Soera 2. Al-Baqara — De Koe
Deze vertaling is in bewerking en heeft de status van een concept; de tekst wordt nog gecontroleerd en kan wijzigen.
De Nederlandse weergave van soera 2 (Al-Baqara, “De Koe”), 286 verzen, naar de Engelse vertaling van Abdullah Yusuf Ali (1934, publiek domein). Lees deze soera interactief met het Arabische origineel, transliteratie, voorleesfunctie en toelichting.
De godvrezenden
Alif, Lām, Mīm (الٓمٓ)
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ الٓمٓ
Dit is het Boek; daarin is leiding, zeker, zonder twijfel, voor hen die Allah vrezen;
ذَٰلِكَ ٱلْكِتَٰبُ لَا رَيْبَ فِيهِ هُدًى لِّلْمُتَّقِينَ
Die geloven in het onzienlijke, standvastig zijn in het gebed, en weggeven van hetgeen Wij hun verschaft hebben;
ٱلَّذِينَ يُؤْمِنُونَ بِٱلْغَيْبِ وَيُقِيمُونَ ٱلصَّلَوٰةَ وَمِمَّا رَزَقْنَٰهُمْ يُنفِقُونَ
En die geloven in de openbaring die tot u gezonden is, en die vóór uw tijd gezonden is, en (in hun hart) de zekerheid van het hiernamaals hebben.
وَٱلَّذِينَ يُؤْمِنُونَ بِمَآ أُنزِلَ إِلَيْكَ وَمَآ أُنزِلَ مِن قَبْلِكَ وَبِٱلْـَٔاخِرَةِ هُمْ يُوقِنُونَ
Zij zijn op (ware) leiding van hun Heer, en zij zijn het die voorspoedig zullen zijn.
أُو۟لَٰٓئِكَ عَلَىٰ هُدًى مِّن رَّبِّهِمْ وَأُو۟لَٰٓئِكَ هُمُ ٱلْمُفْلِحُونَ
De ongelovigen
Wat betreft hen die het geloof verwerpen, het is voor hen hetzelfde of u hen waarschuwt of hen niet waarschuwt; zij zullen niet geloven.
إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ سَوَآءٌ عَلَيْهِمْ ءَأَنذَرْتَهُمْ أَمْ لَمْ تُنذِرْهُمْ لَا يُؤْمِنُونَ
Allah heeft een zegel gelegd op hun hart en op hun gehoor, en op hun ogen is een sluier; groot is de straf die zij (zich op de hals halen).
خَتَمَ ٱللَّهُ عَلَىٰ قُلُوبِهِمْ وَعَلَىٰ سَمْعِهِمْ وَعَلَىٰٓ أَبْصَٰرِهِمْ غِشَٰوَةٌ وَلَهُمْ عَذَابٌ عَظِيمٌ
De huichelaars
Onder de mensen zijn er sommigen die zeggen: "Wij geloven in Allah en de laatste dag;" maar zij geloven niet (werkelijk).
وَمِنَ ٱلنَّاسِ مَن يَقُولُ ءَامَنَّا بِٱللَّهِ وَبِٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ وَمَا هُم بِمُؤْمِنِينَ
Graag zouden zij Allah bedriegen en hen die geloven, maar zij bedriegen slechts zichzelf, en zij beseffen (het) niet!
يُخَٰدِعُونَ ٱللَّهَ وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَمَا يَخْدَعُونَ إِلَّآ أَنفُسَهُمْ وَمَا يَشْعُرُونَ
In hun hart is een ziekte; en Allah heeft hun ziekte doen toenemen: en smartelijk is de straf die zij (zich op de hals halen), omdat zij vals zijn (tegenover zichzelf).
فِى قُلُوبِهِم مَّرَضٌ فَزَادَهُمُ ٱللَّهُ مَرَضًا وَلَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌۢ بِمَا كَانُوا۟ يَكْذِبُونَ
Wanneer tot hen gezegd wordt: "Sticht geen onheil op de aarde," zeggen zij: "Wel, wij willen slechts vrede stichten!"
وَإِذَا قِيلَ لَهُمْ لَا تُفْسِدُوا۟ فِى ٱلْأَرْضِ قَالُوٓا۟ إِنَّمَا نَحْنُ مُصْلِحُونَ
Voorzeker, zij zijn het die onheil stichten, maar zij beseffen (het) niet.
أَلَآ إِنَّهُمْ هُمُ ٱلْمُفْسِدُونَ وَلَٰكِن لَّا يَشْعُرُونَ
Wanneer tot hen gezegd wordt: "Geloof zoals de anderen geloven," zeggen zij: "Zullen wij geloven zoals de dwazen geloven?" Nee, voorzeker, zij zijn de dwazen, maar zij weten het niet.
وَإِذَا قِيلَ لَهُمْ ءَامِنُوا۟ كَمَآ ءَامَنَ ٱلنَّاسُ قَالُوٓا۟ أَنُؤْمِنُ كَمَآ ءَامَنَ ٱلسُّفَهَآءُ أَلَآ إِنَّهُمْ هُمُ ٱلسُّفَهَآءُ وَلَٰكِن لَّا يَعْلَمُونَ
Wanneer zij hen ontmoeten die geloven, zeggen zij: "Wij geloven;" maar wanneer zij alleen zijn met hun bozen, zeggen zij: "Wij zijn werkelijk met u: wij (dreven) slechts de spot."
وَإِذَا لَقُوا۟ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ قَالُوٓا۟ ءَامَنَّا وَإِذَا خَلَوْا۟ إِلَىٰ شَيَٰطِينِهِمْ قَالُوٓا۟ إِنَّا مَعَكُمْ إِنَّمَا نَحْنُ مُسْتَهْزِءُونَ
Allah zal hun spot op henzelf doen terugkeren, en hun de vrije teugel laten in hun overtredingen; zo zullen zij ronddwalen als blinden (heen en weer).
ٱللَّهُ يَسْتَهْزِئُ بِهِمْ وَيَمُدُّهُمْ فِى طُغْيَٰنِهِمْ يَعْمَهُونَ
Dezen zijn het die leiding verruild hebben voor dwaling: maar hun handel is zonder winst, en zij hebben de ware richting verloren,
أُو۟لَٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ ٱشْتَرَوُا۟ ٱلضَّلَٰلَةَ بِٱلْهُدَىٰ فَمَا رَبِحَت تِّجَٰرَتُهُمْ وَمَا كَانُوا۟ مُهْتَدِينَ
Hun gelijkenis is die van een man die een vuur ontstak; toen het alles rondom hem verlichtte, nam Allah hun licht weg en liet hen in volslagen duisternis. Zo konden zij niet zien.
مَثَلُهُمْ كَمَثَلِ ٱلَّذِى ٱسْتَوْقَدَ نَارًا فَلَمَّآ أَضَآءَتْ مَا حَوْلَهُۥ ذَهَبَ ٱللَّهُ بِنُورِهِمْ وَتَرَكَهُمْ فِى ظُلُمَٰتٍ لَّا يُبْصِرُونَ
Doof, stom en blind, zij zullen niet terugkeren (tot het pad).
صُمٌّۢ بُكْمٌ عُمْىٌ فَهُمْ لَا يَرْجِعُونَ
Of (een andere gelijkenis) is die van een regenzware wolk uit de hemel: daarin zijn zones van duisternis, en donder en bliksem: zij drukken hun vingers in hun oren om de verdovende donderslag buiten te houden, terwijl zij in doodsangst verkeren. Maar Allah omringt van alle zijden hen die het geloof verwerpen!
أَوْ كَصَيِّبٍ مِّنَ ٱلسَّمَآءِ فِيهِ ظُلُمَٰتٌ وَرَعْدٌ وَبَرْقٌ يَجْعَلُونَ أَصَٰبِعَهُمْ فِىٓ ءَاذَانِهِم مِّنَ ٱلصَّوَٰعِقِ حَذَرَ ٱلْمَوْتِ وَٱللَّهُ مُحِيطٌۢ بِٱلْكَٰفِرِينَ
De bliksem rukt hun bijna het gezichtsvermogen weg; telkens wanneer het licht hen (helpt), wandelen zij daarin, en wanneer de duisternis over hen toeneemt, staan zij stil. En als Allah het gewild had, had Hij hun vermogen om te horen en te zien kunnen wegnemen; want Allah heeft macht over alle dingen.
يَكَادُ ٱلْبَرْقُ يَخْطَفُ أَبْصَٰرَهُمْ كُلَّمَآ أَضَآءَ لَهُم مَّشَوْا۟ فِيهِ وَإِذَآ أَظْلَمَ عَلَيْهِمْ قَامُوا۟ وَلَوْ شَآءَ ٱللَّهُ لَذَهَبَ بِسَمْعِهِمْ وَأَبْصَٰرِهِمْ إِنَّ ٱللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ
Oproep om Allah alleen te dienen
O mensen! Aanbid uw Heer en Beschermer, Die u geschapen heeft en hen die vóór u kwamen, opdat u de gelegenheid hebt gerechtigheid te leren;
يَٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ ٱعْبُدُوا۟ رَبَّكُمُ ٱلَّذِى خَلَقَكُمْ وَٱلَّذِينَ مِن قَبْلِكُمْ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ
Die de aarde tot uw rustbed gemaakt heeft, en de hemelen tot uw gewelf; en regen uit de hemelen neergezonden heeft; en daarmee vruchten voortgebracht heeft tot uw onderhoud; stel dan geen gelijken naast Allah, terwijl u (de waarheid) kent.
ٱلَّذِى جَعَلَ لَكُمُ ٱلْأَرْضَ فِرَٰشًا وَٱلسَّمَآءَ بِنَآءً وَأَنزَلَ مِنَ ٱلسَّمَآءِ مَآءً فَأَخْرَجَ بِهِۦ مِنَ ٱلثَّمَرَٰتِ رِزْقًا لَّكُمْ فَلَا تَجْعَلُوا۟ لِلَّهِ أَندَادًا وَأَنتُمْ تَعْلَمُونَ
En als u in twijfel bent over hetgeen Wij van tijd tot tijd aan Onze dienaar geopenbaard hebben, breng dan een soera voort daaraan gelijk; en roep uw getuigen of helpers (als die er zijn) buiten Allah, indien uw (twijfels) waar zijn.
وَإِن كُنتُمْ فِى رَيْبٍ مِّمَّا نَزَّلْنَا عَلَىٰ عَبْدِنَا فَأْتُوا۟ بِسُورَةٍ مِّن مِّثْلِهِۦ وَٱدْعُوا۟ شُهَدَآءَكُم مِّن دُونِ ٱللَّهِ إِن كُنتُمْ صَٰدِقِينَ
Maar als u het niet kunt — en voorzeker, u kunt het niet — vrees dan het vuur, waarvan de brandstof mensen en stenen zijn, — dat bereid is voor hen die het geloof verwerpen.
فَإِن لَّمْ تَفْعَلُوا۟ وَلَن تَفْعَلُوا۟ فَٱتَّقُوا۟ ٱلنَّارَ ٱلَّتِى وَقُودُهَا ٱلنَّاسُ وَٱلْحِجَارَةُ أُعِدَّتْ لِلْكَٰفِرِينَ
Maar verkondig de blijde tijding aan hen die geloven en goede daden verrichten, dat hun deel hoven zijn, waar de rivieren onderdoor stromen. Telkens wanneer zij daaruit met vruchten gevoed worden, zeggen zij: "Wel, dit is waarmee wij tevoren gevoed werden," want hun worden gelijksoortige dingen gegeven; en zij hebben daarin reine (en heilige) metgezellen; en zij verblijven daarin (voor eeuwig).
وَبَشِّرِ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ أَنَّ لَهُمْ جَنَّٰتٍ تَجْرِى مِن تَحْتِهَا ٱلْأَنْهَٰرُ كُلَّمَا رُزِقُوا۟ مِنْهَا مِن ثَمَرَةٍ رِّزْقًا قَالُوا۟ هَٰذَا ٱلَّذِى رُزِقْنَا مِن قَبْلُ وَأُتُوا۟ بِهِۦ مُتَشَٰبِهًا وَلَهُمْ فِيهَآ أَزْوَٰجٌ مُّطَهَّرَةٌ وَهُمْ فِيهَا خَٰلِدُونَ
Allah versmaadt het niet de gelijkenis van dingen te gebruiken, van de laagste zowel als de hoogste. Zij die geloven, weten dat het waarheid is van hun Heer; maar zij die het geloof verwerpen, zeggen: "Wat bedoelt Allah met deze gelijkenis?" Daardoor doet Hij velen dwalen, en velen leidt Hij op het rechte pad; maar Hij doet niemand dwalen dan hen die (het pad) verlaten, —
إِنَّ ٱللَّهَ لَا يَسْتَحْىِۦٓ أَن يَضْرِبَ مَثَلًا مَّا بَعُوضَةً فَمَا فَوْقَهَا فَأَمَّا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ فَيَعْلَمُونَ أَنَّهُ ٱلْحَقُّ مِن رَّبِّهِمْ وَأَمَّا ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ فَيَقُولُونَ مَاذَآ أَرَادَ ٱللَّهُ بِهَٰذَا مَثَلًا يُضِلُّ بِهِۦ كَثِيرًا وَيَهْدِى بِهِۦ كَثِيرًا وَمَا يُضِلُّ بِهِۦٓ إِلَّا ٱلْفَٰسِقِينَ
Zij die het verbond van Allah verbreken nadat het bekrachtigd is, en die scheiden wat Allah geboden heeft samen te voegen, en onheil stichten op aarde: dezen berokkenen (slechts) zichzelf verlies.
ٱلَّذِينَ يَنقُضُونَ عَهْدَ ٱللَّهِ مِنۢ بَعْدِ مِيثَٰقِهِۦ وَيَقْطَعُونَ مَآ أَمَرَ ٱللَّهُ بِهِۦٓ أَن يُوصَلَ وَيُفْسِدُونَ فِى ٱلْأَرْضِ أُو۟لَٰٓئِكَ هُمُ ٱلْخَٰسِرُونَ
Hoe kunt u het geloof in Allah verwerpen? — aangezien u zonder leven was, en Hij u leven gaf; daarna zal Hij u doen sterven, en zal Hij u wederom tot leven brengen; en wederom zult u tot Hem terugkeren.
كَيْفَ تَكْفُرُونَ بِٱللَّهِ وَكُنتُمْ أَمْوَٰتًا فَأَحْيَٰكُمْ ثُمَّ يُمِيتُكُمْ ثُمَّ يُحْيِيكُمْ ثُمَّ إِلَيْهِ تُرْجَعُونَ
Hij is het Die voor u alle dingen geschapen heeft die op aarde zijn; bovendien omvatte Zijn plan de hemelen, want Hij gaf orde en volmaaktheid aan de zeven hemelgewelven; en van alle dingen heeft Hij volmaakte kennis.
هُوَ ٱلَّذِى خَلَقَ لَكُم مَّا فِى ٱلْأَرْضِ جَمِيعًا ثُمَّ ٱسْتَوَىٰٓ إِلَى ٱلسَّمَآءِ فَسَوَّىٰهُنَّ سَبْعَ سَمَٰوَٰتٍ وَهُوَ بِكُلِّ شَىْءٍ عَلِيمٌ
De schepping van Adam en de weigering van Satan
Zie, uw Heer zei tot de engelen: "Ik zal een stedehouder op aarde scheppen." Zij zeiden: "Zult U daar iemand plaatsen die daar onheil zal stichten en bloed zal vergieten? — terwijl wij Uw lof verkondigen en Uw heilige (Naam) verheerlijken?" Hij zei: "Ik weet wat u niet weet."
وَإِذْ قَالَ رَبُّكَ لِلْمَلَٰٓئِكَةِ إِنِّى جَاعِلٌ فِى ٱلْأَرْضِ خَلِيفَةً قَالُوٓا۟ أَتَجْعَلُ فِيهَا مَن يُفْسِدُ فِيهَا وَيَسْفِكُ ٱلدِّمَآءَ وَنَحْنُ نُسَبِّحُ بِحَمْدِكَ وَنُقَدِّسُ لَكَ قَالَ إِنِّىٓ أَعْلَمُ مَا لَا تَعْلَمُونَ
En Hij leerde Adam de namen van alle dingen; daarna plaatste Hij ze voor de engelen en zei: "Noem Mij de namen van deze, indien u gelijk hebt."
وَعَلَّمَ ءَادَمَ ٱلْأَسْمَآءَ كُلَّهَا ثُمَّ عَرَضَهُمْ عَلَى ٱلْمَلَٰٓئِكَةِ فَقَالَ أَنۢبِـُٔونِى بِأَسْمَآءِ هَٰٓؤُلَآءِ إِن كُنتُمْ صَٰدِقِينَ
Zij zeiden: "Ere zij U; wij hebben geen kennis, behalve wat U ons geleerd hebt: in waarheid bent U het Die volmaakt is in kennis en wijsheid."
قَالُوا۟ سُبْحَٰنَكَ لَا عِلْمَ لَنَآ إِلَّا مَا عَلَّمْتَنَآ إِنَّكَ أَنتَ ٱلْعَلِيمُ ٱلْحَكِيمُ
Hij zei: "O Adam! Noem hun hun namen." Toen hij hun die genoemd had, zei Allah: "Heb Ik u niet gezegd dat Ik de geheimen van hemel en aarde ken, en dat Ik weet wat u openbaart en wat u verbergt?"
قَالَ يَٰٓـَٔادَمُ أَنۢبِئْهُم بِأَسْمَآئِهِمْ فَلَمَّآ أَنۢبَأَهُم بِأَسْمَآئِهِمْ قَالَ أَلَمْ أَقُل لَّكُمْ إِنِّىٓ أَعْلَمُ غَيْبَ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ وَأَعْلَمُ مَا تُبْدُونَ وَمَا كُنتُمْ تَكْتُمُونَ
En zie, Wij zeiden tot de engelen: "Buig u neer voor Adam," en zij bogen zich neer. Niet zo Iblis: hij weigerde en was hoogmoedig: hij behoorde tot hen die het geloof verwerpen.
وَإِذْ قُلْنَا لِلْمَلَٰٓئِكَةِ ٱسْجُدُوا۟ لِـَٔادَمَ فَسَجَدُوٓا۟ إِلَّآ إِبْلِيسَ أَبَىٰ وَٱسْتَكْبَرَ وَكَانَ مِنَ ٱلْكَٰفِرِينَ
Wij zeiden: "O Adam! Woon, u en uw vrouw, in de hof; en eet van de overvloedige dingen daarin zoals (waar en wanneer) u wilt; maar nader deze boom niet, of u vervalt tot schade en overtreding."
وَقُلْنَا يَٰٓـَٔادَمُ ٱسْكُنْ أَنتَ وَزَوْجُكَ ٱلْجَنَّةَ وَكُلَا مِنْهَا رَغَدًا حَيْثُ شِئْتُمَا وَلَا تَقْرَبَا هَٰذِهِ ٱلشَّجَرَةَ فَتَكُونَا مِنَ ٱلظَّٰلِمِينَ
Toen deed Satan hen struikelen uit de (hof), en dreef hen uit de staat (van gelukzaligheid) waarin zij geweest waren. Wij zeiden: "Daal af, u allen (mensen), met vijandschap onder elkaar. Op aarde zal uw woonplaats zijn en uw levensonderhoud — voor een tijd."
فَأَزَلَّهُمَا ٱلشَّيْطَٰنُ عَنْهَا فَأَخْرَجَهُمَا مِمَّا كَانَا فِيهِ وَقُلْنَا ٱهْبِطُوا۟ بَعْضُكُمْ لِبَعْضٍ عَدُوٌّ وَلَكُمْ فِى ٱلْأَرْضِ مُسْتَقَرٌّ وَمَتَٰعٌ إِلَىٰ حِينٍ
Toen leerde Adam van zijn Heer woorden van ingeving, en zijn Heer wendde Zich tot hem; want Hij is de Veelvuldig Terugkerende, de Meest Barmhartige.
فَتَلَقَّىٰٓ ءَادَمُ مِن رَّبِّهِۦ كَلِمَٰتٍ فَتَابَ عَلَيْهِ إِنَّهُۥ هُوَ ٱلتَّوَّابُ ٱلرَّحِيمُ
Wij zeiden: "Daal allen af vanhier; en indien er, zoals zeker is, leiding van Mij tot u komt," wie Mijn leiding volgen, over hen zal geen vrees zijn, noch zullen zij treuren.
قُلْنَا ٱهْبِطُوا۟ مِنْهَا جَمِيعًا فَإِمَّا يَأْتِيَنَّكُم مِّنِّى هُدًى فَمَن تَبِعَ هُدَاىَ فَلَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ
"Maar zij die het geloof verwerpen en Onze tekenen loochenen, zij zullen bewoners van het Vuur zijn; zij zullen daarin verblijven."
وَٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ وَكَذَّبُوا۟ بِـَٔايَٰتِنَآ أُو۟لَٰٓئِكَ أَصْحَٰبُ ٱلنَّارِ هُمْ فِيهَا خَٰلِدُونَ
Oproep aan de Kinderen van Israël
O kinderen van Israël! Roep de (bijzondere) gunst in gedachten die Ik u bewezen heb, en vervul uw verbond met Mij, zoals Ik Mijn verbond met u vervul, en vrees niemand dan Mij.
يَٰبَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ ٱذْكُرُوا۟ نِعْمَتِىَ ٱلَّتِىٓ أَنْعَمْتُ عَلَيْكُمْ وَأَوْفُوا۟ بِعَهْدِىٓ أُوفِ بِعَهْدِكُمْ وَإِيَّٰىَ فَٱرْهَبُونِ
En geloof in wat Ik openbaar, dat de openbaring bevestigt die bij u is, en wees niet de eersten die het geloof daarin verwerpen, en verkoop Mijn tekenen niet voor een geringe prijs; en vrees Mij, en Mij alleen.
وَءَامِنُوا۟ بِمَآ أَنزَلْتُ مُصَدِّقًا لِّمَا مَعَكُمْ وَلَا تَكُونُوٓا۟ أَوَّلَ كَافِرٍۭ بِهِۦ وَلَا تَشْتَرُوا۟ بِـَٔايَٰتِى ثَمَنًا قَلِيلًا وَإِيَّٰىَ فَٱتَّقُونِ
En bedek de waarheid niet met leugen, en verberg de waarheid niet terwijl u weet (wat zij is).
وَلَا تَلْبِسُوا۟ ٱلْحَقَّ بِٱلْبَٰطِلِ وَتَكْتُمُوا۟ ٱلْحَقَّ وَأَنتُمْ تَعْلَمُونَ
En wees standvastig in het gebed; geef geregeld aalmoezen; en buig uw hoofd met hen die zich buigen (in aanbidding).
وَأَقِيمُوا۟ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتُوا۟ ٱلزَّكَوٰةَ وَٱرْكَعُوا۟ مَعَ ٱلرَّٰكِعِينَ
Gebiedt u de mensen recht te handelen, en vergeet u (het zelf te beoefenen), en dat terwijl u de Schrift bestudeert? Zult u niet verstaan?
أَتَأْمُرُونَ ٱلنَّاسَ بِٱلْبِرِّ وَتَنسَوْنَ أَنفُسَكُمْ وَأَنتُمْ تَتْلُونَ ٱلْكِتَٰبَ أَفَلَا تَعْقِلُونَ
Nee, zoek (Allahs) hulp met geduldige volharding en gebed: het is inderdaad zwaar, behalve voor hen die een nederige geest meebrengen, —
وَٱسْتَعِينُوا۟ بِٱلصَّبْرِ وَٱلصَّلَوٰةِ وَإِنَّهَا لَكَبِيرَةٌ إِلَّا عَلَى ٱلْخَٰشِعِينَ
Die de zekerheid indachtig zijn dat zij hun Heer zullen ontmoeten, en dat zij tot Hem zullen terugkeren.
ٱلَّذِينَ يَظُنُّونَ أَنَّهُم مُّلَٰقُوا۟ رَبِّهِمْ وَأَنَّهُمْ إِلَيْهِ رَٰجِعُونَ
De redding uit Egypte en het gouden kalf
Kinderen van Israël! Roep de (bijzondere) gunst in gedachten die Ik u bewezen heb, en dat Ik u verkozen heb boven alle anderen (voor Mijn boodschap).
يَٰبَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ ٱذْكُرُوا۟ نِعْمَتِىَ ٱلَّتِىٓ أَنْعَمْتُ عَلَيْكُمْ وَأَنِّى فَضَّلْتُكُمْ عَلَى ٱلْعَٰلَمِينَ
Wacht u dan voor een dag waarop de ene ziel de andere niet zal baten, noch voorspraak voor haar aangenomen zal worden, noch losprijs van haar genomen zal worden, noch iemand geholpen zal worden (van buitenaf).
وَٱتَّقُوا۟ يَوْمًا لَّا تَجْزِى نَفْسٌ عَن نَّفْسٍ شَيْـًٔا وَلَا يُقْبَلُ مِنْهَا شَفَٰعَةٌ وَلَا يُؤْخَذُ مِنْهَا عَدْلٌ وَلَا هُمْ يُنصَرُونَ
En gedenk: Wij verlosten u van het volk van Farao: zij legden u zware taken en straffen op, slachtten uw zonen en lieten uw vrouwvolk leven; daarin was een geweldige beproeving van uw Heer.
وَإِذْ نَجَّيْنَٰكُم مِّنْ ءَالِ فِرْعَوْنَ يَسُومُونَكُمْ سُوٓءَ ٱلْعَذَابِ يُذَبِّحُونَ أَبْنَآءَكُمْ وَيَسْتَحْيُونَ نِسَآءَكُمْ وَفِى ذَٰلِكُم بَلَآءٌ مِّن رَّبِّكُمْ عَظِيمٌ
En gedenk: Wij spleten de zee voor u en redden u en verdronken het volk van Farao voor uw eigen ogen.
وَإِذْ فَرَقْنَا بِكُمُ ٱلْبَحْرَ فَأَنجَيْنَٰكُمْ وَأَغْرَقْنَآ ءَالَ فِرْعَوْنَ وَأَنتُمْ تَنظُرُونَ
En gedenk: Wij stelden veertig nachten vast voor Mozes, en in zijn afwezigheid nam u het kalf (om te aanbidden), en u deed groot onrecht.
وَإِذْ وَٰعَدْنَا مُوسَىٰٓ أَرْبَعِينَ لَيْلَةً ثُمَّ ٱتَّخَذْتُمُ ٱلْعِجْلَ مِنۢ بَعْدِهِۦ وَأَنتُمْ ظَٰلِمُونَ
Zelfs toen vergaven Wij u; er was voor u gelegenheid dankbaar te zijn.
