Open Koran Weergave
Deze site is in concept en onder zware bewerking. Versie 1 staat gepland voor 1 september 2026.

Soera 29. Al-Ankaboet — De Spin

Deze vertaling is in bewerking en heeft de status van een concept; de tekst wordt nog gecontroleerd en kan wijzigen.

De Nederlandse weergave van soera 29 (Al-Ankaboet, “De Spin”), 69 verzen, naar de Engelse vertaling van Abdullah Yusuf Ali (1934, publiek domein). Lees deze soera interactief met het Arabische origineel, transliteratie, voorleesfunctie en toelichting.

Beproeving van het geloof

1

Alif, Lām, Mīm (الٓمٓ)

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ الٓمٓ

2

Denken de mensen dat zij met rust gelaten zullen worden wanneer zij zeggen: "Wij geloven", en dat zij niet beproefd zullen worden?

أَحَسِبَ ٱلنَّاسُ أَن يُتْرَكُوٓا۟ أَن يَقُولُوٓا۟ ءَامَنَّا وَهُمْ لَا يُفْتَنُونَ

3

Wij hebben hen die vóór hen waren beproefd, en Allah zal voorzeker hen die waarachtig zijn onderscheiden van hen die vals zijn.

وَلَقَدْ فَتَنَّا ٱلَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ فَلَيَعْلَمَنَّ ٱللَّهُ ٱلَّذِينَ صَدَقُوا۟ وَلَيَعْلَمَنَّ ٱلْكَٰذِبِينَ

4

Denken zij die kwaad bedrijven dat zij Ons te slim af zullen zijn? Kwaad is hun oordeel!

أَمْ حَسِبَ ٱلَّذِينَ يَعْمَلُونَ ٱلسَّيِّـَٔاتِ أَن يَسْبِقُونَا سَآءَ مَا يَحْكُمُونَ

5

Voor hen wier hoop gevestigd is op de ontmoeting met Allah (in het hiernamaals, laten zij zich inspannen); want de termijn (die is vastgesteld) door Allah komt zeker, en Hij hoort en weet (alle dingen).

مَن كَانَ يَرْجُوا۟ لِقَآءَ ٱللَّهِ فَإِنَّ أَجَلَ ٱللَّهِ لَـَٔاتٍ وَهُوَ ٱلسَّمِيعُ ٱلْعَلِيمُ

6

En als iemand zich inspant (met macht en kracht), doet hij dat voor zijn eigen ziel: want Allah is vrij van alle behoeften ten aanzien van de gehele schepping.

وَمَن جَٰهَدَ فَإِنَّمَا يُجَٰهِدُ لِنَفْسِهِۦٓ إِنَّ ٱللَّهَ لَغَنِىٌّ عَنِ ٱلْعَٰلَمِينَ

7

Zij die geloven en rechtvaardige daden doen,- van hen zullen Wij al het kwaad uitwissen (dat mogelijk) in hen (is), en Wij zullen hen belonen naar het beste van hun daden.

وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ لَنُكَفِّرَنَّ عَنْهُمْ سَيِّـَٔاتِهِمْ وَلَنَجْزِيَنَّهُمْ أَحْسَنَ ٱلَّذِى كَانُوا۟ يَعْمَلُونَ

8

Wij hebben de mens vriendelijkheid jegens zijn ouders geboden: maar indien zij (een van beiden) zich inspannen om u (te dwingen) iets met Mij te verenigen (in aanbidding) waarvan u geen kennis hebt, gehoorzaam hen dan niet. U moet (allen) tot Mij terugkeren, en Ik zal u (de waarheid) vertellen van alles wat u deed.

وَوَصَّيْنَا ٱلْإِنسَٰنَ بِوَٰلِدَيْهِ حُسْنًا وَإِن جَٰهَدَاكَ لِتُشْرِكَ بِى مَا لَيْسَ لَكَ بِهِۦ عِلْمٌ فَلَا تُطِعْهُمَآ إِلَىَّ مَرْجِعُكُمْ فَأُنَبِّئُكُم بِمَا كُنتُمْ تَعْمَلُونَ

9

En zij die geloven en rechtvaardige daden doen,- hen zullen Wij toelaten tot het gezelschap van de rechtvaardigen.

وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ لَنُدْخِلَنَّهُمْ فِى ٱلصَّٰلِحِينَ

10

Voorts zijn er onder de mensen die zeggen: "Wij geloven in Allah"; maar wanneer zij verdrukking lijden in (de zaak van) Allah, behandelen zij de onderdrukking door mensen alsof het de toorn van Allah was! En als er hulp komt (tot u) van uw Heer, zullen zij zeker zeggen: "Wij zijn (altijd) met u geweest!" Weet Allah niet het beste alles wat in de harten van de gehele schepping is?

