Soera 4. An-Nisa — De Vrouwen
Deze vertaling is in bewerking en heeft de status van een concept; de tekst wordt nog gecontroleerd en kan wijzigen.
De Nederlandse weergave van soera 4 (An-Nisa, “De Vrouwen”), 176 verzen, naar de Engelse vertaling van Abdullah Yusuf Ali (1934, publiek domein). Lees deze soera interactief met het Arabische origineel, transliteratie, voorleesfunctie en toelichting.
De schepping van de mensheid en eerbied voor Allah
O mensheid! Heb eerbied voor uw Behoeder en Heer, Die u uit één enkele persoon geschapen heeft, en, van gelijke aard, zijn gade geschapen heeft, en uit hen beiden talloze mannen en vrouwen (als zaden) verspreid heeft;- heb eerbied voor Allah, door Wie u uw wederzijdse (rechten) van elkaar opeist, en (heb eerbied voor) de moederschoot (die u gedragen heeft): want Allah waakt te allen tijde over u.
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ يَٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ ٱتَّقُوا۟ رَبَّكُمُ ٱلَّذِى خَلَقَكُم مِّن نَّفْسٍ وَٰحِدَةٍ وَخَلَقَ مِنْهَا زَوْجَهَا وَبَثَّ مِنْهُمَا رِجَالًا كَثِيرًا وَنِسَآءً وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ ٱلَّذِى تَسَآءَلُونَ بِهِۦ وَٱلْأَرْحَامَ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَلَيْكُمْ رَقِيبًا
De rechten van wezen en hun bezit
Geef aan de wezen hun bezit terug (wanneer zij hun leeftijd bereiken), en verwissel niet (uw) waardeloze dingen voor (hun) goede; en verteer hun bezit niet (door het te vermengen) met het uwe. Want dit is voorwaar een grote zonde.
وَءَاتُوا۟ ٱلْيَتَٰمَىٰٓ أَمْوَٰلَهُمْ وَلَا تَتَبَدَّلُوا۟ ٱلْخَبِيثَ بِٱلطَّيِّبِ وَلَا تَأْكُلُوٓا۟ أَمْوَٰلَهُمْ إِلَىٰٓ أَمْوَٰلِكُمْ إِنَّهُۥ كَانَ حُوبًا كَبِيرًا
Indien u vreest dat u de wezen niet rechtvaardig zult kunnen behandelen, huw dan vrouwen van uw keuze, twee of drie of vier; maar indien u vreest dat u (hen) niet rechtvaardig zult kunnen behandelen, dan slechts één, of (een gevangene) die uw rechterhand bezit; dat zal passender zijn, om te voorkomen dat u onrecht doet.
وَإِنْ خِفْتُمْ أَلَّا تُقْسِطُوا۟ فِى ٱلْيَتَٰمَىٰ فَٱنكِحُوا۟ مَا طَابَ لَكُم مِّنَ ٱلنِّسَآءِ مَثْنَىٰ وَثُلَٰثَ وَرُبَٰعَ فَإِنْ خِفْتُمْ أَلَّا تَعْدِلُوا۟ فَوَٰحِدَةً أَوْ مَا مَلَكَتْ أَيْمَٰنُكُمْ ذَٰلِكَ أَدْنَىٰٓ أَلَّا تَعُولُوا۟
En geef de vrouwen (bij het huwelijk) haar bruidsgave als een vrije gift; maar indien zij, uit eigen welbehagen, u enig deel daarvan kwijtschelden, neem het dan en geniet het met een welgemoed hart.
وَءَاتُوا۟ ٱلنِّسَآءَ صَدُقَٰتِهِنَّ نِحْلَةً فَإِن طِبْنَ لَكُمْ عَن شَىْءٍ مِّنْهُ نَفْسًا فَكُلُوهُ هَنِيٓـًٔا مَّرِيٓـًٔا
Geef aan hen die zwak van verstand zijn uw bezit niet in handen, hetwelk Allah u tot een middel van onderhoud gemaakt heeft, maar voed en kleed hen daarvan, en spreek tot hen woorden van vriendelijkheid en rechtvaardigheid.
وَلَا تُؤْتُوا۟ ٱلسُّفَهَآءَ أَمْوَٰلَكُمُ ٱلَّتِى جَعَلَ ٱللَّهُ لَكُمْ قِيَٰمًا وَٱرْزُقُوهُمْ فِيهَا وَٱكْسُوهُمْ وَقُولُوا۟ لَهُمْ قَوْلًا مَّعْرُوفًا
Stel de wezen op de proef, totdat zij de huwbare leeftijd bereiken; indien u dan een gezond oordeel in hen bevindt, geef hun dan hun bezit terug; maar verteer het niet verkwistend, noch in haast, voordat zij opgroeien. Indien de voogd welgesteld is, laat hij dan geen vergoeding eisen, maar indien hij arm is, laat hij dan voor zichzelf nemen wat billijk en redelijk is. Wanneer u hun bezit aan hen teruggeeft, neem dan getuigen in hun tegenwoordigheid: maar Allah is alvoldoende in het opmaken van de rekening.
وَٱبْتَلُوا۟ ٱلْيَتَٰمَىٰ حَتَّىٰٓ إِذَا بَلَغُوا۟ ٱلنِّكَاحَ فَإِنْ ءَانَسْتُم مِّنْهُمْ رُشْدًا فَٱدْفَعُوٓا۟ إِلَيْهِمْ أَمْوَٰلَهُمْ وَلَا تَأْكُلُوهَآ إِسْرَافًا وَبِدَارًا أَن يَكْبَرُوا۟ وَمَن كَانَ غَنِيًّا فَلْيَسْتَعْفِفْ وَمَن كَانَ فَقِيرًا فَلْيَأْكُلْ بِٱلْمَعْرُوفِ فَإِذَا دَفَعْتُمْ إِلَيْهِمْ أَمْوَٰلَهُمْ فَأَشْهِدُوا۟ عَلَيْهِمْ وَكَفَىٰ بِٱللَّهِ حَسِيبًا
Van hetgeen door ouders en de naaste verwanten wordt nagelaten is er een deel voor de mannen en een deel voor de vrouwen, hetzij het bezit klein of groot is,- een vastgesteld deel.
لِّلرِّجَالِ نَصِيبٌ مِّمَّا تَرَكَ ٱلْوَٰلِدَانِ وَٱلْأَقْرَبُونَ وَلِلنِّسَآءِ نَصِيبٌ مِّمَّا تَرَكَ ٱلْوَٰلِدَانِ وَٱلْأَقْرَبُونَ مِمَّا قَلَّ مِنْهُ أَوْ كَثُرَ نَصِيبًا مَّفْرُوضًا
Maar indien bij de verdeling andere verwanten, of wezen of armen aanwezig zijn, geef hun dan te eten uit het (bezit), en spreek tot hen woorden van vriendelijkheid en rechtvaardigheid.
وَإِذَا حَضَرَ ٱلْقِسْمَةَ أُو۟لُوا۟ ٱلْقُرْبَىٰ وَٱلْيَتَٰمَىٰ وَٱلْمَسَٰكِينُ فَٱرْزُقُوهُم مِّنْهُ وَقُولُوا۟ لَهُمْ قَوْلًا مَّعْرُوفًا
Laat hen (die een nalatenschap verdelen) dezelfde vrees in hun gemoed hebben als zij voor de hunnen zouden hebben, indien zij een hulpeloos gezin hadden achtergelaten: laat hen Allah vrezen, en woorden van gepaste (vertroosting) spreken.
وَلْيَخْشَ ٱلَّذِينَ لَوْ تَرَكُوا۟ مِنْ خَلْفِهِمْ ذُرِّيَّةً ضِعَٰفًا خَافُوا۟ عَلَيْهِمْ فَلْيَتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَلْيَقُولُوا۟ قَوْلًا سَدِيدًا
Zij die onrechtvaardig het bezit van wezen verteren, verteren een vuur in hun eigen lichaam: zij zullen weldra een laaiend vuur verduren!
إِنَّ ٱلَّذِينَ يَأْكُلُونَ أَمْوَٰلَ ٱلْيَتَٰمَىٰ ظُلْمًا إِنَّمَا يَأْكُلُونَ فِى بُطُونِهِمْ نَارًا وَسَيَصْلَوْنَ سَعِيرًا
De verdeling van de erfenis
Allah beveelt u (aldus) aangaande (de erfenis van) uw kinderen: aan de man een deel gelijk aan dat van twee vrouwen: indien er alleen dochters zijn, twee of meer, dan is haar deel twee derde van de erfenis; indien slechts één, dan is haar deel de helft. Voor de ouders, een zesde deel van de erfenis voor elk, indien de overledene kinderen naliet; indien er geen kinderen zijn, en de ouders de (enige) erfgenamen zijn, dan heeft de moeder een derde; indien de overledene broers (of zusters) naliet, dan heeft de moeder een zesde. (De verdeling geschiedt in alle gevallen) na de betaling van legaten en schulden. U weet niet of uw ouders of uw kinderen u het naast zijn in nut. Dit zijn vastgestelde delen, verordend door Allah; en Allah is Alwetend, Alwijs.
يُوصِيكُمُ ٱللَّهُ فِىٓ أَوْلَٰدِكُمْ لِلذَّكَرِ مِثْلُ حَظِّ ٱلْأُنثَيَيْنِ فَإِن كُنَّ نِسَآءً فَوْقَ ٱثْنَتَيْنِ فَلَهُنَّ ثُلُثَا مَا تَرَكَ وَإِن كَانَتْ وَٰحِدَةً فَلَهَا ٱلنِّصْفُ وَلِأَبَوَيْهِ لِكُلِّ وَٰحِدٍ مِّنْهُمَا ٱلسُّدُسُ مِمَّا تَرَكَ إِن كَانَ لَهُۥ وَلَدٌ فَإِن لَّمْ يَكُن لَّهُۥ وَلَدٌ وَوَرِثَهُۥٓ أَبَوَاهُ فَلِأُمِّهِ ٱلثُّلُثُ فَإِن كَانَ لَهُۥٓ إِخْوَةٌ فَلِأُمِّهِ ٱلسُّدُسُ مِنۢ بَعْدِ وَصِيَّةٍ يُوصِى بِهَآ أَوْ دَيْنٍ ءَابَآؤُكُمْ وَأَبْنَآؤُكُمْ لَا تَدْرُونَ أَيُّهُمْ أَقْرَبُ لَكُمْ نَفْعًا فَرِيضَةً مِّنَ ٱللَّهِ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَلِيمًا حَكِيمًا
Van hetgeen uw vrouwen nalaten is uw deel de helft, indien zij geen kind nalaten; maar indien zij een kind nalaten, krijgt u een vierde; na betaling van legaten en schulden. Van hetgeen u nalaat is haar deel een vierde, indien u geen kind nalaat; maar indien u een kind nalaat, krijgen zij een achtste; na betaling van legaten en schulden. Indien de man of vrouw om wiens erfenis het gaat, noch voorouders noch nakomelingen heeft nagelaten, maar een broer of een zuster heeft nagelaten, dan krijgt elk van beiden een zesde; maar indien het er meer dan twee zijn, delen zij in een derde; na betaling van legaten en schulden; opdat (aan niemand) nadeel wordt toegebracht. Aldus is het verordend door Allah; en Allah is Alwetend, Zeer Verdraagzaam.