ثُمَّ عَفَوْنَا عَنكُم مِّنۢ بَعْدِ ذَٰلِكَ لَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ
En gedenk: Wij gaven Mozes de Schrift en het onderscheidingsmiddel (tussen goed en kwaad): er was voor u gelegenheid recht geleid te worden.
وَإِذْ ءَاتَيْنَا مُوسَى ٱلْكِتَٰبَ وَٱلْفُرْقَانَ لَعَلَّكُمْ تَهْتَدُونَ
En gedenk: Mozes zei tot zijn volk: "O mijn volk! U hebt uzelf waarlijk onrecht aangedaan door uw aanbidding van het kalf: wend u dan (in berouw) tot uw Maker, en dood uzelf (de kwaaddoeners); dat zal beter voor u zijn in de ogen van uw Maker." Toen wendde Hij Zich tot u (in vergeving): want Hij is de Veelvuldig Terugkerende, de Meest Barmhartige.
وَإِذْ قَالَ مُوسَىٰ لِقَوْمِهِۦ يَٰقَوْمِ إِنَّكُمْ ظَلَمْتُمْ أَنفُسَكُم بِٱتِّخَاذِكُمُ ٱلْعِجْلَ فَتُوبُوٓا۟ إِلَىٰ بَارِئِكُمْ فَٱقْتُلُوٓا۟ أَنفُسَكُمْ ذَٰلِكُمْ خَيْرٌ لَّكُمْ عِندَ بَارِئِكُمْ فَتَابَ عَلَيْكُمْ إِنَّهُۥ هُوَ ٱلتَّوَّابُ ٱلرَّحِيمُ
En gedenk: u zei: "O Mozes! Wij zullen nooit in u geloven totdat wij Allah openlijk zien," maar u werd door donder en bliksem verdoofd, zelfs terwijl u toekeek.
وَإِذْ قُلْتُمْ يَٰمُوسَىٰ لَن نُّؤْمِنَ لَكَ حَتَّىٰ نَرَى ٱللَّهَ جَهْرَةً فَأَخَذَتْكُمُ ٱلصَّٰعِقَةُ وَأَنتُمْ تَنظُرُونَ
Toen wekten Wij u op na uw dood: u had de gelegenheid dankbaar te zijn.
ثُمَّ بَعَثْنَٰكُم مِّنۢ بَعْدِ مَوْتِكُمْ لَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ
En Wij gaven u de schaduw van wolken en zonden manna en kwakkels tot u neer, zeggende: "Eet van de goede dingen die Wij u verschaft hebben:" (maar zij rebelleerden); Ons deden zij geen kwaad, maar zij schaadden hun eigen ziel.
وَظَلَّلْنَا عَلَيْكُمُ ٱلْغَمَامَ وَأَنزَلْنَا عَلَيْكُمُ ٱلْمَنَّ وَٱلسَّلْوَىٰ كُلُوا۟ مِن طَيِّبَٰتِ مَا رَزَقْنَٰكُمْ وَمَا ظَلَمُونَا وَلَٰكِن كَانُوٓا۟ أَنفُسَهُمْ يَظْلِمُونَ
En gedenk: Wij zeiden: "Ga deze stad binnen, en eet van de overvloed daarin zoals u wenst; maar ga de poort binnen met ootmoed, in houding en in woorden, en Wij zullen u uw fouten vergeven en (het deel van) hen die goeddoen vermeerderen."
وَإِذْ قُلْنَا ٱدْخُلُوا۟ هَٰذِهِ ٱلْقَرْيَةَ فَكُلُوا۟ مِنْهَا حَيْثُ شِئْتُمْ رَغَدًا وَٱدْخُلُوا۟ ٱلْبَابَ سُجَّدًا وَقُولُوا۟ حِطَّةٌ نَّغْفِرْ لَكُمْ خَطَٰيَٰكُمْ وَسَنَزِيدُ ٱلْمُحْسِنِينَ
Maar de overtreders veranderden het woord van hetgeen hun gegeven was; daarom zonden Wij over de overtreders een plaag uit de hemel, omdat zij (Ons gebod) herhaaldelijk schonden.
فَبَدَّلَ ٱلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ قَوْلًا غَيْرَ ٱلَّذِى قِيلَ لَهُمْ فَأَنزَلْنَا عَلَى ٱلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ رِجْزًا مِّنَ ٱلسَّمَآءِ بِمَا كَانُوا۟ يَفْسُقُونَ
En gedenk: Mozes bad om water voor zijn volk; Wij zeiden: "Sla met uw staf op de rots." Toen ontsprongen daaruit twaalf bronnen. Elke groep kende zijn eigen drinkplaats. Eet en drink dus van het onderhoud dat Allah verschaft, en richt geen kwaad of onheil aan op (het aangezicht van) de aarde.
وَإِذِ ٱسْتَسْقَىٰ مُوسَىٰ لِقَوْمِهِۦ فَقُلْنَا ٱضْرِب بِّعَصَاكَ ٱلْحَجَرَ فَٱنفَجَرَتْ مِنْهُ ٱثْنَتَا عَشْرَةَ عَيْنًا قَدْ عَلِمَ كُلُّ أُنَاسٍ مَّشْرَبَهُمْ كُلُوا۟ وَٱشْرَبُوا۟ مِن رِّزْقِ ٱللَّهِ وَلَا تَعْثَوْا۟ فِى ٱلْأَرْضِ مُفْسِدِينَ
En gedenk: u zei: "O Mozes! Wij kunnen niet (altijd) één soort voedsel verdragen; smeek dan uw Heer voor ons, dat Hij voor ons voortbrengt van wat de aarde doet groeien, — haar moeskruiden en komkommers, haar knoflook, linzen en uien." Hij zei: "Wilt u het betere verruilen voor het mindere? Daal af naar de een of andere stad, en u zult vinden wat u verlangt!" Zij werden bedekt met vernedering en ellende; zij haalden zich de toorn van Allah op de hals. Dit omdat zij voortgingen de tekenen van Allah te verwerpen en Zijn boodschappers zonder rechtvaardige reden te doden. Dit omdat zij rebelleerden en voortgingen te overtreden.
وَإِذْ قُلْتُمْ يَٰمُوسَىٰ لَن نَّصْبِرَ عَلَىٰ طَعَامٍ وَٰحِدٍ فَٱدْعُ لَنَا رَبَّكَ يُخْرِجْ لَنَا مِمَّا تُنۢبِتُ ٱلْأَرْضُ مِنۢ بَقْلِهَا وَقِثَّآئِهَا وَفُومِهَا وَعَدَسِهَا وَبَصَلِهَا قَالَ أَتَسْتَبْدِلُونَ ٱلَّذِى هُوَ أَدْنَىٰ بِٱلَّذِى هُوَ خَيْرٌ ٱهْبِطُوا۟ مِصْرًا فَإِنَّ لَكُم مَّا سَأَلْتُمْ وَضُرِبَتْ عَلَيْهِمُ ٱلذِّلَّةُ وَٱلْمَسْكَنَةُ وَبَآءُو بِغَضَبٍ مِّنَ ٱللَّهِ ذَٰلِكَ بِأَنَّهُمْ كَانُوا۟ يَكْفُرُونَ بِـَٔايَٰتِ ٱللَّهِ وَيَقْتُلُونَ ٱلنَّبِيِّـۧنَ بِغَيْرِ ٱلْحَقِّ ذَٰلِكَ بِمَا عَصَوا۟ وَّكَانُوا۟ يَعْتَدُونَ
Wie waarlijk gelooft
Zij die geloven (in de Koran), en zij die de Joodse (geschriften) volgen, en de christenen en de Sabiërs, — al wie geloven in Allah en de laatste dag, en goede daden verrichten, zullen hun loon hebben bij hun Heer; over hen zal geen vrees zijn, noch zullen zij treuren.
إِنَّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَٱلَّذِينَ هَادُوا۟ وَٱلنَّصَٰرَىٰ وَٱلصَّٰبِـِٔينَ مَنْ ءَامَنَ بِٱللَّهِ وَٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ وَعَمِلَ صَٰلِحًا فَلَهُمْ أَجْرُهُمْ عِندَ رَبِّهِمْ وَلَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ
Het verbond bij de berg en de sabbatschenders
En gedenk: Wij namen uw verbond aan en Wij verhieven boven u (de torenhoge hoogte) van de berg (Sinaï), (zeggende): "Houd vast aan wat Wij u gegeven hebben en breng (steeds) in herinnering wat daarin staat: wellicht zult u Allah vrezen."
وَإِذْ أَخَذْنَا مِيثَٰقَكُمْ وَرَفَعْنَا فَوْقَكُمُ ٱلطُّورَ خُذُوا۟ مَآ ءَاتَيْنَٰكُم بِقُوَّةٍ وَٱذْكُرُوا۟ مَا فِيهِ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ
Maar u keerde zich daarna af: was daar niet de genade en barmhartigheid van Allah jegens u geweest, dan was u zeker onder de verlorenen geweest.
ثُمَّ تَوَلَّيْتُم مِّنۢ بَعْدِ ذَٰلِكَ فَلَوْلَا فَضْلُ ٱللَّهِ عَلَيْكُمْ وَرَحْمَتُهُۥ لَكُنتُم مِّنَ ٱلْخَٰسِرِينَ
En u kende zeer wel hen onder u die overtraden in de zaak van de sabbat: Wij zeiden tot hen: "Wees apen, veracht en verworpen."
وَلَقَدْ عَلِمْتُمُ ٱلَّذِينَ ٱعْتَدَوْا۟ مِنكُمْ فِى ٱلسَّبْتِ فَقُلْنَا لَهُمْ كُونُوا۟ قِرَدَةً خَٰسِـِٔينَ
Zo maakten Wij het tot een voorbeeld voor hun eigen tijd en voor hun nageslacht, en tot een les voor hen die Allah vrezen.
فَجَعَلْنَٰهَا نَكَٰلًا لِّمَا بَيْنَ يَدَيْهَا وَمَا خَلْفَهَا وَمَوْعِظَةً لِّلْمُتَّقِينَ
Het verhaal van de koe
En gedenk: Mozes zei tot zijn volk: "Allah gebiedt dat u een vaars offert." Zij zeiden: "Maakt u ons tot een voorwerp van spot?" Hij zei: "Allah beware mij ervoor een onwetende (dwaas) te zijn!"
وَإِذْ قَالَ مُوسَىٰ لِقَوْمِهِۦٓ إِنَّ ٱللَّهَ يَأْمُرُكُمْ أَن تَذْبَحُوا۟ بَقَرَةً قَالُوٓا۟ أَتَتَّخِذُنَا هُزُوًا قَالَ أَعُوذُ بِٱللَّهِ أَنْ أَكُونَ مِنَ ٱلْجَٰهِلِينَ
Zij zeiden: "Smeek voor ons uw Heer, dat Hij ons duidelijk maakt welke (vaars) het is!" Hij zei: "Hij zegt: de vaars moet niet te oud en niet te jong zijn, maar van middelbare leeftijd. Doe nu wat u geboden is!"
قَالُوا۟ ٱدْعُ لَنَا رَبَّكَ يُبَيِّن لَّنَا مَا هِىَ قَالَ إِنَّهُۥ يَقُولُ إِنَّهَا بَقَرَةٌ لَّا فَارِضٌ وَلَا بِكْرٌ عَوَانٌۢ بَيْنَ ذَٰلِكَ فَٱفْعَلُوا۟ مَا تُؤْمَرُونَ
Zij zeiden: "Smeek voor ons uw Heer, dat Hij ons haar kleur duidelijk maakt." Hij zei: "Hij zegt: een lichtgele vaars, zuiver en rijk van kleur, de bewondering van wie haar aanschouwen!"
قَالُوا۟ ٱدْعُ لَنَا رَبَّكَ يُبَيِّن لَّنَا مَا لَوْنُهَا قَالَ إِنَّهُۥ يَقُولُ إِنَّهَا بَقَرَةٌ صَفْرَآءُ فَاقِعٌ لَّوْنُهَا تَسُرُّ ٱلنَّٰظِرِينَ
Zij zeiden: "Smeek voor ons uw Heer, dat Hij ons duidelijk maakt wat zij is: voor ons zijn alle vaarzen gelijk: wij wensen waarlijk leiding, indien Allah wil."
قَالُوا۟ ٱدْعُ لَنَا رَبَّكَ يُبَيِّن لَّنَا مَا هِىَ إِنَّ ٱلْبَقَرَ تَشَٰبَهَ عَلَيْنَا وَإِنَّآ إِن شَآءَ ٱللَّهُ لَمُهْتَدُونَ
Hij zei: "Hij zegt: een vaars die niet afgericht is om de grond te ploegen of de akkers te bevloeien; gaaf en zonder gebrek." Zij zeiden: "Nu hebt u de waarheid gebracht." Toen offerden zij haar, maar niet van goede wil.
قَالَ إِنَّهُۥ يَقُولُ إِنَّهَا بَقَرَةٌ لَّا ذَلُولٌ تُثِيرُ ٱلْأَرْضَ وَلَا تَسْقِى ٱلْحَرْثَ مُسَلَّمَةٌ لَّا شِيَةَ فِيهَا قَالُوا۟ ٱلْـَٰٔنَ جِئْتَ بِٱلْحَقِّ فَذَبَحُوهَا وَمَا كَادُوا۟ يَفْعَلُونَ
Gedenk: u doodde een man en raakte onderling in twist over de misdaad: maar Allah zou aan het licht brengen wat u verborgen hield.
وَإِذْ قَتَلْتُمْ نَفْسًا فَٱدَّٰرَْٰٔتُمْ فِيهَا وَٱللَّهُ مُخْرِجٌ مَّا كُنتُمْ تَكْتُمُونَ
Daarom zeiden Wij: "Sla het (lichaam) met een deel van de (vaars)." Zo brengt Allah de doden tot leven en toont Hij u Zijn tekenen: wellicht zult u verstaan.
فَقُلْنَا ٱضْرِبُوهُ بِبَعْضِهَا كَذَٰلِكَ يُحْىِ ٱللَّهُ ٱلْمَوْتَىٰ وَيُرِيكُمْ ءَايَٰتِهِۦ لَعَلَّكُمْ تَعْقِلُونَ
De verharding van de harten
Daarna werden uw harten verhard: zij werden als een rots en zelfs nog harder. Want onder de rotsen zijn er sommige waaruit rivieren ontspringen; andere zijn er die, wanneer zij gespleten worden, water voortbrengen; en andere die neerzinken uit vrees voor Allah. En Allah is niet onachtzaam omtrent wat u doet.
ثُمَّ قَسَتْ قُلُوبُكُم مِّنۢ بَعْدِ ذَٰلِكَ فَهِىَ كَٱلْحِجَارَةِ أَوْ أَشَدُّ قَسْوَةً وَإِنَّ مِنَ ٱلْحِجَارَةِ لَمَا يَتَفَجَّرُ مِنْهُ ٱلْأَنْهَٰرُ وَإِنَّ مِنْهَا لَمَا يَشَّقَّقُ فَيَخْرُجُ مِنْهُ ٱلْمَآءُ وَإِنَّ مِنْهَا لَمَا يَهْبِطُ مِنْ خَشْيَةِ ٱللَّهِ وَمَا ٱللَّهُ بِغَٰفِلٍ عَمَّا تَعْمَلُونَ
Kunt u (o mensen van het geloof) de hoop koesteren dat zij in u zullen geloven? — aangezien een deel van hen het Woord van Allah hoorde en het willens en wetens verdraaide, nadat zij het verstaan hadden.
أَفَتَطْمَعُونَ أَن يُؤْمِنُوا۟ لَكُمْ وَقَدْ كَانَ فَرِيقٌ مِّنْهُمْ يَسْمَعُونَ كَلَٰمَ ٱللَّهِ ثُمَّ يُحَرِّفُونَهُۥ مِنۢ بَعْدِ مَا عَقَلُوهُ وَهُمْ يَعْلَمُونَ
Zie! Wanneer zij de mensen van het geloof ontmoeten, zeggen zij: "Wij geloven": maar wanneer zij elkaar in het geheim ontmoeten, zeggen zij: "Zult u hun vertellen wat Allah u geopenbaard heeft, opdat zij u daarover in twistgesprek brengen voor uw Heer?" — Verstaat u (hun oogmerk) niet?
وَإِذَا لَقُوا۟ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ قَالُوٓا۟ ءَامَنَّا وَإِذَا خَلَا بَعْضُهُمْ إِلَىٰ بَعْضٍ قَالُوٓا۟ أَتُحَدِّثُونَهُم بِمَا فَتَحَ ٱللَّهُ عَلَيْكُمْ لِيُحَآجُّوكُم بِهِۦ عِندَ رَبِّكُمْ أَفَلَا تَعْقِلُونَ
Weten zij niet dat Allah weet wat zij verbergen en wat zij openbaren?
أَوَلَا يَعْلَمُونَ أَنَّ ٱللَّهَ يَعْلَمُ مَا يُسِرُّونَ وَمَا يُعْلِنُونَ
En er zijn onder hen ongeletterden, die het Boek niet kennen, maar (daarin slechts hun eigen) begeerten (zien), en zij doen niets dan gissen.
وَمِنْهُمْ أُمِّيُّونَ لَا يَعْلَمُونَ ٱلْكِتَٰبَ إِلَّآ أَمَانِىَّ وَإِنْ هُمْ إِلَّا يَظُنُّونَ
Wee dan hen die het Boek met hun eigen handen schrijven, en dan zeggen: "Dit is van Allah," om er handel mee te drijven voor een armzalige prijs! — Wee hun om wat hun handen schrijven, en om de winst die zij daarmee behalen.
فَوَيْلٌ لِّلَّذِينَ يَكْتُبُونَ ٱلْكِتَٰبَ بِأَيْدِيهِمْ ثُمَّ يَقُولُونَ هَٰذَا مِنْ عِندِ ٱللَّهِ لِيَشْتَرُوا۟ بِهِۦ ثَمَنًا قَلِيلًا فَوَيْلٌ لَّهُم مِّمَّا كَتَبَتْ أَيْدِيهِمْ وَوَيْلٌ لَّهُم مِّمَّا يَكْسِبُونَ
En zij zeggen: "Het vuur zal ons niet aanraken dan enkele getelde dagen:" Zeg: "Hebt u een belofte van Allah aangenomen — want Hij verbreekt Zijn belofte nooit —, of zegt u van Allah wat u niet weet?"
وَقَالُوا۟ لَن تَمَسَّنَا ٱلنَّارُ إِلَّآ أَيَّامًا مَّعْدُودَةً قُلْ أَتَّخَذْتُمْ عِندَ ٱللَّهِ عَهْدًا فَلَن يُخْلِفَ ٱللَّهُ عَهْدَهُۥٓ أَمْ تَقُولُونَ عَلَى ٱللَّهِ مَا لَا تَعْلَمُونَ
Nee, zij die gewin zoeken in het kwaad en door hun zonden omringd zijn, — zij zijn bewoners van het Vuur: daarin zullen zij verblijven (voor eeuwig).
بَلَىٰ مَن كَسَبَ سَيِّئَةً وَأَحَٰطَتْ بِهِۦ خَطِيٓـَٔتُهُۥ فَأُو۟لَٰٓئِكَ أَصْحَٰبُ ٱلنَّارِ هُمْ فِيهَا خَٰلِدُونَ
Maar zij die geloven en goede daden verrichten, zij zijn bewoners van de Tuin: daarin zullen zij verblijven (voor eeuwig).
وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ أُو۟لَٰٓئِكَ أَصْحَٰبُ ٱلْجَنَّةِ هُمْ فِيهَا خَٰلِدُونَ
Het verbond met de Kinderen van Israël
En gedenk: Wij namen een verbond aan van de kinderen van Israël (in deze zin): aanbid niemand dan Allah; behandel met vriendelijkheid uw ouders en verwanten, en de wezen en de behoeftigen; spreek goed tot de mensen; wees standvastig in het gebed; en geef geregeld aalmoezen. Toen keerde u zich af, behalve enkelen onder u, en u wijkt af (zelfs nu).
وَإِذْ أَخَذْنَا مِيثَٰقَ بَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ لَا تَعْبُدُونَ إِلَّا ٱللَّهَ وَبِٱلْوَٰلِدَيْنِ إِحْسَانًا وَذِى ٱلْقُرْبَىٰ وَٱلْيَتَٰمَىٰ وَٱلْمَسَٰكِينِ وَقُولُوا۟ لِلنَّاسِ حُسْنًا وَأَقِيمُوا۟ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتُوا۟ ٱلزَّكَوٰةَ ثُمَّ تَوَلَّيْتُمْ إِلَّا قَلِيلًا مِّنكُمْ وَأَنتُم مُّعْرِضُونَ
En gedenk: Wij namen uw verbond aan (in deze zin): vergiet geen bloed onder u, en verdrijf uw eigen mensen niet uit uw huizen: en dit hebt u plechtig bekrachtigd, en hiervan kunt u getuigen.
وَإِذْ أَخَذْنَا مِيثَٰقَكُمْ لَا تَسْفِكُونَ دِمَآءَكُمْ وَلَا تُخْرِجُونَ أَنفُسَكُم مِّن دِيَٰرِكُمْ ثُمَّ أَقْرَرْتُمْ وَأَنتُمْ تَشْهَدُونَ
Daarna bent u het, hetzelfde volk, dat onder elkaar doodt, en een deel van u uit hun huizen verbant; (hun vijanden) tegen hen bijstaat, in schuld en wrok; en als zij als gevangenen tot u komen, koopt u hen vrij, hoewel het u niet geoorloofd was hen te verbannen. Is het dan slechts een deel van het Boek waarin u gelooft, en verwerpt u de rest? Maar wat is het loon voor hen onder u die zo handelen, anders dan schande in dit leven? — en op de dag van het oordeel zullen zij overgeleverd worden aan de smartelijkste straf. Want Allah is niet onachtzaam omtrent wat u doet.
ثُمَّ أَنتُمْ هَٰٓؤُلَآءِ تَقْتُلُونَ أَنفُسَكُمْ وَتُخْرِجُونَ فَرِيقًا مِّنكُم مِّن دِيَٰرِهِمْ تَظَٰهَرُونَ عَلَيْهِم بِٱلْإِثْمِ وَٱلْعُدْوَٰنِ وَإِن يَأْتُوكُمْ أُسَٰرَىٰ تُفَٰدُوهُمْ وَهُوَ مُحَرَّمٌ عَلَيْكُمْ إِخْرَاجُهُمْ أَفَتُؤْمِنُونَ بِبَعْضِ ٱلْكِتَٰبِ وَتَكْفُرُونَ بِبَعْضٍ فَمَا جَزَآءُ مَن يَفْعَلُ ذَٰلِكَ مِنكُمْ إِلَّا خِزْىٌ فِى ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا وَيَوْمَ ٱلْقِيَٰمَةِ يُرَدُّونَ إِلَىٰٓ أَشَدِّ ٱلْعَذَابِ وَمَا ٱللَّهُ بِغَٰفِلٍ عَمَّا تَعْمَلُونَ
Dit zijn de mensen die het leven van deze wereld kopen voor de prijs van het hiernamaals: hun straf zal niet verlicht worden, noch zullen zij geholpen worden.
أُو۟لَٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ ٱشْتَرَوُا۟ ٱلْحَيَوٰةَ ٱلدُّنْيَا بِٱلْـَٔاخِرَةِ فَلَا يُخَفَّفُ عَنْهُمُ ٱلْعَذَابُ وَلَا هُمْ يُنصَرُونَ
De verwerping van de boodschappers
Wij gaven Mozes het Boek en lieten hem volgen door een reeks van boodschappers; Wij gaven Jezus, de zoon van Maria, duidelijke (tekenen) en sterkten hem met de heilige geest. Is het zo dat, telkens wanneer er een boodschapper tot u komt met wat uzelf niet begeert, u opgeblazen bent van hoogmoed? — Sommigen noemde u bedriegers, en anderen doodt u!
وَلَقَدْ ءَاتَيْنَا مُوسَى ٱلْكِتَٰبَ وَقَفَّيْنَا مِنۢ بَعْدِهِۦ بِٱلرُّسُلِ وَءَاتَيْنَا عِيسَى ٱبْنَ مَرْيَمَ ٱلْبَيِّنَٰتِ وَأَيَّدْنَٰهُ بِرُوحِ ٱلْقُدُسِ أَفَكُلَّمَا جَآءَكُمْ رَسُولٌۢ بِمَا لَا تَهْوَىٰٓ أَنفُسُكُمُ ٱسْتَكْبَرْتُمْ فَفَرِيقًا كَذَّبْتُمْ وَفَرِيقًا تَقْتُلُونَ
Zij zeggen: "Onze harten zijn de omhulsels (die Allahs Woord bewaren: wij hebben niet meer nodig)." Nee, Allahs vloek is op hen om hun godslastering: weinig is het dat zij geloven.
وَقَالُوا۟ قُلُوبُنَا غُلْفٌۢ بَل لَّعَنَهُمُ ٱللَّهُ بِكُفْرِهِمْ فَقَلِيلًا مَّا يُؤْمِنُونَ
En wanneer er tot hen een Boek van Allah komt, dat bevestigt wat bij hen is, — hoewel zij vanouds om de overwinning gebeden hadden over hen die zonder geloof zijn, — wanneer dan tot hen komt wat zij hadden (moeten) herkennen, weigeren zij daarin te geloven; maar de vloek van Allah is op hen die zonder geloof zijn.
وَلَمَّا جَآءَهُمْ كِتَٰبٌ مِّنْ عِندِ ٱللَّهِ مُصَدِّقٌ لِّمَا مَعَهُمْ وَكَانُوا۟ مِن قَبْلُ يَسْتَفْتِحُونَ عَلَى ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ فَلَمَّا جَآءَهُم مَّا عَرَفُوا۟ كَفَرُوا۟ بِهِۦ فَلَعْنَةُ ٱللَّهِ عَلَى ٱلْكَٰفِرِينَ
Armzalig is de prijs waarvoor zij hun ziel verkocht hebben, doordat zij (de openbaring) loochenen die Allah heeft neergezonden, in onbeschaamde afgunst dat Allah uit Zijn genade die zou zenden aan wie van Zijn dienaren Hem behaagt: zo hebben zij zich toorn op toorn op de hals gehaald. En vernederend is de straf van hen die het geloof verwerpen.
بِئْسَمَا ٱشْتَرَوْا۟ بِهِۦٓ أَنفُسَهُمْ أَن يَكْفُرُوا۟ بِمَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ بَغْيًا أَن يُنَزِّلَ ٱللَّهُ مِن فَضْلِهِۦ عَلَىٰ مَن يَشَآءُ مِنْ عِبَادِهِۦ فَبَآءُو بِغَضَبٍ عَلَىٰ غَضَبٍ وَلِلْكَٰفِرِينَ عَذَابٌ مُّهِينٌ
Wanneer tot hen gezegd wordt: "Geloof in wat Allah heeft neergezonden," zeggen zij: "Wij geloven in wat tot ons is neergezonden": maar zij verwerpen al het overige, ook al is het waarheid die bevestigt wat bij hen is. Zeg: "Waarom hebt u dan de profeten van Allah gedood in vroeger tijden, indien u werkelijk geloofde?"