وَمِنَ ٱلنَّاسِ مَن يَقُولُ ءَامَنَّا بِٱللَّهِ فَإِذَآ أُوذِىَ فِى ٱللَّهِ جَعَلَ فِتْنَةَ ٱلنَّاسِ كَعَذَابِ ٱللَّهِ وَلَئِن جَآءَ نَصْرٌ مِّن رَّبِّكَ لَيَقُولُنَّ إِنَّا كُنَّا مَعَكُمْ أَوَلَيْسَ ٱللَّهُ بِأَعْلَمَ بِمَا فِى صُدُورِ ٱلْعَٰلَمِينَ

11

En Allah kent zeer zeker hen die geloven, en evenzeer hen die huichelaars zijn.

وَلَيَعْلَمَنَّ ٱللَّهُ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَلَيَعْلَمَنَّ ٱلْمُنَٰفِقِينَ

12

En de ongelovigen zeggen tot hen die geloven: "Volg onze weg, en wij zullen (de gevolgen van) uw fouten dragen." Nooit zullen zij ook maar in het minst hun fouten dragen: in werkelijkheid zijn zij leugenaars!

وَقَالَ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ لِلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ ٱتَّبِعُوا۟ سَبِيلَنَا وَلْنَحْمِلْ خَطَٰيَٰكُمْ وَمَا هُم بِحَٰمِلِينَ مِنْ خَطَٰيَٰهُم مِّن شَىْءٍ إِنَّهُمْ لَكَٰذِبُونَ

13

Zij zullen hun eigen lasten dragen, en (andere) lasten naast hun eigen, en op de dag van het oordeel zullen zij ter verantwoording geroepen worden voor hun leugens.

وَلَيَحْمِلُنَّ أَثْقَالَهُمْ وَأَثْقَالًا مَّعَ أَثْقَالِهِمْ وَلَيُسْـَٔلُنَّ يَوْمَ ٱلْقِيَٰمَةِ عَمَّا كَانُوا۟ يَفْتَرُونَ

Noach en Abraham onder hun volken

14

Wij zonden (eens) Noach tot zijn volk, en hij vertoefde onder hen duizend jaar min vijftig: maar de zondvloed overweldigde hen terwijl zij (volhardden in) zonde.

وَلَقَدْ أَرْسَلْنَا نُوحًا إِلَىٰ قَوْمِهِۦ فَلَبِثَ فِيهِمْ أَلْفَ سَنَةٍ إِلَّا خَمْسِينَ عَامًا فَأَخَذَهُمُ ٱلطُّوفَانُ وَهُمْ ظَٰلِمُونَ

15

Maar Wij redden hem en de metgezellen van de ark, en Wij maakten de (ark) tot een teken voor alle volken!

فَأَنجَيْنَٰهُ وَأَصْحَٰبَ ٱلسَّفِينَةِ وَجَعَلْنَٰهَآ ءَايَةً لِّلْعَٰلَمِينَ

16

En (Wij redden ook) Abraham: zie, hij zei tot zijn volk: "Dien Allah en vrees Hem: dat zal het beste voor u zijn- indien u het begrijpt!"

وَإِبْرَٰهِيمَ إِذْ قَالَ لِقَوْمِهِ ٱعْبُدُوا۟ ٱللَّهَ وَٱتَّقُوهُ ذَٰلِكُمْ خَيْرٌ لَّكُمْ إِن كُنتُمْ تَعْلَمُونَ

17

"Want u aanbidt afgoden naast Allah, en u verzint leugen. De dingen die u naast Allah aanbidt, hebben geen macht om u levensonderhoud te geven: zoek dan levensonderhoud bij Allah, dien Hem, en wees Hem dankbaar: tot Hem zal uw terugkeer zijn."

إِنَّمَا تَعْبُدُونَ مِن دُونِ ٱللَّهِ أَوْثَٰنًا وَتَخْلُقُونَ إِفْكًا إِنَّ ٱلَّذِينَ تَعْبُدُونَ مِن دُونِ ٱللَّهِ لَا يَمْلِكُونَ لَكُمْ رِزْقًا فَٱبْتَغُوا۟ عِندَ ٱللَّهِ ٱلرِّزْقَ وَٱعْبُدُوهُ وَٱشْكُرُوا۟ لَهُۥٓ إِلَيْهِ تُرْجَعُونَ

18

"En indien u (de boodschap) verwerpt, zo deden geslachten vóór u: en de plicht van de boodschapper is slechts openlijk (en duidelijk) te prediken."