وَلَكُمْ نِصْفُ مَا تَرَكَ أَزْوَٰجُكُمْ إِن لَّمْ يَكُن لَّهُنَّ وَلَدٌ فَإِن كَانَ لَهُنَّ وَلَدٌ فَلَكُمُ ٱلرُّبُعُ مِمَّا تَرَكْنَ مِنۢ بَعْدِ وَصِيَّةٍ يُوصِينَ بِهَآ أَوْ دَيْنٍ وَلَهُنَّ ٱلرُّبُعُ مِمَّا تَرَكْتُمْ إِن لَّمْ يَكُن لَّكُمْ وَلَدٌ فَإِن كَانَ لَكُمْ وَلَدٌ فَلَهُنَّ ٱلثُّمُنُ مِمَّا تَرَكْتُم مِّنۢ بَعْدِ وَصِيَّةٍ تُوصُونَ بِهَآ أَوْ دَيْنٍ وَإِن كَانَ رَجُلٌ يُورَثُ كَلَٰلَةً أَوِ ٱمْرَأَةٌ وَلَهُۥٓ أَخٌ أَوْ أُخْتٌ فَلِكُلِّ وَٰحِدٍ مِّنْهُمَا ٱلسُّدُسُ فَإِن كَانُوٓا۟ أَكْثَرَ مِن ذَٰلِكَ فَهُمْ شُرَكَآءُ فِى ٱلثُّلُثِ مِنۢ بَعْدِ وَصِيَّةٍ يُوصَىٰ بِهَآ أَوْ دَيْنٍ غَيْرَ مُضَآرٍّ وَصِيَّةً مِّنَ ٱللَّهِ وَٱللَّهُ عَلِيمٌ حَلِيمٌ
Dat zijn de grenzen, door Allah gesteld: zij die Allah en Zijn boodschapper gehoorzamen, zullen worden toegelaten tot hoven, waar de rivieren onderdoor stromen, om daarin (voor eeuwig) te verblijven, en dat zal het hoogste welslagen zijn.
تِلْكَ حُدُودُ ٱللَّهِ وَمَن يُطِعِ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ يُدْخِلْهُ جَنَّٰتٍ تَجْرِى مِن تَحْتِهَا ٱلْأَنْهَٰرُ خَٰلِدِينَ فِيهَا وَذَٰلِكَ ٱلْفَوْزُ ٱلْعَظِيمُ
Maar zij die Allah en Zijn boodschapper ongehoorzaam zijn en Zijn grenzen overtreden, zullen worden toegelaten tot een vuur, om daarin te verblijven: en zij zullen een vernederende straf hebben.
وَمَن يَعْصِ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ وَيَتَعَدَّ حُدُودَهُۥ يُدْخِلْهُ نَارًا خَٰلِدًا فِيهَا وَلَهُۥ عَذَابٌ مُّهِينٌ
Straf voor ontucht en de aanvaarding van berouw
Indien enige van uw vrouwen zich schuldig maken aan ontucht, neem dan het getuigenis van vier (betrouwbare) getuigen uit uw midden tegen haar; en indien zij getuigen, sluit haar dan op in de huizen totdat de dood haar wegneemt, of Allah voor haar een (andere) weg beschikt.
وَٱلَّٰتِى يَأْتِينَ ٱلْفَٰحِشَةَ مِن نِّسَآئِكُمْ فَٱسْتَشْهِدُوا۟ عَلَيْهِنَّ أَرْبَعَةً مِّنكُمْ فَإِن شَهِدُوا۟ فَأَمْسِكُوهُنَّ فِى ٱلْبُيُوتِ حَتَّىٰ يَتَوَفَّىٰهُنَّ ٱلْمَوْتُ أَوْ يَجْعَلَ ٱللَّهُ لَهُنَّ سَبِيلًا
Indien twee mannen onder u zich schuldig maken aan ontucht, straf hen dan beiden. Indien zij berouw tonen en zich beteren, laat hen dan met rust; want Allah is de Veelvuldig Terugkerende, de Meest Barmhartige.
وَٱلَّذَانِ يَأْتِيَٰنِهَا مِنكُمْ فَـَٔاذُوهُمَا فَإِن تَابَا وَأَصْلَحَا فَأَعْرِضُوا۟ عَنْهُمَآ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ تَوَّابًا رَّحِيمًا
Allah aanvaardt het berouw van hen die in onwetendheid kwaad doen en spoedig daarna berouw tonen; tot hen zal Allah Zich in barmhartigheid wenden: want Allah is vol kennis en wijsheid.
إِنَّمَا ٱلتَّوْبَةُ عَلَى ٱللَّهِ لِلَّذِينَ يَعْمَلُونَ ٱلسُّوٓءَ بِجَهَٰلَةٍ ثُمَّ يَتُوبُونَ مِن قَرِيبٍ فَأُو۟لَٰٓئِكَ يَتُوبُ ٱللَّهُ عَلَيْهِمْ وَكَانَ ٱللَّهُ عَلِيمًا حَكِيمًا
Van geen waarde is het berouw van hen die kwaad blijven doen, totdat de dood een van hen voor ogen komt, en hij zegt: "Nu heb ik waarlijk berouw"; noch van hen die sterven terwijl zij het geloof verwerpen: voor hen hebben Wij een zeer smartelijke straf bereid.
وَلَيْسَتِ ٱلتَّوْبَةُ لِلَّذِينَ يَعْمَلُونَ ٱلسَّيِّـَٔاتِ حَتَّىٰٓ إِذَا حَضَرَ أَحَدَهُمُ ٱلْمَوْتُ قَالَ إِنِّى تُبْتُ ٱلْـَٰٔنَ وَلَا ٱلَّذِينَ يَمُوتُونَ وَهُمْ كُفَّارٌ أُو۟لَٰٓئِكَ أَعْتَدْنَا لَهُمْ عَذَابًا أَلِيمًا
De omgang met vrouwen en verboden huwelijken
O u die gelooft! Het is u verboden vrouwen tegen haar wil te erven. En behandel haar niet met hardheid, om een deel van de bruidsgave die u haar gegeven hebt weg te nemen,- behalve wanneer zij zich schuldig gemaakt hebben aan openlijke ontucht; integendeel, leef met haar op een voet van vriendelijkheid en billijkheid. Indien u een afkeer van haar krijgt, kan het zijn dat u een afkeer hebt van een zaak waardoor Allah veel goeds teweegbrengt.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ لَا يَحِلُّ لَكُمْ أَن تَرِثُوا۟ ٱلنِّسَآءَ كَرْهًا وَلَا تَعْضُلُوهُنَّ لِتَذْهَبُوا۟ بِبَعْضِ مَآ ءَاتَيْتُمُوهُنَّ إِلَّآ أَن يَأْتِينَ بِفَٰحِشَةٍ مُّبَيِّنَةٍ وَعَاشِرُوهُنَّ بِٱلْمَعْرُوفِ فَإِن كَرِهْتُمُوهُنَّ فَعَسَىٰٓ أَن تَكْرَهُوا۟ شَيْـًٔا وَيَجْعَلَ ٱللَّهُ فِيهِ خَيْرًا كَثِيرًا
Maar indien u besluit een vrouw te nemen in de plaats van een andere, zelfs indien u de laatste een hele schat als bruidsgave gegeven had, neem daarvan niet het geringste terug: zou u het nemen door laster en klaarblijkelijk onrecht?
وَإِنْ أَرَدتُّمُ ٱسْتِبْدَالَ زَوْجٍ مَّكَانَ زَوْجٍ وَءَاتَيْتُمْ إِحْدَىٰهُنَّ قِنطَارًا فَلَا تَأْخُذُوا۟ مِنْهُ شَيْـًٔا أَتَأْخُذُونَهُۥ بُهْتَٰنًا وَإِثْمًا مُّبِينًا
En hoe zou u het kunnen nemen, terwijl u tot elkaar bent ingegaan, en zij van u een plechtig verbond hebben aangenomen?
وَكَيْفَ تَأْخُذُونَهُۥ وَقَدْ أَفْضَىٰ بَعْضُكُمْ إِلَىٰ بَعْضٍ وَأَخَذْنَ مِنكُم مِّيثَٰقًا غَلِيظًا
En huw niet de vrouwen die uw vaders gehuwd hebben,- behalve wat voorbij is: het was schandelijk en verfoeilijk,- voorwaar een gruwelijke gewoonte.
وَلَا تَنكِحُوا۟ مَا نَكَحَ ءَابَآؤُكُم مِّنَ ٱلنِّسَآءِ إِلَّا مَا قَدْ سَلَفَ إِنَّهُۥ كَانَ فَٰحِشَةً وَمَقْتًا وَسَآءَ سَبِيلًا
Verboden voor u (om te huwen) zijn:- uw moeders, dochters, zusters; zusters van uw vader, zusters van uw moeder; dochters van uw broer, dochters van uw zuster; uw zoogmoeders (die u gezoogd hebben), uw zoogzusters; de moeders van uw vrouwen; uw stiefdochters die onder uw voogdij staan, geboren uit uw vrouwen tot wie u bent ingegaan,- geen verbod indien u niet tot haar bent ingegaan;- (zij die) vrouwen (geweest zijn) van uw zonen die uit uw lendenen zijn voortgekomen; en twee zusters tegelijkertijd in het huwelijk, behalve wat voorbij is; want Allah is de Veelvergevende, de Meest Barmhartige;-
حُرِّمَتْ عَلَيْكُمْ أُمَّهَٰتُكُمْ وَبَنَاتُكُمْ وَأَخَوَٰتُكُمْ وَعَمَّٰتُكُمْ وَخَٰلَٰتُكُمْ وَبَنَاتُ ٱلْأَخِ وَبَنَاتُ ٱلْأُخْتِ وَأُمَّهَٰتُكُمُ ٱلَّٰتِىٓ أَرْضَعْنَكُمْ وَأَخَوَٰتُكُم مِّنَ ٱلرَّضَٰعَةِ وَأُمَّهَٰتُ نِسَآئِكُمْ وَرَبَٰٓئِبُكُمُ ٱلَّٰتِى فِى حُجُورِكُم مِّن نِّسَآئِكُمُ ٱلَّٰتِى دَخَلْتُم بِهِنَّ فَإِن لَّمْ تَكُونُوا۟ دَخَلْتُم بِهِنَّ فَلَا جُنَاحَ عَلَيْكُمْ وَحَلَٰٓئِلُ أَبْنَآئِكُمُ ٱلَّذِينَ مِنْ أَصْلَٰبِكُمْ وَأَن تَجْمَعُوا۟ بَيْنَ ٱلْأُخْتَيْنِ إِلَّا مَا قَدْ سَلَفَ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ غَفُورًا رَّحِيمًا
Ook (verboden zijn) vrouwen die reeds gehuwd zijn, behalve zij die uw rechterhand bezit: aldus heeft Allah (verboden) tegen u verordend: behalve dezen zijn alle anderen geoorloofd, mits u (haar ten huwelijk) zoekt met gaven uit uw bezit,- kuisheid begerend, geen lust; aangezien u voordeel van haar geniet, geef haar haar bruidsgaven (ten minste) zoals voorgeschreven; maar indien u, nadat een bruidsgave is voorgeschreven, onderling overeenkomt (die te wijzigen), rust er geen blaam op u, en Allah is Alwetend, Alwijs.
وَٱلْمُحْصَنَٰتُ مِنَ ٱلنِّسَآءِ إِلَّا مَا مَلَكَتْ أَيْمَٰنُكُمْ كِتَٰبَ ٱللَّهِ عَلَيْكُمْ وَأُحِلَّ لَكُم مَّا وَرَآءَ ذَٰلِكُمْ أَن تَبْتَغُوا۟ بِأَمْوَٰلِكُم مُّحْصِنِينَ غَيْرَ مُسَٰفِحِينَ فَمَا ٱسْتَمْتَعْتُم بِهِۦ مِنْهُنَّ فَـَٔاتُوهُنَّ أُجُورَهُنَّ فَرِيضَةً وَلَا جُنَاحَ عَلَيْكُمْ فِيمَا تَرَٰضَيْتُم بِهِۦ مِنۢ بَعْدِ ٱلْفَرِيضَةِ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَلِيمًا حَكِيمًا
Indien iemand van u niet de middelen bezit om vrije gelovige vrouwen te huwen, mag hij gelovige meisjes huwen uit haar die uw rechterhand bezit: en Allah heeft volle kennis van uw geloof. U bent de een uit de ander: huw haar met verlof van haar eigenaars, en geef haar haar bruidsgaven, naar hetgeen redelijk is: zij behoren kuis te zijn, niet wellustig, noch minnaars nemend: wanneer zij in het huwelijk zijn opgenomen, en zij tot schande vervallen, dan is haar straf de helft van die voor vrije vrouwen. Deze (toestemming) is voor hen onder u die zonde vrezen; maar het is beter voor u dat u zelfbeheersing betracht. En Allah is de Veelvergevende, de Meest Barmhartige.