وَإِذَا قِيلَ لَهُمْ ءَامِنُوا۟ بِمَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ قَالُوا۟ نُؤْمِنُ بِمَآ أُنزِلَ عَلَيْنَا وَيَكْفُرُونَ بِمَا وَرَآءَهُۥ وَهُوَ ٱلْحَقُّ مُصَدِّقًا لِّمَا مَعَهُمْ قُلْ فَلِمَ تَقْتُلُونَ أَنۢبِيَآءَ ٱللَّهِ مِن قَبْلُ إِن كُنتُم مُّؤْمِنِينَ
Mozes kwam tot u met duidelijke (tekenen); toch aanbad u het kalf (zelfs) daarna, en u handelde onrechtvaardig.
وَلَقَدْ جَآءَكُم مُّوسَىٰ بِٱلْبَيِّنَٰتِ ثُمَّ ٱتَّخَذْتُمُ ٱلْعِجْلَ مِنۢ بَعْدِهِۦ وَأَنتُمْ ظَٰلِمُونَ
En gedenk: Wij namen uw verbond aan en Wij verhieven boven u (de torenhoge hoogte) van de berg (Sinaï): (zeggende): "Houd vast aan wat Wij u gegeven hebben, en luister (naar de Thora)": Zij zeiden: "Wij horen, en wij zijn ongehoorzaam": En zij moesten in hun hart (de smet van) het kalf indrinken vanwege hun trouweloosheid. Zeg: "Verachtelijk zijn waarlijk de geboden van uw geloof, indien u enig geloof hebt!"
وَإِذْ أَخَذْنَا مِيثَٰقَكُمْ وَرَفَعْنَا فَوْقَكُمُ ٱلطُّورَ خُذُوا۟ مَآ ءَاتَيْنَٰكُم بِقُوَّةٍ وَٱسْمَعُوا۟ قَالُوا۟ سَمِعْنَا وَعَصَيْنَا وَأُشْرِبُوا۟ فِى قُلُوبِهِمُ ٱلْعِجْلَ بِكُفْرِهِمْ قُلْ بِئْسَمَا يَأْمُرُكُم بِهِۦٓ إِيمَٰنُكُمْ إِن كُنتُم مُّؤْمِنِينَ
Zeg: "Indien het laatste tehuis, bij Allah, in het bijzonder voor u is, en voor niemand anders, verlang dan naar de dood, indien u oprecht bent."
قُلْ إِن كَانَتْ لَكُمُ ٱلدَّارُ ٱلْـَٔاخِرَةُ عِندَ ٱللَّهِ خَالِصَةً مِّن دُونِ ٱلنَّاسِ فَتَمَنَّوُا۟ ٱلْمَوْتَ إِن كُنتُمْ صَٰدِقِينَ
Maar zij zullen nooit naar de dood verlangen, vanwege de (zonden) die hun handen vooruitgezonden hebben. En Allah is zeer wel bekend met de kwaaddoeners.
وَلَن يَتَمَنَّوْهُ أَبَدًۢا بِمَا قَدَّمَتْ أَيْدِيهِمْ وَٱللَّهُ عَلِيمٌۢ بِٱلظَّٰلِمِينَ
U zult hen waarlijk bevinden, van alle mensen, het begerigst naar het leven, — zelfs meer dan de afgodendienaars: ieder van hen wenst dat hem een leven van duizend jaar gegeven kon worden: maar de schenking van zulk een leven zal hem niet redden van de (verdiende) straf. Want Allah ziet zeer wel alles wat zij doen.
وَلَتَجِدَنَّهُمْ أَحْرَصَ ٱلنَّاسِ عَلَىٰ حَيَوٰةٍ وَمِنَ ٱلَّذِينَ أَشْرَكُوا۟ يَوَدُّ أَحَدُهُمْ لَوْ يُعَمَّرُ أَلْفَ سَنَةٍ وَمَا هُوَ بِمُزَحْزِحِهِۦ مِنَ ٱلْعَذَابِ أَن يُعَمَّرَ وَٱللَّهُ بَصِيرٌۢ بِمَا يَعْمَلُونَ
Gabriël, en Harut en Marut
Zeg: Al wie een vijand van Gabriël is — want hij brengt de (openbaring) neer tot uw hart door Allahs wil, een bevestiging van wat voorafging, en leiding en blijde tijding voor hen die geloven, —
قُلْ مَن كَانَ عَدُوًّا لِّجِبْرِيلَ فَإِنَّهُۥ نَزَّلَهُۥ عَلَىٰ قَلْبِكَ بِإِذْنِ ٱللَّهِ مُصَدِّقًا لِّمَا بَيْنَ يَدَيْهِ وَهُدًى وَبُشْرَىٰ لِلْمُؤْمِنِينَ
Al wie een vijand is van Allah en Zijn engelen en boodschappers, van Gabriël en Michaël, — zie! Allah is een vijand van hen die het geloof verwerpen.
مَن كَانَ عَدُوًّا لِّلَّهِ وَمَلَٰٓئِكَتِهِۦ وَرُسُلِهِۦ وَجِبْرِيلَ وَمِيكَىٰلَ فَإِنَّ ٱللَّهَ عَدُوٌّ لِّلْكَٰفِرِينَ
Wij hebben tot u duidelijke tekenen (ayat) neergezonden; en niemand verwerpt ze dan zij die verdorven zijn.
وَلَقَدْ أَنزَلْنَآ إِلَيْكَ ءَايَٰتٍۭ بَيِّنَٰتٍ وَمَا يَكْفُرُ بِهَآ إِلَّا ٱلْفَٰسِقُونَ
Is het niet (zo) dat, telkens wanneer zij een verbond sluiten, een deel van hen het terzijde werpt? — Nee, de meesten van hen zijn trouweloos.
أَوَكُلَّمَا عَٰهَدُوا۟ عَهْدًا نَّبَذَهُۥ فَرِيقٌ مِّنْهُم بَلْ أَكْثَرُهُمْ لَا يُؤْمِنُونَ
En toen er tot hen een boodschapper van Allah kwam, die bevestigde wat bij hen was, wierp een deel van de mensen van het Boek het Boek van Allah achter hun rug, alsof (het iets was dat) zij niet kenden!
وَلَمَّا جَآءَهُمْ رَسُولٌ مِّنْ عِندِ ٱللَّهِ مُصَدِّقٌ لِّمَا مَعَهُمْ نَبَذَ فَرِيقٌ مِّنَ ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ ٱلْكِتَٰبَ كِتَٰبَ ٱللَّهِ وَرَآءَ ظُهُورِهِمْ كَأَنَّهُمْ لَا يَعْلَمُونَ
Zij volgden wat de bozen (valselijk) verkondigden tegen de macht van Salomo: de godslasteraars waren niet Salomo, maar de bozen, die de mensen toverij leerden, en zulke dingen als te Babylon neerkwamen tot de engelen Harut en Marut. Maar geen van deze beiden leerde iemand (zulke dingen) zonder te zeggen: "Wij zijn slechts ter beproeving; laster dus niet." Zij leerden van hen de middelen om tweedracht te zaaien tussen man en vrouw. Maar zij konden daarmee niemand schaden dan met Allahs toestemming. En zij leerden wat hun schaadde, niet wat hun baatte. En zij wisten dat de kopers van (toverij) geen aandeel zouden hebben in het geluk van het hiernamaals. En verachtelijk was de prijs waarvoor zij hun ziel verkochten, hadden zij het maar geweten!
وَٱتَّبَعُوا۟ مَا تَتْلُوا۟ ٱلشَّيَٰطِينُ عَلَىٰ مُلْكِ سُلَيْمَٰنَ وَمَا كَفَرَ سُلَيْمَٰنُ وَلَٰكِنَّ ٱلشَّيَٰطِينَ كَفَرُوا۟ يُعَلِّمُونَ ٱلنَّاسَ ٱلسِّحْرَ وَمَآ أُنزِلَ عَلَى ٱلْمَلَكَيْنِ بِبَابِلَ هَٰرُوتَ وَمَٰرُوتَ وَمَا يُعَلِّمَانِ مِنْ أَحَدٍ حَتَّىٰ يَقُولَآ إِنَّمَا نَحْنُ فِتْنَةٌ فَلَا تَكْفُرْ فَيَتَعَلَّمُونَ مِنْهُمَا مَا يُفَرِّقُونَ بِهِۦ بَيْنَ ٱلْمَرْءِ وَزَوْجِهِۦ وَمَا هُم بِضَآرِّينَ بِهِۦ مِنْ أَحَدٍ إِلَّا بِإِذْنِ ٱللَّهِ وَيَتَعَلَّمُونَ مَا يَضُرُّهُمْ وَلَا يَنفَعُهُمْ وَلَقَدْ عَلِمُوا۟ لَمَنِ ٱشْتَرَىٰهُ مَا لَهُۥ فِى ٱلْـَٔاخِرَةِ مِنْ خَلَٰقٍ وَلَبِئْسَ مَا شَرَوْا۟ بِهِۦٓ أَنفُسَهُمْ لَوْ كَانُوا۟ يَعْلَمُونَ
Indien zij hun geloof bewaard hadden en zich voor het kwaad gehoed hadden, veel beter was het loon van hun Heer geweest, hadden zij het maar geweten!
وَلَوْ أَنَّهُمْ ءَامَنُوا۟ وَٱتَّقَوْا۟ لَمَثُوبَةٌ مِّنْ عِندِ ٱللَّهِ خَيْرٌ لَّوْ كَانُوا۟ يَعْلَمُونَ
Aanwijzingen aan de gelovigen; opgeheven verzen
O u die gelooft! Spreek niet (tot de boodschapper) woorden van dubbelzinnige betekenis, maar woorden van eerbied; en luister (naar hem): voor hen die zonder geloof zijn is er een smartelijke straf.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ لَا تَقُولُوا۟ رَٰعِنَا وَقُولُوا۟ ٱنظُرْنَا وَٱسْمَعُوا۟ وَلِلْكَٰفِرِينَ عَذَابٌ أَلِيمٌ
Het is nooit de wens van hen die zonder geloof zijn onder de mensen van het Boek, noch van de heidenen, dat er iets goeds tot u zou neerdalen van uw Heer. Maar Allah zal voor Zijn bijzondere barmhartigheid verkiezen wie Hij wil — want Allah is de Heer van overvloedige genade.
مَّا يَوَدُّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ مِنْ أَهْلِ ٱلْكِتَٰبِ وَلَا ٱلْمُشْرِكِينَ أَن يُنَزَّلَ عَلَيْكُم مِّنْ خَيْرٍ مِّن رَّبِّكُمْ وَٱللَّهُ يَخْتَصُّ بِرَحْمَتِهِۦ مَن يَشَآءُ وَٱللَّهُ ذُو ٱلْفَضْلِ ٱلْعَظِيمِ
Geen van Onze openbaringen schaffen Wij af of doen Wij vergeten, of Wij stellen er iets beters of iets gelijkwaardigs voor in de plaats: weet u niet dat Allah macht heeft over alle dingen?
مَا نَنسَخْ مِنْ ءَايَةٍ أَوْ نُنسِهَا نَأْتِ بِخَيْرٍ مِّنْهَآ أَوْ مِثْلِهَآ أَلَمْ تَعْلَمْ أَنَّ ٱللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ
Weet u niet dat aan Allah de heerschappij van de hemelen en de aarde toebehoort? En buiten Hem hebt u beschermer noch helper.
أَلَمْ تَعْلَمْ أَنَّ ٱللَّهَ لَهُۥ مُلْكُ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ وَمَا لَكُم مِّن دُونِ ٱللَّهِ مِن وَلِىٍّ وَلَا نَصِيرٍ
Zou u uw boodschapper willen ondervragen zoals Mozes vanouds ondervraagd werd? Maar wie het geloof verwisselt voor ongeloof, is zonder twijfel afgedwaald van de effen weg.
أَمْ تُرِيدُونَ أَن تَسْـَٔلُوا۟ رَسُولَكُمْ كَمَا سُئِلَ مُوسَىٰ مِن قَبْلُ وَمَن يَتَبَدَّلِ ٱلْكُفْرَ بِٱلْإِيمَٰنِ فَقَدْ ضَلَّ سَوَآءَ ٱلسَّبِيلِ
Heel wat van de mensen van het Boek wensen dat zij u (mensen) konden terugvoeren tot ongeloof nadat u geloofd hebt, uit zelfzuchtige afgunst, nadat de waarheid hun duidelijk geworden is: maar vergeef en zie het voorbij, totdat Allah Zijn voornemen volbrengt; want Allah heeft macht over alle dingen.
وَدَّ كَثِيرٌ مِّنْ أَهْلِ ٱلْكِتَٰبِ لَوْ يَرُدُّونَكُم مِّنۢ بَعْدِ إِيمَٰنِكُمْ كُفَّارًا حَسَدًا مِّنْ عِندِ أَنفُسِهِم مِّنۢ بَعْدِ مَا تَبَيَّنَ لَهُمُ ٱلْحَقُّ فَٱعْفُوا۟ وَٱصْفَحُوا۟ حَتَّىٰ يَأْتِىَ ٱللَّهُ بِأَمْرِهِۦٓ إِنَّ ٱللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ
En wees standvastig in het gebed en geregeld in het geven van aalmoezen: en al het goede dat u voor uw ziel vooruitzendt, u zult het bij Allah vinden: want Allah ziet zeer wel alles wat u doet.
وَأَقِيمُوا۟ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتُوا۟ ٱلزَّكَوٰةَ وَمَا تُقَدِّمُوا۟ لِأَنفُسِكُم مِّنْ خَيْرٍ تَجِدُوهُ عِندَ ٱللَّهِ إِنَّ ٱللَّهَ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرٌ
En zij zeggen: "Niemand zal het paradijs binnengaan tenzij hij een Jood of een christen is." Dat zijn hun (ijdele) begeerten. Zeg: "Breng uw bewijs voort, indien u waarachtig bent."
وَقَالُوا۟ لَن يَدْخُلَ ٱلْجَنَّةَ إِلَّا مَن كَانَ هُودًا أَوْ نَصَٰرَىٰ تِلْكَ أَمَانِيُّهُمْ قُلْ هَاتُوا۟ بُرْهَٰنَكُمْ إِن كُنتُمْ صَٰدِقِينَ
Nee, — wie zijn gehele wezen aan Allah onderwerpt en een doener van het goede is, — hij zal zijn loon hebben bij zijn Heer; over dezulken zal geen vrees zijn, noch zullen zij treuren.
بَلَىٰ مَنْ أَسْلَمَ وَجْهَهُۥ لِلَّهِ وَهُوَ مُحْسِنٌ فَلَهُۥٓ أَجْرُهُۥ عِندَ رَبِّهِۦ وَلَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ
Twist tussen joden en christenen
De Joden zeggen: "De christenen hebben niets (om op te staan)"; en de christenen zeggen: "De Joden hebben niets (om op te staan)." Toch bestuderen zij (naar zij belijden) hetzelfde Boek. Gelijk aan hun woord is wat zij zeggen die niet weten; maar Allah zal tussen hen oordelen in hun twist op de dag van het oordeel.
وَقَالَتِ ٱلْيَهُودُ لَيْسَتِ ٱلنَّصَٰرَىٰ عَلَىٰ شَىْءٍ وَقَالَتِ ٱلنَّصَٰرَىٰ لَيْسَتِ ٱلْيَهُودُ عَلَىٰ شَىْءٍ وَهُمْ يَتْلُونَ ٱلْكِتَٰبَ كَذَٰلِكَ قَالَ ٱلَّذِينَ لَا يَعْلَمُونَ مِثْلَ قَوْلِهِمْ فَٱللَّهُ يَحْكُمُ بَيْنَهُمْ يَوْمَ ٱلْقِيَٰمَةِ فِيمَا كَانُوا۟ فِيهِ يَخْتَلِفُونَ
En wie is onrechtvaardiger dan hij die verbiedt dat in de plaatsen voor de aanbidding van Allah Allahs Naam verkondigd wordt? — wiens ijver (in feite) is ze te verwoesten? Het paste zulken niet ze zelf binnen te gaan dan in vrees. Voor hen is er niets dan schande in deze wereld, en in de toekomende wereld een buitengewone kwelling.
وَمَنْ أَظْلَمُ مِمَّن مَّنَعَ مَسَٰجِدَ ٱللَّهِ أَن يُذْكَرَ فِيهَا ٱسْمُهُۥ وَسَعَىٰ فِى خَرَابِهَآ أُو۟لَٰٓئِكَ مَا كَانَ لَهُمْ أَن يَدْخُلُوهَآ إِلَّا خَآئِفِينَ لَهُمْ فِى ٱلدُّنْيَا خِزْىٌ وَلَهُمْ فِى ٱلْـَٔاخِرَةِ عَذَابٌ عَظِيمٌ
Aan Allah behoren het oosten en het westen: waarheen u zich ook wendt, daar is de tegenwoordigheid van Allah. Want Allah is Aldoordringend, Alwetend.
وَلِلَّهِ ٱلْمَشْرِقُ وَٱلْمَغْرِبُ فَأَيْنَمَا تُوَلُّوا۟ فَثَمَّ وَجْهُ ٱللَّهِ إِنَّ ٱللَّهَ وَٰسِعٌ عَلِيمٌ
Zij zeggen: "Allah heeft een zoon verwekt": Ere zij Hem. — Nee, aan Hem behoort alles wat in de hemelen en op aarde is: alles betoont Hem aanbidding.
وَقَالُوا۟ ٱتَّخَذَ ٱللَّهُ وَلَدًا سُبْحَٰنَهُۥ بَل لَّهُۥ مَا فِى ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ كُلٌّ لَّهُۥ قَٰنِتُونَ
Aan Hem is de eerste oorsprong van de hemelen en de aarde: wanneer Hij een zaak besluit, zegt Hij ertoe: "Wees," en zij is.
بَدِيعُ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ وَإِذَا قَضَىٰٓ أَمْرًا فَإِنَّمَا يَقُولُ لَهُۥ كُن فَيَكُونُ
Zij die geen kennis hebben, zeggen: "Waarom spreekt Allah niet tot ons? Of waarom komt er geen teken tot ons?" Zo spraken de mensen vóór hen woorden van gelijke strekking. Hun harten zijn gelijk. Wij hebben de tekenen waarlijk duidelijk gemaakt voor ieder volk dat vast aan het geloof houdt (in hun hart).
وَقَالَ ٱلَّذِينَ لَا يَعْلَمُونَ لَوْلَا يُكَلِّمُنَا ٱللَّهُ أَوْ تَأْتِينَآ ءَايَةٌ كَذَٰلِكَ قَالَ ٱلَّذِينَ مِن قَبْلِهِم مِّثْلَ قَوْلِهِمْ تَشَٰبَهَتْ قُلُوبُهُمْ قَدْ بَيَّنَّا ٱلْـَٔايَٰتِ لِقَوْمٍ يُوقِنُونَ
Voorwaar, Wij hebben u in waarheid gezonden als een brenger van blijde tijding en als een waarschuwer: maar aan u zal geen vraag gesteld worden over de metgezellen van het laaiende vuur.
إِنَّآ أَرْسَلْنَٰكَ بِٱلْحَقِّ بَشِيرًا وَنَذِيرًا وَلَا تُسْـَٔلُ عَنْ أَصْحَٰبِ ٱلْجَحِيمِ
Nooit zullen de Joden of de christenen met u tevreden zijn, tenzij u hun vorm van godsdienst volgt. Zeg: "De leiding van Allah, — dat is de (enige) leiding." Zou u hun begeerten volgen na de kennis die u bereikt heeft, dan zou u beschermer noch helper tegen Allah vinden.
وَلَن تَرْضَىٰ عَنكَ ٱلْيَهُودُ وَلَا ٱلنَّصَٰرَىٰ حَتَّىٰ تَتَّبِعَ مِلَّتَهُمْ قُلْ إِنَّ هُدَى ٱللَّهِ هُوَ ٱلْهُدَىٰ وَلَئِنِ ٱتَّبَعْتَ أَهْوَآءَهُم بَعْدَ ٱلَّذِى جَآءَكَ مِنَ ٱلْعِلْمِ مَا لَكَ مِنَ ٱللَّهِ مِن وَلِىٍّ وَلَا نَصِيرٍ
Zij aan wie Wij het Boek gezonden hebben, bestuderen het zoals het bestudeerd behoort te worden: zij zijn het die daarin geloven: zij die het geloof daarin verwerpen, — het verlies is het hunne.
ٱلَّذِينَ ءَاتَيْنَٰهُمُ ٱلْكِتَٰبَ يَتْلُونَهُۥ حَقَّ تِلَاوَتِهِۦٓ أُو۟لَٰٓئِكَ يُؤْمِنُونَ بِهِۦ وَمَن يَكْفُرْ بِهِۦ فَأُو۟لَٰٓئِكَ هُمُ ٱلْخَٰسِرُونَ
Oproep aan de Kinderen van Israël
O kinderen van Israël! Roep de bijzondere gunst in gedachten die Ik u bewezen heb, en dat Ik u verkozen heb boven alle anderen (voor Mijn boodschap).
يَٰبَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ ٱذْكُرُوا۟ نِعْمَتِىَ ٱلَّتِىٓ أَنْعَمْتُ عَلَيْكُمْ وَأَنِّى فَضَّلْتُكُمْ عَلَى ٱلْعَٰلَمِينَ
Wacht u dan voor een dag waarop de ene ziel de andere niet zal baten, noch losprijs van haar aangenomen zal worden, noch voorspraak haar zal baten, noch iemand geholpen zal worden (van buitenaf).
وَٱتَّقُوا۟ يَوْمًا لَّا تَجْزِى نَفْسٌ عَن نَّفْسٍ شَيْـًٔا وَلَا يُقْبَلُ مِنْهَا عَدْلٌ وَلَا تَنفَعُهَا شَفَٰعَةٌ وَلَا هُمْ يُنصَرُونَ
Abraham en de bouw van de Kaäba
En gedenk dat Abraham door zijn Heer beproefd werd met bepaalde geboden, die hij vervulde: Hij zei: "Ik zal u tot een imam voor de volken maken." Hij pleitte: "En ook (imams) uit mijn nageslacht!" Hij antwoordde: "Maar Mijn belofte reikt niet tot de onrechtvaardigen."
وَإِذِ ٱبْتَلَىٰٓ إِبْرَٰهِـۧمَ رَبُّهُۥ بِكَلِمَٰتٍ فَأَتَمَّهُنَّ قَالَ إِنِّى جَاعِلُكَ لِلنَّاسِ إِمَامًا قَالَ وَمِن ذُرِّيَّتِى قَالَ لَا يَنَالُ عَهْدِى ٱلظَّٰلِمِينَ
Gedenk: Wij maakten het Huis tot een plaats van samenkomst voor de mensen en een plaats van veiligheid; en neem de standplaats van Abraham als een plaats van gebed; en Wij sloten een verbond met Abraham en Isma'il, dat zij Mijn Huis zouden heiligen voor hen die het omgaan, of het als toevluchtsoord gebruiken, of zich buigen, of zich neerwerpen (daar in gebed).
وَإِذْ جَعَلْنَا ٱلْبَيْتَ مَثَابَةً لِّلنَّاسِ وَأَمْنًا وَٱتَّخِذُوا۟ مِن مَّقَامِ إِبْرَٰهِـۧمَ مُصَلًّى وَعَهِدْنَآ إِلَىٰٓ إِبْرَٰهِـۧمَ وَإِسْمَٰعِيلَ أَن طَهِّرَا بَيْتِىَ لِلطَّآئِفِينَ وَٱلْعَٰكِفِينَ وَٱلرُّكَّعِ ٱلسُّجُودِ
En gedenk: Abraham zei: "Mijn Heer, maak dit tot een stad van vrede, en voed haar volk met vruchten, — degenen van hen die geloven in Allah en de laatste dag." Hij zei: "(Ja), en ook wie het geloof verwerpen, — voor een tijd zal Ik hun hun genot gunnen, maar spoedig zal Ik hen drijven tot de kwelling van het vuur, — een kwade bestemming (waarlijk)!"
وَإِذْ قَالَ إِبْرَٰهِـۧمُ رَبِّ ٱجْعَلْ هَٰذَا بَلَدًا ءَامِنًا وَٱرْزُقْ أَهْلَهُۥ مِنَ ٱلثَّمَرَٰتِ مَنْ ءَامَنَ مِنْهُم بِٱللَّهِ وَٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ قَالَ وَمَن كَفَرَ فَأُمَتِّعُهُۥ قَلِيلًا ثُمَّ أَضْطَرُّهُۥٓ إِلَىٰ عَذَابِ ٱلنَّارِ وَبِئْسَ ٱلْمَصِيرُ
En gedenk: Abraham en Isma'il legden de fundamenten van het Huis (met dit gebed): "Onze Heer! Aanvaard (deze dienst) van ons: want U bent de Alhorende, de Alwetende."
وَإِذْ يَرْفَعُ إِبْرَٰهِـۧمُ ٱلْقَوَاعِدَ مِنَ ٱلْبَيْتِ وَإِسْمَٰعِيلُ رَبَّنَا تَقَبَّلْ مِنَّآ إِنَّكَ أَنتَ ٱلسَّمِيعُ ٱلْعَلِيمُ
"Onze Heer! Maak van ons moslims, buigend voor Uw (wil), en van ons nageslacht een volk van moslims, buigend voor Uw (wil); en toon ons onze plaats voor de viering van de (verschuldigde) riten; en wend U tot ons (in barmhartigheid); want U bent de Veelvuldig Terugkerende, de Meest Barmhartige."
رَبَّنَا وَٱجْعَلْنَا مُسْلِمَيْنِ لَكَ وَمِن ذُرِّيَّتِنَآ أُمَّةً مُّسْلِمَةً لَّكَ وَأَرِنَا مَنَاسِكَنَا وَتُبْ عَلَيْنَآ إِنَّكَ أَنتَ ٱلتَّوَّابُ ٱلرَّحِيمُ
"Onze Heer! Zend onder hen een boodschapper uit hun eigen midden, die hun Uw tekenen zal voordragen en hen zal onderwijzen in de Schrift en de wijsheid, en hen zal heiligen: want U bent de Verhevene in macht, de Wijze."