وَإِن تُكَذِّبُوا۟ فَقَدْ كَذَّبَ أُمَمٌ مِّن قَبْلِكُمْ وَمَا عَلَى ٱلرَّسُولِ إِلَّا ٱلْبَلَٰغُ ٱلْمُبِينُ

19

Zien zij niet hoe Allah de schepping doet ontstaan, en haar daarna herhaalt: waarlijk, dat is gemakkelijk voor Allah.

أَوَلَمْ يَرَوْا۟ كَيْفَ يُبْدِئُ ٱللَّهُ ٱلْخَلْقَ ثُمَّ يُعِيدُهُۥٓ إِنَّ ذَٰلِكَ عَلَى ٱللَّهِ يَسِيرٌ

20

Zeg: "Reis over de aarde en zie hoe Allah de schepping heeft doen ontstaan; zo zal Allah een latere schepping voortbrengen: want Allah heeft macht over alle dingen."

قُلْ سِيرُوا۟ فِى ٱلْأَرْضِ فَٱنظُرُوا۟ كَيْفَ بَدَأَ ٱلْخَلْقَ ثُمَّ ٱللَّهُ يُنشِئُ ٱلنَّشْأَةَ ٱلْـَٔاخِرَةَ إِنَّ ٱللَّهَ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ

21

"Hij straft wie Hij wil, en Hij schenkt barmhartigheid aan wie Hij wil, en tot Hem wordt u gekeerd."

يُعَذِّبُ مَن يَشَآءُ وَيَرْحَمُ مَن يَشَآءُ وَإِلَيْهِ تُقْلَبُونَ

22

"Noch op aarde noch in de hemel zult u in staat zijn (vluchtend) (Zijn plan) te verijdelen, noch hebt u, naast Allah, enige beschermer of helper."

وَمَآ أَنتُم بِمُعْجِزِينَ فِى ٱلْأَرْضِ وَلَا فِى ٱلسَّمَآءِ وَمَا لَكُم مِّن دُونِ ٱللَّهِ مِن وَلِىٍّ وَلَا نَصِيرٍ

23

Zij die de tekenen van Allah verwerpen en de ontmoeting met Hem (in het hiernamaals),- zij zijn het die aan Mijn barmhartigheid zullen wanhopen: zij zijn het die een zeer smartelijke straf zullen (ondergaan).

وَٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ بِـَٔايَٰتِ ٱللَّهِ وَلِقَآئِهِۦٓ أُو۟لَٰٓئِكَ يَئِسُوا۟ مِن رَّحْمَتِى وَأُو۟لَٰٓئِكَ لَهُمْ عَذَابٌ أَلِيمٌ

24

Zo was het antwoord van (Abrahams) volk niets anders dan dat zij zeiden: "Dood hem of verbrand hem." Maar Allah redde hem uit het vuur. Voorwaar, hierin zijn tekenen voor mensen die geloven.

فَمَا كَانَ جَوَابَ قَوْمِهِۦٓ إِلَّآ أَن قَالُوا۟ ٱقْتُلُوهُ أَوْ حَرِّقُوهُ فَأَنجَىٰهُ ٱللَّهُ مِنَ ٱلنَّارِ إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَـَٔايَٰتٍ لِّقَوْمٍ يُؤْمِنُونَ

25

En hij zei: "U hebt voor uzelf afgoden genomen (om te aanbidden) naast Allah, uit wederzijdse liefde en achting tussen uzelf in dit leven; maar op de dag van het oordeel zult u elkaar verloochenen en elkaar vervloeken: en uw verblijfplaats zal het vuur zijn, en u zult niemand hebben om te helpen."

وَقَالَ إِنَّمَا ٱتَّخَذْتُم مِّن دُونِ ٱللَّهِ أَوْثَٰنًا مَّوَدَّةَ بَيْنِكُمْ فِى ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا ثُمَّ يَوْمَ ٱلْقِيَٰمَةِ يَكْفُرُ بَعْضُكُم بِبَعْضٍ وَيَلْعَنُ بَعْضُكُم بَعْضًا وَمَأْوَىٰكُمُ ٱلنَّارُ وَمَا لَكُم مِّن نَّٰصِرِينَ

26

Maar Lut geloofde in Hem: hij zei: "Ik zal mijn huis verlaten ter wille van mijn Heer: want Hij is verheven in macht, en wijs."

فَـَٔامَنَ لَهُۥ لُوطٌ وَقَالَ إِنِّى مُهَاجِرٌ إِلَىٰ رَبِّىٓ إِنَّهُۥ هُوَ ٱلْعَزِيزُ ٱلْحَكِيمُ

27

En Wij gaven (Abraham) Izak en Jakob, en verordenden onder zijn nageslacht het profeetschap en de openbaring, en Wij schonken hem zijn loon in dit leven; en in het hiernamaals was hij (van het gezelschap) van de rechtvaardigen.