وَمَن لَّمْ يَسْتَطِعْ مِنكُمْ طَوْلًا أَن يَنكِحَ ٱلْمُحْصَنَٰتِ ٱلْمُؤْمِنَٰتِ فَمِن مَّا مَلَكَتْ أَيْمَٰنُكُم مِّن فَتَيَٰتِكُمُ ٱلْمُؤْمِنَٰتِ وَٱللَّهُ أَعْلَمُ بِإِيمَٰنِكُم بَعْضُكُم مِّنۢ بَعْضٍ فَٱنكِحُوهُنَّ بِإِذْنِ أَهْلِهِنَّ وَءَاتُوهُنَّ أُجُورَهُنَّ بِٱلْمَعْرُوفِ مُحْصَنَٰتٍ غَيْرَ مُسَٰفِحَٰتٍ وَلَا مُتَّخِذَٰتِ أَخْدَانٍ فَإِذَآ أُحْصِنَّ فَإِنْ أَتَيْنَ بِفَٰحِشَةٍ فَعَلَيْهِنَّ نِصْفُ مَا عَلَى ٱلْمُحْصَنَٰتِ مِنَ ٱلْعَذَابِ ذَٰلِكَ لِمَنْ خَشِىَ ٱلْعَنَتَ مِنكُمْ وَأَن تَصْبِرُوا۟ خَيْرٌ لَّكُمْ وَٱللَّهُ غَفُورٌ رَّحِيمٌ
Allah wil het u duidelijk maken en u de verordeningen tonen van hen die vóór u waren; en (Hij wil) Zich (in barmhartigheid) tot u wenden: en Allah is Alwetend, Alwijs.
يُرِيدُ ٱللَّهُ لِيُبَيِّنَ لَكُمْ وَيَهْدِيَكُمْ سُنَنَ ٱلَّذِينَ مِن قَبْلِكُمْ وَيَتُوبَ عَلَيْكُمْ وَٱللَّهُ عَلِيمٌ حَكِيمٌ
Allah wil Zich tot u wenden, maar de wens van hen die hun lusten volgen is dat u zich (van Hem) zou afwenden,- ver, ver weg.
وَٱللَّهُ يُرِيدُ أَن يَتُوبَ عَلَيْكُمْ وَيُرِيدُ ٱلَّذِينَ يَتَّبِعُونَ ٱلشَّهَوَٰتِ أَن تَمِيلُوا۟ مَيْلًا عَظِيمًا
Allah wil uw (moeilijkheden) verlichten: want de mens is zwak geschapen (naar het vlees).
يُرِيدُ ٱللَّهُ أَن يُخَفِّفَ عَنكُمْ وَخُلِقَ ٱلْإِنسَٰنُ ضَعِيفًا
Rechtvaardig omgaan met bezit
O u die gelooft! Verteer niet uw bezit onder elkaar in ijdelheid: maar laat er onder u handel en koophandel zijn met wederzijds welgevallen: en dood (of verderf) uzelf niet: want voorwaar, Allah is jegens u de Meest Barmhartige geweest!
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ لَا تَأْكُلُوٓا۟ أَمْوَٰلَكُم بَيْنَكُم بِٱلْبَٰطِلِ إِلَّآ أَن تَكُونَ تِجَٰرَةً عَن تَرَاضٍ مِّنكُمْ وَلَا تَقْتُلُوٓا۟ أَنفُسَكُمْ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ بِكُمْ رَحِيمًا
Indien iemand dat doet in wrok en onrechtvaardigheid,- weldra zullen Wij hen in het vuur werpen: en dat is voor Allah gemakkelijk.
وَمَن يَفْعَلْ ذَٰلِكَ عُدْوَٰنًا وَظُلْمًا فَسَوْفَ نُصْلِيهِ نَارًا وَكَانَ ذَٰلِكَ عَلَى ٱللَّهِ يَسِيرًا
Indien u (slechts) de meest gruwelijke dingen schuwt die u verboden zijn te doen, zullen Wij al het kwaad dat in u is van u wegnemen, en u toelaten door een poort van grote eer.
إِن تَجْتَنِبُوا۟ كَبَآئِرَ مَا تُنْهَوْنَ عَنْهُ نُكَفِّرْ عَنكُمْ سَيِّـَٔاتِكُمْ وَنُدْخِلْكُم مُّدْخَلًا كَرِيمًا
En begeer geenszins die dingen waarmee Allah Zijn gaven rijkelijker aan sommigen van u geschonken heeft dan aan anderen: aan de mannen is toebedeeld wat zij verdienen, en aan de vrouwen wat zij verdienen: maar vraag Allah om Zijn overvloed. Want Allah heeft volle kennis van alle dingen.
وَلَا تَتَمَنَّوْا۟ مَا فَضَّلَ ٱللَّهُ بِهِۦ بَعْضَكُمْ عَلَىٰ بَعْضٍ لِّلرِّجَالِ نَصِيبٌ مِّمَّا ٱكْتَسَبُوا۟ وَلِلنِّسَآءِ نَصِيبٌ مِّمَّا ٱكْتَسَبْنَ وَسْـَٔلُوا۟ ٱللَّهَ مِن فَضْلِهِۦٓ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ بِكُلِّ شَىْءٍ عَلِيمًا
Voor (het welzijn van) eenieder hebben Wij delen en erfgenamen aangewezen voor het bezit dat door ouders en verwanten wordt nagelaten. Geef ook aan hen aan wie uw rechterhand verpand was, hun toekomend deel. Want waarlijk, Allah is getuige van alle dingen.
وَلِكُلٍّ جَعَلْنَا مَوَٰلِىَ مِمَّا تَرَكَ ٱلْوَٰلِدَانِ وَٱلْأَقْرَبُونَ وَٱلَّذِينَ عَقَدَتْ أَيْمَٰنُكُمْ فَـَٔاتُوهُمْ نَصِيبَهُمْ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ شَهِيدًا
Man en vrouw, en de afkeer van gierigheid
De mannen zijn de beschermers en onderhouders van de vrouwen, omdat Allah de een meer (kracht) gegeven heeft dan de ander, en omdat zij haar onderhouden uit hun middelen. Daarom zijn de rechtvaardige vrouwen godvruchtig gehoorzaam, en waken in de afwezigheid (van de echtgenoot) over hetgeen Allah wil dat zij bewaken. Wat betreft die vrouwen van wie u ontrouw en wangedrag vreest, vermaan haar (eerst), (vervolgens) weiger het bed met haar te delen, (en ten laatste) sla haar (licht); maar indien zij tot gehoorzaamheid terugkeren, zoek dan geen middelen tegen haar (om haar te kwellen): want Allah is de Allerhoogste, groot (boven u allen).
ٱلرِّجَالُ قَوَّٰمُونَ عَلَى ٱلنِّسَآءِ بِمَا فَضَّلَ ٱللَّهُ بَعْضَهُمْ عَلَىٰ بَعْضٍ وَبِمَآ أَنفَقُوا۟ مِنْ أَمْوَٰلِهِمْ فَٱلصَّٰلِحَٰتُ قَٰنِتَٰتٌ حَٰفِظَٰتٌ لِّلْغَيْبِ بِمَا حَفِظَ ٱللَّهُ وَٱلَّٰتِى تَخَافُونَ نُشُوزَهُنَّ فَعِظُوهُنَّ وَٱهْجُرُوهُنَّ فِى ٱلْمَضَاجِعِ وَٱضْرِبُوهُنَّ فَإِنْ أَطَعْنَكُمْ فَلَا تَبْغُوا۟ عَلَيْهِنَّ سَبِيلًا إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَلِيًّا كَبِيرًا
Indien u een breuk tussen hen beiden vreest, stel dan (twee) scheidsrechters aan, één uit zijn familie en de ander uit de hare; indien zij vrede wensen, zal Allah hun verzoening bewerken: want Allah heeft volle kennis, en is bekend met alle dingen.
وَإِنْ خِفْتُمْ شِقَاقَ بَيْنِهِمَا فَٱبْعَثُوا۟ حَكَمًا مِّنْ أَهْلِهِۦ وَحَكَمًا مِّنْ أَهْلِهَآ إِن يُرِيدَآ إِصْلَٰحًا يُوَفِّقِ ٱللَّهُ بَيْنَهُمَآ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَلِيمًا خَبِيرًا
Dien Allah, en voeg geen deelgenoten aan Hem toe; en doe goed- aan ouders, verwanten, wezen, hen die in nood zijn, buren die nabij zijn, buren die vreemden zijn, de metgezel aan uw zijde, de reiziger (die u ontmoet), en hetgeen uw rechterhand bezit: want Allah heeft de hoogmoedigen, de verwaanden niet lief;-
وَٱعْبُدُوا۟ ٱللَّهَ وَلَا تُشْرِكُوا۟ بِهِۦ شَيْـًٔا وَبِٱلْوَٰلِدَيْنِ إِحْسَٰنًا وَبِذِى ٱلْقُرْبَىٰ وَٱلْيَتَٰمَىٰ وَٱلْمَسَٰكِينِ وَٱلْجَارِ ذِى ٱلْقُرْبَىٰ وَٱلْجَارِ ٱلْجُنُبِ وَٱلصَّاحِبِ بِٱلْجَنۢبِ وَٱبْنِ ٱلسَّبِيلِ وَمَا مَلَكَتْ أَيْمَٰنُكُمْ إِنَّ ٱللَّهَ لَا يُحِبُّ مَن كَانَ مُخْتَالًا فَخُورًا
(Noch) hen die gierig zijn of anderen gierigheid opleggen, of de weldaden verbergen die Allah hun geschonken heeft; want Wij hebben voor hen die het geloof weerstaan een straf bereid die hen in schande dompelt;-
ٱلَّذِينَ يَبْخَلُونَ وَيَأْمُرُونَ ٱلنَّاسَ بِٱلْبُخْلِ وَيَكْتُمُونَ مَآ ءَاتَىٰهُمُ ٱللَّهُ مِن فَضْلِهِۦ وَأَعْتَدْنَا لِلْكَٰفِرِينَ عَذَابًا مُّهِينًا
Noch hen die van hun bezit uitgeven om door de mensen gezien te worden, maar geen geloof hebben in Allah en de laatste dag: indien iemand de boze tot zijn vertrouweling neemt, wat een verschrikkelijke vertrouweling is hij!
وَٱلَّذِينَ يُنفِقُونَ أَمْوَٰلَهُمْ رِئَآءَ ٱلنَّاسِ وَلَا يُؤْمِنُونَ بِٱللَّهِ وَلَا بِٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ وَمَن يَكُنِ ٱلشَّيْطَٰنُ لَهُۥ قَرِينًا فَسَآءَ قَرِينًا
En welke last zou het voor hen zijn, indien zij geloof hadden in Allah en in de laatste dag, en uitgaven van hetgeen Allah hun tot onderhoud gegeven heeft? Want Allah heeft volle kennis van hen.
وَمَاذَا عَلَيْهِمْ لَوْ ءَامَنُوا۟ بِٱللَّهِ وَٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ وَأَنفَقُوا۟ مِمَّا رَزَقَهُمُ ٱللَّهُ وَكَانَ ٱللَّهُ بِهِمْ عَلِيمًا
Allah is nooit onrechtvaardig, in het minst niet: indien er enig goed (gedaan) is, verdubbelt Hij het, en geeft uit Zijn eigen tegenwoordigheid een grote beloning.
إِنَّ ٱللَّهَ لَا يَظْلِمُ مِثْقَالَ ذَرَّةٍ وَإِن تَكُ حَسَنَةً يُضَٰعِفْهَا وَيُؤْتِ مِن لَّدُنْهُ أَجْرًا عَظِيمًا
Hoe dan, indien Wij uit elk volk een getuige brachten, en Wij u als getuige tegen dit volk brachten!
فَكَيْفَ إِذَا جِئْنَا مِن كُلِّ أُمَّةٍۭ بِشَهِيدٍ وَجِئْنَا بِكَ عَلَىٰ هَٰٓؤُلَآءِ شَهِيدًا
Op die dag zullen zij die het geloof verwerpen en de boodschapper ongehoorzaam zijn, wensen dat de aarde met hen gelijkgemaakt was: maar nooit zullen zij één feit voor Allah verbergen!