رَبَّنَا وَٱبْعَثْ فِيهِمْ رَسُولًا مِّنْهُمْ يَتْلُوا۟ عَلَيْهِمْ ءَايَٰتِكَ وَيُعَلِّمُهُمُ ٱلْكِتَٰبَ وَٱلْحِكْمَةَ وَيُزَكِّيهِمْ إِنَّكَ أَنتَ ٱلْعَزِيزُ ٱلْحَكِيمُ
En wie wendt zich af van de godsdienst van Abraham dan zij die hun ziel verlagen met dwaasheid? Hem verkozen Wij en maakten Wij rein in deze wereld: en in het hiernamaals zal hij zijn in de rangen van de rechtvaardigen.
وَمَن يَرْغَبُ عَن مِّلَّةِ إِبْرَٰهِـۧمَ إِلَّا مَن سَفِهَ نَفْسَهُۥ وَلَقَدِ ٱصْطَفَيْنَٰهُ فِى ٱلدُّنْيَا وَإِنَّهُۥ فِى ٱلْـَٔاخِرَةِ لَمِنَ ٱلصَّٰلِحِينَ
Zie! zijn Heer zei tot hem: "Buig (uw wil voor Mij)." Hij zei: "Ik buig (mijn wil) voor de Heer en Onderhouder van het heelal."
إِذْ قَالَ لَهُۥ رَبُّهُۥٓ أَسْلِمْ قَالَ أَسْلَمْتُ لِرَبِّ ٱلْعَٰلَمِينَ
En dit was de nalatenschap die Abraham aan zijn zonen naliet, en zo ook Jakob: "O mijn zonen! Allah heeft het geloof voor u gekozen; sterf dan niet, tenzij in het geloof van de islam."
وَوَصَّىٰ بِهَآ إِبْرَٰهِـۧمُ بَنِيهِ وَيَعْقُوبُ يَٰبَنِىَّ إِنَّ ٱللَّهَ ٱصْطَفَىٰ لَكُمُ ٱلدِّينَ فَلَا تَمُوتُنَّ إِلَّا وَأَنتُم مُّسْلِمُونَ
Was u getuige toen de dood voor Jakob verscheen? Zie, hij zei tot zijn zonen: "Wat zult u dienen na mij?" Zij zeiden: "Wij zullen uw God dienen en de God van uw vaderen, van Abraham, Ismaël en Izak, - de ene (ware) Allah: voor Hem buigen wij ons (in de islam)."
أَمْ كُنتُمْ شُهَدَآءَ إِذْ حَضَرَ يَعْقُوبَ ٱلْمَوْتُ إِذْ قَالَ لِبَنِيهِ مَا تَعْبُدُونَ مِنۢ بَعْدِى قَالُوا۟ نَعْبُدُ إِلَٰهَكَ وَإِلَٰهَ ءَابَآئِكَ إِبْرَٰهِـۧمَ وَإِسْمَٰعِيلَ وَإِسْحَٰقَ إِلَٰهًا وَٰحِدًا وَنَحْنُ لَهُۥ مُسْلِمُونَ
Dat was een volk dat is heengegaan. Zij zullen de vrucht oogsten van wat zij deden, en u van wat u doet! Over hun verdiensten wordt u niet ondervraagd!
تِلْكَ أُمَّةٌ قَدْ خَلَتْ لَهَا مَا كَسَبَتْ وَلَكُم مَّا كَسَبْتُمْ وَلَا تُسْـَٔلُونَ عَمَّا كَانُوا۟ يَعْمَلُونَ
Het zuivere geloof van Abraham
Zij zeggen: "Word Joden of christenen, indien u geleid wilt worden (tot behoud)." Zeg: "Nee! (Veeleer) de godsdienst van Abraham, de ware, en hij stelde geen goden naast Allah."
وَقَالُوا۟ كُونُوا۟ هُودًا أَوْ نَصَٰرَىٰ تَهْتَدُوا۟ قُلْ بَلْ مِلَّةَ إِبْرَٰهِـۧمَ حَنِيفًا وَمَا كَانَ مِنَ ٱلْمُشْرِكِينَ
Zeg: "Wij geloven in Allah, en in de openbaring die aan ons gegeven is, en aan Abraham, Ismaël, Izak, Jakob en de stammen, en in hetgeen aan Mozes en Jezus gegeven is, en in hetgeen aan (alle) profeten van hun Heer gegeven is: wij maken geen onderscheid tussen de een en de ander van hen: en voor Allah buigen wij ons (in de islam)."
قُولُوٓا۟ ءَامَنَّا بِٱللَّهِ وَمَآ أُنزِلَ إِلَيْنَا وَمَآ أُنزِلَ إِلَىٰٓ إِبْرَٰهِـۧمَ وَإِسْمَٰعِيلَ وَإِسْحَٰقَ وَيَعْقُوبَ وَٱلْأَسْبَاطِ وَمَآ أُوتِىَ مُوسَىٰ وَعِيسَىٰ وَمَآ أُوتِىَ ٱلنَّبِيُّونَ مِن رَّبِّهِمْ لَا نُفَرِّقُ بَيْنَ أَحَدٍ مِّنْهُمْ وَنَحْنُ لَهُۥ مُسْلِمُونَ
Indien zij dan geloven zoals u gelooft, zijn zij waarlijk op het rechte pad; maar indien zij zich afkeren, zijn zij het die in scheuring verkeren; maar Allah zal u voldoende zijn tegenover hen, en Hij is de Alhorende, de Alwetende.
فَإِنْ ءَامَنُوا۟ بِمِثْلِ مَآ ءَامَنتُم بِهِۦ فَقَدِ ٱهْتَدَوا۟ وَّإِن تَوَلَّوْا۟ فَإِنَّمَا هُمْ فِى شِقَاقٍ فَسَيَكْفِيكَهُمُ ٱللَّهُ وَهُوَ ٱلسَّمِيعُ ٱلْعَلِيمُ
(Onze godsdienst is) de doop van Allah: en wie kan beter dopen dan Allah? En Hij is het Die wij dienen.
صِبْغَةَ ٱللَّهِ وَمَنْ أَحْسَنُ مِنَ ٱللَّهِ صِبْغَةً وَنَحْنُ لَهُۥ عَٰبِدُونَ
Zeg: Wilt u met ons twisten over Allah, terwijl Hij onze Heer en uw Heer is; dat wij verantwoordelijk zijn voor onze daden en u voor de uwe; en dat wij oprecht (in ons geloof) in Hem zijn?
قُلْ أَتُحَآجُّونَنَا فِى ٱللَّهِ وَهُوَ رَبُّنَا وَرَبُّكُمْ وَلَنَآ أَعْمَٰلُنَا وَلَكُمْ أَعْمَٰلُكُمْ وَنَحْنُ لَهُۥ مُخْلِصُونَ
Of zegt u dat Abraham, Ismaël, Izak, Jakob en de stammen Joden of christenen waren? Zeg: Weet u het beter dan Allah? Ach! wie is onrechtvaardiger dan zij die het getuigenis verbergen dat zij van Allah hebben? Maar Allah is niet onachtzaam jegens wat u doet!
أَمْ تَقُولُونَ إِنَّ إِبْرَٰهِـۧمَ وَإِسْمَٰعِيلَ وَإِسْحَٰقَ وَيَعْقُوبَ وَٱلْأَسْبَاطَ كَانُوا۟ هُودًا أَوْ نَصَٰرَىٰ قُلْ ءَأَنتُمْ أَعْلَمُ أَمِ ٱللَّهُ وَمَنْ أَظْلَمُ مِمَّن كَتَمَ شَهَٰدَةً عِندَهُۥ مِنَ ٱللَّهِ وَمَا ٱللَّهُ بِغَٰفِلٍ عَمَّا تَعْمَلُونَ
Dat was een volk dat is heengegaan. Zij zullen de vrucht oogsten van wat zij deden, en u van wat u doet! Over hun verdiensten wordt u niet ondervraagd:
تِلْكَ أُمَّةٌ قَدْ خَلَتْ لَهَا مَا كَسَبَتْ وَلَكُم مَّا كَسَبْتُمْ وَلَا تُسْـَٔلُونَ عَمَّا كَانُوا۟ يَعْمَلُونَ
De verandering van de gebedsrichting
De dwazen onder de mensen zullen zeggen: "Wat heeft hen afgewend van de qibla waaraan zij gewend waren?" Zeg: Aan Allah behoren zowel het oosten als het westen: Hij leidt wie Hij wil naar een weg die recht is.
سَيَقُولُ ٱلسُّفَهَآءُ مِنَ ٱلنَّاسِ مَا وَلَّىٰهُمْ عَن قِبْلَتِهِمُ ٱلَّتِى كَانُوا۟ عَلَيْهَا قُل لِّلَّهِ ٱلْمَشْرِقُ وَٱلْمَغْرِبُ يَهْدِى مَن يَشَآءُ إِلَىٰ صِرَٰطٍ مُّسْتَقِيمٍ
Zo hebben Wij u gemaakt tot een Ummat, rechtvaardig in evenwicht, opdat u getuigen zoudt zijn over de volken, en de boodschapper een getuige over uzelf; en Wij stelden de qibla waaraan u gewend was slechts in om hen die de boodschapper volgden te onderscheiden van hen die zich op hun hielen zouden omkeren (van het geloof). Voorwaar, het was (een verandering) van groot gewicht, behalve voor hen die door Allah geleid werden. En nooit zou Allah uw geloof vruchteloos maken. Want Allah is voor alle mensen zeer zeker vol goedertierenheid, de Meest Barmhartige.
وَكَذَٰلِكَ جَعَلْنَٰكُمْ أُمَّةً وَسَطًا لِّتَكُونُوا۟ شُهَدَآءَ عَلَى ٱلنَّاسِ وَيَكُونَ ٱلرَّسُولُ عَلَيْكُمْ شَهِيدًا وَمَا جَعَلْنَا ٱلْقِبْلَةَ ٱلَّتِى كُنتَ عَلَيْهَآ إِلَّا لِنَعْلَمَ مَن يَتَّبِعُ ٱلرَّسُولَ مِمَّن يَنقَلِبُ عَلَىٰ عَقِبَيْهِ وَإِن كَانَتْ لَكَبِيرَةً إِلَّا عَلَى ٱلَّذِينَ هَدَى ٱللَّهُ وَمَا كَانَ ٱللَّهُ لِيُضِيعَ إِيمَٰنَكُمْ إِنَّ ٱللَّهَ بِٱلنَّاسِ لَرَءُوفٌ رَّحِيمٌ
Wij zien het wenden van uw gezicht (om leiding) naar de hemelen: nu zullen Wij u wenden naar een qibla die u behagen zal. Wend dan uw gezicht in de richting van de heilige moskee: waar u ook bent, wend uw gezichten in die richting. De mensen van het Boek weten wel dat dat de waarheid is van hun Heer. En Allah is niet onachtzaam jegens wat zij doen.
قَدْ نَرَىٰ تَقَلُّبَ وَجْهِكَ فِى ٱلسَّمَآءِ فَلَنُوَلِّيَنَّكَ قِبْلَةً تَرْضَىٰهَا فَوَلِّ وَجْهَكَ شَطْرَ ٱلْمَسْجِدِ ٱلْحَرَامِ وَحَيْثُ مَا كُنتُمْ فَوَلُّوا۟ وُجُوهَكُمْ شَطْرَهُۥ وَإِنَّ ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ ٱلْكِتَٰبَ لَيَعْلَمُونَ أَنَّهُ ٱلْحَقُّ مِن رَّبِّهِمْ وَمَا ٱللَّهُ بِغَٰفِلٍ عَمَّا يَعْمَلُونَ
Zelfs indien u de mensen van het Boek alle tekenen (tezamen) zou brengen, zouden zij uw qibla niet volgen; noch zult u hun qibla volgen; noch zullen zij waarlijk elkaars qibla volgen. Indien u, nadat de kennis u bereikt heeft, hun (ijdele) begeerten zou volgen, - dan zou u waarlijk (duidelijk) in het ongelijk zijn.
وَلَئِنْ أَتَيْتَ ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ ٱلْكِتَٰبَ بِكُلِّ ءَايَةٍ مَّا تَبِعُوا۟ قِبْلَتَكَ وَمَآ أَنتَ بِتَابِعٍ قِبْلَتَهُمْ وَمَا بَعْضُهُم بِتَابِعٍ قِبْلَةَ بَعْضٍ وَلَئِنِ ٱتَّبَعْتَ أَهْوَآءَهُم مِّنۢ بَعْدِ مَا جَآءَكَ مِنَ ٱلْعِلْمِ إِنَّكَ إِذًا لَّمِنَ ٱلظَّٰلِمِينَ
De mensen van het Boek kennen dit zoals zij hun eigen zonen kennen; maar sommigen van hen verbergen de waarheid die zij zelf kennen.
ٱلَّذِينَ ءَاتَيْنَٰهُمُ ٱلْكِتَٰبَ يَعْرِفُونَهُۥ كَمَا يَعْرِفُونَ أَبْنَآءَهُمْ وَإِنَّ فَرِيقًا مِّنْهُمْ لَيَكْتُمُونَ ٱلْحَقَّ وَهُمْ يَعْلَمُونَ
De waarheid is van uw Heer; wees dus in het geheel niet in twijfel.
ٱلْحَقُّ مِن رَّبِّكَ فَلَا تَكُونَنَّ مِنَ ٱلْمُمْتَرِينَ
Voor eenieder is er een doel waarheen Allah hem wendt; streef dan tezamen (als in een wedloop) naar al hetgeen goed is. Waar u ook bent, Allah zal u tezamen brengen. Want Allah heeft macht over alle dingen.
وَلِكُلٍّ وِجْهَةٌ هُوَ مُوَلِّيهَا فَٱسْتَبِقُوا۟ ٱلْخَيْرَٰتِ أَيْنَ مَا تَكُونُوا۟ يَأْتِ بِكُمُ ٱللَّهُ جَمِيعًا إِنَّ ٱللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ
Vanwaar u ook uitgaat, wend uw gezicht in de richting van de heilige moskee; dat is waarlijk de waarheid van de Heer. En Allah is niet onachtzaam jegens wat u doet.
وَمِنْ حَيْثُ خَرَجْتَ فَوَلِّ وَجْهَكَ شَطْرَ ٱلْمَسْجِدِ ٱلْحَرَامِ وَإِنَّهُۥ لَلْحَقُّ مِن رَّبِّكَ وَمَا ٱللَّهُ بِغَٰفِلٍ عَمَّا تَعْمَلُونَ
Vanwaar u dus ook uitgaat, wend uw gezicht in de richting van de heilige moskee; en waar u ook bent, wend uw gezicht daarheen: opdat er geen grond van twist tegen u zij onder de mensen, behalve bij hen onder hen die op goddeloosheid uit zijn; vrees hen dus niet, maar vrees Mij; en opdat Ik Mijn gunsten aan u zou voltooien, en u mogelijk (erin toestemt) geleid te worden;
وَمِنْ حَيْثُ خَرَجْتَ فَوَلِّ وَجْهَكَ شَطْرَ ٱلْمَسْجِدِ ٱلْحَرَامِ وَحَيْثُ مَا كُنتُمْ فَوَلُّوا۟ وُجُوهَكُمْ شَطْرَهُۥ لِئَلَّا يَكُونَ لِلنَّاسِ عَلَيْكُمْ حُجَّةٌ إِلَّا ٱلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ مِنْهُمْ فَلَا تَخْشَوْهُمْ وَٱخْشَوْنِى وَلِأُتِمَّ نِعْمَتِى عَلَيْكُمْ وَلَعَلَّكُمْ تَهْتَدُونَ
Een soortgelijke (gunst hebt u reeds ontvangen), doordat Wij onder u een boodschapper uit uw eigen midden gezonden hebben, die u Onze tekenen voordraagt, en u heiligt, en u onderwijst in de Schrift en de wijsheid, en in nieuwe kennis.
كَمَآ أَرْسَلْنَا فِيكُمْ رَسُولًا مِّنكُمْ يَتْلُوا۟ عَلَيْكُمْ ءَايَٰتِنَا وَيُزَكِّيكُمْ وَيُعَلِّمُكُمُ ٱلْكِتَٰبَ وَٱلْحِكْمَةَ وَيُعَلِّمُكُم مَّا لَمْ تَكُونُوا۟ تَعْلَمُونَ
Gedenk Mij dan; Ik zal u gedenken. Wees Mij dankbaar, en verwerp het geloof niet.
فَٱذْكُرُونِىٓ أَذْكُرْكُمْ وَٱشْكُرُوا۟ لِى وَلَا تَكْفُرُونِ
Geduld bij beproeving
O u die gelooft! Zoek hulp in geduldige volharding en gebed; want Allah is met hen die geduldig volharden.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ ٱسْتَعِينُوا۟ بِٱلصَّبْرِ وَٱلصَّلَوٰةِ إِنَّ ٱللَّهَ مَعَ ٱلصَّٰبِرِينَ
En zeg niet van hen die gedood worden op de weg van Allah: "Zij zijn dood." Nee, zij leven, hoewel u (het) niet bemerkt.
وَلَا تَقُولُوا۟ لِمَن يُقْتَلُ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ أَمْوَٰتٌۢ بَلْ أَحْيَآءٌ وَلَٰكِن لَّا تَشْعُرُونَ
Wees er zeker van dat Wij u zullen beproeven met iets van vrees en honger, enig verlies aan goederen of levens of de vruchten (van uw arbeid), maar verkondig blijde tijdingen aan hen die geduldig volharden,
وَلَنَبْلُوَنَّكُم بِشَىْءٍ مِّنَ ٱلْخَوْفِ وَٱلْجُوعِ وَنَقْصٍ مِّنَ ٱلْأَمْوَٰلِ وَٱلْأَنفُسِ وَٱلثَّمَرَٰتِ وَبَشِّرِ ٱلصَّٰبِرِينَ
Die zeggen, wanneer rampspoed hen treft: "Aan Allah behoren wij toe, en tot Hem is onze terugkeer": -
ٱلَّذِينَ إِذَآ أَصَٰبَتْهُم مُّصِيبَةٌ قَالُوٓا۟ إِنَّا لِلَّهِ وَإِنَّآ إِلَيْهِ رَٰجِعُونَ
Zij zijn het op wie zegeningen van Allah (neerdalen), en barmhartigheid, en zij zijn het die leiding ontvangen.
أُو۟لَٰٓئِكَ عَلَيْهِمْ صَلَوَٰتٌ مِّن رَّبِّهِمْ وَرَحْمَةٌ وَأُو۟لَٰٓئِكَ هُمُ ٱلْمُهْتَدُونَ
Safa en Marwa; wie de waarheid verbergt
Zie! Safa en Marwa behoren tot de symbolen van Allah. Dus indien zij die het Huis bezoeken in het seizoen of op andere tijden, om beide heengaan, is er geen zonde in hen. En indien iemand uit eigen beweging het goede doet, - wees er zeker van dat Allah Degene is Die erkent en weet.
إِنَّ ٱلصَّفَا وَٱلْمَرْوَةَ مِن شَعَآئِرِ ٱللَّهِ فَمَنْ حَجَّ ٱلْبَيْتَ أَوِ ٱعْتَمَرَ فَلَا جُنَاحَ عَلَيْهِ أَن يَطَّوَّفَ بِهِمَا وَمَن تَطَوَّعَ خَيْرًا فَإِنَّ ٱللَّهَ شَاكِرٌ عَلِيمٌ
Zij die de duidelijke (tekenen) verbergen die Wij hebben neergezonden, en de leiding, nadat Wij die voor de mensen duidelijk gemaakt hebben in het Boek, - op hen zal de vloek van Allah zijn, en de vloek van hen die gerechtigd zijn te vervloeken, -
إِنَّ ٱلَّذِينَ يَكْتُمُونَ مَآ أَنزَلْنَا مِنَ ٱلْبَيِّنَٰتِ وَٱلْهُدَىٰ مِنۢ بَعْدِ مَا بَيَّنَّٰهُ لِلنَّاسِ فِى ٱلْكِتَٰبِ أُو۟لَٰٓئِكَ يَلْعَنُهُمُ ٱللَّهُ وَيَلْعَنُهُمُ ٱللَّٰعِنُونَ
Behalve zij die berouw hebben en zich beteren en (de waarheid) openlijk verklaren: tot hen wend Ik Mij; want Ik ben de Veelvuldig Terugkerende, de Meest Barmhartige.
إِلَّا ٱلَّذِينَ تَابُوا۟ وَأَصْلَحُوا۟ وَبَيَّنُوا۟ فَأُو۟لَٰٓئِكَ أَتُوبُ عَلَيْهِمْ وَأَنَا ٱلتَّوَّابُ ٱلرَّحِيمُ
Zij die het geloof verwerpen, en sterven terwijl zij verwerpen, - op hen is de vloek van Allah, en de vloek van de engelen, en van heel de mensheid;
إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ وَمَاتُوا۟ وَهُمْ كُفَّارٌ أُو۟لَٰٓئِكَ عَلَيْهِمْ لَعْنَةُ ٱللَّهِ وَٱلْمَلَٰٓئِكَةِ وَٱلنَّاسِ أَجْمَعِينَ
Zij zullen daarin verblijven: hun straf zal niet verlicht worden, noch zal uitstel hun (deel) zijn.
خَٰلِدِينَ فِيهَا لَا يُخَفَّفُ عَنْهُمُ ٱلْعَذَابُ وَلَا هُمْ يُنظَرُونَ
De eenheid van God en de tekenen in de schepping
En uw Allah is één Allah: er is geen god dan Hij, de Meest Genadevolle, de Meest Barmhartige.
وَإِلَٰهُكُمْ إِلَٰهٌ وَٰحِدٌ لَّآ إِلَٰهَ إِلَّا هُوَ ٱلرَّحْمَٰنُ ٱلرَّحِيمُ
Zie! in de schepping van de hemelen en de aarde; in de afwisseling van de nacht en de dag; in het varen van de schepen door de oceaan tot nut van de mensheid; in de regen die Allah neerzendt uit de hemelen, en het leven dat Hij daarmee geeft aan een aarde die dood is; in de dieren van allerlei soort die Hij over de aarde verspreidt; in de wisseling van de winden, en de wolken die zij als hun slaven voortdrijven tussen de hemel en de aarde; - (hierin) zijn waarlijk tekenen voor een volk dat verstandig is.
إِنَّ فِى خَلْقِ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ وَٱخْتِلَٰفِ ٱلَّيْلِ وَٱلنَّهَارِ وَٱلْفُلْكِ ٱلَّتِى تَجْرِى فِى ٱلْبَحْرِ بِمَا يَنفَعُ ٱلنَّاسَ وَمَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ مِنَ ٱلسَّمَآءِ مِن مَّآءٍ فَأَحْيَا بِهِ ٱلْأَرْضَ بَعْدَ مَوْتِهَا وَبَثَّ فِيهَا مِن كُلِّ دَآبَّةٍ وَتَصْرِيفِ ٱلرِّيَٰحِ وَٱلسَّحَابِ ٱلْمُسَخَّرِ بَيْنَ ٱلسَّمَآءِ وَٱلْأَرْضِ لَـَٔايَٰتٍ لِّقَوْمٍ يَعْقِلُونَ
Toch zijn er mensen die anderen naast Allah nemen (ter aanbidding), als gelijken (aan Allah): zij hebben hen lief zoals zij Allah behoorden lief te hebben. Maar zij die geloven zijn overvloedig in hun liefde voor Allah. Konden de onrechtvaardigen het slechts zien, zie, zij zouden de straf zien: dat aan Allah alle macht behoort, en dat Allah de straf streng zal voltrekken.
وَمِنَ ٱلنَّاسِ مَن يَتَّخِذُ مِن دُونِ ٱللَّهِ أَندَادًا يُحِبُّونَهُمْ كَحُبِّ ٱللَّهِ وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ أَشَدُّ حُبًّا لِّلَّهِ وَلَوْ يَرَى ٱلَّذِينَ ظَلَمُوٓا۟ إِذْ يَرَوْنَ ٱلْعَذَابَ أَنَّ ٱلْقُوَّةَ لِلَّهِ جَمِيعًا وَأَنَّ ٱللَّهَ شَدِيدُ ٱلْعَذَابِ
Dan zouden zij die gevolgd worden zich losmaken van hen die (hen) volgen: zij zouden de straf zien, en alle banden tussen hen zouden worden afgesneden.
إِذْ تَبَرَّأَ ٱلَّذِينَ ٱتُّبِعُوا۟ مِنَ ٱلَّذِينَ ٱتَّبَعُوا۟ وَرَأَوُا۟ ٱلْعَذَابَ وَتَقَطَّعَتْ بِهِمُ ٱلْأَسْبَابُ
En zij die volgden zouden zeggen: "Hadden wij slechts nog één kans, dan zouden wij ons van hen losmaken, zoals zij zich van ons hebben losgemaakt." Zo zal Allah hun (de vruchten van) hun daden tonen als (niets dan) wroeging. En er zal voor hen geen weg zijn uit het vuur.
وَقَالَ ٱلَّذِينَ ٱتَّبَعُوا۟ لَوْ أَنَّ لَنَا كَرَّةً فَنَتَبَرَّأَ مِنْهُمْ كَمَا تَبَرَّءُوا۟ مِنَّا كَذَٰلِكَ يُرِيهِمُ ٱللَّهُ أَعْمَٰلَهُمْ حَسَرَٰتٍ عَلَيْهِمْ وَمَا هُم بِخَٰرِجِينَ مِنَ ٱلنَّارِ
Toegestaan en verboden voedsel
O mensen! Eet van wat op aarde is, geoorloofd en goed; en volg niet de voetstappen van de boze, want hij is u een verklaarde vijand.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ كُلُوا۟ مِمَّا فِى ٱلْأَرْضِ حَلَٰلًا طَيِّبًا وَلَا تَتَّبِعُوا۟ خُطُوَٰتِ ٱلشَّيْطَٰنِ إِنَّهُۥ لَكُمْ عَدُوٌّ مُّبِينٌ
Want hij gebiedt u wat kwaad en schandelijk is, en dat u van Allah zou zeggen dat waarvan u geen kennis hebt.
إِنَّمَا يَأْمُرُكُم بِٱلسُّوٓءِ وَٱلْفَحْشَآءِ وَأَن تَقُولُوا۟ عَلَى ٱللَّهِ مَا لَا تَعْلَمُونَ
Wanneer tot hen gezegd wordt: "Volg wat Allah heeft geopenbaard," zeggen zij: "Nee! wij zullen de wegen van onze vaderen volgen." Wat! zelfs al waren hun vaderen verstoken van wijsheid en leiding?
وَإِذَا قِيلَ لَهُمُ ٱتَّبِعُوا۟ مَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ قَالُوا۟ بَلْ نَتَّبِعُ مَآ أَلْفَيْنَا عَلَيْهِ ءَابَآءَنَآ أَوَلَوْ كَانَ ءَابَآؤُهُمْ لَا يَعْقِلُونَ شَيْـًٔا وَلَا يَهْتَدُونَ
De gelijkenis van hen die het geloof verwerpen is als van iemand die schreeuwt, als een geitenhoeder, tegen dingen die naar niets luisteren dan naar roepen en kreten: doof, stom en blind, zij zijn verstoken van wijsheid.