وَوَهَبْنَا لَهُۥٓ إِسْحَٰقَ وَيَعْقُوبَ وَجَعَلْنَا فِى ذُرِّيَّتِهِ ٱلنُّبُوَّةَ وَٱلْكِتَٰبَ وَءَاتَيْنَٰهُ أَجْرَهُۥ فِى ٱلدُّنْيَا وَإِنَّهُۥ فِى ٱلْـَٔاخِرَةِ لَمِنَ ٱلصَّٰلِحِينَ

Lot en de ondergang van zijn stad

28

En (gedenk) Lut: zie, hij zei tot zijn volk: "U bedrijft ontucht, zoals geen volk in de schepping (ooit) vóór u bedreven heeft."

وَلُوطًا إِذْ قَالَ لِقَوْمِهِۦٓ إِنَّكُمْ لَتَأْتُونَ ٱلْفَٰحِشَةَ مَا سَبَقَكُم بِهَا مِنْ أَحَدٍ مِّنَ ٱلْعَٰلَمِينَ

29

"Nadert u inderdaad mannen, en snijdt u de hoofdweg af?- en bedrijft u goddeloosheid (zelfs) in uw raadsvergaderingen?" Maar zijn volk gaf geen ander antwoord dan dit: zij zeiden: "Breng ons de toorn van Allah, indien u de waarheid spreekt."

أَئِنَّكُمْ لَتَأْتُونَ ٱلرِّجَالَ وَتَقْطَعُونَ ٱلسَّبِيلَ وَتَأْتُونَ فِى نَادِيكُمُ ٱلْمُنكَرَ فَمَا كَانَ جَوَابَ قَوْمِهِۦٓ إِلَّآ أَن قَالُوا۟ ٱئْتِنَا بِعَذَابِ ٱللَّهِ إِن كُنتَ مِنَ ٱلصَّٰدِقِينَ

30

Hij zei: "O mijn Heer! help mij tegen mensen die verderf stichten!"

قَالَ رَبِّ ٱنصُرْنِى عَلَى ٱلْقَوْمِ ٱلْمُفْسِدِينَ

31

Toen Onze boodschappers tot Abraham kwamen met het goede nieuws, zeiden zij: "Wij gaan voorzeker het volk van deze stad verdelgen: want waarlijk, zij zijn (verslaafd aan) misdaad."

وَلَمَّا جَآءَتْ رُسُلُنَآ إِبْرَٰهِيمَ بِٱلْبُشْرَىٰ قَالُوٓا۟ إِنَّا مُهْلِكُوٓا۟ أَهْلِ هَٰذِهِ ٱلْقَرْيَةِ إِنَّ أَهْلَهَا كَانُوا۟ ظَٰلِمِينَ

32

Hij zei: "Maar Lut is daar." Zij zeiden: "Wij weten zeer goed wie daar is: wij zullen hem en zijn aanhang zeker redden,- behalve zijn vrouw: zij behoort tot hen die achterblijven!"

قَالَ إِنَّ فِيهَا لُوطًا قَالُوا۟ نَحْنُ أَعْلَمُ بِمَن فِيهَا لَنُنَجِّيَنَّهُۥ وَأَهْلَهُۥٓ إِلَّا ٱمْرَأَتَهُۥ كَانَتْ مِنَ ٱلْغَٰبِرِينَ

33

En toen Onze boodschappers tot Lut kwamen, was hij bedroefd om hen, en voelde hij zich machteloos (om) hen (te beschermen): maar zij zeiden: "Vrees niet, en treur niet: wij zijn (hier) om u en uw aanhang te redden, behalve uw vrouw: zij behoort tot hen die achterblijven."

وَلَمَّآ أَن جَآءَتْ رُسُلُنَا لُوطًا سِىٓءَ بِهِمْ وَضَاقَ بِهِمْ ذَرْعًا وَقَالُوا۟ لَا تَخَفْ وَلَا تَحْزَنْ إِنَّا مُنَجُّوكَ وَأَهْلَكَ إِلَّا ٱمْرَأَتَكَ كَانَتْ مِنَ ٱلْغَٰبِرِينَ

34

"Want wij zullen over het volk van deze stad een straf uit de hemel doen neerdalen, omdat zij goddeloos opstandig zijn geweest."

إِنَّا مُنزِلُونَ عَلَىٰٓ أَهْلِ هَٰذِهِ ٱلْقَرْيَةِ رِجْزًا مِّنَ ٱلسَّمَآءِ بِمَا كَانُوا۟ يَفْسُقُونَ

35

En Wij hebben daarvan een duidelijk teken achtergelaten, voor elk volk dat (wil) begrijpen.