يَوْمَئِذٍ يَوَدُّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ وَعَصَوُا۟ ٱلرَّسُولَ لَوْ تُسَوَّىٰ بِهِمُ ٱلْأَرْضُ وَلَا يَكْتُمُونَ ٱللَّهَ حَدِيثًا
Het gebed en de rituele reiniging
O u die gelooft! Nader het gebed niet met een beneveld verstand, totdat u alles kunt verstaan wat u zegt,- noch in een staat van ceremoniële onreinheid (behalve wanneer u onderweg op reis bent), totdat u uw gehele lichaam gewassen hebt. Indien u ziek bent, of op reis, of een van u komt van de behoefte van de natuur, of u bent in aanraking geweest met vrouwen, en u vindt geen water, neem dan voor uzelf schoon zand of aarde, en wrijf daarmee uw gezicht en handen. Want Allah wist zonden uit en vergeeft keer op keer.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ لَا تَقْرَبُوا۟ ٱلصَّلَوٰةَ وَأَنتُمْ سُكَٰرَىٰ حَتَّىٰ تَعْلَمُوا۟ مَا تَقُولُونَ وَلَا جُنُبًا إِلَّا عَابِرِى سَبِيلٍ حَتَّىٰ تَغْتَسِلُوا۟ وَإِن كُنتُم مَّرْضَىٰٓ أَوْ عَلَىٰ سَفَرٍ أَوْ جَآءَ أَحَدٌ مِّنكُم مِّنَ ٱلْغَآئِطِ أَوْ لَٰمَسْتُمُ ٱلنِّسَآءَ فَلَمْ تَجِدُوا۟ مَآءً فَتَيَمَّمُوا۟ صَعِيدًا طَيِّبًا فَٱمْسَحُوا۟ بِوُجُوهِكُمْ وَأَيْدِيكُمْ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَفُوًّا غَفُورًا
De ontrouw en jaloezie van de mensen van het Boek
Hebt u uw blik niet gewend tot hen aan wie een deel van het Boek gegeven was? Zij drijven handel in dwaling, en wensen dat u het rechte pad zou verliezen.
أَلَمْ تَرَ إِلَى ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ نَصِيبًا مِّنَ ٱلْكِتَٰبِ يَشْتَرُونَ ٱلضَّلَٰلَةَ وَيُرِيدُونَ أَن تَضِلُّوا۟ ٱلسَّبِيلَ
Maar Allah heeft volle kennis van uw vijanden: Allah is genoeg als beschermer, en Allah is genoeg als helper.
وَٱللَّهُ أَعْلَمُ بِأَعْدَآئِكُمْ وَكَفَىٰ بِٱللَّهِ وَلِيًّا وَكَفَىٰ بِٱللَّهِ نَصِيرًا
Onder de Joden zijn er die woorden van hun (rechte) plaatsen verschuiven, en zeggen: "Wij horen en wij zijn ongehoorzaam"; en "Hoor wat niet gehoord wordt"; en "Ra'ina"; met een verdraaiing van hun tong en een lastering van het geloof. Hadden zij slechts gezegd: "Wij horen en wij gehoorzamen"; en "Hoor toch"; en "Zie toch op ons"; het zou beter voor hen geweest zijn, en gepaster; maar Allah heeft hen vervloekt om hun ongeloof; en slechts weinigen van hen zullen geloven.
مِّنَ ٱلَّذِينَ هَادُوا۟ يُحَرِّفُونَ ٱلْكَلِمَ عَن مَّوَاضِعِهِۦ وَيَقُولُونَ سَمِعْنَا وَعَصَيْنَا وَٱسْمَعْ غَيْرَ مُسْمَعٍ وَرَٰعِنَا لَيًّۢا بِأَلْسِنَتِهِمْ وَطَعْنًا فِى ٱلدِّينِ وَلَوْ أَنَّهُمْ قَالُوا۟ سَمِعْنَا وَأَطَعْنَا وَٱسْمَعْ وَٱنظُرْنَا لَكَانَ خَيْرًا لَّهُمْ وَأَقْوَمَ وَلَٰكِن لَّعَنَهُمُ ٱللَّهُ بِكُفْرِهِمْ فَلَا يُؤْمِنُونَ إِلَّا قَلِيلًا
O u mensen van het Boek! Geloof in hetgeen Wij (nu) geopenbaard hebben, bevestigend hetgeen (reeds) bij u was, voordat Wij het gelaat en de faam van sommigen (van u) tot onherkenbaarheid veranderen, en hen achterwaarts keren, of hen vervloeken zoals Wij de sabbatsschenders vervloekten; want het besluit van Allah moet worden uitgevoerd.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ ٱلْكِتَٰبَ ءَامِنُوا۟ بِمَا نَزَّلْنَا مُصَدِّقًا لِّمَا مَعَكُم مِّن قَبْلِ أَن نَّطْمِسَ وُجُوهًا فَنَرُدَّهَا عَلَىٰٓ أَدْبَارِهَآ أَوْ نَلْعَنَهُمْ كَمَا لَعَنَّآ أَصْحَٰبَ ٱلسَّبْتِ وَكَانَ أَمْرُ ٱللَّهِ مَفْعُولًا
Allah vergeeft niet dat deelgenoten naast Hem gesteld worden; maar Hij vergeeft al het andere, aan wie Hij wil; deelgenoten naast Allah stellen is voorwaar het bedenken van een zeer gruwelijke zonde.
إِنَّ ٱللَّهَ لَا يَغْفِرُ أَن يُشْرَكَ بِهِۦ وَيَغْفِرُ مَا دُونَ ذَٰلِكَ لِمَن يَشَآءُ وَمَن يُشْرِكْ بِٱللَّهِ فَقَدِ ٱفْتَرَىٰٓ إِثْمًا عَظِيمًا
Hebt u uw blik niet gewend tot hen die heiligheid voor zichzelf opeisen? Nee,- maar Allah heiligt wie Hij wil. Maar nooit zullen zij in het geringste tekortgedaan worden in gerechtigheid.
أَلَمْ تَرَ إِلَى ٱلَّذِينَ يُزَكُّونَ أَنفُسَهُم بَلِ ٱللَّهُ يُزَكِّى مَن يَشَآءُ وَلَا يُظْلَمُونَ فَتِيلًا
Zie! Hoe zij een leugen tegen Allah verzinnen! Maar dat is op zichzelf reeds een klaarblijkelijke zonde!
ٱنظُرْ كَيْفَ يَفْتَرُونَ عَلَى ٱللَّهِ ٱلْكَذِبَ وَكَفَىٰ بِهِۦٓ إِثْمًا مُّبِينًا
Hebt u uw blik niet gewend tot hen aan wie een deel van het Boek gegeven was? Zij geloven in tovenarij en het kwade, en zeggen tot de ongelovigen dat zij beter geleid zijn op de (rechte) weg dan de gelovigen!
أَلَمْ تَرَ إِلَى ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ نَصِيبًا مِّنَ ٱلْكِتَٰبِ يُؤْمِنُونَ بِٱلْجِبْتِ وَٱلطَّٰغُوتِ وَيَقُولُونَ لِلَّذِينَ كَفَرُوا۟ هَٰٓؤُلَآءِ أَهْدَىٰ مِنَ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ سَبِيلًا
Zij zijn (de mensen) die Allah vervloekt heeft: en wie Allah vervloekt heeft, u zult bevinden dat zij niemand hebben om hen te helpen.
أُو۟لَٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ لَعَنَهُمُ ٱللَّهُ وَمَن يَلْعَنِ ٱللَّهُ فَلَن تَجِدَ لَهُۥ نَصِيرًا
Hebben zij een aandeel in de heerschappij of macht? Zie, zij geven hun medemensen nog geen penning?
أَمْ لَهُمْ نَصِيبٌ مِّنَ ٱلْمُلْكِ فَإِذًا لَّا يُؤْتُونَ ٱلنَّاسَ نَقِيرًا
Of benijden zij de mensen om hetgeen Allah hun uit Zijn overvloed gegeven heeft? Maar Wij hadden aan het volk van Abraham reeds het Boek en de Wijsheid gegeven, en hun een groot koninkrijk verleend.
أَمْ يَحْسُدُونَ ٱلنَّاسَ عَلَىٰ مَآ ءَاتَىٰهُمُ ٱللَّهُ مِن فَضْلِهِۦ فَقَدْ ءَاتَيْنَآ ءَالَ إِبْرَٰهِيمَ ٱلْكِتَٰبَ وَٱلْحِكْمَةَ وَءَاتَيْنَٰهُم مُّلْكًا عَظِيمًا
Sommigen van hen geloofden, en sommigen van hen wendden hun gezicht van hem af: en de hel is genoeg als een brandend vuur.
فَمِنْهُم مَّنْ ءَامَنَ بِهِۦ وَمِنْهُم مَّن صَدَّ عَنْهُ وَكَفَىٰ بِجَهَنَّمَ سَعِيرًا
Zij die Onze tekenen verwerpen, zullen Wij weldra in het vuur werpen: zo dikwijls als hun huid doorbraden is, zullen Wij die voor nieuwe huid verwisselen, opdat zij de straf smaken: want Allah is Verheven in macht, Wijs.
إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ بِـَٔايَٰتِنَا سَوْفَ نُصْلِيهِمْ نَارًا كُلَّمَا نَضِجَتْ جُلُودُهُم بَدَّلْنَٰهُمْ جُلُودًا غَيْرَهَا لِيَذُوقُوا۟ ٱلْعَذَابَ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَزِيزًا حَكِيمًا
Maar zij die geloven en rechtvaardige daden doen, zullen Wij weldra toelaten tot hoven, waar de rivieren onderdoor stromen,- hun eeuwig tehuis: daarin zullen zij reine en heilige metgezellen hebben: Wij zullen hen toelaten tot schaduwen, koel en steeds dieper.
وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ سَنُدْخِلُهُمْ جَنَّٰتٍ تَجْرِى مِن تَحْتِهَا ٱلْأَنْهَٰرُ خَٰلِدِينَ فِيهَآ أَبَدًا لَّهُمْ فِيهَآ أَزْوَٰجٌ مُّطَهَّرَةٌ وَنُدْخِلُهُمْ ظِلًّا ظَلِيلًا
Rechtvaardig oordelen en gehoorzaamheid aan het gezag
Allah beveelt u de u toevertrouwde panden terug te geven aan hen aan wie zij toekomen; en wanneer u oordeelt tussen mens en mens, dat u met rechtvaardigheid oordeelt: voorwaar, hoe voortreffelijk is de lering die Hij u geeft! Want Allah is Degene Die alle dingen hoort en ziet.
إِنَّ ٱللَّهَ يَأْمُرُكُمْ أَن تُؤَدُّوا۟ ٱلْأَمَٰنَٰتِ إِلَىٰٓ أَهْلِهَا وَإِذَا حَكَمْتُم بَيْنَ ٱلنَّاسِ أَن تَحْكُمُوا۟ بِٱلْعَدْلِ إِنَّ ٱللَّهَ نِعِمَّا يَعِظُكُم بِهِۦٓ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ سَمِيعًۢا بَصِيرًا
O u die gelooft! Gehoorzaam Allah, en gehoorzaam de boodschapper, en hen die met gezag onder u bekleed zijn. Indien u over iets onder elkaar van mening verschilt, leg het dan voor aan Allah en Zijn boodschapper, indien u gelooft in Allah en de laatste dag: dat is het beste, en het meest passend voor de uiteindelijke beslissing.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ أَطِيعُوا۟ ٱللَّهَ وَأَطِيعُوا۟ ٱلرَّسُولَ وَأُو۟لِى ٱلْأَمْرِ مِنكُمْ فَإِن تَنَٰزَعْتُمْ فِى شَىْءٍ فَرُدُّوهُ إِلَى ٱللَّهِ وَٱلرَّسُولِ إِن كُنتُمْ تُؤْمِنُونَ بِٱللَّهِ وَٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ ذَٰلِكَ خَيْرٌ وَأَحْسَنُ تَأْوِيلًا
De huichelaars en hun schijngeloof
Hebt u uw blik niet gewend tot hen die verklaren dat zij geloven in de openbaringen die tot u gekomen zijn en tot hen vóór u? Hun (werkelijke) wens is zich tezamen voor het oordeel (in hun geschillen) te wenden tot de boze, hoewel hun bevolen was hem te verwerpen. Maar de wens van Satan is hen ver (van het rechte pad) te doen afdwalen.