وَمَثَلُ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ كَمَثَلِ ٱلَّذِى يَنْعِقُ بِمَا لَا يَسْمَعُ إِلَّا دُعَآءً وَنِدَآءً صُمٌّۢ بُكْمٌ عُمْىٌ فَهُمْ لَا يَعْقِلُونَ
O u die gelooft! Eet van de goede dingen die Wij u verschaft hebben, en wees Allah dankbaar, indien het Hem is Die u dient.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ كُلُوا۟ مِن طَيِّبَٰتِ مَا رَزَقْنَٰكُمْ وَٱشْكُرُوا۟ لِلَّهِ إِن كُنتُمْ إِيَّاهُ تَعْبُدُونَ
Hij heeft u slechts verboden dood vlees, en bloed, en het vlees van zwijnen, en dat waarover een andere naam is aangeroepen dan die van Allah. Maar indien iemand door noodzaak gedwongen wordt, zonder moedwillige ongehoorzaamheid en zonder de gestelde grenzen te overschrijden, - dan is hij zonder schuld. Want Allah is de Veelvergevende, de Meest Barmhartige.
إِنَّمَا حَرَّمَ عَلَيْكُمُ ٱلْمَيْتَةَ وَٱلدَّمَ وَلَحْمَ ٱلْخِنزِيرِ وَمَآ أُهِلَّ بِهِۦ لِغَيْرِ ٱللَّهِ فَمَنِ ٱضْطُرَّ غَيْرَ بَاغٍ وَلَا عَادٍ فَلَآ إِثْمَ عَلَيْهِ إِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ
Zij die de openbaringen van Allah in het Boek verbergen, en daarvoor een armzalige winst kopen, - zij verzwelgen in zichzelf niets dan vuur; Allah zal hen niet aanspreken op de dag van de opstanding, noch hen reinigen: smartelijk zal hun straf zijn.
إِنَّ ٱلَّذِينَ يَكْتُمُونَ مَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ مِنَ ٱلْكِتَٰبِ وَيَشْتَرُونَ بِهِۦ ثَمَنًا قَلِيلًا أُو۟لَٰٓئِكَ مَا يَأْكُلُونَ فِى بُطُونِهِمْ إِلَّا ٱلنَّارَ وَلَا يُكَلِّمُهُمُ ٱللَّهُ يَوْمَ ٱلْقِيَٰمَةِ وَلَا يُزَكِّيهِمْ وَلَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ
Zij zijn het die dwaling kopen in plaats van leiding en kwelling in plaats van vergeving. Ach! welk een vermetelheid (tonen zij) jegens het vuur!
أُو۟لَٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ ٱشْتَرَوُا۟ ٱلضَّلَٰلَةَ بِٱلْهُدَىٰ وَٱلْعَذَابَ بِٱلْمَغْفِرَةِ فَمَآ أَصْبَرَهُمْ عَلَى ٱلنَّارِ
(Hun verdoemenis is) omdat Allah het Boek in waarheid heeft neergezonden; maar zij die aanleidingen tot twist zoeken in het Boek, zijn in een scheuring, ver (van het doel).
ذَٰلِكَ بِأَنَّ ٱللَّهَ نَزَّلَ ٱلْكِتَٰبَ بِٱلْحَقِّ وَإِنَّ ٱلَّذِينَ ٱخْتَلَفُوا۟ فِى ٱلْكِتَٰبِ لَفِى شِقَاقٍۭ بَعِيدٍ
Ware vroomheid
Het is geen gerechtigheid dat u uw gezichten wendt naar het oosten of het westen; maar dit is gerechtigheid: te geloven in Allah en de laatste dag, en de engelen, en het Boek, en de boodschappers; van uw bezit te geven, uit liefde voor Hem, aan uw verwanten, aan wezen, aan de behoeftigen, aan de reiziger, aan hen die vragen, en voor het vrijkopen van slaven; standvastig te zijn in het gebed, en geregeld aalmoezen te geven; de verbonden na te komen die u gesloten hebt; en standvastig en geduldig te zijn, in pijn (of lijden) en tegenspoed, en in alle tijden van schrik. Dat zijn de mensen van de waarheid, de Allahvrezenden.
لَّيْسَ ٱلْبِرَّ أَن تُوَلُّوا۟ وُجُوهَكُمْ قِبَلَ ٱلْمَشْرِقِ وَٱلْمَغْرِبِ وَلَٰكِنَّ ٱلْبِرَّ مَنْ ءَامَنَ بِٱللَّهِ وَٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ وَٱلْمَلَٰٓئِكَةِ وَٱلْكِتَٰبِ وَٱلنَّبِيِّـۧنَ وَءَاتَى ٱلْمَالَ عَلَىٰ حُبِّهِۦ ذَوِى ٱلْقُرْبَىٰ وَٱلْيَتَٰمَىٰ وَٱلْمَسَٰكِينَ وَٱبْنَ ٱلسَّبِيلِ وَٱلسَّآئِلِينَ وَفِى ٱلرِّقَابِ وَأَقَامَ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتَى ٱلزَّكَوٰةَ وَٱلْمُوفُونَ بِعَهْدِهِمْ إِذَا عَٰهَدُوا۟ وَٱلصَّٰبِرِينَ فِى ٱلْبَأْسَآءِ وَٱلضَّرَّآءِ وَحِينَ ٱلْبَأْسِ أُو۟لَٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ صَدَقُوا۟ وَأُو۟لَٰٓئِكَ هُمُ ٱلْمُتَّقُونَ
Vergelding bij doodslag
O u die gelooft! De wet van gelijkheid is u voorgeschreven in gevallen van doodslag: de vrije voor de vrije, de slaaf voor de slaaf, de vrouw voor de vrouw. Maar indien enige kwijtschelding wordt gedaan door de broeder van de gedode, laat dan de billijke eis worden gevolgd en betaal hem op passende wijze; dit is een tegemoetkoming en een barmhartigheid van uw Heer. Wie daarna de grenzen overschrijdt, zal in zware straf zijn.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ كُتِبَ عَلَيْكُمُ ٱلْقِصَاصُ فِى ٱلْقَتْلَى ٱلْحُرُّ بِٱلْحُرِّ وَٱلْعَبْدُ بِٱلْعَبْدِ وَٱلْأُنثَىٰ بِٱلْأُنثَىٰ فَمَنْ عُفِىَ لَهُۥ مِنْ أَخِيهِ شَىْءٌ فَٱتِّبَاعٌۢ بِٱلْمَعْرُوفِ وَأَدَآءٌ إِلَيْهِ بِإِحْسَٰنٍ ذَٰلِكَ تَخْفِيفٌ مِّن رَّبِّكُمْ وَرَحْمَةٌ فَمَنِ ٱعْتَدَىٰ بَعْدَ ذَٰلِكَ فَلَهُۥ عَذَابٌ أَلِيمٌ
In de wet van gelijkheid is er (behoud van) leven voor u, o u mensen van verstand; opdat u uzelf zoudt weerhouden.
وَلَكُمْ فِى ٱلْقِصَاصِ حَيَوٰةٌ يَٰٓأُو۟لِى ٱلْأَلْبَٰبِ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ
Het testament
Het is voorgeschreven, wanneer de dood tot een van u nadert, indien hij enige goederen nalaat, dat hij een beschikking maakt ten gunste van ouders en naaste verwanten, naar redelijk gebruik; dit is een plicht voor de Allahvrezenden.
كُتِبَ عَلَيْكُمْ إِذَا حَضَرَ أَحَدَكُمُ ٱلْمَوْتُ إِن تَرَكَ خَيْرًا ٱلْوَصِيَّةُ لِلْوَٰلِدَيْنِ وَٱلْأَقْرَبِينَ بِٱلْمَعْرُوفِ حَقًّا عَلَى ٱلْمُتَّقِينَ
Indien iemand de beschikking verandert nadat hij die gehoord heeft, dan zal de schuld zijn op hen die de verandering aanbrengen. Want Allah hoort en weet alle dingen.
فَمَنۢ بَدَّلَهُۥ بَعْدَ مَا سَمِعَهُۥ فَإِنَّمَآ إِثْمُهُۥ عَلَى ٱلَّذِينَ يُبَدِّلُونَهُۥٓ إِنَّ ٱللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٌ
Maar indien iemand partijdigheid of onrecht vreest van de kant van de erflater, en vrede sticht tussen (de betrokken partijen), dan is er geen kwaad in hem: want Allah is de Veelvergevende, de Meest Barmhartige.
فَمَنْ خَافَ مِن مُّوصٍ جَنَفًا أَوْ إِثْمًا فَأَصْلَحَ بَيْنَهُمْ فَلَآ إِثْمَ عَلَيْهِ إِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ
Voorschriften voor het vasten
O u die gelooft! Het vasten is u voorgeschreven zoals het voorgeschreven was aan hen vóór u, opdat u zelfbeheersing zoudt (leren), -
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ كُتِبَ عَلَيْكُمُ ٱلصِّيَامُ كَمَا كُتِبَ عَلَى ٱلَّذِينَ مِن قَبْلِكُمْ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ
(Vasten) gedurende een vastgesteld aantal dagen; maar indien iemand van u ziek is, of op reis, dan het voorgeschreven aantal (in te halen) op latere dagen. Voor hen die het (slechts met moeite) kunnen volbrengen, is er een losprijs: het voeden van een behoeftige. Maar hij die meer geeft, uit eigen vrije wil, - het is beter voor hem. En het is beter voor u dat u vast, indien u het slechts wist.
أَيَّامًا مَّعْدُودَٰتٍ فَمَن كَانَ مِنكُم مَّرِيضًا أَوْ عَلَىٰ سَفَرٍ فَعِدَّةٌ مِّنْ أَيَّامٍ أُخَرَ وَعَلَى ٱلَّذِينَ يُطِيقُونَهُۥ فِدْيَةٌ طَعَامُ مِسْكِينٍ فَمَن تَطَوَّعَ خَيْرًا فَهُوَ خَيْرٌ لَّهُۥ وَأَن تَصُومُوا۟ خَيْرٌ لَّكُمْ إِن كُنتُمْ تَعْلَمُونَ
Ramadan is de (maand) waarin de Koran werd neergezonden, als een leidraad voor de mensheid, alsook duidelijke (tekenen) tot leiding en oordeel (tussen goed en kwaad). Dus ieder van u die gedurende die maand (thuis) aanwezig is, moet haar in vasten doorbrengen; maar indien iemand ziek is, of op reis, dan de voorgeschreven periode (in te halen) op latere dagen. Allah wenst voor u alle gemak; Hij wil u niet in moeilijkheden brengen. (Hij wil dat u) de voorgeschreven periode voltooit, en Hem verheerlijkt omdat Hij u geleid heeft; en mogelijk zult u dankbaar zijn.
شَهْرُ رَمَضَانَ ٱلَّذِىٓ أُنزِلَ فِيهِ ٱلْقُرْءَانُ هُدًى لِّلنَّاسِ وَبَيِّنَٰتٍ مِّنَ ٱلْهُدَىٰ وَٱلْفُرْقَانِ فَمَن شَهِدَ مِنكُمُ ٱلشَّهْرَ فَلْيَصُمْهُ وَمَن كَانَ مَرِيضًا أَوْ عَلَىٰ سَفَرٍ فَعِدَّةٌ مِّنْ أَيَّامٍ أُخَرَ يُرِيدُ ٱللَّهُ بِكُمُ ٱلْيُسْرَ وَلَا يُرِيدُ بِكُمُ ٱلْعُسْرَ وَلِتُكْمِلُوا۟ ٱلْعِدَّةَ وَلِتُكَبِّرُوا۟ ٱللَّهَ عَلَىٰ مَا هَدَىٰكُمْ وَلَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ
Wanneer Mijn dienaren u vragen aangaande Mij, dan ben Ik waarlijk nabij (hen): Ik luister naar het gebed van elke smekeling wanneer hij Mij aanroept. Laten zij dan ook, gewillig, naar Mijn roep luisteren, en in Mij geloven: opdat zij op de rechte weg zouden wandelen.
وَإِذَا سَأَلَكَ عِبَادِى عَنِّى فَإِنِّى قَرِيبٌ أُجِيبُ دَعْوَةَ ٱلدَّاعِ إِذَا دَعَانِ فَلْيَسْتَجِيبُوا۟ لِى وَلْيُؤْمِنُوا۟ بِى لَعَلَّهُمْ يَرْشُدُونَ
Het is u geoorloofd, in de nacht van het vasten, tot uw vrouwen in te gaan. Zij zijn uw klederen en u bent hun klederen. Allah weet wat u in het geheim onder elkaar placht te doen; maar Hij heeft Zich tot u gewend en u vergeven; ga dan nu met hen om, en zoek wat Allah voor u verordend heeft, en eet en drink, totdat de witte draad van de dageraad voor u duidelijk zichtbaar wordt naast zijn zwarte draad; voltooi dan uw vasten tot de nacht verschijnt; maar ga niet met uw vrouwen om terwijl u zich ter afzondering in de moskeeën bevindt. Dat zijn de grenzen (gesteld door) Allah: nader die niet. Zo maakt Allah Zijn tekenen aan de mensen duidelijk: opdat zij zelfbeheersing zouden leren.
أُحِلَّ لَكُمْ لَيْلَةَ ٱلصِّيَامِ ٱلرَّفَثُ إِلَىٰ نِسَآئِكُمْ هُنَّ لِبَاسٌ لَّكُمْ وَأَنتُمْ لِبَاسٌ لَّهُنَّ عَلِمَ ٱللَّهُ أَنَّكُمْ كُنتُمْ تَخْتَانُونَ أَنفُسَكُمْ فَتَابَ عَلَيْكُمْ وَعَفَا عَنكُمْ فَٱلْـَٰٔنَ بَٰشِرُوهُنَّ وَٱبْتَغُوا۟ مَا كَتَبَ ٱللَّهُ لَكُمْ وَكُلُوا۟ وَٱشْرَبُوا۟ حَتَّىٰ يَتَبَيَّنَ لَكُمُ ٱلْخَيْطُ ٱلْأَبْيَضُ مِنَ ٱلْخَيْطِ ٱلْأَسْوَدِ مِنَ ٱلْفَجْرِ ثُمَّ أَتِمُّوا۟ ٱلصِّيَامَ إِلَى ٱلَّيْلِ وَلَا تُبَٰشِرُوهُنَّ وَأَنتُمْ عَٰكِفُونَ فِى ٱلْمَسَٰجِدِ تِلْكَ حُدُودُ ٱللَّهِ فَلَا تَقْرَبُوهَا كَذَٰلِكَ يُبَيِّنُ ٱللَّهُ ءَايَٰتِهِۦ لِلنَّاسِ لَعَلَّهُمْ يَتَّقُونَ
Onrechtmatig verkregen bezit
En verteer niet elkaars bezit onder elkaar voor ijdelheden, en gebruik het niet als lokaas voor de rechters, met de bedoeling dat u wederrechtelijk en willens en wetens een deel van het bezit van (andere) mensen zoudt verteren.
وَلَا تَأْكُلُوٓا۟ أَمْوَٰلَكُم بَيْنَكُم بِٱلْبَٰطِلِ وَتُدْلُوا۟ بِهَآ إِلَى ٱلْحُكَّامِ لِتَأْكُلُوا۟ فَرِيقًا مِّنْ أَمْوَٰلِ ٱلنَّاسِ بِٱلْإِثْمِ وَأَنتُمْ تَعْلَمُونَ
De nieuwe maan en het betreden van huizen
Zij vragen u aangaande de nieuwe manen. Zeg: Zij zijn slechts tekenen om vaste tijdperken aan te geven in (de aangelegenheden van) de mensen, en voor de bedevaart. Het is geen deugd indien u uw huizen langs de achterzijde binnengaat: het is deugd indien u Allah vreest. Ga de huizen binnen door de juiste deuren: en vrees Allah: opdat u voorspoedig moogt zijn.
يَسْـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلْأَهِلَّةِ قُلْ هِىَ مَوَٰقِيتُ لِلنَّاسِ وَٱلْحَجِّ وَلَيْسَ ٱلْبِرُّ بِأَن تَأْتُوا۟ ٱلْبُيُوتَ مِن ظُهُورِهَا وَلَٰكِنَّ ٱلْبِرَّ مَنِ ٱتَّقَىٰ وَأْتُوا۟ ٱلْبُيُوتَ مِنْ أَبْوَٰبِهَا وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ لَعَلَّكُمْ تُفْلِحُونَ
Voorschriften voor de strijd
Strijd voor de zaak van Allah tegen hen die tegen u strijden, maar overschrijd de grenzen niet; want Allah heeft de overtreders niet lief.
وَقَٰتِلُوا۟ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ ٱلَّذِينَ يُقَٰتِلُونَكُمْ وَلَا تَعْتَدُوٓا۟ إِنَّ ٱللَّهَ لَا يُحِبُّ ٱلْمُعْتَدِينَ
En dood hen waar u hen ook aantreft, en verdrijf hen van waar zij u verdreven hebben; want beroering en onderdrukking zijn erger dan doodslag; maar bestrijd hen niet bij de heilige moskee, tenzij zij u daar (eerst) bestrijden; maar indien zij u bestrijden, dood hen dan. Zo is de vergelding voor hen die het geloof onderdrukken.
وَٱقْتُلُوهُمْ حَيْثُ ثَقِفْتُمُوهُمْ وَأَخْرِجُوهُم مِّنْ حَيْثُ أَخْرَجُوكُمْ وَٱلْفِتْنَةُ أَشَدُّ مِنَ ٱلْقَتْلِ وَلَا تُقَٰتِلُوهُمْ عِندَ ٱلْمَسْجِدِ ٱلْحَرَامِ حَتَّىٰ يُقَٰتِلُوكُمْ فِيهِ فَإِن قَٰتَلُوكُمْ فَٱقْتُلُوهُمْ كَذَٰلِكَ جَزَآءُ ٱلْكَٰفِرِينَ
Maar indien zij ophouden, dan is Allah de Veelvergevende, de Meest Barmhartige.
فَإِنِ ٱنتَهَوْا۟ فَإِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ
En bestrijd hen totdat er geen beroering of onderdrukking meer is, en er gerechtigheid en geloof in Allah heerst; maar indien zij ophouden, laat er dan geen vijandschap zijn, behalve tegen hen die onderdrukking bedrijven.
وَقَٰتِلُوهُمْ حَتَّىٰ لَا تَكُونَ فِتْنَةٌ وَيَكُونَ ٱلدِّينُ لِلَّهِ فَإِنِ ٱنتَهَوْا۟ فَلَا عُدْوَٰنَ إِلَّا عَلَى ٱلظَّٰلِمِينَ
De verboden maand voor de verboden maand, - en zo voor alle verboden dingen, - er is de wet van gelijkheid. Indien dan iemand het verbod tegen u overtreedt, overtreed dan evenzo tegen hem. Maar vrees Allah, en weet dat Allah met hen is die zichzelf beheersen.
ٱلشَّهْرُ ٱلْحَرَامُ بِٱلشَّهْرِ ٱلْحَرَامِ وَٱلْحُرُمَٰتُ قِصَاصٌ فَمَنِ ٱعْتَدَىٰ عَلَيْكُمْ فَٱعْتَدُوا۟ عَلَيْهِ بِمِثْلِ مَا ٱعْتَدَىٰ عَلَيْكُمْ وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ مَعَ ٱلْمُتَّقِينَ
En geef van uw bezit voor de zaak van Allah, en laat uw eigen handen niet bijdragen aan (uw) ondergang; maar doe goed; want Allah heeft hen lief die goeddoen.
وَأَنفِقُوا۟ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ وَلَا تُلْقُوا۟ بِأَيْدِيكُمْ إِلَى ٱلتَّهْلُكَةِ وَأَحْسِنُوٓا۟ إِنَّ ٱللَّهَ يُحِبُّ ٱلْمُحْسِنِينَ
De bedevaart en de omra
En volbreng de hadj of de oemra in de dienst van Allah. Maar indien u verhinderd wordt (die te voltooien), zend dan een offergave, zoals u die kunt vinden, en scheer uw hoofden niet totdat de offergave de plaats van het offer bereikt. En indien iemand van u ziek is, of een kwaal aan zijn hoofdhuid heeft (die scheren noodzakelijk maakt), (dan moet hij) als vergoeding óf vasten, óf de armen voeden, óf een offer brengen; en wanneer u (weer) in vredige omstandigheden bent, indien iemand de oemra wil voortzetten tot de hadj, dan moet hij een offergave brengen, zoals hij zich kan veroorloven; maar indien hij zich die niet kan veroorloven, dan moet hij drie dagen vasten gedurende de hadj en zeven dagen na zijn terugkeer, tezamen tien dagen. Dit is voor hen wier huisgezin zich niet in (de omgeving van) de heilige moskee bevindt. En vrees Allah, en weet dat Allah streng is in de bestraffing.
وَأَتِمُّوا۟ ٱلْحَجَّ وَٱلْعُمْرَةَ لِلَّهِ فَإِنْ أُحْصِرْتُمْ فَمَا ٱسْتَيْسَرَ مِنَ ٱلْهَدْىِ وَلَا تَحْلِقُوا۟ رُءُوسَكُمْ حَتَّىٰ يَبْلُغَ ٱلْهَدْىُ مَحِلَّهُۥ فَمَن كَانَ مِنكُم مَّرِيضًا أَوْ بِهِۦٓ أَذًى مِّن رَّأْسِهِۦ فَفِدْيَةٌ مِّن صِيَامٍ أَوْ صَدَقَةٍ أَوْ نُسُكٍ فَإِذَآ أَمِنتُمْ فَمَن تَمَتَّعَ بِٱلْعُمْرَةِ إِلَى ٱلْحَجِّ فَمَا ٱسْتَيْسَرَ مِنَ ٱلْهَدْىِ فَمَن لَّمْ يَجِدْ فَصِيَامُ ثَلَٰثَةِ أَيَّامٍ فِى ٱلْحَجِّ وَسَبْعَةٍ إِذَا رَجَعْتُمْ تِلْكَ عَشَرَةٌ كَامِلَةٌ ذَٰلِكَ لِمَن لَّمْ يَكُنْ أَهْلُهُۥ حَاضِرِى ٱلْمَسْجِدِ ٱلْحَرَامِ وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ شَدِيدُ ٱلْعِقَابِ
Voor de hadj zijn de maanden welbekend. Indien iemand daarin die plicht op zich neemt, laat er dan geen onzedelijkheid zijn, noch goddeloosheid, noch getwist tijdens de hadj. En al het goede dat u doet, (wees er zeker van dat) Allah het weet. En neem een voorraad (mee) voor de reis, maar de beste voorraad is rechtschapen gedrag. Vrees Mij dus, o u die verstandig bent.
ٱلْحَجُّ أَشْهُرٌ مَّعْلُومَٰتٌ فَمَن فَرَضَ فِيهِنَّ ٱلْحَجَّ فَلَا رَفَثَ وَلَا فُسُوقَ وَلَا جِدَالَ فِى ٱلْحَجِّ وَمَا تَفْعَلُوا۟ مِنْ خَيْرٍ يَعْلَمْهُ ٱللَّهُ وَتَزَوَّدُوا۟ فَإِنَّ خَيْرَ ٱلزَّادِ ٱلتَّقْوَىٰ وَٱتَّقُونِ يَٰٓأُو۟لِى ٱلْأَلْبَٰبِ
Het is geen misdaad in u indien u de milddadigheid van uw Heer zoekt (tijdens de bedevaart). Wanneer u dan van (de berg) Arafat afdaalt, prijs dan Allah bij het heilige gedenkteken, en prijs Hem zoals Hij u heeft opgedragen, ook al was u vóór dit alles afgedwaald.
لَيْسَ عَلَيْكُمْ جُنَاحٌ أَن تَبْتَغُوا۟ فَضْلًا مِّن رَّبِّكُمْ فَإِذَآ أَفَضْتُم مِّنْ عَرَفَٰتٍ فَٱذْكُرُوا۟ ٱللَّهَ عِندَ ٱلْمَشْعَرِ ٱلْحَرَامِ وَٱذْكُرُوهُ كَمَا هَدَىٰكُمْ وَإِن كُنتُم مِّن قَبْلِهِۦ لَمِنَ ٱلضَّآلِّينَ
Trek dan met snelle pas verder van de plaats vanwaar de menigte dat gewoonlijk doet, en vraag Allah om vergeving. Want Allah is de Veelvergevende, de Meest Barmhartige.
ثُمَّ أَفِيضُوا۟ مِنْ حَيْثُ أَفَاضَ ٱلنَّاسُ وَٱسْتَغْفِرُوا۟ ٱللَّهَ إِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ
Wanneer u dan uw heilige riten volbracht hebt, prijs dan Allah, zoals u gewoon was uw vaderen te prijzen, - ja, met veel meer hart en ziel. Er zijn mensen die zeggen: "Onze Heer! Geef ons (Uw gaven) in deze wereld!" maar zij zullen geen deel hebben aan het hiernamaals.
فَإِذَا قَضَيْتُم مَّنَٰسِكَكُمْ فَٱذْكُرُوا۟ ٱللَّهَ كَذِكْرِكُمْ ءَابَآءَكُمْ أَوْ أَشَدَّ ذِكْرًا فَمِنَ ٱلنَّاسِ مَن يَقُولُ رَبَّنَآ ءَاتِنَا فِى ٱلدُّنْيَا وَمَا لَهُۥ فِى ٱلْـَٔاخِرَةِ مِنْ خَلَٰقٍ
En er zijn mensen die zeggen: "Onze Heer! Geef ons het goede in deze wereld en het goede in het hiernamaals, en behoed ons voor de kwelling van het vuur!"
وَمِنْهُم مَّن يَقُولُ رَبَّنَآ ءَاتِنَا فِى ٱلدُّنْيَا حَسَنَةً وَفِى ٱلْـَٔاخِرَةِ حَسَنَةً وَقِنَا عَذَابَ ٱلنَّارِ
Aan dezen zal worden toebedeeld wat zij verdiend hebben; en Allah is snel in de afrekening.
أُو۟لَٰٓئِكَ لَهُمْ نَصِيبٌ مِّمَّا كَسَبُوا۟ وَٱللَّهُ سَرِيعُ ٱلْحِسَابِ
Prijs Allah gedurende de vastgestelde dagen. Maar indien iemand zich haast om in twee dagen te vertrekken, rust er geen schuld op hem, en indien iemand langer blijft, rust er geen schuld op hem, indien zijn doel is recht te doen. Vrees dan Allah, en weet dat u zeker tot Hem vergaderd zult worden.
