezen. Zij zijn de partij van de boze. Waarlijk, het is de partij van de boze die zal vergaan!

ٱسْتَحْوَذَ عَلَيْهِمُ ٱلشَّيْطَٰنُ فَأَنسَىٰهُمْ ذِكْرَ ٱللَّهِ أُو۟لَٰٓئِكَ حِزْبُ ٱلشَّيْطَٰنِ أَلَآ إِنَّ حِزْبَ ٱلشَّيْطَٰنِ هُمُ ٱلْخَٰسِرُونَ

20

Zij die zich tegen Allah en Zijn boodschapper verzetten, zullen behoren tot de meest vernederden.

إِنَّ ٱلَّذِينَ يُحَآدُّونَ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥٓ أُو۟لَٰٓئِكَ فِى ٱلْأَذَلِّينَ

21

Allah heeft verordend: "Ik en Mijn boodschappers moeten zegevieren": want Allah is vol kracht, machtig Zijn wil te volvoeren.

كَتَبَ ٱللَّهُ لَأَغْلِبَنَّ أَنَا۠ وَرُسُلِىٓ إِنَّ ٱللَّهَ قَوِىٌّ عَزِيزٌ

22

U zult geen volk vinden dat gelooft in Allah en de laatste dag, dat hen liefheeft die zich tegen Allah en Zijn boodschapper verzetten, al waren het hun vaders of hun zonen, of hun broeders, of hun verwanten. Voor zulken heeft Hij het geloof in hun hart geschreven, en hen gesterkt met een geest van Hemzelf. En Hij zal hen toelaten tot hoven, waar de rivieren onderdoor stromen, om daarin (voor eeuwig) te verblijven. Allah zal welbehagen in hen hebben, en zij in Hem. Zij zijn de partij van Allah. Waarlijk, het is de partij van Allah die de gelukzaligheid zal bereiken.

لَّا تَجِدُ قَوْمًا يُؤْمِنُونَ بِٱللَّهِ وَٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ يُوَآدُّونَ مَنْ حَآدَّ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ وَلَوْ كَانُوٓا۟ ءَابَآءَهُمْ أَوْ أَبْنَآءَهُمْ أَوْ إِخْوَٰنَهُمْ أَوْ عَشِيرَتَهُمْ أُو۟لَٰٓئِكَ كَتَبَ فِى قُلُوبِهِمُ ٱلْإِيمَٰنَ وَأَيَّدَهُم بِرُوحٍ مِّنْهُ وَيُدْخِلُهُمْ جَنَّٰتٍ تَجْرِى مِن تَحْتِهَا ٱلْأَنْهَٰرُ خَٰلِدِينَ فِيهَا رَضِىَ ٱللَّهُ عَنْهُمْ وَرَضُوا۟ عَنْهُ أُو۟لَٰٓئِكَ حِزْبُ ٱللَّهِ أَلَآ إِنَّ حِزْبَ ٱللَّهِ هُمُ ٱلْمُفْلِحُونَ