وَلَقَد تَّرَكْنَا مِنْهَآ ءَايَةًۢ بَيِّنَةً لِّقَوْمٍ يَعْقِلُونَ

Vroegere volken en hun bestraffing

36

Tot het volk van Madyan (zonden Wij) hun broeder Shu'aib. Toen zei hij: "O mijn volk! dien Allah, en vrees de laatste dag: en bedrijf geen kwaad op de aarde, met het opzet verderf te stichten."

وَإِلَىٰ مَدْيَنَ أَخَاهُمْ شُعَيْبًا فَقَالَ يَٰقَوْمِ ٱعْبُدُوا۟ ٱللَّهَ وَٱرْجُوا۟ ٱلْيَوْمَ ٱلْـَٔاخِرَ وَلَا تَعْثَوْا۟ فِى ٱلْأَرْضِ مُفْسِدِينَ

37

Maar zij verwierpen hem: toen greep de machtige donderslag hen, en tegen de morgen lagen zij uitgestrekt in hun woningen.

فَكَذَّبُوهُ فَأَخَذَتْهُمُ ٱلرَّجْفَةُ فَأَصْبَحُوا۟ فِى دَارِهِمْ جَٰثِمِينَ

38

(Gedenk ook) de 'Ad en de Thamud (volken): duidelijk zal u uit (de sporen van) hun gebouwen (hun lot) blijken: de boze maakte hun daden aanlokkelijk voor hen, en hield hen af van het pad, hoewel zij begiftigd waren met verstand en bekwaamheid.

وَعَادًا وَثَمُودَا۟ وَقَد تَّبَيَّنَ لَكُم مِّن مَّسَٰكِنِهِمْ وَزَيَّنَ لَهُمُ ٱلشَّيْطَٰنُ أَعْمَٰلَهُمْ فَصَدَّهُمْ عَنِ ٱلسَّبِيلِ وَكَانُوا۟ مُسْتَبْصِرِينَ

39

(Gedenk ook) Qarun, Farao en Haman: tot hen kwam Mozes met duidelijke tekenen, maar zij gedroegen zich hoogmoedig op de aarde; toch konden zij (Ons) niet te slim af zijn.

وَقَٰرُونَ وَفِرْعَوْنَ وَهَٰمَٰنَ وَلَقَدْ جَآءَهُم مُّوسَىٰ بِٱلْبَيِّنَٰتِ فَٱسْتَكْبَرُوا۟ فِى ٱلْأَرْضِ وَمَا كَانُوا۟ سَٰبِقِينَ

40

Ieder van hen grepen Wij voor zijn misdaad: onder hen waren er tegen wie Wij een geweldige wervelstorm zonden (met regens van stenen); sommigen werden gegrepen door een (machtige) donderslag; sommigen deden Wij door de aarde verzwelgen; en sommigen verdronken Wij (in de wateren): het was niet Allah Die hun letsel (of verdrukking) aandeed: zij deden hun eigen ziel letsel (en verdrukking) aan.

فَكُلًّا أَخَذْنَا بِذَنۢبِهِۦ فَمِنْهُم مَّنْ أَرْسَلْنَا عَلَيْهِ حَاصِبًا وَمِنْهُم مَّنْ أَخَذَتْهُ ٱلصَّيْحَةُ وَمِنْهُم مَّنْ خَسَفْنَا بِهِ ٱلْأَرْضَ وَمِنْهُم مَّنْ أَغْرَقْنَا وَمَا كَانَ ٱللَّهُ لِيَظْلِمَهُمْ وَلَٰكِن كَانُوٓا۟ أَنفُسَهُمْ يَظْلِمُونَ

De gelijkenis van de spin

41

De gelijkenis van hen die beschermers nemen naast Allah is die van de spin, die (zich) een huis bouwt; maar waarlijk, het zwakste van alle huizen is het huis van de spin;- als zij het maar wisten.

مَثَلُ ٱلَّذِينَ ٱتَّخَذُوا۟ مِن دُونِ ٱللَّهِ أَوْلِيَآءَ كَمَثَلِ ٱلْعَنكَبُوتِ ٱتَّخَذَتْ بَيْتًا وَإِنَّ أَوْهَنَ ٱلْبُيُوتِ لَبَيْتُ ٱلْعَنكَبُوتِ لَوْ كَانُوا۟ يَعْلَمُونَ

42

Voorwaar, Allah weet van (alles) wat zij ook aanroepen naast Hem: en Hij is verheven (in macht), wijs.

إِنَّ ٱللَّهَ يَعْلَمُ مَا يَدْعُونَ مِن دُونِهِۦ مِن شَىْءٍ وَهُوَ ٱلْعَزِيزُ ٱلْحَكِيمُ

43

En dat zijn de gelijkenissen die Wij voor de mensheid voorstellen, maar alleen zij die kennis hebben begrijpen ze.