وَٱذْكُرُوا۟ ٱللَّهَ فِىٓ أَيَّامٍ مَّعْدُودَٰتٍ فَمَن تَعَجَّلَ فِى يَوْمَيْنِ فَلَآ إِثْمَ عَلَيْهِ وَمَن تَأَخَّرَ فَلَآ إِثْمَ عَلَيْهِ لِمَنِ ٱتَّقَىٰ وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّكُمْ إِلَيْهِ تُحْشَرُونَ
De onoprechte en de oprechte mens
Er is het soort mens wiens spreken over het leven van deze wereld u kan verblinden, en hij roept Allah tot getuige over wat in zijn hart is; toch is hij de meest twistzieke van de vijanden.
وَمِنَ ٱلنَّاسِ مَن يُعْجِبُكَ قَوْلُهُۥ فِى ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا وَيُشْهِدُ ٱللَّهَ عَلَىٰ مَا فِى قَلْبِهِۦ وَهُوَ أَلَدُّ ٱلْخِصَامِ
Wanneer hij zich omkeert, is zijn streven overal verderf te verspreiden over de aarde en gewassen en vee te vernietigen. Maar Allah heeft het verderf niet lief.
وَإِذَا تَوَلَّىٰ سَعَىٰ فِى ٱلْأَرْضِ لِيُفْسِدَ فِيهَا وَيُهْلِكَ ٱلْحَرْثَ وَٱلنَّسْلَ وَٱللَّهُ لَا يُحِبُّ ٱلْفَسَادَ
Wanneer tot hem gezegd wordt: "Vrees Allah", dan wordt hij door hoogmoed tot (meer) misdaad geleid. Voor hem is de hel genoeg; - waarlijk een kwaad bed (om op te liggen)!
وَإِذَا قِيلَ لَهُ ٱتَّقِ ٱللَّهَ أَخَذَتْهُ ٱلْعِزَّةُ بِٱلْإِثْمِ فَحَسْبُهُۥ جَهَنَّمُ وَلَبِئْسَ ٱلْمِهَادُ
En er is het soort mens dat zijn leven geeft om het welbehagen van Allah te verwerven: en Allah is vol goedertierenheid jegens (Zijn) toegewijden.
وَمِنَ ٱلنَّاسِ مَن يَشْرِى نَفْسَهُ ٱبْتِغَآءَ مَرْضَاتِ ٱللَّهِ وَٱللَّهُ رَءُوفٌۢ بِٱلْعِبَادِ
Oproep tot volledige overgave
O u die gelooft! Treed de islam binnen met geheel uw hart; en volg niet de voetstappen van de boze; want hij is u een verklaarde vijand.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ ٱدْخُلُوا۟ فِى ٱلسِّلْمِ كَآفَّةً وَلَا تَتَّبِعُوا۟ خُطُوَٰتِ ٱلشَّيْطَٰنِ إِنَّهُۥ لَكُمْ عَدُوٌّ مُّبِينٌ
Indien u terugvalt nadat de duidelijke (tekenen) tot u gekomen zijn, weet dan dat Allah de Verhevene in macht is, de Wijze.
فَإِن زَلَلْتُم مِّنۢ بَعْدِ مَا جَآءَتْكُمُ ٱلْبَيِّنَٰتُ فَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ عَزِيزٌ حَكِيمٌ
Zullen zij wachten totdat Allah tot hen komt in baldakijnen van wolken, met engelen (in Zijn gevolg), en de zaak (aldus) beslist is? Maar tot Allah keren alle zaken terug (ter beslissing).
هَلْ يَنظُرُونَ إِلَّآ أَن يَأْتِيَهُمُ ٱللَّهُ فِى ظُلَلٍ مِّنَ ٱلْغَمَامِ وَٱلْمَلَٰٓئِكَةُ وَقُضِىَ ٱلْأَمْرُ وَإِلَى ٱللَّهِ تُرْجَعُ ٱلْأُمُورُ
Vraag de kinderen van Israël hoeveel duidelijke (tekenen) Wij hun gezonden hebben. Maar indien iemand, nadat de gunst van Allah tot hem gekomen is, (iets anders) daarvoor in de plaats stelt, dan is Allah streng in de bestraffing.
سَلْ بَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ كَمْ ءَاتَيْنَٰهُم مِّنْ ءَايَةٍۭ بَيِّنَةٍ وَمَن يُبَدِّلْ نِعْمَةَ ٱللَّهِ مِنۢ بَعْدِ مَا جَآءَتْهُ فَإِنَّ ٱللَّهَ شَدِيدُ ٱلْعِقَابِ
Het leven van deze wereld is verlokkend voor hen die het geloof verwerpen, en zij spotten met hen die geloven. Maar de rechtvaardigen zullen boven hen zijn op de dag van de opstanding; want Allah schenkt Zijn overvloed zonder maat aan wie Hij wil.
زُيِّنَ لِلَّذِينَ كَفَرُوا۟ ٱلْحَيَوٰةُ ٱلدُّنْيَا وَيَسْخَرُونَ مِنَ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَٱلَّذِينَ ٱتَّقَوْا۟ فَوْقَهُمْ يَوْمَ ٱلْقِيَٰمَةِ وَٱللَّهُ يَرْزُقُ مَن يَشَآءُ بِغَيْرِ حِسَابٍ
De mensheid was één enkel volk, en Allah zond boodschappers met blijde tijdingen en waarschuwingen; en met hen zond Hij het Boek in waarheid, om tussen de mensen te oordelen in de zaken waarin zij verschilden; maar de mensen van het Boek verschilden, nadat de duidelijke tekenen tot hen gekomen waren, niet onder elkaar dan door zelfzuchtige weerspannigheid. Allah leidde door Zijn genade de gelovigen tot de waarheid aangaande hetgeen waarin zij verschilden. Want Allah leidt wie Hij wil naar een pad dat recht is.
كَانَ ٱلنَّاسُ أُمَّةً وَٰحِدَةً فَبَعَثَ ٱللَّهُ ٱلنَّبِيِّـۧنَ مُبَشِّرِينَ وَمُنذِرِينَ وَأَنزَلَ مَعَهُمُ ٱلْكِتَٰبَ بِٱلْحَقِّ لِيَحْكُمَ بَيْنَ ٱلنَّاسِ فِيمَا ٱخْتَلَفُوا۟ فِيهِ وَمَا ٱخْتَلَفَ فِيهِ إِلَّا ٱلَّذِينَ أُوتُوهُ مِنۢ بَعْدِ مَا جَآءَتْهُمُ ٱلْبَيِّنَٰتُ بَغْيًۢا بَيْنَهُمْ فَهَدَى ٱللَّهُ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ لِمَا ٱخْتَلَفُوا۟ فِيهِ مِنَ ٱلْحَقِّ بِإِذْنِهِۦ وَٱللَّهُ يَهْدِى مَن يَشَآءُ إِلَىٰ صِرَٰطٍ مُّسْتَقِيمٍ
Of denkt u dat u de hof (van gelukzaligheid) zult binnengaan zonder zulke (beproevingen) als tot hen kwamen die vóór u zijn heengegaan? Zij ondervonden lijden en tegenspoed, en werden zo geschokt in de geest dat zelfs de boodschapper en zij die met hem geloofden, riepen: "Wanneer (komt) de hulp van Allah?" Ach! Voorwaar, de hulp van Allah is (altijd) nabij!
أَمْ حَسِبْتُمْ أَن تَدْخُلُوا۟ ٱلْجَنَّةَ وَلَمَّا يَأْتِكُم مَّثَلُ ٱلَّذِينَ خَلَوْا۟ مِن قَبْلِكُم مَّسَّتْهُمُ ٱلْبَأْسَآءُ وَٱلضَّرَّآءُ وَزُلْزِلُوا۟ حَتَّىٰ يَقُولَ ٱلرَّسُولُ وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ مَعَهُۥ مَتَىٰ نَصْرُ ٱللَّهِ أَلَآ إِنَّ نَصْرَ ٱللَّهِ قَرِيبٌ
Vragen over geven, strijd, wijn, kansspel en wezen
Zij vragen u wat zij zullen geven (als aalmoes). Zeg: Al het goede dat u geeft, is voor ouders en verwanten en wezen en behoeftigen en voor reizigers. En al het goede dat u doet, - Allah weet het wel.
يَسْـَٔلُونَكَ مَاذَا يُنفِقُونَ قُلْ مَآ أَنفَقْتُم مِّنْ خَيْرٍ فَلِلْوَٰلِدَيْنِ وَٱلْأَقْرَبِينَ وَٱلْيَتَٰمَىٰ وَٱلْمَسَٰكِينِ وَٱبْنِ ٱلسَّبِيلِ وَمَا تَفْعَلُوا۟ مِنْ خَيْرٍ فَإِنَّ ٱللَّهَ بِهِۦ عَلِيمٌ
De strijd is u voorgeschreven, en u hebt er afkeer van. Maar het is mogelijk dat u afkeer hebt van iets dat goed voor u is, en dat u iets liefhebt dat slecht voor u is. Maar Allah weet, en u weet niet.
كُتِبَ عَلَيْكُمُ ٱلْقِتَالُ وَهُوَ كُرْهٌ لَّكُمْ وَعَسَىٰٓ أَن تَكْرَهُوا۟ شَيْـًٔا وَهُوَ خَيْرٌ لَّكُمْ وَعَسَىٰٓ أَن تُحِبُّوا۟ شَيْـًٔا وَهُوَ شَرٌّ لَّكُمْ وَٱللَّهُ يَعْلَمُ وَأَنتُمْ لَا تَعْلَمُونَ
Zij vragen u aangaande het strijden in de verboden maand. Zeg: "Strijden daarin is een zwaar (vergrijp); maar zwaarder is het in het oog van Allah de toegang tot het pad van Allah te versperren, Hem te verloochenen, de toegang tot de heilige moskee te versperren, en haar leden te verdrijven." Beroering en onderdrukking zijn erger dan doodslag. En zij zullen niet ophouden tegen u te strijden totdat zij u van uw geloof hebben afgekeerd, indien zij dat kunnen. En wie van u zich van zijn geloof afkeert en in ongeloof sterft, diens werken zullen geen vrucht dragen in dit leven en in het hiernamaals; diegene zal tot de bewoners van het Vuur behoren en daarin verblijven.
يَسْـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلشَّهْرِ ٱلْحَرَامِ قِتَالٍ فِيهِ قُلْ قِتَالٌ فِيهِ كَبِيرٌ وَصَدٌّ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ وَكُفْرٌۢ بِهِۦ وَٱلْمَسْجِدِ ٱلْحَرَامِ وَإِخْرَاجُ أَهْلِهِۦ مِنْهُ أَكْبَرُ عِندَ ٱللَّهِ وَٱلْفِتْنَةُ أَكْبَرُ مِنَ ٱلْقَتْلِ وَلَا يَزَالُونَ يُقَٰتِلُونَكُمْ حَتَّىٰ يَرُدُّوكُمْ عَن دِينِكُمْ إِنِ ٱسْتَطَٰعُوا۟ وَمَن يَرْتَدِدْ مِنكُمْ عَن دِينِهِۦ فَيَمُتْ وَهُوَ كَافِرٌ فَأُو۟لَٰٓئِكَ حَبِطَتْ أَعْمَٰلُهُمْ فِى ٱلدُّنْيَا وَٱلْـَٔاخِرَةِ وَأُو۟لَٰٓئِكَ أَصْحَٰبُ ٱلنَّارِ هُمْ فِيهَا خَٰلِدُونَ
Zij die geloofd hebben en zij die ballingschap geleden hebben en gestreden hebben (en zich ingespannen en geworsteld hebben) op het pad van Allah, - zij hebben de hoop op de barmhartigheid van Allah: en Allah is de Veelvergevende, de Meest Barmhartige.
إِنَّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَٱلَّذِينَ هَاجَرُوا۟ وَجَٰهَدُوا۟ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ أُو۟لَٰٓئِكَ يَرْجُونَ رَحْمَتَ ٱللَّهِ وَٱللَّهُ غَفُورٌ رَّحِيمٌ
Zij vragen u aangaande wijn en kansspel. Zeg: "In beide is grote zonde, en enig voordeel, voor de mensen; maar de zonde is groter dan het voordeel." Zij vragen u hoeveel zij moeten geven; zeg: "Wat uw behoeften te boven gaat." Zo maakt Allah u Zijn tekenen duidelijk: opdat u zoudt nadenken -
يَسْـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلْخَمْرِ وَٱلْمَيْسِرِ قُلْ فِيهِمَآ إِثْمٌ كَبِيرٌ وَمَنَٰفِعُ لِلنَّاسِ وَإِثْمُهُمَآ أَكْبَرُ مِن نَّفْعِهِمَا وَيَسْـَٔلُونَكَ مَاذَا يُنفِقُونَ قُلِ ٱلْعَفْوَ كَذَٰلِكَ يُبَيِّنُ ٱللَّهُ لَكُمُ ٱلْـَٔايَٰتِ لَعَلَّكُمْ تَتَفَكَّرُونَ
(Over hun betekenis) voor dit leven en het hiernamaals. Zij vragen u aangaande de wezen. Zeg: "Het beste is te doen wat voor hun welzijn is; indien u hun zaken met de uwe vermengt, zijn zij uw broeders; maar Allah onderscheidt de mens die kwaad beoogt van de mens die goed beoogt. En indien Allah het gewild had, had Hij u in moeilijkheden kunnen brengen: Hij is waarlijk de Verhevene in macht, de Wijze."
فِى ٱلدُّنْيَا وَٱلْـَٔاخِرَةِ وَيَسْـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلْيَتَٰمَىٰ قُلْ إِصْلَاحٌ لَّهُمْ خَيْرٌ وَإِن تُخَالِطُوهُمْ فَإِخْوَٰنُكُمْ وَٱللَّهُ يَعْلَمُ ٱلْمُفْسِدَ مِنَ ٱلْمُصْلِحِ وَلَوْ شَآءَ ٱللَّهُ لَأَعْنَتَكُمْ إِنَّ ٱللَّهَ عَزِيزٌ حَكِيمٌ
Het huwelijk met ongelovigen
Huw geen ongelovige vrouwen (afgodendienaressen), totdat zij geloven: een slavin die gelooft is beter dan een ongelovige vrouw, ook al bekoort zij u. En huw (uw dochters) niet uit aan ongelovigen totdat zij geloven: een slaaf die gelooft is beter dan een ongelovige, ook al bekoort hij u. Ongelovigen wenken u (slechts) naar het vuur. Maar Allah wenkt door Zijn genade naar de hof (van gelukzaligheid) en naar vergeving, en maakt Zijn tekenen duidelijk aan de mensheid: opdat zij Zijn lof zouden prijzen.
وَلَا تَنكِحُوا۟ ٱلْمُشْرِكَٰتِ حَتَّىٰ يُؤْمِنَّ وَلَأَمَةٌ مُّؤْمِنَةٌ خَيْرٌ مِّن مُّشْرِكَةٍ وَلَوْ أَعْجَبَتْكُمْ وَلَا تُنكِحُوا۟ ٱلْمُشْرِكِينَ حَتَّىٰ يُؤْمِنُوا۟ وَلَعَبْدٌ مُّؤْمِنٌ خَيْرٌ مِّن مُّشْرِكٍ وَلَوْ أَعْجَبَكُمْ أُو۟لَٰٓئِكَ يَدْعُونَ إِلَى ٱلنَّارِ وَٱللَّهُ يَدْعُوٓا۟ إِلَى ٱلْجَنَّةِ وَٱلْمَغْفِرَةِ بِإِذْنِهِۦ وَيُبَيِّنُ ءَايَٰتِهِۦ لِلنَّاسِ لَعَلَّهُمْ يَتَذَكَّرُونَ
Omgang tijdens de menstruatie
Zij vragen u aangaande de maandelijkse perioden van de vrouwen. Zeg: Zij zijn een kwetsuur en een verontreiniging: houd u dus verre van de vrouwen tijdens haar perioden, en nader haar niet totdat zij rein zijn. Maar wanneer zij zich gereinigd hebben, moogt u tot haar naderen op elke wijze, tijd of plaats die Allah voor u verordend heeft. Want Allah heeft hen lief die zich voortdurend tot Hem wenden, en Hij heeft hen lief die zich rein en zuiver houden.
وَيَسْـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلْمَحِيضِ قُلْ هُوَ أَذًى فَٱعْتَزِلُوا۟ ٱلنِّسَآءَ فِى ٱلْمَحِيضِ وَلَا تَقْرَبُوهُنَّ حَتَّىٰ يَطْهُرْنَ فَإِذَا تَطَهَّرْنَ فَأْتُوهُنَّ مِنْ حَيْثُ أَمَرَكُمُ ٱللَّهُ إِنَّ ٱللَّهَ يُحِبُّ ٱلتَّوَّٰبِينَ وَيُحِبُّ ٱلْمُتَطَهِّرِينَ
Uw vrouwen zijn u een akker; nader dus uw akker wanneer of hoe u wilt; maar doe tevoren enige goede daad voor uw ziel; en vrees Allah. En weet dat u Hem zult ontmoeten (in het hiernamaals), en verkondig (deze) goede tijdingen aan hen die geloven.
نِسَآؤُكُمْ حَرْثٌ لَّكُمْ فَأْتُوا۟ حَرْثَكُمْ أَنَّىٰ شِئْتُمْ وَقَدِّمُوا۟ لِأَنفُسِكُمْ وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّكُم مُّلَٰقُوهُ وَبَشِّرِ ٱلْمُؤْمِنِينَ
Eden en de gelofte van onthouding
En maak Allahs (naam) niet tot een verontschuldiging in uw eden tegen het doen van goed, of het handelen naar recht, of het stichten van vrede tussen mensen; want Allah is Degene Die alle dingen hoort en weet.
وَلَا تَجْعَلُوا۟ ٱللَّهَ عُرْضَةً لِّأَيْمَٰنِكُمْ أَن تَبَرُّوا۟ وَتَتَّقُوا۟ وَتُصْلِحُوا۟ بَيْنَ ٱلنَّاسِ وَٱللَّهُ سَمِيعٌ عَلِيمٌ
Allah zal u niet ter verantwoording roepen voor onbedachtzaamheid in uw eden, maar voor de bedoeling in uw hart; en Hij is de Veelvergevende, de Meest Verdraagzame.
لَّا يُؤَاخِذُكُمُ ٱللَّهُ بِٱللَّغْوِ فِىٓ أَيْمَٰنِكُمْ وَلَٰكِن يُؤَاخِذُكُم بِمَا كَسَبَتْ قُلُوبُكُمْ وَٱللَّهُ غَفُورٌ حَلِيمٌ
Voor hen die een eed zweren tot onthouding van hun vrouwen, is een wachttijd van vier maanden verordend; indien zij dan terugkeren, is Allah de Veelvergevende, de Meest Barmhartige.
لِّلَّذِينَ يُؤْلُونَ مِن نِّسَآئِهِمْ تَرَبُّصُ أَرْبَعَةِ أَشْهُرٍ فَإِن فَآءُو فَإِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ
Maar indien hun voornemen tot echtscheiding vaststaat, dan hoort en weet Allah alle dingen.
وَإِنْ عَزَمُوا۟ ٱلطَّلَٰقَ فَإِنَّ ٱللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٌ
Echtscheiding en de wachttijd
Gescheiden vrouwen zullen voor zichzelf drie maandelijkse perioden wachten. En het is haar niet geoorloofd te verbergen wat Allah in haar schoot geschapen heeft, indien zij geloven in Allah en de laatste dag. En haar echtgenoten hebben het betere recht haar in die periode terug te nemen, indien zij verzoening wensen. En de vrouwen zullen rechten hebben gelijk aan de rechten tegen haar, naar hetgeen billijk is; maar de mannen hebben een graad (van voorrang) boven haar. En Allah is de Verhevene in macht, de Wijze.
وَٱلْمُطَلَّقَٰتُ يَتَرَبَّصْنَ بِأَنفُسِهِنَّ ثَلَٰثَةَ قُرُوٓءٍ وَلَا يَحِلُّ لَهُنَّ أَن يَكْتُمْنَ مَا خَلَقَ ٱللَّهُ فِىٓ أَرْحَامِهِنَّ إِن كُنَّ يُؤْمِنَّ بِٱللَّهِ وَٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ وَبُعُولَتُهُنَّ أَحَقُّ بِرَدِّهِنَّ فِى ذَٰلِكَ إِنْ أَرَادُوٓا۟ إِصْلَٰحًا وَلَهُنَّ مِثْلُ ٱلَّذِى عَلَيْهِنَّ بِٱلْمَعْرُوفِ وَلِلرِّجَالِ عَلَيْهِنَّ دَرَجَةٌ وَٱللَّهُ عَزِيزٌ حَكِيمٌ
Een echtscheiding is slechts tweemaal toegestaan: daarna moeten de partijen óf op billijke voorwaarden bijeenblijven, óf in vriendelijkheid scheiden. Het is u, (mannen), niet geoorloofd iets van uw gaven (aan uw vrouwen) terug te nemen, behalve wanneer beide partijen vrezen dat zij de door Allah verordende grenzen niet zouden kunnen bewaren. Indien u, (rechters), inderdaad vreest dat zij de door Allah verordende grenzen niet zouden kunnen bewaren, dan rust er geen schuld op een van beiden indien zij iets geeft voor haar vrijheid. Dit zijn de door Allah verordende grenzen; overtreed ze dus niet; indien iemand de door Allah verordende grenzen overtreedt, dan doen zulke mensen (zichzelf zowel als anderen) onrecht.
ٱلطَّلَٰقُ مَرَّتَانِ فَإِمْسَاكٌۢ بِمَعْرُوفٍ أَوْ تَسْرِيحٌۢ بِإِحْسَٰنٍ وَلَا يَحِلُّ لَكُمْ أَن تَأْخُذُوا۟ مِمَّآ ءَاتَيْتُمُوهُنَّ شَيْـًٔا إِلَّآ أَن يَخَافَآ أَلَّا يُقِيمَا حُدُودَ ٱللَّهِ فَإِنْ خِفْتُمْ أَلَّا يُقِيمَا حُدُودَ ٱللَّهِ فَلَا جُنَاحَ عَلَيْهِمَا فِيمَا ٱفْتَدَتْ بِهِۦ تِلْكَ حُدُودُ ٱللَّهِ فَلَا تَعْتَدُوهَا وَمَن يَتَعَدَّ حُدُودَ ٱللَّهِ فَأُو۟لَٰٓئِكَ هُمُ ٱلظَّٰلِمُونَ
Indien dus een echtgenoot zich van zijn vrouw scheidt (onherroepelijk), dan kan hij haar daarna niet opnieuw huwen totdat zij een andere echtgenoot gehuwd heeft en deze zich van haar gescheiden heeft. In dat geval rust er geen schuld op een van beiden indien zij zich herenigen, mits zij menen dat zij de door Allah verordende grenzen kunnen bewaren. Dit zijn de door Allah verordende grenzen, die Hij duidelijk maakt aan hen die verstaan.
فَإِن طَلَّقَهَا فَلَا تَحِلُّ لَهُۥ مِنۢ بَعْدُ حَتَّىٰ تَنكِحَ زَوْجًا غَيْرَهُۥ فَإِن طَلَّقَهَا فَلَا جُنَاحَ عَلَيْهِمَآ أَن يَتَرَاجَعَآ إِن ظَنَّآ أَن يُقِيمَا حُدُودَ ٱللَّهِ وَتِلْكَ حُدُودُ ٱللَّهِ يُبَيِّنُهَا لِقَوْمٍ يَعْلَمُونَ
Wanneer u zich van vrouwen scheidt, en zij haar termijn ('idda) vervullen, neem haar dan óf op billijke voorwaarden terug, óf laat haar op billijke voorwaarden vrij; maar neem haar niet terug om haar te krenken, (of) om onbillijk voordeel te nemen; indien iemand dat doet, doet hij zijn eigen ziel onrecht. Behandel Allahs tekenen niet als scherts, maar gedenk plechtig Allahs gunsten aan u, en het feit dat Hij tot u het Boek en de wijsheid heeft neergezonden, tot uw onderrichting. En vrees Allah, en weet dat Allah met alle dingen wél bekend is.
وَإِذَا طَلَّقْتُمُ ٱلنِّسَآءَ فَبَلَغْنَ أَجَلَهُنَّ فَأَمْسِكُوهُنَّ بِمَعْرُوفٍ أَوْ سَرِّحُوهُنَّ بِمَعْرُوفٍ وَلَا تُمْسِكُوهُنَّ ضِرَارًا لِّتَعْتَدُوا۟ وَمَن يَفْعَلْ ذَٰلِكَ فَقَدْ ظَلَمَ نَفْسَهُۥ وَلَا تَتَّخِذُوٓا۟ ءَايَٰتِ ٱللَّهِ هُزُوًا وَٱذْكُرُوا۟ نِعْمَتَ ٱللَّهِ عَلَيْكُمْ وَمَآ أَنزَلَ عَلَيْكُم مِّنَ ٱلْكِتَٰبِ وَٱلْحِكْمَةِ يَعِظُكُم بِهِۦ وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ بِكُلِّ شَىْءٍ عَلِيمٌ
Wanneer u zich van vrouwen scheidt, en zij haar termijn ('idda) vervullen, verhinder haar dan niet haar (vroegere) echtgenoten te huwen, indien zij onderling op billijke voorwaarden overeenstemmen. Deze vermaning is voor allen onder u die geloven in Allah en de laatste dag. Dat is (de weg die leidt tot) de meeste deugd en reinheid onder u; en Allah weet, en u weet niet.
وَإِذَا طَلَّقْتُمُ ٱلنِّسَآءَ فَبَلَغْنَ أَجَلَهُنَّ فَلَا تَعْضُلُوهُنَّ أَن يَنكِحْنَ أَزْوَٰجَهُنَّ إِذَا تَرَٰضَوْا۟ بَيْنَهُم بِٱلْمَعْرُوفِ ذَٰلِكَ يُوعَظُ بِهِۦ مَن كَانَ مِنكُمْ يُؤْمِنُ بِٱللَّهِ وَٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ ذَٰلِكُمْ أَزْكَىٰ لَكُمْ وَأَطْهَرُ وَٱللَّهُ يَعْلَمُ وَأَنتُمْ لَا تَعْلَمُونَ
Borstvoeding
De moeders zullen haar kinderen twee volle jaren zogen, indien de vader de termijn wenst te voltooien. Maar hij zal de kosten van haar voedsel en kleding dragen op billijke voorwaarden. Geen ziel zal een last opgelegd krijgen groter dan zij dragen kan. Geen moeder zal onbillijk behandeld worden vanwege haar kind, noch een vader vanwege zijn kind; en op de erfgenaam rust dezelfde verplichting. Indien zij beiden besluiten tot spening, met wederzijdse instemming en na behoorlijk overleg, dan rust er geen schuld op hen. Indien u besluit tot een zoogmoeder voor uw kinderen, dan rust er geen schuld op u, mits u (de moeder) betaalt wat u aangeboden hebt, op billijke voorwaarden. Maar vrees Allah en weet dat Allah wél ziet wat u doet.