أَلَمْ تَرَ إِلَى ٱلَّذِينَ يَزْعُمُونَ أَنَّهُمْ ءَامَنُوا۟ بِمَآ أُنزِلَ إِلَيْكَ وَمَآ أُنزِلَ مِن قَبْلِكَ يُرِيدُونَ أَن يَتَحَاكَمُوٓا۟ إِلَى ٱلطَّٰغُوتِ وَقَدْ أُمِرُوٓا۟ أَن يَكْفُرُوا۟ بِهِۦ وَيُرِيدُ ٱلشَّيْطَٰنُ أَن يُضِلَّهُمْ ضَلَٰلًۢا بَعِيدًا
Wanneer tot hen gezegd wordt: "Kom tot hetgeen Allah geopenbaard heeft, en tot de boodschapper": ziet u de huichelaars hun gezicht met afkeer van u afwenden.
وَإِذَا قِيلَ لَهُمْ تَعَالَوْا۟ إِلَىٰ مَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ وَإِلَى ٱلرَّسُولِ رَأَيْتَ ٱلْمُنَٰفِقِينَ يَصُدُّونَ عَنكَ صُدُودًا
Hoe dan, wanneer zij door tegenspoed gegrepen worden, vanwege de daden die hun handen vooruitgezonden hebben? Dan komen zij tot u, zwerend bij Allah: "Wij bedoelden niets anders dan welwillendheid en verzoening!"
فَكَيْفَ إِذَآ أَصَٰبَتْهُم مُّصِيبَةٌۢ بِمَا قَدَّمَتْ أَيْدِيهِمْ ثُمَّ جَآءُوكَ يَحْلِفُونَ بِٱللَّهِ إِنْ أَرَدْنَآ إِلَّآ إِحْسَٰنًا وَتَوْفِيقًا
Die mensen,- Allah weet wat in hun hart is; houd u dus verre van hen, maar vermaan hen, en spreek tot hen een woord dat tot in hun ziel doordringt.
أُو۟لَٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ يَعْلَمُ ٱللَّهُ مَا فِى قُلُوبِهِمْ فَأَعْرِضْ عَنْهُمْ وَعِظْهُمْ وَقُل لَّهُمْ فِىٓ أَنفُسِهِمْ قَوْلًۢا بَلِيغًا
Wij zonden geen boodschapper, dan om gehoorzaamd te worden, overeenkomstig de wil van Allah. Indien zij slechts, toen zij onrechtvaardig waren jegens zichzelf, tot u gekomen waren en Allah om vergeving gevraagd hadden, en de boodschapper vergeving voor hen gevraagd had, dan zouden zij Allah waarlijk als de Veelvuldig Terugkerende, de Meest Barmhartige bevonden hebben.
وَمَآ أَرْسَلْنَا مِن رَّسُولٍ إِلَّا لِيُطَاعَ بِإِذْنِ ٱللَّهِ وَلَوْ أَنَّهُمْ إِذ ظَّلَمُوٓا۟ أَنفُسَهُمْ جَآءُوكَ فَٱسْتَغْفَرُوا۟ ٱللَّهَ وَٱسْتَغْفَرَ لَهُمُ ٱلرَّسُولُ لَوَجَدُوا۟ ٱللَّهَ تَوَّابًا رَّحِيمًا
Maar nee, bij de Heer, zij kunnen geen (waar) geloof hebben, totdat zij u tot rechter maken in alle geschillen tussen hen, en in hun ziel geen weerstand vinden tegen uw beslissingen, maar die met de volste overtuiging aanvaarden.
فَلَا وَرَبِّكَ لَا يُؤْمِنُونَ حَتَّىٰ يُحَكِّمُوكَ فِيمَا شَجَرَ بَيْنَهُمْ ثُمَّ لَا يَجِدُوا۟ فِىٓ أَنفُسِهِمْ حَرَجًا مِّمَّا قَضَيْتَ وَيُسَلِّمُوا۟ تَسْلِيمًا
Indien Wij hun bevolen hadden hun leven op te offeren of hun huizen te verlaten, zouden zeer weinigen van hen het gedaan hebben: maar indien zij gedaan hadden wat hun (werkelijk) gezegd was, zou het het beste voor hen geweest zijn, en zou het het meest gestrekt hebben tot versterking van hun (geloof);
وَلَوْ أَنَّا كَتَبْنَا عَلَيْهِمْ أَنِ ٱقْتُلُوٓا۟ أَنفُسَكُمْ أَوِ ٱخْرُجُوا۟ مِن دِيَٰرِكُم مَّا فَعَلُوهُ إِلَّا قَلِيلٌ مِّنْهُمْ وَلَوْ أَنَّهُمْ فَعَلُوا۟ مَا يُوعَظُونَ بِهِۦ لَكَانَ خَيْرًا لَّهُمْ وَأَشَدَّ تَثْبِيتًا
En Wij zouden hun dan uit Onze tegenwoordigheid een grote beloning gegeven hebben;
وَإِذًا لَّـَٔاتَيْنَٰهُم مِّن لَّدُنَّآ أَجْرًا عَظِيمًا
En Wij zouden hun de rechte weg getoond hebben.
وَلَهَدَيْنَٰهُمْ صِرَٰطًا مُّسْتَقِيمًا
Allen die Allah en de boodschapper gehoorzamen, zijn in het gezelschap van hen op wie de genade van Allah rust,- van de profeten (die onderwijzen), de oprechten (die de waarheid liefhebben), de getuigen (die getuigen), en de rechtvaardigen (die goeddoen): ach! wat een schone gemeenschap!
وَمَن يُطِعِ ٱللَّهَ وَٱلرَّسُولَ فَأُو۟لَٰٓئِكَ مَعَ ٱلَّذِينَ أَنْعَمَ ٱللَّهُ عَلَيْهِم مِّنَ ٱلنَّبِيِّـۧنَ وَٱلصِّدِّيقِينَ وَٱلشُّهَدَآءِ وَٱلصَّٰلِحِينَ وَحَسُنَ أُو۟لَٰٓئِكَ رَفِيقًا
Zodanig is de overvloed van Allah: en het is voldoende dat Allah alles weet.
ذَٰلِكَ ٱلْفَضْلُ مِنَ ٱللَّهِ وَكَفَىٰ بِٱللَّهِ عَلِيمًا
Oproep tot de strijd op Allahs weg
O u die gelooft! Neem uw voorzorgen, en trek uit in groepen of trek allen tezamen uit.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ خُذُوا۟ حِذْرَكُمْ فَٱنفِرُوا۟ ثُبَاتٍ أَوِ ٱنفِرُوا۟ جَمِيعًا
Er zijn zeker onder u mannen die zouden achterblijven: indien u een tegenspoed treft, zeggen zij: "Allah heeft ons begunstigd, dat wij niet bij hen aanwezig waren."
وَإِنَّ مِنكُمْ لَمَن لَّيُبَطِّئَنَّ فَإِنْ أَصَٰبَتْكُم مُّصِيبَةٌ قَالَ قَدْ أَنْعَمَ ٱللَّهُ عَلَىَّ إِذْ لَمْ أَكُن مَّعَهُمْ شَهِيدًا
Maar indien u een gunst van Allah ten deel valt, zouden zij zeker zeggen - alsof er nooit banden van genegenheid tussen u en hen geweest waren- "Och! Was ik maar bij hen geweest; wat een schone zaak zou ik er dan van gemaakt hebben!"
وَلَئِنْ أَصَٰبَكُمْ فَضْلٌ مِّنَ ٱللَّهِ لَيَقُولَنَّ كَأَن لَّمْ تَكُنۢ بَيْنَكُمْ وَبَيْنَهُۥ مَوَدَّةٌ يَٰلَيْتَنِى كُنتُ مَعَهُمْ فَأَفُوزَ فَوْزًا عَظِيمًا
Laat hen strijden in de zaak van Allah, die het leven van deze wereld verkopen voor het hiernamaals. Aan hem die strijdt in de zaak van Allah,- hetzij hij gedood wordt of de overwinning behaalt - weldra zullen Wij hem een beloning van grote (waarde) geven.
فَلْيُقَٰتِلْ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ ٱلَّذِينَ يَشْرُونَ ٱلْحَيَوٰةَ ٱلدُّنْيَا بِٱلْـَٔاخِرَةِ وَمَن يُقَٰتِلْ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ فَيُقْتَلْ أَوْ يَغْلِبْ فَسَوْفَ نُؤْتِيهِ أَجْرًا عَظِيمًا
En waarom zou u niet strijden in de zaak van Allah en van hen die, zwak zijnde, mishandeld (en verdrukt) worden?- Mannen, vrouwen en kinderen, wier roep is: "Onze Heer! Red ons uit deze stad, waarvan de mensen verdrukkers zijn; en verwek voor ons van U iemand die zal beschermen; en verwek voor ons van U iemand die zal helpen!"
وَمَا لَكُمْ لَا تُقَٰتِلُونَ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ وَٱلْمُسْتَضْعَفِينَ مِنَ ٱلرِّجَالِ وَٱلنِّسَآءِ وَٱلْوِلْدَٰنِ ٱلَّذِينَ يَقُولُونَ رَبَّنَآ أَخْرِجْنَا مِنْ هَٰذِهِ ٱلْقَرْيَةِ ٱلظَّالِمِ أَهْلُهَا وَٱجْعَل لَّنَا مِن لَّدُنكَ وَلِيًّا وَٱجْعَل لَّنَا مِن لَّدُنكَ نَصِيرًا
Zij die geloven, strijden in de zaak van Allah, en zij die het geloof verwerpen, strijden in de zaak van het kwade: strijd dus tegen de vrienden van Satan: zwak is voorwaar de list van Satan.
ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ يُقَٰتِلُونَ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ وَٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ يُقَٰتِلُونَ فِى سَبِيلِ ٱلطَّٰغُوتِ فَقَٰتِلُوٓا۟ أَوْلِيَآءَ ٱلشَّيْطَٰنِ إِنَّ كَيْدَ ٱلشَّيْطَٰنِ كَانَ ضَعِيفًا
Hebt u uw blik niet gewend tot hen tot wie gezegd was hun handen terug te houden (van de strijd), maar standvastig het gebed te onderhouden en geregeld aalmoezen te geven? Toen hun (ten slotte) het bevel tot strijden gegeven werd, zie! toen vreesde een deel van hen de mensen zoals - of zelfs meer dan - zij Allah hadden moeten vrezen: zij zeiden: "Onze Heer! Waarom hebt U ons bevolen te strijden? Zou U ons geen uitstel willen verlenen tot onze (natuurlijke) termijn, die nabij (genoeg) is?" Zeg: "Kort is het genot van deze wereld: het hiernamaals is het beste voor hen die goeddoen: nooit zult u in het minst onrechtvaardig behandeld worden!"
أَلَمْ تَرَ إِلَى ٱلَّذِينَ قِيلَ لَهُمْ كُفُّوٓا۟ أَيْدِيَكُمْ وَأَقِيمُوا۟ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتُوا۟ ٱلزَّكَوٰةَ فَلَمَّا كُتِبَ عَلَيْهِمُ ٱلْقِتَالُ إِذَا فَرِيقٌ مِّنْهُمْ يَخْشَوْنَ ٱلنَّاسَ كَخَشْيَةِ ٱللَّهِ أَوْ أَشَدَّ خَشْيَةً وَقَالُوا۟ رَبَّنَا لِمَ كَتَبْتَ عَلَيْنَا ٱلْقِتَالَ لَوْلَآ أَخَّرْتَنَآ إِلَىٰٓ أَجَلٍ قَرِيبٍ قُلْ مَتَٰعُ ٱلدُّنْيَا قَلِيلٌ وَٱلْـَٔاخِرَةُ خَيْرٌ لِّمَنِ ٱتَّقَىٰ وَلَا تُظْلَمُونَ فَتِيلًا
"Waar u ook bent, de dood zal u vinden, al bent u in torens, sterk en hoog gebouwd!" Indien hun iets goeds overkomt, zeggen zij: "Dit is van Allah"; maar indien iets kwaads, zeggen zij: "Dit is van u" (o profeet). Zeg: "Alle dingen zijn van Allah." Maar wat is er met deze mensen, dat zij nalaten ook maar één feit te begrijpen?