وَتِلْكَ ٱلْأَمْثَٰلُ نَضْرِبُهَا لِلنَّاسِ وَمَا يَعْقِلُهَآ إِلَّا ٱلْعَٰلِمُونَ

44

Allah schiep de hemelen en de aarde in ware (verhoudingen): voorwaar, daarin is een teken voor hen die geloven.

خَلَقَ ٱللَّهُ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ بِٱلْحَقِّ إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَـَٔايَةً لِّلْمُؤْمِنِينَ

De Koran en de mensen van het Boek

45

Draag voor wat u van het Boek door ingeving gezonden is, en onderhoud het geregelde gebed: want het gebed weerhoudt van schandelijke en onrechtvaardige daden; en het gedenken van Allah is zonder twijfel het grootste (in het leven). En Allah weet (de daden) die u doet.

ٱتْلُ مَآ أُوحِىَ إِلَيْكَ مِنَ ٱلْكِتَٰبِ وَأَقِمِ ٱلصَّلَوٰةَ إِنَّ ٱلصَّلَوٰةَ تَنْهَىٰ عَنِ ٱلْفَحْشَآءِ وَٱلْمُنكَرِ وَلَذِكْرُ ٱللَّهِ أَكْبَرُ وَٱللَّهُ يَعْلَمُ مَا تَصْنَعُونَ

46

En redetwist niet met de mensen van het Boek, dan met middelen die beter zijn (dan louter redetwist), tenzij het is met hen onder hen die onrecht (en letsel) toebrengen: maar zeg: "Wij geloven in de openbaring die tot ons is neergedaald en in hetgeen tot u neerdaalde; onze Allah en uw Allah is één; en het is voor Hem dat wij ons buigen (in islam)."

وَلَا تُجَٰدِلُوٓا۟ أَهْلَ ٱلْكِتَٰبِ إِلَّا بِٱلَّتِى هِىَ أَحْسَنُ إِلَّا ٱلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ مِنْهُمْ وَقُولُوٓا۟ ءَامَنَّا بِٱلَّذِىٓ أُنزِلَ إِلَيْنَا وَأُنزِلَ إِلَيْكُمْ وَإِلَٰهُنَا وَإِلَٰهُكُمْ وَٰحِدٌ وَنَحْنُ لَهُۥ مُسْلِمُونَ

47

En zo (is het) dat Wij het Boek tot u hebben neergezonden. Dus geloven de mensen van het Boek erin, evenals sommigen van dezen (heidense Arabieren): en niemand dan de ongelovigen verwerpt Onze tekenen.

وَكَذَٰلِكَ أَنزَلْنَآ إِلَيْكَ ٱلْكِتَٰبَ فَٱلَّذِينَ ءَاتَيْنَٰهُمُ ٱلْكِتَٰبَ يُؤْمِنُونَ بِهِۦ وَمِنْ هَٰٓؤُلَآءِ مَن يُؤْمِنُ بِهِۦ وَمَا يَجْحَدُ بِـَٔايَٰتِنَآ إِلَّا ٱلْكَٰفِرُونَ

48

En u was niet (in staat) een Boek voor te dragen vóór dit (Boek kwam), noch bent u (in staat) het met uw rechterhand te schrijven: in dat geval zouden de sprekers van ijdelheden inderdaad getwijfeld hebben.

وَمَا كُنتَ تَتْلُوا۟ مِن قَبْلِهِۦ مِن كِتَٰبٍ وَلَا تَخُطُّهُۥ بِيَمِينِكَ إِذًا لَّٱرْتَابَ ٱلْمُبْطِلُونَ

49

Nee, hier zijn tekenen, zonneklaar in de harten van hen die met kennis begiftigd zijn: en niemand dan de onrechtvaardigen verwerpt Onze tekenen.

بَلْ هُوَ ءَايَٰتٌۢ بَيِّنَٰتٌ فِى صُدُورِ ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ ٱلْعِلْمَ وَمَا يَجْحَدُ بِـَٔايَٰتِنَآ إِلَّا ٱلظَّٰلِمُونَ

50

Toch zeggen zij: "Waarom zijn er geen tekenen tot hem neergezonden van zijn Heer?" Zeg: "De tekenen zijn voorzeker bij Allah: en ik ben voorzeker een duidelijke waarschuwer."

وَقَالُوا۟ لَوْلَآ أُنزِلَ عَلَيْهِ ءَايَٰتٌ مِّن رَّبِّهِۦ قُلْ إِنَّمَا ٱلْـَٔايَٰتُ عِندَ ٱللَّهِ وَإِنَّمَآ أَنَا۠ نَذِيرٌ مُّبِينٌ

51

En is het voor hen niet genoeg dat Wij tot u het Boek hebben neergezonden, dat hun wordt voorgedragen? Voorwaar, daarin is barmhartigheid en een herinnering voor hen die geloven.