وَٱلْوَٰلِدَٰتُ يُرْضِعْنَ أَوْلَٰدَهُنَّ حَوْلَيْنِ كَامِلَيْنِ لِمَنْ أَرَادَ أَن يُتِمَّ ٱلرَّضَاعَةَ وَعَلَى ٱلْمَوْلُودِ لَهُۥ رِزْقُهُنَّ وَكِسْوَتُهُنَّ بِٱلْمَعْرُوفِ لَا تُكَلَّفُ نَفْسٌ إِلَّا وُسْعَهَا لَا تُضَآرَّ وَٰلِدَةٌۢ بِوَلَدِهَا وَلَا مَوْلُودٌ لَّهُۥ بِوَلَدِهِۦ وَعَلَى ٱلْوَارِثِ مِثْلُ ذَٰلِكَ فَإِنْ أَرَادَا فِصَالًا عَن تَرَاضٍ مِّنْهُمَا وَتَشَاوُرٍ فَلَا جُنَاحَ عَلَيْهِمَا وَإِنْ أَرَدتُّمْ أَن تَسْتَرْضِعُوٓا۟ أَوْلَٰدَكُمْ فَلَا جُنَاحَ عَلَيْكُمْ إِذَا سَلَّمْتُم مَّآ ءَاتَيْتُم بِٱلْمَعْرُوفِ وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرٌ
Weduwen en de wachttijd
Indien iemand van u sterft en weduwen achterlaat, dan zullen zij voor zichzelf vier maanden en tien dagen wachten. Wanneer zij haar termijn vervuld hebben, rust er geen schuld op u indien zij op een rechtvaardige en redelijke wijze over zichzelf beschikken. En Allah is wél bekend met wat u doet.
وَٱلَّذِينَ يُتَوَفَّوْنَ مِنكُمْ وَيَذَرُونَ أَزْوَٰجًا يَتَرَبَّصْنَ بِأَنفُسِهِنَّ أَرْبَعَةَ أَشْهُرٍ وَعَشْرًا فَإِذَا بَلَغْنَ أَجَلَهُنَّ فَلَا جُنَاحَ عَلَيْكُمْ فِيمَا فَعَلْنَ فِىٓ أَنفُسِهِنَّ بِٱلْمَعْرُوفِ وَٱللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ خَبِيرٌ
Er rust geen schuld op u indien u een aanzoek tot verloving doet of het in uw hart verborgen houdt. Allah weet dat u haar in uw hart koestert: maar sluit geen geheime overeenkomst met haar, behalve in eerbare bewoordingen, en besluit niet tot de huwelijksband voordat de voorgeschreven termijn vervuld is. En weet dat Allah weet wat in uw hart is, en neem u voor Hem in acht; en weet dat Allah de Veelvergevende, de Meest Verdraagzame is.
وَلَا جُنَاحَ عَلَيْكُمْ فِيمَا عَرَّضْتُم بِهِۦ مِنْ خِطْبَةِ ٱلنِّسَآءِ أَوْ أَكْنَنتُمْ فِىٓ أَنفُسِكُمْ عَلِمَ ٱللَّهُ أَنَّكُمْ سَتَذْكُرُونَهُنَّ وَلَٰكِن لَّا تُوَاعِدُوهُنَّ سِرًّا إِلَّآ أَن تَقُولُوا۟ قَوْلًا مَّعْرُوفًا وَلَا تَعْزِمُوا۟ عُقْدَةَ ٱلنِّكَاحِ حَتَّىٰ يَبْلُغَ ٱلْكِتَٰبُ أَجَلَهُۥ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ يَعْلَمُ مَا فِىٓ أَنفُسِكُمْ فَٱحْذَرُوهُ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ غَفُورٌ حَلِيمٌ
Bruidsgave en onderhoud bij scheiding
Er rust geen schuld op u indien u zich van vrouwen scheidt vóór de voltrekking van het huwelijk of de vaststelling van haar bruidsgave; maar schenk haar (een passend geschenk), de rijke naar zijn vermogen en de arme naar zijn vermogen; - een geschenk van redelijke omvang is verschuldigd door hen die het rechte willen doen.
لَّا جُنَاحَ عَلَيْكُمْ إِن طَلَّقْتُمُ ٱلنِّسَآءَ مَا لَمْ تَمَسُّوهُنَّ أَوْ تَفْرِضُوا۟ لَهُنَّ فَرِيضَةً وَمَتِّعُوهُنَّ عَلَى ٱلْمُوسِعِ قَدَرُهُۥ وَعَلَى ٱلْمُقْتِرِ قَدَرُهُۥ مَتَٰعًۢا بِٱلْمَعْرُوفِ حَقًّا عَلَى ٱلْمُحْسِنِينَ
En indien u zich van haar scheidt vóór de voltrekking, maar na de vaststelling van een bruidsgave voor haar, dan (komt haar) de helft van de bruidsgave (toe), tenzij zij die kwijtschelden of (de helft van de man) kwijtgescholden wordt door hem in wiens hand de huwelijksband is; en de kwijtschelding (van de helft van de man) is het dichtst bij de gerechtigheid. En vergeet de edelmoedigheid onder elkaar niet. Want Allah ziet wél al wat u doet.
وَإِن طَلَّقْتُمُوهُنَّ مِن قَبْلِ أَن تَمَسُّوهُنَّ وَقَدْ فَرَضْتُمْ لَهُنَّ فَرِيضَةً فَنِصْفُ مَا فَرَضْتُمْ إِلَّآ أَن يَعْفُونَ أَوْ يَعْفُوَا۟ ٱلَّذِى بِيَدِهِۦ عُقْدَةُ ٱلنِّكَاحِ وَأَن تَعْفُوٓا۟ أَقْرَبُ لِلتَّقْوَىٰ وَلَا تَنسَوُا۟ ٱلْفَضْلَ بَيْنَكُمْ إِنَّ ٱللَّهَ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرٌ
Waak nauwgezet over uw gebeden, in het bijzonder het middelste gebed; en sta voor Allah in een toegewijde (gemoedsgesteldheid).
حَٰفِظُوا۟ عَلَى ٱلصَّلَوَٰتِ وَٱلصَّلَوٰةِ ٱلْوُسْطَىٰ وَقُومُوا۟ لِلَّهِ قَٰنِتِينَ
Indien u (een vijand) vreest, bid dan te voet, of rijdend, (zoals het meest gelegen komt); maar wanneer u in veiligheid bent, prijs dan Allah op de wijze die Hij u geleerd heeft, en die u (tevoren) niet kende.
فَإِنْ خِفْتُمْ فَرِجَالًا أَوْ رُكْبَانًا فَإِذَآ أَمِنتُمْ فَٱذْكُرُوا۟ ٱللَّهَ كَمَا عَلَّمَكُم مَّا لَمْ تَكُونُوا۟ تَعْلَمُونَ
Zij van u die sterven en weduwen achterlaten, moeten voor hun weduwen een jaar onderhoud en huisvesting nalaten; maar indien zij (de woning) verlaten, rust er geen schuld op u voor wat zij met zichzelf doen, mits het redelijk is. En Allah is de Verhevene in macht, de Wijze.
وَٱلَّذِينَ يُتَوَفَّوْنَ مِنكُمْ وَيَذَرُونَ أَزْوَٰجًا وَصِيَّةً لِّأَزْوَٰجِهِم مَّتَٰعًا إِلَى ٱلْحَوْلِ غَيْرَ إِخْرَاجٍ فَإِنْ خَرَجْنَ فَلَا جُنَاحَ عَلَيْكُمْ فِى مَا فَعَلْنَ فِىٓ أَنفُسِهِنَّ مِن مَّعْرُوفٍ وَٱللَّهُ عَزِيزٌ حَكِيمٌ
Voor gescheiden vrouwen (moet) onderhoud (worden verschaft) op een redelijke (schaal). Dit is een plicht voor de rechtvaardigen.
وَلِلْمُطَلَّقَٰتِ مَتَٰعٌۢ بِٱلْمَعْرُوفِ حَقًّا عَلَى ٱلْمُتَّقِينَ
Zo maakt Allah u Zijn tekenen duidelijk: opdat u zoudt verstaan.
كَذَٰلِكَ يُبَيِّنُ ٱللَّهُ لَكُمْ ءَايَٰتِهِۦ لَعَلَّكُمْ تَعْقِلُونَ
Strijd op de weg van Allah
Hebt u uw blik niet gewend tot hen die hun huizen verlieten, hoewel zij duizenden waren (in aantal), uit vrees voor de dood? Allah zei tot hen: "Sterf": daarna gaf Hij hun het leven weer. Want Allah is vol milddadigheid jegens de mensheid, maar de meesten van hen zijn ondankbaar.
أَلَمْ تَرَ إِلَى ٱلَّذِينَ خَرَجُوا۟ مِن دِيَٰرِهِمْ وَهُمْ أُلُوفٌ حَذَرَ ٱلْمَوْتِ فَقَالَ لَهُمُ ٱللَّهُ مُوتُوا۟ ثُمَّ أَحْيَٰهُمْ إِنَّ ٱللَّهَ لَذُو فَضْلٍ عَلَى ٱلنَّاسِ وَلَٰكِنَّ أَكْثَرَ ٱلنَّاسِ لَا يَشْكُرُونَ
Strijd dan voor de zaak van Allah, en weet dat Allah alle dingen hoort en weet.
وَقَٰتِلُوا۟ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٌ
Wie is het die aan Allah een schone lening zal lenen, die Allah voor hem zal verdubbelen en vele malen vermenigvuldigen? Het is Allah Die (u) gebrek of overvloed geeft, en tot Hem zal uw terugkeer zijn.
مَّن ذَا ٱلَّذِى يُقْرِضُ ٱللَّهَ قَرْضًا حَسَنًا فَيُضَٰعِفَهُۥ لَهُۥٓ أَضْعَافًا كَثِيرَةً وَٱللَّهُ يَقْبِضُ وَيَبْصُۜطُ وَإِلَيْهِ تُرْجَعُونَ
Saul, Goliath en David
Hebt u uw blik niet gewend tot de oversten van de kinderen van Israël na (de tijd van) Mozes? Zij zeiden tot een profeet (die) onder hen (was): "Stel voor ons een koning aan, opdat wij mogen strijden voor de zaak van Allah." Hij zei: "Is het niet mogelijk, indien u bevolen werd te strijden, dat u niet zoudt strijden?" Zij zeiden: "Hoe zouden wij kunnen weigeren te strijden voor de zaak van Allah, terwijl wij uit onze huizen en van onze gezinnen verdreven zijn?" Maar toen hun bevolen werd te strijden, keerden zij zich af, behalve een kleine schare onder hen. Maar Allah heeft volle kennis van hen die onrecht doen.
أَلَمْ تَرَ إِلَى ٱلْمَلَإِ مِنۢ بَنِىٓ إِسْرَٰٓءِيلَ مِنۢ بَعْدِ مُوسَىٰٓ إِذْ قَالُوا۟ لِنَبِىٍّ لَّهُمُ ٱبْعَثْ لَنَا مَلِكًا نُّقَٰتِلْ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ قَالَ هَلْ عَسَيْتُمْ إِن كُتِبَ عَلَيْكُمُ ٱلْقِتَالُ أَلَّا تُقَٰتِلُوا۟ قَالُوا۟ وَمَا لَنَآ أَلَّا نُقَٰتِلَ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ وَقَدْ أُخْرِجْنَا مِن دِيَٰرِنَا وَأَبْنَآئِنَا فَلَمَّا كُتِبَ عَلَيْهِمُ ٱلْقِتَالُ تَوَلَّوْا۟ إِلَّا قَلِيلًا مِّنْهُمْ وَٱللَّهُ عَلِيمٌۢ بِٱلظَّٰلِمِينَ
Hun profeet zei tot hen: "Allah heeft Talut als koning over u aangesteld." Zij zeiden: "Hoe kan hij gezag over ons uitoefenen, terwijl wij meer geschikt zijn dan hij om gezag uit te oefenen, en hem zelfs geen rijkdom in overvloed geschonken is?" Hij zei: "Allah heeft hem boven u verkoren, en heeft hem overvloedig begiftigd met kennis en lichaamskracht: Allah verleent Zijn gezag aan wie Hem behaagt. Allah zorgt voor allen, en Hij weet alle dingen."
وَقَالَ لَهُمْ نَبِيُّهُمْ إِنَّ ٱللَّهَ قَدْ بَعَثَ لَكُمْ طَالُوتَ مَلِكًا قَالُوٓا۟ أَنَّىٰ يَكُونُ لَهُ ٱلْمُلْكُ عَلَيْنَا وَنَحْنُ أَحَقُّ بِٱلْمُلْكِ مِنْهُ وَلَمْ يُؤْتَ سَعَةً مِّنَ ٱلْمَالِ قَالَ إِنَّ ٱللَّهَ ٱصْطَفَىٰهُ عَلَيْكُمْ وَزَادَهُۥ بَسْطَةً فِى ٱلْعِلْمِ وَٱلْجِسْمِ وَٱللَّهُ يُؤْتِى مُلْكَهُۥ مَن يَشَآءُ وَٱللَّهُ وَٰسِعٌ عَلِيمٌ
En (voorts) zei hun profeet tot hen: "Een teken van zijn gezag is dat de ark van het verbond tot u zal komen, met daarin (een verzekering van) veiligheid van uw Heer, en de overblijfselen die het geslacht van Mozes en het geslacht van Aäron hebben nagelaten, gedragen door engelen. Hierin is een zinnebeeld voor u, indien u waarlijk gelooft."
وَقَالَ لَهُمْ نَبِيُّهُمْ إِنَّ ءَايَةَ مُلْكِهِۦٓ أَن يَأْتِيَكُمُ ٱلتَّابُوتُ فِيهِ سَكِينَةٌ مِّن رَّبِّكُمْ وَبَقِيَّةٌ مِّمَّا تَرَكَ ءَالُ مُوسَىٰ وَءَالُ هَٰرُونَ تَحْمِلُهُ ٱلْمَلَٰٓئِكَةُ إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَـَٔايَةً لَّكُمْ إِن كُنتُم مُّؤْمِنِينَ
Toen Talut met de legers uittrok, zei hij: "Allah zal u beproeven bij de beek: wie van haar water drinkt, gaat niet met mijn leger mee: slechts zij die er niet van proeven, gaan met mij mee: een enkele slok uit de hand is geoorloofd." Maar zij dronken er allen van, behalve enkelen. Toen zij de rivier overstaken, - hij en de gelovigen met hem, - zeiden zij: "Heden kunnen wij Goliath en zijn strijdkrachten niet aan." Maar zij die overtuigd waren dat zij Allah zouden ontmoeten, zeiden: "Hoe dikwijls heeft, door Allahs wil, een kleine schare een grote overwonnen? Allah is met hen die standvastig volharden."
فَلَمَّا فَصَلَ طَالُوتُ بِٱلْجُنُودِ قَالَ إِنَّ ٱللَّهَ مُبْتَلِيكُم بِنَهَرٍ فَمَن شَرِبَ مِنْهُ فَلَيْسَ مِنِّى وَمَن لَّمْ يَطْعَمْهُ فَإِنَّهُۥ مِنِّىٓ إِلَّا مَنِ ٱغْتَرَفَ غُرْفَةًۢ بِيَدِهِۦ فَشَرِبُوا۟ مِنْهُ إِلَّا قَلِيلًا مِّنْهُمْ فَلَمَّا جَاوَزَهُۥ هُوَ وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ مَعَهُۥ قَالُوا۟ لَا طَاقَةَ لَنَا ٱلْيَوْمَ بِجَالُوتَ وَجُنُودِهِۦ قَالَ ٱلَّذِينَ يَظُنُّونَ أَنَّهُم مُّلَٰقُوا۟ ٱللَّهِ كَم مِّن فِئَةٍ قَلِيلَةٍ غَلَبَتْ فِئَةً كَثِيرَةًۢ بِإِذْنِ ٱللَّهِ وَٱللَّهُ مَعَ ٱلصَّٰبِرِينَ
Toen zij voorttrokken om Goliath en zijn strijdkrachten te ontmoeten, baden zij: "Onze Heer! Stort standvastigheid over ons uit en maak onze schreden vast: help ons tegen hen die het geloof verwerpen."
وَلَمَّا بَرَزُوا۟ لِجَالُوتَ وَجُنُودِهِۦ قَالُوا۟ رَبَّنَآ أَفْرِغْ عَلَيْنَا صَبْرًا وَثَبِّتْ أَقْدَامَنَا وَٱنصُرْنَا عَلَى ٱلْقَوْمِ ٱلْكَٰفِرِينَ
Door Allahs wil versloegen zij hen; en David doodde Goliath; en Allah gaf hem macht en wijsheid en leerde hem wat Hij (verder) wilde. En indien Allah niet de ene groep mensen door middel van een andere in toom hield, dan zou de aarde waarlijk vol verderf zijn: maar Allah is vol milddadigheid jegens alle werelden.
فَهَزَمُوهُم بِإِذْنِ ٱللَّهِ وَقَتَلَ دَاوُۥدُ جَالُوتَ وَءَاتَىٰهُ ٱللَّهُ ٱلْمُلْكَ وَٱلْحِكْمَةَ وَعَلَّمَهُۥ مِمَّا يَشَآءُ وَلَوْلَا دَفْعُ ٱللَّهِ ٱلنَّاسَ بَعْضَهُم بِبَعْضٍ لَّفَسَدَتِ ٱلْأَرْضُ وَلَٰكِنَّ ٱللَّهَ ذُو فَضْلٍ عَلَى ٱلْعَٰلَمِينَ
Dit zijn de tekenen van Allah: Wij dragen ze aan u voor in waarheid: voorwaar, u bent een van de boodschappers.
تِلْكَ ءَايَٰتُ ٱللَّهِ نَتْلُوهَا عَلَيْكَ بِٱلْحَقِّ وَإِنَّكَ لَمِنَ ٱلْمُرْسَلِينَ
De rangen van de boodschappers
Die boodschappers hebben Wij met gaven begiftigd, sommigen boven anderen: tot een van hen sprak Allah; anderen verhief Hij in graden (van eer); aan Jezus, de zoon van Maria, gaven Wij duidelijke (tekenen), en Wij sterkten hem met de heilige geest. Indien Allah het zo gewild had, zouden de volgende geslachten niet onderling gestreden hebben, nadat de duidelijke (tekenen) tot hen gekomen waren; maar zij (verkozen) te twisten, sommigen gelovend en anderen verwerpend. Indien Allah het zo gewild had, zouden zij niet met elkaar gestreden hebben; maar Allah volvoert Zijn plan.
تِلْكَ ٱلرُّسُلُ فَضَّلْنَا بَعْضَهُمْ عَلَىٰ بَعْضٍ مِّنْهُم مَّن كَلَّمَ ٱللَّهُ وَرَفَعَ بَعْضَهُمْ دَرَجَٰتٍ وَءَاتَيْنَا عِيسَى ٱبْنَ مَرْيَمَ ٱلْبَيِّنَٰتِ وَأَيَّدْنَٰهُ بِرُوحِ ٱلْقُدُسِ وَلَوْ شَآءَ ٱللَّهُ مَا ٱقْتَتَلَ ٱلَّذِينَ مِنۢ بَعْدِهِم مِّنۢ بَعْدِ مَا جَآءَتْهُمُ ٱلْبَيِّنَٰتُ وَلَٰكِنِ ٱخْتَلَفُوا۟ فَمِنْهُم مَّنْ ءَامَنَ وَمِنْهُم مَّن كَفَرَ وَلَوْ شَآءَ ٱللَّهُ مَا ٱقْتَتَلُوا۟ وَلَٰكِنَّ ٱللَّهَ يَفْعَلُ مَا يُرِيدُ
Uitgeven en de Troonvers
O u die gelooft! Geef van (de gaven) die Wij u verschaft hebben, voordat de dag komt waarop geen handel (zal baten), noch vriendschap, noch voorspraak. Zij die het geloof verwerpen, zij zijn de onrechtvaardigen.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ أَنفِقُوا۟ مِمَّا رَزَقْنَٰكُم مِّن قَبْلِ أَن يَأْتِىَ يَوْمٌ لَّا بَيْعٌ فِيهِ وَلَا خُلَّةٌ وَلَا شَفَٰعَةٌ وَٱلْكَٰفِرُونَ هُمُ ٱلظَّٰلِمُونَ
Allah! Er is geen god dan Hij, - de Levende, de Zelfstandige, de Eeuwige. Sluimer kan Hem niet grijpen, noch slaap. Aan Hem behoort al wat in de hemelen en op aarde is. Wie is het die bij Hem kan bemiddelen dan met Zijn verlof? Hij weet wat (voor Zijn schepselen verschijnt als) vóór of na of achter hen. En zij kunnen niets van Zijn kennis omvatten dan wat Hij wil. Zijn troon strekt zich uit over de hemelen en de aarde, en het bewaren en behoeden daarvan vermoeit Hem niet, want Hij is de Allerhoogste, de Opperste (in heerlijkheid).
ٱللَّهُ لَآ إِلَٰهَ إِلَّا هُوَ ٱلْحَىُّ ٱلْقَيُّومُ لَا تَأْخُذُهُۥ سِنَةٌ وَلَا نَوْمٌ لَّهُۥ مَا فِى ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَمَا فِى ٱلْأَرْضِ مَن ذَا ٱلَّذِى يَشْفَعُ عِندَهُۥٓ إِلَّا بِإِذْنِهِۦ يَعْلَمُ مَا بَيْنَ أَيْدِيهِمْ وَمَا خَلْفَهُمْ وَلَا يُحِيطُونَ بِشَىْءٍ مِّنْ عِلْمِهِۦٓ إِلَّا بِمَا شَآءَ وَسِعَ كُرْسِيُّهُ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ وَلَا يَـُٔودُهُۥ حِفْظُهُمَا وَهُوَ ٱلْعَلِىُّ ٱلْعَظِيمُ
Laat er geen dwang zijn in de godsdienst: de waarheid staat duidelijk onderscheiden van de dwaling: wie het kwade verwerpt en in Allah gelooft, heeft het betrouwbaarste houvast gegrepen, dat nooit breekt. En Allah hoort en weet alle dingen.
لَآ إِكْرَاهَ فِى ٱلدِّينِ قَد تَّبَيَّنَ ٱلرُّشْدُ مِنَ ٱلْغَىِّ فَمَن يَكْفُرْ بِٱلطَّٰغُوتِ وَيُؤْمِنۢ بِٱللَّهِ فَقَدِ ٱسْتَمْسَكَ بِٱلْعُرْوَةِ ٱلْوُثْقَىٰ لَا ٱنفِصَامَ لَهَا وَٱللَّهُ سَمِيعٌ عَلِيمٌ
Allah is de Beschermer van hen die geloven: uit de diepten van de duisternis zal Hij hen uitleiden naar het licht. Van hen die het geloof verwerpen zijn de beschermers de bozen: uit het licht zullen zij hen uitleiden naar de diepten van de duisternis. Zij zullen bewoners van het Vuur zijn, om daarin te wonen (voor eeuwig).
ٱللَّهُ وَلِىُّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ يُخْرِجُهُم مِّنَ ٱلظُّلُمَٰتِ إِلَى ٱلنُّورِ وَٱلَّذِينَ كَفَرُوٓا۟ أَوْلِيَآؤُهُمُ ٱلطَّٰغُوتُ يُخْرِجُونَهُم مِّنَ ٱلنُّورِ إِلَى ٱلظُّلُمَٰتِ أُو۟لَٰٓئِكَ أَصْحَٰبُ ٱلنَّارِ هُمْ فِيهَا خَٰلِدُونَ
Drie tekenen van de opstanding
Hebt u uw blik niet gewend tot hem die met Abraham twistte over zijn Heer, omdat Allah hem macht verleend had? Abraham zei: "Mijn Heer is Hij Die leven geeft en doet sterven." Hij zei: "Ik geef leven en dood." Abraham zei: "Maar het is Allah Die de zon doet opgaan uit het oosten: doe haar dan opgaan uit het westen." Zo werd hij beschaamd die (in hoogmoed) het geloof verwierp. En Allah geeft geen leiding aan een onrechtvaardig volk.
أَلَمْ تَرَ إِلَى ٱلَّذِى حَآجَّ إِبْرَٰهِـۧمَ فِى رَبِّهِۦٓ أَنْ ءَاتَىٰهُ ٱللَّهُ ٱلْمُلْكَ إِذْ قَالَ إِبْرَٰهِـۧمُ رَبِّىَ ٱلَّذِى يُحْىِۦ وَيُمِيتُ قَالَ أَنَا۠ أُحْىِۦ وَأُمِيتُ قَالَ إِبْرَٰهِـۧمُ فَإِنَّ ٱللَّهَ يَأْتِى بِٱلشَّمْسِ مِنَ ٱلْمَشْرِقِ فَأْتِ بِهَا مِنَ ٱلْمَغْرِبِ فَبُهِتَ ٱلَّذِى كَفَرَ وَٱللَّهُ لَا يَهْدِى ٱلْقَوْمَ ٱلظَّٰلِمِينَ
Of (neem) de gelijkenis van hem die voorbij een gehucht kwam, geheel in puin tot op de daken. Hij zei: "O! hoe zal Allah dit (ooit) tot leven brengen, na (deze) zijn dood?" Maar Allah deed hem sterven voor honderd jaren, daarna wekte Hij hem (weer) op. Hij zei: "Hoelang hebt u (aldus) vertoefd?" Hij zei: "(Wellicht) een dag of een deel van een dag." Hij zei: "Nee, u hebt aldus honderd jaren vertoefd; maar zie naar uw voedsel en uw drank; zij vertonen geen tekenen van ouderdom; en zie naar uw ezel: en opdat Wij van u een teken maken voor de mensen, zie voorts naar de beenderen, hoe Wij ze samenvoegen en met vlees bekleden." Toen dit hem duidelijk getoond was, zei hij: "Ik weet dat Allah macht heeft over alle dingen."