أَيْنَمَا تَكُونُوا۟ يُدْرِككُّمُ ٱلْمَوْتُ وَلَوْ كُنتُمْ فِى بُرُوجٍ مُّشَيَّدَةٍ وَإِن تُصِبْهُمْ حَسَنَةٌ يَقُولُوا۟ هَٰذِهِۦ مِنْ عِندِ ٱللَّهِ وَإِن تُصِبْهُمْ سَيِّئَةٌ يَقُولُوا۟ هَٰذِهِۦ مِنْ عِندِكَ قُلْ كُلٌّ مِّنْ عِندِ ٱللَّهِ فَمَالِ هَٰٓؤُلَآءِ ٱلْقَوْمِ لَا يَكَادُونَ يَفْقَهُونَ حَدِيثًا
Wat u aan goeds overkomt, (o mens!) is van Allah; maar wat u aan kwaads overkomt, is van uw (eigen) ziel. En Wij hebben u als boodschapper gezonden om de mensheid (te onderrichten). En Allah is genoeg als getuige.
مَّآ أَصَابَكَ مِنْ حَسَنَةٍ فَمِنَ ٱللَّهِ وَمَآ أَصَابَكَ مِن سَيِّئَةٍ فَمِن نَّفْسِكَ وَأَرْسَلْنَٰكَ لِلنَّاسِ رَسُولًا وَكَفَىٰ بِٱللَّهِ شَهِيدًا
Wie de boodschapper gehoorzaamt, gehoorzaamt Allah: maar indien iemand zich afwendt, Wij hebben u niet gezonden om over hun (boze daden) te waken.
مَّن يُطِعِ ٱلرَّسُولَ فَقَدْ أَطَاعَ ٱللَّهَ وَمَن تَوَلَّىٰ فَمَآ أَرْسَلْنَٰكَ عَلَيْهِمْ حَفِيظًا
Zij hebben "gehoorzaamheid" op hun lippen; maar wanneer zij u verlaten, overpeinst een deel van hen de gehele nacht heel andere dingen dan hetgeen u hun zegt. Maar Allah tekent hun nachtelijke (samenzweringen) op: houd u dus verre van hen, en stel uw vertrouwen op Allah, en Allah is genoeg als beschikker van zaken.
وَيَقُولُونَ طَاعَةٌ فَإِذَا بَرَزُوا۟ مِنْ عِندِكَ بَيَّتَ طَآئِفَةٌ مِّنْهُمْ غَيْرَ ٱلَّذِى تَقُولُ وَٱللَّهُ يَكْتُبُ مَا يُبَيِّتُونَ فَأَعْرِضْ عَنْهُمْ وَتَوَكَّلْ عَلَى ٱللَّهِ وَكَفَىٰ بِٱللَّهِ وَكِيلًا
Overdenken zij de Koran niet (met zorg)? Was hij van een ander dan Allah geweest, dan zouden zij er zeker veel tegenstrijdigheid in gevonden hebben.
أَفَلَا يَتَدَبَّرُونَ ٱلْقُرْءَانَ وَلَوْ كَانَ مِنْ عِندِ غَيْرِ ٱللَّهِ لَوَجَدُوا۟ فِيهِ ٱخْتِلَٰفًا كَثِيرًا
Wanneer tot hen enige zaak komt aangaande (openbare) veiligheid of vrees, verspreiden zij die. Indien zij het slechts aan de boodschapper hadden voorgelegd, of aan hen die met gezag onder hen bekleed zijn, dan zouden de juiste onderzoekers het (rechtstreeks) van hen getoetst hebben. Ware het niet om de genade en barmhartigheid van Allah jegens u, dan zou u, op weinigen na, allen in de klauwen van Satan gevallen zijn.
وَإِذَا جَآءَهُمْ أَمْرٌ مِّنَ ٱلْأَمْنِ أَوِ ٱلْخَوْفِ أَذَاعُوا۟ بِهِۦ وَلَوْ رَدُّوهُ إِلَى ٱلرَّسُولِ وَإِلَىٰٓ أُو۟لِى ٱلْأَمْرِ مِنْهُمْ لَعَلِمَهُ ٱلَّذِينَ يَسْتَنۢبِطُونَهُۥ مِنْهُمْ وَلَوْلَا فَضْلُ ٱللَّهِ عَلَيْكُمْ وَرَحْمَتُهُۥ لَٱتَّبَعْتُمُ ٱلشَّيْطَٰنَ إِلَّا قَلِيلًا
De strijd en de omgang met de huichelaars
Strijd dan in de zaak van Allah - u bent slechts voor uzelf verantwoordelijk - en spoor de gelovigen aan. Het kan zijn dat Allah de woede van de ongelovigen zal weerhouden; want Allah is de sterkste in macht en in bestraffing.
فَقَٰتِلْ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ لَا تُكَلَّفُ إِلَّا نَفْسَكَ وَحَرِّضِ ٱلْمُؤْمِنِينَ عَسَى ٱللَّهُ أَن يَكُفَّ بَأْسَ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ وَٱللَّهُ أَشَدُّ بَأْسًا وَأَشَدُّ تَنكِيلًا
Wie een goede zaak aanbeveelt en helpt, wordt daarin een deelgenoot: en wie een kwade zaak aanbeveelt en helpt, deelt in de last daarvan: en Allah heeft macht over alle dingen.
مَّن يَشْفَعْ شَفَٰعَةً حَسَنَةً يَكُن لَّهُۥ نَصِيبٌ مِّنْهَا وَمَن يَشْفَعْ شَفَٰعَةً سَيِّئَةً يَكُن لَّهُۥ كِفْلٌ مِّنْهَا وَكَانَ ٱللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ مُّقِيتًا
Wanneer u een (hoffelijke) groet geboden wordt, beantwoord die dan met een nog hoffelijker groet, of (ten minste) met een gelijke hoffelijkheid. Allah houdt nauwkeurig rekening met alle dingen.
وَإِذَا حُيِّيتُم بِتَحِيَّةٍ فَحَيُّوا۟ بِأَحْسَنَ مِنْهَآ أَوْ رُدُّوهَآ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ حَسِيبًا
Allah! Er is geen god dan Hij: voorzeker zal Hij u tezamen vergaderen tegen de dag van het oordeel, waaraan geen twijfel is. En wiens woord kan waarachtiger zijn dan dat van Allah?
ٱللَّهُ لَآ إِلَٰهَ إِلَّا هُوَ لَيَجْمَعَنَّكُمْ إِلَىٰ يَوْمِ ٱلْقِيَٰمَةِ لَا رَيْبَ فِيهِ وَمَنْ أَصْدَقُ مِنَ ٱللَّهِ حَدِيثًا
Waarom zou u in twee partijen verdeeld zijn aangaande de huichelaars? Allah heeft hen omvergeworpen om hun (boze) daden. Zou u hen willen leiden die Allah van de weg verstoten heeft? Want voor wie Allah van de weg verstoten heeft, zult u nooit de weg vinden.
فَمَا لَكُمْ فِى ٱلْمُنَٰفِقِينَ فِئَتَيْنِ وَٱللَّهُ أَرْكَسَهُم بِمَا كَسَبُوٓا۟ أَتُرِيدُونَ أَن تَهْدُوا۟ مَنْ أَضَلَّ ٱللَّهُ وَمَن يُضْلِلِ ٱللَّهُ فَلَن تَجِدَ لَهُۥ سَبِيلًا
Zij wensen slechts dat u het geloof zou verwerpen, zoals zij doen, en zo op gelijke voet (met hen) zou staan: maar neem geen vrienden uit hun gelederen, totdat zij vluchten op de weg van Allah (van hetgeen verboden is). Maar indien zij afvallig worden, grijp hen dan en dood hen waar u hen ook vindt; en neem (in ieder geval) geen vrienden of helpers uit hun gelederen;-
وَدُّوا۟ لَوْ تَكْفُرُونَ كَمَا كَفَرُوا۟ فَتَكُونُونَ سَوَآءً فَلَا تَتَّخِذُوا۟ مِنْهُمْ أَوْلِيَآءَ حَتَّىٰ يُهَاجِرُوا۟ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ فَإِن تَوَلَّوْا۟ فَخُذُوهُمْ وَٱقْتُلُوهُمْ حَيْثُ وَجَدتُّمُوهُمْ وَلَا تَتَّخِذُوا۟ مِنْهُمْ وَلِيًّا وَلَا نَصِيرًا
Behalve zij die zich aansluiten bij een groep tussen wie en u een verbond (van vrede) bestaat, of zij die tot u komen met een hart dat hen ervan weerhoudt tegen u te strijden zowel als tegen hun eigen volk te strijden. Indien het Allah behaagd had, had Hij hun macht over u kunnen geven, en zij zouden tegen u gestreden hebben: indien zij zich derhalve van u terugtrekken en niet tegen u strijden, en u (in plaats daarvan waarborgen van) vrede zenden, dan heeft Allah u geen weg geopend (om tegen hen te strijden).
إِلَّا ٱلَّذِينَ يَصِلُونَ إِلَىٰ قَوْمٍۭ بَيْنَكُمْ وَبَيْنَهُم مِّيثَٰقٌ أَوْ جَآءُوكُمْ حَصِرَتْ صُدُورُهُمْ أَن يُقَٰتِلُوكُمْ أَوْ يُقَٰتِلُوا۟ قَوْمَهُمْ وَلَوْ شَآءَ ٱللَّهُ لَسَلَّطَهُمْ عَلَيْكُمْ فَلَقَٰتَلُوكُمْ فَإِنِ ٱعْتَزَلُوكُمْ فَلَمْ يُقَٰتِلُوكُمْ وَأَلْقَوْا۟ إِلَيْكُمُ ٱلسَّلَمَ فَمَا جَعَلَ ٱللَّهُ لَكُمْ عَلَيْهِمْ سَبِيلًا
Anderen zult u vinden die uw vertrouwen wensen te winnen zowel als dat van hun volk: telkens wanneer zij tot de verzoeking teruggezonden worden, bezwijken zij daarvoor: indien zij zich niet van u terugtrekken, noch u (waarborgen) van vrede geven en daarbij hun handen weerhouden, grijp hen dan en dood hen waar u hen ook aantreft: in hun geval hebben Wij u een duidelijk bewijs tegen hen gegeven.
سَتَجِدُونَ ءَاخَرِينَ يُرِيدُونَ أَن يَأْمَنُوكُمْ وَيَأْمَنُوا۟ قَوْمَهُمْ كُلَّ مَا رُدُّوٓا۟ إِلَى ٱلْفِتْنَةِ أُرْكِسُوا۟ فِيهَا فَإِن لَّمْ يَعْتَزِلُوكُمْ وَيُلْقُوٓا۟ إِلَيْكُمُ ٱلسَّلَمَ وَيَكُفُّوٓا۟ أَيْدِيَهُمْ فَخُذُوهُمْ وَٱقْتُلُوهُمْ حَيْثُ ثَقِفْتُمُوهُمْ وَأُو۟لَٰٓئِكُمْ جَعَلْنَا لَكُمْ عَلَيْهِمْ سُلْطَٰنًا مُّبِينًا
Het doden van een gelovige
Nooit behoort een gelovige een gelovige te doden; maar (indien het geschiedt) bij vergissing, (dan is vergoeding verschuldigd): indien iemand (aldus) een gelovige doodt, is het verordend dat hij een gelovige slaaf zal vrijlaten, en vergoeding zal betalen aan de familie van de overledene, tenzij zij die vrijwillig kwijtschelden. Indien de overledene behoorde tot een volk dat met u in oorlog is, en hij een gelovige was, dan (is) het vrijlaten van een gelovige slaaf (genoeg). Indien hij behoorde tot een volk waarmee u een verbond van wederzijds bondgenootschap hebt, dan moet vergoeding aan zijn familie betaald worden, en een gelovige slaaf vrijgelaten worden. Voor hen die dit boven hun vermogen vinden, (is voorgeschreven) een vasten van twee maanden achtereen: bij wijze van berouw jegens Allah: want Allah heeft alle kennis en alle wijsheid.