أَوَلَمْ يَكْفِهِمْ أَنَّآ أَنزَلْنَا عَلَيْكَ ٱلْكِتَٰبَ يُتْلَىٰ عَلَيْهِمْ إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَرَحْمَةً وَذِكْرَىٰ لِقَوْمٍ يُؤْمِنُونَ

Waarschuwing en oproep tot standvastigheid

52

Zeg: "Allah is genoeg als getuige tussen mij en u: Hij weet wat in de hemelen en op aarde is." En het zijn zij die in ijdelheden geloven en Allah verwerpen, die (ten slotte) zullen vergaan.

قُلْ كَفَىٰ بِٱللَّهِ بَيْنِى وَبَيْنَكُمْ شَهِيدًا يَعْلَمُ مَا فِى ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ بِٱلْبَٰطِلِ وَكَفَرُوا۟ بِٱللَّهِ أُو۟لَٰٓئِكَ هُمُ ٱلْخَٰسِرُونَ

53

Zij vragen u de straf (voor hen) te verhaasten: ware er niet een vastgestelde termijn (van uitstel) geweest, dan zou de straf zeker tot hen gekomen zijn: en zij zal hen zeker bereiken,- plotseling, terwijl zij het niet bemerken!

وَيَسْتَعْجِلُونَكَ بِٱلْعَذَابِ وَلَوْلَآ أَجَلٌ مُّسَمًّى لَّجَآءَهُمُ ٱلْعَذَابُ وَلَيَأْتِيَنَّهُم بَغْتَةً وَهُمْ لَا يَشْعُرُونَ

54

Zij vragen u de straf te verhaasten: maar voorzeker, de hel zal de verwerpers van het geloof omsluiten!-

يَسْتَعْجِلُونَكَ بِٱلْعَذَابِ وَإِنَّ جَهَنَّمَ لَمُحِيطَةٌۢ بِٱلْكَٰفِرِينَ

55

Op de dag dat de straf hen zal bedekken van boven hen en van onder hen, en (een stem) zal zeggen: "Proef (de vruchten) van uw daden!"

يَوْمَ يَغْشَىٰهُمُ ٱلْعَذَابُ مِن فَوْقِهِمْ وَمِن تَحْتِ أَرْجُلِهِمْ وَيَقُولُ ذُوقُوا۟ مَا كُنتُمْ تَعْمَلُونَ

56

O Mijn dienaren die geloven! waarlijk, ruim is Mijn aarde: dien daarom Mij - (en Mij alleen)!

يَٰعِبَادِىَ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ إِنَّ أَرْضِى وَٰسِعَةٌ فَإِيَّٰىَ فَٱعْبُدُونِ

57

Elke ziel zal de dood smaken: ten slotte zult u tot Ons teruggebracht worden.

كُلُّ نَفْسٍ ذَآئِقَةُ ٱلْمَوْتِ ثُمَّ إِلَيْنَا تُرْجَعُونَ

58

Maar zij die geloven en rechtvaardige daden doen - hun zullen Wij een woning in de hemel geven,- verheven vertrekken waar de rivieren onderdoor stromen,- om daarin voor eeuwig te wonen;- een voortreffelijk loon voor hen die (goed) doen!-

وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ لَنُبَوِّئَنَّهُم مِّنَ ٱلْجَنَّةِ غُرَفًا تَجْرِى مِن تَحْتِهَا ٱلْأَنْهَٰرُ خَٰلِدِينَ فِيهَا نِعْمَ أَجْرُ ٱلْعَٰمِلِينَ

59

Zij die volharden in geduld, en hun vertrouwen stellen op hun Heer en Onderhouder.

ٱلَّذِينَ صَبَرُوا۟ وَعَلَىٰ رَبِّهِمْ يَتَوَكَّلُونَ

60

Hoevele schepselen zijn er die hun eigen levensonderhoud niet dragen? Het is Allah die hen (beiden) voedt, hen en u: want Hij hoort en weet (alle dingen).