أَوْ كَٱلَّذِى مَرَّ عَلَىٰ قَرْيَةٍ وَهِىَ خَاوِيَةٌ عَلَىٰ عُرُوشِهَا قَالَ أَنَّىٰ يُحْىِۦ هَٰذِهِ ٱللَّهُ بَعْدَ مَوْتِهَا فَأَمَاتَهُ ٱللَّهُ مِا۟ئَةَ عَامٍ ثُمَّ بَعَثَهُۥ قَالَ كَمْ لَبِثْتَ قَالَ لَبِثْتُ يَوْمًا أَوْ بَعْضَ يَوْمٍ قَالَ بَل لَّبِثْتَ مِا۟ئَةَ عَامٍ فَٱنظُرْ إِلَىٰ طَعَامِكَ وَشَرَابِكَ لَمْ يَتَسَنَّهْ وَٱنظُرْ إِلَىٰ حِمَارِكَ وَلِنَجْعَلَكَ ءَايَةً لِّلنَّاسِ وَٱنظُرْ إِلَى ٱلْعِظَامِ كَيْفَ نُنشِزُهَا ثُمَّ نَكْسُوهَا لَحْمًا فَلَمَّا تَبَيَّنَ لَهُۥ قَالَ أَعْلَمُ أَنَّ ٱللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ
Toen Abraham zei: "Toon mij, Heer, hoe U de doden zult opwekken," antwoordde Hij: "Hebt u geen geloof?" Hij zei: "Jawel, maar slechts om mijn hart gerust te stellen." Allah zei: "Neem vier vogels, trek ze tot u, en snijd hun lichamen in stukken. Verstrooi ze over de bergtoppen, roep ze dan terug. Zij zullen snel tot u komen. Weet dat Allah machtig is, wijs."
وَإِذْ قَالَ إِبْرَٰهِـۧمُ رَبِّ أَرِنِى كَيْفَ تُحْىِ ٱلْمَوْتَىٰ قَالَ أَوَلَمْ تُؤْمِن قَالَ بَلَىٰ وَلَٰكِن لِّيَطْمَئِنَّ قَلْبِى قَالَ فَخُذْ أَرْبَعَةً مِّنَ ٱلطَّيْرِ فَصُرْهُنَّ إِلَيْكَ ثُمَّ ٱجْعَلْ عَلَىٰ كُلِّ جَبَلٍ مِّنْهُنَّ جُزْءًا ثُمَّ ٱدْعُهُنَّ يَأْتِينَكَ سَعْيًا وَٱعْلَمْ أَنَّ ٱللَّهَ عَزِيزٌ حَكِيمٌ
Het uitgeven van bezit omwille van Allah
De gelijkenis van hen die hun bezit besteden op de weg van Allah is die van een graankorrel: hij brengt zeven aren voort, en elke aar heeft honderd korrels. Allah geeft menigvuldige vermeerdering aan wie Hem behaagt; en Allah zorgt voor allen en Hij weet alle dingen.
مَّثَلُ ٱلَّذِينَ يُنفِقُونَ أَمْوَٰلَهُمْ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ كَمَثَلِ حَبَّةٍ أَنۢبَتَتْ سَبْعَ سَنَابِلَ فِى كُلِّ سُنۢبُلَةٍ مِّا۟ئَةُ حَبَّةٍ وَٱللَّهُ يُضَٰعِفُ لِمَن يَشَآءُ وَٱللَّهُ وَٰسِعٌ عَلِيمٌ
Zij die hun bezit besteden in de zaak van Allah, en hun gaven niet laten volgen door herinneringen aan hun vrijgevigheid of door krenking, — voor hen is hun loon bij hun Heer: over hen zal geen vrees komen, noch zullen zij treuren.
ٱلَّذِينَ يُنفِقُونَ أَمْوَٰلَهُمْ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ ثُمَّ لَا يُتْبِعُونَ مَآ أَنفَقُوا۟ مَنًّا وَلَآ أَذًى لَّهُمْ أَجْرُهُمْ عِندَ رَبِّهِمْ وَلَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ
Vriendelijke woorden en het bedekken van fouten zijn beter dan een aalmoes gevolgd door krenking. Allah is vrij van alle behoeften, en Hij is de Meest Verdraagzame.
قَوْلٌ مَّعْرُوفٌ وَمَغْفِرَةٌ خَيْرٌ مِّن صَدَقَةٍ يَتْبَعُهَآ أَذًى وَٱللَّهُ غَنِىٌّ حَلِيمٌ
O u die gelooft! Maak uw aalmoezen niet ongedaan door herinneringen aan uw vrijgevigheid of door krenking, — zoals zij die hun bezit besteden om door de mensen gezien te worden, maar noch in Allah, noch in de laatste dag geloven. Zij zijn in gelijkenis als een harde, onvruchtbare rots, waarop een weinig aarde ligt: er valt zware regen op, die haar (slechts) als een kale steen achterlaat. Zij zullen niets kunnen doen met iets van hetgeen zij verworven hebben. En Allah leidt niet hen die het geloof verwerpen.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ لَا تُبْطِلُوا۟ صَدَقَٰتِكُم بِٱلْمَنِّ وَٱلْأَذَىٰ كَٱلَّذِى يُنفِقُ مَالَهُۥ رِئَآءَ ٱلنَّاسِ وَلَا يُؤْمِنُ بِٱللَّهِ وَٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ فَمَثَلُهُۥ كَمَثَلِ صَفْوَانٍ عَلَيْهِ تُرَابٌ فَأَصَابَهُۥ وَابِلٌ فَتَرَكَهُۥ صَلْدًا لَّا يَقْدِرُونَ عَلَىٰ شَىْءٍ مِّمَّا كَسَبُوا۟ وَٱللَّهُ لَا يَهْدِى ٱلْقَوْمَ ٱلْكَٰفِرِينَ
En de gelijkenis van hen die hun bezit besteden, zoekende Allah te behagen en hun ziel te versterken, is als een hof, hoog en vruchtbaar: er valt zware regen op, maar die doet hem een dubbele opbrengst van de oogst voortbrengen, en zo hij geen zware regen ontvangt, is lichte vochtigheid hem genoeg. Allah ziet wél al hetgeen u doet.
وَمَثَلُ ٱلَّذِينَ يُنفِقُونَ أَمْوَٰلَهُمُ ٱبْتِغَآءَ مَرْضَاتِ ٱللَّهِ وَتَثْبِيتًا مِّنْ أَنفُسِهِمْ كَمَثَلِ جَنَّةٍۭ بِرَبْوَةٍ أَصَابَهَا وَابِلٌ فَـَٔاتَتْ أُكُلَهَا ضِعْفَيْنِ فَإِن لَّمْ يُصِبْهَا وَابِلٌ فَطَلٌّ وَٱللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرٌ
Wenst iemand van u dat hij een hof zou hebben met dadelpalmen en wijnstokken en stromen die er onderdoor vloeien, en allerlei vruchten, terwijl hij door de ouderdom getroffen is, en zijn kinderen niet sterk (genoeg) zijn (om voor zichzelf te zorgen) — dat die door een wervelwind gegrepen zou worden, met vuur daarin, en verbrand zou worden? Zo maakt Allah u (Zijn) tekenen duidelijk, opdat u zou overdenken.
أَيَوَدُّ أَحَدُكُمْ أَن تَكُونَ لَهُۥ جَنَّةٌ مِّن نَّخِيلٍ وَأَعْنَابٍ تَجْرِى مِن تَحْتِهَا ٱلْأَنْهَٰرُ لَهُۥ فِيهَا مِن كُلِّ ٱلثَّمَرَٰتِ وَأَصَابَهُ ٱلْكِبَرُ وَلَهُۥ ذُرِّيَّةٌ ضُعَفَآءُ فَأَصَابَهَآ إِعْصَارٌ فِيهِ نَارٌ فَٱحْتَرَقَتْ كَذَٰلِكَ يُبَيِّنُ ٱللَّهُ لَكُمُ ٱلْـَٔايَٰتِ لَعَلَّكُمْ تَتَفَكَّرُونَ
O u die gelooft! Geef van de goede dingen die u (op eerlijke wijze) verworven hebt, en van de vruchten van de aarde die Wij voor u hebben voortgebracht, en tracht zelfs niet iets te verkrijgen dat slecht is, om daarvan iets weg te geven, terwijl u het zelf niet zou aannemen dan met gesloten ogen. En weet dat Allah vrij is van alle behoeften, en alle lof waardig.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ أَنفِقُوا۟ مِن طَيِّبَٰتِ مَا كَسَبْتُمْ وَمِمَّآ أَخْرَجْنَا لَكُم مِّنَ ٱلْأَرْضِ وَلَا تَيَمَّمُوا۟ ٱلْخَبِيثَ مِنْهُ تُنفِقُونَ وَلَسْتُم بِـَٔاخِذِيهِ إِلَّآ أَن تُغْمِضُوا۟ فِيهِ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ غَنِىٌّ حَمِيدٌ
De boze dreigt u met armoede en spoort u aan tot onbetamelijk gedrag. Allah belooft u Zijn vergeving en milde gaven. En Allah zorgt voor allen en Hij weet alle dingen.
ٱلشَّيْطَٰنُ يَعِدُكُمُ ٱلْفَقْرَ وَيَأْمُرُكُم بِٱلْفَحْشَآءِ وَٱللَّهُ يَعِدُكُم مَّغْفِرَةً مِّنْهُ وَفَضْلًا وَٱللَّهُ وَٰسِعٌ عَلِيمٌ
Hij schenkt wijsheid aan wie Hem behaagt; en hij aan wie wijsheid geschonken wordt, ontvangt voorwaar een overvloedige weldaad; maar niemand zal de boodschap vatten dan mensen met verstand.
يُؤْتِى ٱلْحِكْمَةَ مَن يَشَآءُ وَمَن يُؤْتَ ٱلْحِكْمَةَ فَقَدْ أُوتِىَ خَيْرًا كَثِيرًا وَمَا يَذَّكَّرُ إِلَّآ أُو۟لُوا۟ ٱلْأَلْبَٰبِ
En wat u ook besteedt aan liefdadigheid of aan toewijding, wees verzekerd dat Allah het alles weet. Maar de onrechtvaardigen hebben geen helpers.
وَمَآ أَنفَقْتُم مِّن نَّفَقَةٍ أَوْ نَذَرْتُم مِّن نَّذْرٍ فَإِنَّ ٱللَّهَ يَعْلَمُهُۥ وَمَا لِلظَّٰلِمِينَ مِنْ أَنصَارٍ
Zo u (daden van) liefdadigheid openbaar maakt, ook dan is het wél, maar zo u ze verbergt, en ze doet toekomen aan hen die (werkelijk) behoeftig zijn, dat is het beste voor u: het zal iets van uw (smetten van) kwaad van u wegnemen. En Allah is wél bekend met hetgeen u doet.
إِن تُبْدُوا۟ ٱلصَّدَقَٰتِ فَنِعِمَّا هِىَ وَإِن تُخْفُوهَا وَتُؤْتُوهَا ٱلْفُقَرَآءَ فَهُوَ خَيْرٌ لَّكُمْ وَيُكَفِّرُ عَنكُم مِّن سَيِّـَٔاتِكُمْ وَٱللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ خَبِيرٌ
Het is niet van u vereist (o boodschapper) hen op het rechte pad te zetten, maar Allah zet op het rechte pad wie Hem behaagt. Al het goede dat u geeft, komt uw eigen ziel ten goede, en u zult dit alleen doen zoekende het "aangezicht" van Allah. Al het goede dat u geeft, zal u worden teruggegeven, en u zult niet onrechtvaardig behandeld worden.
لَّيْسَ عَلَيْكَ هُدَىٰهُمْ وَلَٰكِنَّ ٱللَّهَ يَهْدِى مَن يَشَآءُ وَمَا تُنفِقُوا۟ مِنْ خَيْرٍ فَلِأَنفُسِكُمْ وَمَا تُنفِقُونَ إِلَّا ٱبْتِغَآءَ وَجْهِ ٱللَّهِ وَمَا تُنفِقُوا۟ مِنْ خَيْرٍ يُوَفَّ إِلَيْكُمْ وَأَنتُمْ لَا تُظْلَمُونَ
(De aalmoes is) voor de behoeftigen, die in de zaak van Allah beperkt zijn (in het reizen), en niet door het land kunnen trekken, zoekende (naar handel of werk): de onwetende meent, vanwege hun bescheidenheid, dat zij vrij van gebrek zijn. U zult hen kennen aan hun (onmiskenbaar) kenmerk: zij bedelen niet opdringerig bij iedereen. En al het goede dat u geeft, wees verzekerd dat Allah het wél weet.
لِلْفُقَرَآءِ ٱلَّذِينَ أُحْصِرُوا۟ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ لَا يَسْتَطِيعُونَ ضَرْبًا فِى ٱلْأَرْضِ يَحْسَبُهُمُ ٱلْجَاهِلُ أَغْنِيَآءَ مِنَ ٱلتَّعَفُّفِ تَعْرِفُهُم بِسِيمَٰهُمْ لَا يَسْـَٔلُونَ ٱلنَّاسَ إِلْحَافًا وَمَا تُنفِقُوا۟ مِنْ خَيْرٍ فَإِنَّ ٱللَّهَ بِهِۦ عَلِيمٌ
Zij die (als aalmoes) van hun goederen besteden bij nacht en bij dag, in het verborgene en in het openbaar, hebben hun loon bij hun Heer: over hen zal geen vrees komen, noch zullen zij treuren.
ٱلَّذِينَ يُنفِقُونَ أَمْوَٰلَهُم بِٱلَّيْلِ وَٱلنَّهَارِ سِرًّا وَعَلَانِيَةً فَلَهُمْ أَجْرُهُمْ عِندَ رَبِّهِمْ وَلَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ
Het verbod op rente
Zij die woeker verslinden, zullen niet anders opstaan dan zoals hij opstaat die de boze door zijn aanraking tot waanzin heeft gedreven. Dat is omdat zij zeggen: "Handel is als woeker," maar Allah heeft de handel toegestaan en de woeker verboden. Zij die, na een aanwijzing van hun Heer ontvangen te hebben, ervan aflaten, zal het voorgaande vergeven worden; hun zaak is aan Allah (om te oordelen); maar zij die (het vergrijp) herhalen, zijn bewoners van het Vuur: zij zullen daarin (voor eeuwig) verblijven.
ٱلَّذِينَ يَأْكُلُونَ ٱلرِّبَوٰا۟ لَا يَقُومُونَ إِلَّا كَمَا يَقُومُ ٱلَّذِى يَتَخَبَّطُهُ ٱلشَّيْطَٰنُ مِنَ ٱلْمَسِّ ذَٰلِكَ بِأَنَّهُمْ قَالُوٓا۟ إِنَّمَا ٱلْبَيْعُ مِثْلُ ٱلرِّبَوٰا۟ وَأَحَلَّ ٱللَّهُ ٱلْبَيْعَ وَحَرَّمَ ٱلرِّبَوٰا۟ فَمَن جَآءَهُۥ مَوْعِظَةٌ مِّن رَّبِّهِۦ فَٱنتَهَىٰ فَلَهُۥ مَا سَلَفَ وَأَمْرُهُۥٓ إِلَى ٱللَّهِ وَمَنْ عَادَ فَأُو۟لَٰٓئِكَ أَصْحَٰبُ ٱلنَّارِ هُمْ فِيهَا خَٰلِدُونَ
Allah zal de woeker van alle zegen beroven, maar zal vermeerdering geven voor daden van liefdadigheid: want Hij heeft de ondankbare en goddeloze schepselen niet lief.
يَمْحَقُ ٱللَّهُ ٱلرِّبَوٰا۟ وَيُرْبِى ٱلصَّدَقَٰتِ وَٱللَّهُ لَا يُحِبُّ كُلَّ كَفَّارٍ أَثِيمٍ
Zij die geloven, en rechtvaardige daden doen, en het gebed onderhouden en geregeld aalmoezen geven, zullen hun loon hebben bij hun Heer: over hen zal geen vrees komen, noch zullen zij treuren.
إِنَّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ وَأَقَامُوا۟ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتَوُا۟ ٱلزَّكَوٰةَ لَهُمْ أَجْرُهُمْ عِندَ رَبِّهِمْ وَلَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ
O u die gelooft! Vrees Allah, en geef op wat er overblijft van uw vordering van woeker, zo u waarlijk gelovigen bent.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ ٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَذَرُوا۟ مَا بَقِىَ مِنَ ٱلرِّبَوٰٓا۟ إِن كُنتُم مُّؤْمِنِينَ
Zo u het niet doet, neem dan kennis van oorlog vanwege Allah en Zijn boodschapper: maar als u berouw toont en ermee ophoudt, behoudt u uw hoofdsommen: doe geen onrecht, en u zal geen onrecht worden aangedaan.
فَإِن لَّمْ تَفْعَلُوا۟ فَأْذَنُوا۟ بِحَرْبٍ مِّنَ ٱللَّهِ وَرَسُولِهِۦ وَإِن تُبْتُمْ فَلَكُمْ رُءُوسُ أَمْوَٰلِكُمْ لَا تَظْلِمُونَ وَلَا تُظْلَمُونَ
Zo de schuldenaar in moeilijkheid verkeert, verleen hem dan uitstel totdat het hem gemakkelijk valt terug te betalen. Maar zo u het kwijtscheldt bij wijze van liefdadigheid, dat is het beste voor u, zo u het slechts wist.
وَإِن كَانَ ذُو عُسْرَةٍ فَنَظِرَةٌ إِلَىٰ مَيْسَرَةٍ وَأَن تَصَدَّقُوا۟ خَيْرٌ لَّكُمْ إِن كُنتُمْ تَعْلَمُونَ
En vrees de dag waarop u tot Allah zult worden teruggebracht. Dan zal aan elke ziel worden uitbetaald wat zij verworven heeft, en niemand zal onrechtvaardig behandeld worden.
وَٱتَّقُوا۟ يَوْمًا تُرْجَعُونَ فِيهِ إِلَى ٱللَّهِ ثُمَّ تُوَفَّىٰ كُلُّ نَفْسٍ مَّا كَسَبَتْ وَهُمْ لَا يُظْلَمُونَ
Het optekenen van schulden
O u die gelooft! Wanneer u met elkander handelt, in verbintenissen die toekomstige verplichtingen voor een vastgestelde tijd behelzen, stel ze dan op schrift. Laat een schrijver getrouw schrijven zoals tussen de partijen: laat de schrijver niet weigeren te schrijven: zoals Allah hem geleerd heeft, zo laat hem schrijven. Laat hem op wie de verplichting rust dicteren, maar laat hem zijn Heer Allah vrezen, en niets verminderen van hetgeen hij schuldig is. Zo de aansprakelijke partij zwak van geest is, of zwak, of zelf niet in staat te dicteren, laat dan zijn voogd getrouw dicteren, en neem twee getuigen uit uw eigen mannen, en zo er geen twee mannen zijn, dan een man en twee vrouwen, zodanigen als u tot getuigen verkiest, opdat, zo een van beiden dwaalt, de andere haar kan herinneren. De getuigen mogen niet weigeren wanneer zij worden opgeroepen (om te getuigen). Versmaad het niet (uw overeenkomst) voor een toekomstige termijn op schrift te stellen, hetzij klein of groot: dat is rechtvaardiger in de ogen van Allah, geschikter als bewijs, en dienstiger om twijfel onder u te voorkomen; maar zo het een handeling is die u terstond onder elkander afwikkelt, dan rust er geen blaam op u zo u haar niet op schrift stelt. Maar neem getuigen wanneer u een handelsovereenkomst sluit; en laat noch schrijver noch getuige schade lijden. Zo u (zulke schade) toebrengt, zou het goddeloosheid in u zijn. Vrees daarom Allah; want het is het goede dat u onderwijst. En Allah is wél bekend met alle dingen.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ إِذَا تَدَايَنتُم بِدَيْنٍ إِلَىٰٓ أَجَلٍ مُّسَمًّى فَٱكْتُبُوهُ وَلْيَكْتُب بَّيْنَكُمْ كَاتِبٌۢ بِٱلْعَدْلِ وَلَا يَأْبَ كَاتِبٌ أَن يَكْتُبَ كَمَا عَلَّمَهُ ٱللَّهُ فَلْيَكْتُبْ وَلْيُمْلِلِ ٱلَّذِى عَلَيْهِ ٱلْحَقُّ وَلْيَتَّقِ ٱللَّهَ رَبَّهُۥ وَلَا يَبْخَسْ مِنْهُ شَيْـًٔا فَإِن كَانَ ٱلَّذِى عَلَيْهِ ٱلْحَقُّ سَفِيهًا أَوْ ضَعِيفًا أَوْ لَا يَسْتَطِيعُ أَن يُمِلَّ هُوَ فَلْيُمْلِلْ وَلِيُّهُۥ بِٱلْعَدْلِ وَٱسْتَشْهِدُوا۟ شَهِيدَيْنِ مِن رِّجَالِكُمْ فَإِن لَّمْ يَكُونَا رَجُلَيْنِ فَرَجُلٌ وَٱمْرَأَتَانِ مِمَّن تَرْضَوْنَ مِنَ ٱلشُّهَدَآءِ أَن تَضِلَّ إِحْدَىٰهُمَا فَتُذَكِّرَ إِحْدَىٰهُمَا ٱلْأُخْرَىٰ وَلَا يَأْبَ ٱلشُّهَدَآءُ إِذَا مَا دُعُوا۟ وَلَا تَسْـَٔمُوٓا۟ أَن تَكْتُبُوهُ صَغِيرًا أَوْ كَبِيرًا إِلَىٰٓ أَجَلِهِۦ ذَٰلِكُمْ أَقْسَطُ عِندَ ٱللَّهِ وَأَقْوَمُ لِلشَّهَٰدَةِ وَأَدْنَىٰٓ أَلَّا تَرْتَابُوٓا۟ إِلَّآ أَن تَكُونَ تِجَٰرَةً حَاضِرَةً تُدِيرُونَهَا بَيْنَكُمْ فَلَيْسَ عَلَيْكُمْ جُنَاحٌ أَلَّا تَكْتُبُوهَا وَأَشْهِدُوٓا۟ إِذَا تَبَايَعْتُمْ وَلَا يُضَآرَّ كَاتِبٌ وَلَا شَهِيدٌ وَإِن تَفْعَلُوا۟ فَإِنَّهُۥ فُسُوقٌۢ بِكُمْ وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَيُعَلِّمُكُمُ ٱللَّهُ وَٱللَّهُ بِكُلِّ شَىْءٍ عَلِيمٌ
Zo u op reis bent, en geen schrijver kunt vinden, dan (kan) een pand in bezit (het doel dienen). En zo een van u iets aan een ander toevertrouwt, laat dan de bewaarder (getrouw) zijn vertrouwen nakomen, en laat hem zijn Heer vrezen. Verberg geen getuigenis; want wie het verbergt, — zijn hart is met zonde bevlekt. En Allah weet alles wat u doet.
وَإِن كُنتُمْ عَلَىٰ سَفَرٍ وَلَمْ تَجِدُوا۟ كَاتِبًا فَرِهَٰنٌ مَّقْبُوضَةٌ فَإِنْ أَمِنَ بَعْضُكُم بَعْضًا فَلْيُؤَدِّ ٱلَّذِى ٱؤْتُمِنَ أَمَٰنَتَهُۥ وَلْيَتَّقِ ٱللَّهَ رَبَّهُۥ وَلَا تَكْتُمُوا۟ ٱلشَّهَٰدَةَ وَمَن يَكْتُمْهَا فَإِنَّهُۥٓ ءَاثِمٌ قَلْبُهُۥ وَٱللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ عَلِيمٌ
Het geloof van de boodschapper en de slotsmeekbede
Aan Allah behoort alles wat in de hemelen en op de aarde is. Of u nu toont wat in uw gemoed is of het verbergt, Allah roept u ervoor ter verantwoording. Hij vergeeft wie Hem behaagt, en straft wie Hem behaagt, want Allah heeft macht over alle dingen.
لِّلَّهِ مَا فِى ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَمَا فِى ٱلْأَرْضِ وَإِن تُبْدُوا۟ مَا فِىٓ أَنفُسِكُمْ أَوْ تُخْفُوهُ يُحَاسِبْكُم بِهِ ٱللَّهُ فَيَغْفِرُ لِمَن يَشَآءُ وَيُعَذِّبُ مَن يَشَآءُ وَٱللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ
De boodschapper gelooft in hetgeen hem van zijn Heer geopenbaard is, evenals de gelovigen. Ieder (van hen) gelooft in Allah, Zijn engelen, Zijn boeken, en Zijn boodschappers. "Wij maken geen onderscheid (zeggen zij) tussen de een en de ander van Zijn boodschappers." En zij zeggen: "Wij horen, en wij gehoorzamen: (wij zoeken) Uw vergeving, onze Heer, en tot U is het einde van alle reizen."
ءَامَنَ ٱلرَّسُولُ بِمَآ أُنزِلَ إِلَيْهِ مِن رَّبِّهِۦ وَٱلْمُؤْمِنُونَ كُلٌّ ءَامَنَ بِٱللَّهِ وَمَلَٰٓئِكَتِهِۦ وَكُتُبِهِۦ وَرُسُلِهِۦ لَا نُفَرِّقُ بَيْنَ أَحَدٍ مِّن رُّسُلِهِۦ وَقَالُوا۟ سَمِعْنَا وَأَطَعْنَا غُفْرَانَكَ رَبَّنَا وَإِلَيْكَ ٱلْمَصِيرُ
Op geen ziel legt Allah een last groter dan zij dragen kan. Haar komt al het goede toe dat zij verwerft, en zij lijdt al het kwade dat zij verwerft. (Bid:) "Onze Heer! Veroordeel ons niet zo wij vergeten of in dwaling vallen; onze Heer! Leg ons geen last op zoals U die legde op hen die vóór ons waren; onze Heer! Leg ons geen last op groter dan wij kracht hebben te dragen. Wis onze zonden uit, en schenk ons vergeving. Ontferm U over ons. U bent onze Beschermer; help ons tegen hen die het geloof tegenstaan."
لَا يُكَلِّفُ ٱللَّهُ نَفْسًا إِلَّا وُسْعَهَا لَهَا مَا كَسَبَتْ وَعَلَيْهَا مَا ٱكْتَسَبَتْ رَبَّنَا لَا تُؤَاخِذْنَآ إِن نَّسِينَآ أَوْ أَخْطَأْنَا رَبَّنَا وَلَا تَحْمِلْ عَلَيْنَآ إِصْرًا كَمَا حَمَلْتَهُۥ عَلَى ٱلَّذِينَ مِن قَبْلِنَا رَبَّنَا وَلَا تُحَمِّلْنَا مَا لَا طَاقَةَ لَنَا بِهِۦ وَٱعْفُ عَنَّا وَٱغْفِرْ لَنَا وَٱرْحَمْنَآ أَنتَ مَوْلَىٰنَا فَٱنصُرْنَا عَلَى ٱلْقَوْمِ ٱلْكَٰفِرِينَ