وَمَا كَانَ لِمُؤْمِنٍ أَن يَقْتُلَ مُؤْمِنًا إِلَّا خَطَـًٔا وَمَن قَتَلَ مُؤْمِنًا خَطَـًٔا فَتَحْرِيرُ رَقَبَةٍ مُّؤْمِنَةٍ وَدِيَةٌ مُّسَلَّمَةٌ إِلَىٰٓ أَهْلِهِۦٓ إِلَّآ أَن يَصَّدَّقُوا۟ فَإِن كَانَ مِن قَوْمٍ عَدُوٍّ لَّكُمْ وَهُوَ مُؤْمِنٌ فَتَحْرِيرُ رَقَبَةٍ مُّؤْمِنَةٍ وَإِن كَانَ مِن قَوْمٍۭ بَيْنَكُمْ وَبَيْنَهُم مِّيثَٰقٌ فَدِيَةٌ مُّسَلَّمَةٌ إِلَىٰٓ أَهْلِهِۦ وَتَحْرِيرُ رَقَبَةٍ مُّؤْمِنَةٍ فَمَن لَّمْ يَجِدْ فَصِيَامُ شَهْرَيْنِ مُتَتَابِعَيْنِ تَوْبَةً مِّنَ ٱللَّهِ وَكَانَ ٱللَّهُ عَلِيمًا حَكِيمًا
Indien iemand een gelovige opzettelijk doodt, is zijn vergelding de hel, om daarin (voor eeuwig) te verblijven: en de toorn en de vloek van Allah zijn op hem, en een verschrikkelijke straf is voor hem bereid.
وَمَن يَقْتُلْ مُؤْمِنًا مُّتَعَمِّدًا فَجَزَآؤُهُۥ جَهَنَّمُ خَٰلِدًا فِيهَا وَغَضِبَ ٱللَّهُ عَلَيْهِ وَلَعَنَهُۥ وَأَعَدَّ لَهُۥ عَذَابًا عَظِيمًا
O u die gelooft! Wanneer u uittrekt in de zaak van Allah, onderzoek dan zorgvuldig, en zeg niet tot iemand die u een groet biedt: "U bent geen gelovige!", begerend de vergankelijke goederen van dit leven: bij Allah zijn winsten en buit in overvloed. Zo was u zelf voorheen, totdat Allah u Zijn gunsten schonk: onderzoek daarom zorgvuldig. Want Allah is welbekend met alles wat u doet.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ إِذَا ضَرَبْتُمْ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ فَتَبَيَّنُوا۟ وَلَا تَقُولُوا۟ لِمَنْ أَلْقَىٰٓ إِلَيْكُمُ ٱلسَّلَٰمَ لَسْتَ مُؤْمِنًا تَبْتَغُونَ عَرَضَ ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا فَعِندَ ٱللَّهِ مَغَانِمُ كَثِيرَةٌ كَذَٰلِكَ كُنتُم مِّن قَبْلُ فَمَنَّ ٱللَّهُ عَلَيْكُمْ فَتَبَيَّنُوٓا۟ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ بِمَا تَعْمَلُونَ خَبِيرًا
De voorrang van hen die strijden en emigreren
Niet gelijk zijn die gelovigen die (thuis) zitten en geen letsel ontvangen, en zij die zich inspannen en strijden in de zaak van Allah met hun goederen en hun persoon. Allah heeft aan hen die zich inspannen en strijden met hun goederen en persoon een hogere rang verleend dan aan hen die (thuis) zitten. Aan allen (in het geloof) heeft Allah het goede beloofd: maar hen die zich inspannen en strijden heeft Hij boven hen die (thuis) zitten onderscheiden met een bijzondere beloning,-
لَّا يَسْتَوِى ٱلْقَٰعِدُونَ مِنَ ٱلْمُؤْمِنِينَ غَيْرُ أُو۟لِى ٱلضَّرَرِ وَٱلْمُجَٰهِدُونَ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ بِأَمْوَٰلِهِمْ وَأَنفُسِهِمْ فَضَّلَ ٱللَّهُ ٱلْمُجَٰهِدِينَ بِأَمْوَٰلِهِمْ وَأَنفُسِهِمْ عَلَى ٱلْقَٰعِدِينَ دَرَجَةً وَكُلًّا وَعَدَ ٱللَّهُ ٱلْحُسْنَىٰ وَفَضَّلَ ٱللَّهُ ٱلْمُجَٰهِدِينَ عَلَى ٱلْقَٰعِدِينَ أَجْرًا عَظِيمًا
Rangen, in het bijzonder door Hem verleend, en vergeving en barmhartigheid. Want Allah is de Veelvergevende, de Meest Barmhartige.
دَرَجَٰتٍ مِّنْهُ وَمَغْفِرَةً وَرَحْمَةً وَكَانَ ٱللَّهُ غَفُورًا رَّحِيمًا
Wanneer de engelen de ziel nemen van hen die sterven in zonde tegen hun ziel, zeggen zij: "In welke (toestand) was u?" Zij antwoorden: "Zwak en verdrukt waren wij op de aarde." Zij zeggen: "Was de aarde van Allah niet ruim genoeg voor u om uzelf (van het kwade) weg te begeven?" Zulke mensen zullen hun verblijfplaats vinden in de hel,- wat een kwade toevlucht! -
إِنَّ ٱلَّذِينَ تَوَفَّىٰهُمُ ٱلْمَلَٰٓئِكَةُ ظَالِمِىٓ أَنفُسِهِمْ قَالُوا۟ فِيمَ كُنتُمْ قَالُوا۟ كُنَّا مُسْتَضْعَفِينَ فِى ٱلْأَرْضِ قَالُوٓا۟ أَلَمْ تَكُنْ أَرْضُ ٱللَّهِ وَٰسِعَةً فَتُهَاجِرُوا۟ فِيهَا فَأُو۟لَٰٓئِكَ مَأْوَىٰهُمْ جَهَنَّمُ وَسَآءَتْ مَصِيرًا
Behalve zij die (werkelijk) zwak en verdrukt zijn - mannen, vrouwen en kinderen - die geen middelen in hun macht hebben, noch (een wegwijzer) naar hun weg.
إِلَّا ٱلْمُسْتَضْعَفِينَ مِنَ ٱلرِّجَالِ وَٱلنِّسَآءِ وَٱلْوِلْدَٰنِ لَا يَسْتَطِيعُونَ حِيلَةً وَلَا يَهْتَدُونَ سَبِيلًا
Voor dezen is er hoop dat Allah zal vergeven: want Allah wist (zonden) uit en vergeeft keer op keer.
فَأُو۟لَٰٓئِكَ عَسَى ٱللَّهُ أَن يَعْفُوَ عَنْهُمْ وَكَانَ ٱللَّهُ عَفُوًّا غَفُورًا
Wie zijn huis verlaat in de zaak van Allah, vindt op de aarde menige toevlucht, wijd en ruim: mocht hij sterven als een vluchteling van huis voor Allah en Zijn boodschapper, dan is zijn beloning vast en zeker bij Allah: en Allah is de Veelvergevende, de Meest Barmhartige.
وَمَن يُهَاجِرْ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ يَجِدْ فِى ٱلْأَرْضِ مُرَٰغَمًا كَثِيرًا وَسَعَةً وَمَن يَخْرُجْ مِنۢ بَيْتِهِۦ مُهَاجِرًا إِلَى ٱللَّهِ وَرَسُولِهِۦ ثُمَّ يُدْرِكْهُ ٱلْمَوْتُ فَقَدْ وَقَعَ أَجْرُهُۥ عَلَى ٱللَّهِ وَكَانَ ٱللَّهُ غَفُورًا رَّحِيمًا
Het gebed in tijden van gevaar
Wanneer u door het land reist, rust er geen blaam op u indien u uw gebeden verkort, uit vrees dat de ongelovigen u zullen aanvallen: want de ongelovigen zijn voor u openlijke vijanden.
وَإِذَا ضَرَبْتُمْ فِى ٱلْأَرْضِ فَلَيْسَ عَلَيْكُمْ جُنَاحٌ أَن تَقْصُرُوا۟ مِنَ ٱلصَّلَوٰةِ إِنْ خِفْتُمْ أَن يَفْتِنَكُمُ ٱلَّذِينَ كَفَرُوٓا۟ إِنَّ ٱلْكَٰفِرِينَ كَانُوا۟ لَكُمْ عَدُوًّا مُّبِينًا
Wanneer u (o boodschapper) bij hen bent, en staat om hen voor te gaan in het gebed, laat dan één groep van hen (in gebed) met u staan, met hun wapens bij zich: wanneer zij hun nederbuigingen volbracht hebben, laat hen dan hun plaats in de achterhoede innemen. En laat de andere groep naar voren komen, die nog niet gebeden heeft - en laat hen met u bidden, alle voorzorg nemend, en de wapens dragend: de ongelovigen wensen, indien u onachtzaam was op uw wapens en uw bagage, u in één enkele aanval te overvallen. Maar er rust geen blaam op u indien u uw wapens aflegt vanwege het ongemak van de regen of omdat u ziek bent; maar neem (alle) voorzorg voor uzelf. Voor de ongelovigen heeft Allah een vernederende straf bereid.
وَإِذَا كُنتَ فِيهِمْ فَأَقَمْتَ لَهُمُ ٱلصَّلَوٰةَ فَلْتَقُمْ طَآئِفَةٌ مِّنْهُم مَّعَكَ وَلْيَأْخُذُوٓا۟ أَسْلِحَتَهُمْ فَإِذَا سَجَدُوا۟ فَلْيَكُونُوا۟ مِن وَرَآئِكُمْ وَلْتَأْتِ طَآئِفَةٌ أُخْرَىٰ لَمْ يُصَلُّوا۟ فَلْيُصَلُّوا۟ مَعَكَ وَلْيَأْخُذُوا۟ حِذْرَهُمْ وَأَسْلِحَتَهُمْ وَدَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ لَوْ تَغْفُلُونَ عَنْ أَسْلِحَتِكُمْ وَأَمْتِعَتِكُمْ فَيَمِيلُونَ عَلَيْكُم مَّيْلَةً وَٰحِدَةً وَلَا جُنَاحَ عَلَيْكُمْ إِن كَانَ بِكُمْ أَذًى مِّن مَّطَرٍ أَوْ كُنتُم مَّرْضَىٰٓ أَن تَضَعُوٓا۟ أَسْلِحَتَكُمْ وَخُذُوا۟ حِذْرَكُمْ إِنَّ ٱللَّهَ أَعَدَّ لِلْكَٰفِرِينَ عَذَابًا مُّهِينًا
Wanneer u de (gemeenschappelijke) gebeden volbracht hebt, verkondig dan Allahs lof, staande, zittend of liggend op uw zijde; maar wanneer u vrij bent van gevaar, verricht dan de vaste gebeden: want zulke gebeden zijn de gelovigen op gezette tijden voorgeschreven.
فَإِذَا قَضَيْتُمُ ٱلصَّلَوٰةَ فَٱذْكُرُوا۟ ٱللَّهَ قِيَٰمًا وَقُعُودًا وَعَلَىٰ جُنُوبِكُمْ فَإِذَا ٱطْمَأْنَنتُمْ فَأَقِيمُوا۟ ٱلصَّلَوٰةَ إِنَّ ٱلصَّلَوٰةَ كَانَتْ عَلَى ٱلْمُؤْمِنِينَ كِتَٰبًا مَّوْقُوتًا
En verslap niet in het achtervolgen van de vijand: indien u ontberingen lijdt, lijden zij gelijke ontberingen; maar u hebt hoop van Allah, terwijl zij die niet hebben. En Allah is vol kennis en wijsheid.