وَكَأَيِّن مِّن دَآبَّةٍ لَّا تَحْمِلُ رِزْقَهَا ٱللَّهُ يَرْزُقُهَا وَإِيَّاكُمْ وَهُوَ ٱلسَّمِيعُ ٱلْعَلِيمُ

61

Indien u hun inderdaad vraagt wie de hemelen en de aarde geschapen heeft en de zon en de maan (aan Zijn wet) onderworpen heeft, zullen zij zeker antwoorden,

وَلَئِن سَأَلْتَهُم مَّنْ خَلَقَ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ وَسَخَّرَ ٱلشَّمْسَ وَٱلْقَمَرَ لَيَقُولُنَّ ٱللَّهُ فَأَنَّىٰ يُؤْفَكُونَ

62

Allah verruimt het levensonderhoud (dat Hij geeft) voor wie van Zijn dienaren Hij wil; en Hij schenkt (evenzo) met (strikte) maat, (zoals Hij wil): want Allah heeft volledige kennis van alle dingen.

ٱللَّهُ يَبْسُطُ ٱلرِّزْقَ لِمَن يَشَآءُ مِنْ عِبَادِهِۦ وَيَقْدِرُ لَهُۥٓ إِنَّ ٱللَّهَ بِكُلِّ شَىْءٍ عَلِيمٌ

63

En indien u hun inderdaad vraagt wie het is die regen uit de hemel neerzendt, en daarmee leven geeft aan de aarde na haar dood, zullen zij zeker antwoorden: "Allah!" Zeg: "Lof zij Allah!" Maar de meesten van hen begrijpen het niet.

وَلَئِن سَأَلْتَهُم مَّن نَّزَّلَ مِنَ ٱلسَّمَآءِ مَآءً فَأَحْيَا بِهِ ٱلْأَرْضَ مِنۢ بَعْدِ مَوْتِهَا لَيَقُولُنَّ ٱللَّهُ قُلِ ٱلْحَمْدُ لِلَّهِ بَلْ أَكْثَرُهُمْ لَا يَعْقِلُونَ

64

Wat is het leven van deze wereld anders dan vermaak en spel? maar voorwaar, de woning in het hiernamaals,- dat is het ware leven, als zij het maar wisten.

وَمَا هَٰذِهِ ٱلْحَيَوٰةُ ٱلدُّنْيَآ إِلَّا لَهْوٌ وَلَعِبٌ وَإِنَّ ٱلدَّارَ ٱلْـَٔاخِرَةَ لَهِىَ ٱلْحَيَوَانُ لَوْ كَانُوا۟ يَعْلَمُونَ

65

Zie, wanneer zij aan boord van een boot gaan, roepen zij Allah aan, en wijden hun toewijding oprecht (en uitsluitend) aan Hem; maar wanneer Hij hen veilig aan (droog) land heeft gebracht, zie, dan geven zij een deel (van hun aanbidding aan anderen)!-

فَإِذَا رَكِبُوا۟ فِى ٱلْفُلْكِ دَعَوُا۟ ٱللَّهَ مُخْلِصِينَ لَهُ ٱلدِّينَ فَلَمَّا نَجَّىٰهُمْ إِلَى ٱلْبَرِّ إِذَا هُمْ يُشْرِكُونَ

66

Ondankbaar Onze gaven versmadend, en zich overgevend aan (werelds) genot! Maar weldra zullen zij het weten.

لِيَكْفُرُوا۟ بِمَآ ءَاتَيْنَٰهُمْ وَلِيَتَمَتَّعُوا۟ فَسَوْفَ يَعْلَمُونَ

67

Zien zij dan niet dat Wij een veilig heiligdom hebben gemaakt, en dat mensen van rondom hen worden weggerukt? Geloven zij dan in hetgeen ijdel is, en verwerpen zij de genade van Allah?

أَوَلَمْ يَرَوْا۟ أَنَّا جَعَلْنَا حَرَمًا ءَامِنًا وَيُتَخَطَّفُ ٱلنَّاسُ مِنْ حَوْلِهِمْ أَفَبِٱلْبَٰطِلِ يُؤْمِنُونَ وَبِنِعْمَةِ ٱللَّهِ يَكْفُرُونَ

68

En wie doet groter onrecht dan hij die een leugen tegen Allah verzint of de waarheid verwerpt wanneer zij hem bereikt? Is er niet een woning in de hel voor hen die het geloof verwerpen?

وَمَنْ أَظْلَمُ مِمَّنِ ٱفْتَرَىٰ عَلَى ٱللَّهِ كَذِبًا أَوْ كَذَّبَ بِٱلْحَقِّ لَمَّا جَآءَهُۥٓ أَلَيْسَ فِى جَهَنَّمَ مَثْوًى لِّلْكَٰفِرِينَ

69

En zij die zich inspannen in Onze (zaak),- Wij zullen hen zeker leiden op Onze paden: want voorwaar, Allah is met hen die goed doen.

وَٱلَّذِينَ جَٰهَدُوا۟ فِينَا لَنَهْدِيَنَّهُمْ سُبُلَنَا وَإِنَّ ٱللَّهَ لَمَعَ ٱلْمُحْسِنِينَ