وَلَا تَهِنُوا۟ فِى ٱبْتِغَآءِ ٱلْقَوْمِ إِن تَكُونُوا۟ تَأْلَمُونَ فَإِنَّهُمْ يَأْلَمُونَ كَمَا تَأْلَمُونَ وَتَرْجُونَ مِنَ ٱللَّهِ مَا لَا يَرْجُونَ وَكَانَ ٱللَّهُ عَلِيمًا حَكِيمًا
Rechtvaardig oordelen en geen verdediging van verraders
Wij hebben tot u het Boek in waarheid neergezonden, opdat u tussen de mensen zou oordelen, zoals door Allah geleid: laat u dus niet (gebruiken) als pleitbezorger door hen die hun vertrouwen verraden;
إِنَّآ أَنزَلْنَآ إِلَيْكَ ٱلْكِتَٰبَ بِٱلْحَقِّ لِتَحْكُمَ بَيْنَ ٱلنَّاسِ بِمَآ أَرَىٰكَ ٱللَّهُ وَلَا تَكُن لِّلْخَآئِنِينَ خَصِيمًا
Maar zoek de vergeving van Allah; want Allah is de Veelvergevende, de Meest Barmhartige.
وَٱسْتَغْفِرِ ٱللَّهَ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ غَفُورًا رَّحِيمًا
Twist niet ten behoeve van hen die hun eigen ziel verraden; want Allah heeft niet lief wie aan trouweloosheid en misdaad is overgegeven:
وَلَا تُجَٰدِلْ عَنِ ٱلَّذِينَ يَخْتَانُونَ أَنفُسَهُمْ إِنَّ ٱللَّهَ لَا يُحِبُّ مَن كَانَ خَوَّانًا أَثِيمًا
Zij mogen (hun misdaden) voor de mensen verbergen, maar zij kunnen (die) niet voor Allah verbergen, aangezien Hij in hun midden is wanneer zij bij nacht samenzweren, in woorden die Hij niet kan goedkeuren: en Allah omvat alles wat zij doen.
يَسْتَخْفُونَ مِنَ ٱلنَّاسِ وَلَا يَسْتَخْفُونَ مِنَ ٱللَّهِ وَهُوَ مَعَهُمْ إِذْ يُبَيِّتُونَ مَا لَا يَرْضَىٰ مِنَ ٱلْقَوْلِ وَكَانَ ٱللَّهُ بِمَا يَعْمَلُونَ مُحِيطًا
Ach! Dit is het soort mensen ten behoeve van wie u in deze wereld mag twisten; maar wie zal op de dag van het oordeel ten behoeve van hen met Allah twisten, of wie zal hun zaken behartigen?
هَٰٓأَنتُمْ هَٰٓؤُلَآءِ جَٰدَلْتُمْ عَنْهُمْ فِى ٱلْحَيَوٰةِ ٱلدُّنْيَا فَمَن يُجَٰدِلُ ٱللَّهَ عَنْهُمْ يَوْمَ ٱلْقِيَٰمَةِ أَم مَّن يَكُونُ عَلَيْهِمْ وَكِيلًا
Indien iemand kwaad doet of zijn eigen ziel onrecht aandoet, maar daarna de vergeving van Allah zoekt, zal hij Allah bevinden als de Veelvergevende, de Meest Barmhartige.
وَمَن يَعْمَلْ سُوٓءًا أَوْ يَظْلِمْ نَفْسَهُۥ ثُمَّ يَسْتَغْفِرِ ٱللَّهَ يَجِدِ ٱللَّهَ غَفُورًا رَّحِيمًا
En indien iemand zonde verwerft, verwerft hij die tegen zijn eigen ziel: want Allah is vol kennis en wijsheid.
وَمَن يَكْسِبْ إِثْمًا فَإِنَّمَا يَكْسِبُهُۥ عَلَىٰ نَفْسِهِۦ وَكَانَ ٱللَّهُ عَلِيمًا حَكِيمًا
Maar indien iemand een fout of een zonde verwerft en die werpt op iemand die onschuldig is, dan draagt hij (op zichzelf) (zowel) een leugen als een klaarblijkelijke zonde.
وَمَن يَكْسِبْ خَطِيٓـَٔةً أَوْ إِثْمًا ثُمَّ يَرْمِ بِهِۦ بَرِيٓـًٔا فَقَدِ ٱحْتَمَلَ بُهْتَٰنًا وَإِثْمًا مُّبِينًا
Ware het niet om de genade van Allah jegens u en Zijn barmhartigheid, dan zou een deel van hen zeker beraamd hebben u te doen afdwalen. Maar (in werkelijkheid) zullen zij slechts hun eigen ziel doen afdwalen, en u kunnen zij in het minst geen kwaad doen. Want Allah heeft tot u het Boek en de wijsheid neergezonden en u geleerd wat u (voorheen) niet wist: en groot is de genade van Allah jegens u.
وَلَوْلَا فَضْلُ ٱللَّهِ عَلَيْكَ وَرَحْمَتُهُۥ لَهَمَّت طَّآئِفَةٌ مِّنْهُمْ أَن يُضِلُّوكَ وَمَا يُضِلُّونَ إِلَّآ أَنفُسَهُمْ وَمَا يَضُرُّونَكَ مِن شَىْءٍ وَأَنزَلَ ٱللَّهُ عَلَيْكَ ٱلْكِتَٰبَ وَٱلْحِكْمَةَ وَعَلَّمَكَ مَا لَمْ تَكُن تَعْلَمُ وَكَانَ فَضْلُ ٱللَّهِ عَلَيْكَ عَظِيمًا
In de meeste van hun geheime besprekingen is geen goed: maar indien iemand aanspoort tot een daad van liefdadigheid of rechtvaardigheid of verzoening tussen mensen, (dan is geheimhouding geoorloofd): aan wie dit doet, het welbehagen van Allah zoekend, zullen Wij weldra een beloning van de hoogste (waarde) geven.
لَّا خَيْرَ فِى كَثِيرٍ مِّن نَّجْوَىٰهُمْ إِلَّا مَنْ أَمَرَ بِصَدَقَةٍ أَوْ مَعْرُوفٍ أَوْ إِصْلَٰحٍۭ بَيْنَ ٱلنَّاسِ وَمَن يَفْعَلْ ذَٰلِكَ ٱبْتِغَآءَ مَرْضَاتِ ٱللَّهِ فَسَوْفَ نُؤْتِيهِ أَجْرًا عَظِيمًا
Indien iemand met de boodschapper twist, zelfs nadat de leiding hem duidelijk is overgebracht, en een ander pad volgt dan hetgeen mannen van geloof betaamt, dan zullen Wij hem laten op het pad dat hij gekozen heeft, en hem in de hel doen belanden,- wat een kwade toevlucht!
وَمَن يُشَاقِقِ ٱلرَّسُولَ مِنۢ بَعْدِ مَا تَبَيَّنَ لَهُ ٱلْهُدَىٰ وَيَتَّبِعْ غَيْرَ سَبِيلِ ٱلْمُؤْمِنِينَ نُوَلِّهِۦ مَا تَوَلَّىٰ وَنُصْلِهِۦ جَهَنَّمَ وَسَآءَتْ مَصِيرًا
Afgoderij en de misleiding door Satan
Allah vergeeft niet (de zonde van) het toevoegen van andere goden aan Hem; maar Hij vergeeft wie Hij wil andere zonden dan deze: wie andere goden aan Allah toevoegt, is ver, ver (van het rechte pad) afgedwaald.
إِنَّ ٱللَّهَ لَا يَغْفِرُ أَن يُشْرَكَ بِهِۦ وَيَغْفِرُ مَا دُونَ ذَٰلِكَ لِمَن يَشَآءُ وَمَن يُشْرِكْ بِٱللَّهِ فَقَدْ ضَلَّ ضَلَٰلًۢا بَعِيدًا
(De heidenen,) Hem verlatend, roepen slechts vrouwelijke godheden aan: zij roepen slechts Satan aan, de hardnekkige opstandeling!
إِن يَدْعُونَ مِن دُونِهِۦٓ إِلَّآ إِنَٰثًا وَإِن يَدْعُونَ إِلَّا شَيْطَٰنًا مَّرِيدًا
Allah heeft hem vervloekt, maar hij zei: "Ik zal van Uw dienaren een afgemeten deel nemen;"
لَّعَنَهُ ٱللَّهُ وَقَالَ لَأَتَّخِذَنَّ مِنْ عِبَادِكَ نَصِيبًا مَّفْرُوضًا
"Ik zal hen misleiden, en ik zal valse begeerten in hen scheppen; ik zal hun bevelen de oren van het vee te splijten, en de (schone) natuur, door Allah geschapen, te schenden." Wie, Allah verlatend, Satan tot vriend neemt, heeft voorzeker een klaarblijkelijk verlies geleden.
وَلَأُضِلَّنَّهُمْ وَلَأُمَنِّيَنَّهُمْ وَلَـَٔامُرَنَّهُمْ فَلَيُبَتِّكُنَّ ءَاذَانَ ٱلْأَنْعَٰمِ وَلَـَٔامُرَنَّهُمْ فَلَيُغَيِّرُنَّ خَلْقَ ٱللَّهِ وَمَن يَتَّخِذِ ٱلشَّيْطَٰنَ وَلِيًّا مِّن دُونِ ٱللَّهِ فَقَدْ خَسِرَ خُسْرَانًا مُّبِينًا
Satan doet hun beloften, en schept valse begeerten in hen; maar de beloften van Satan zijn niets dan bedrog.
يَعِدُهُمْ وَيُمَنِّيهِمْ وَمَا يَعِدُهُمُ ٱلشَّيْطَٰنُ إِلَّا غُرُورًا
Zij (zijn bedrogenen) zullen hun woning in de hel hebben, en zij zullen daaruit geen weg van ontkoming vinden.
أُو۟لَٰٓئِكَ مَأْوَىٰهُمْ جَهَنَّمُ وَلَا يَجِدُونَ عَنْهَا مَحِيصًا
De belofte aan de gelovigen en de weg van Abraham
Maar zij die geloven en rechtvaardige daden doen,- Wij zullen hen weldra toelaten tot hoven, waar de rivieren onderdoor stromen,- om daarin voor eeuwig te wonen. De belofte van Allah is de waarheid, en wiens woord kan waarachtiger zijn dan dat van Allah?
وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ سَنُدْخِلُهُمْ جَنَّٰتٍ تَجْرِى مِن تَحْتِهَا ٱلْأَنْهَٰرُ خَٰلِدِينَ فِيهَآ أَبَدًا وَعْدَ ٱللَّهِ حَقًّا وَمَنْ أَصْدَقُ مِنَ ٱللَّهِ قِيلًا
Niet uw begeerten, noch die van de mensen van het Boek (kunnen zegevieren): wie kwaad doet, zal dienovereenkomstig vergolden worden. En hij zal, buiten Allah, geen beschermer of helper vinden.
لَّيْسَ بِأَمَانِيِّكُمْ وَلَآ أَمَانِىِّ أَهْلِ ٱلْكِتَٰبِ مَن يَعْمَلْ سُوٓءًا يُجْزَ بِهِۦ وَلَا يَجِدْ لَهُۥ مِن دُونِ ٱللَّهِ وَلِيًّا وَلَا نَصِيرًا
Wie rechtvaardige daden verricht — man of vrouw — en gelooft, zal de hemel binnengaan en niet het minste onrecht worden aangedaan.
وَمَن يَعْمَلْ مِنَ ٱلصَّٰلِحَٰتِ مِن ذَكَرٍ أَوْ أُنثَىٰ وَهُوَ مُؤْمِنٌ فَأُو۟لَٰٓئِكَ يَدْخُلُونَ ٱلْجَنَّةَ وَلَا يُظْلَمُونَ نَقِيرًا
Wie kan beter zijn in godsdienst dan hij die zijn gehele wezen aan Allah onderwerpt, goeddoet, en de weg volgt van Abraham, de ware in het geloof? Want Allah nam Abraham tot vriend.
وَمَنْ أَحْسَنُ دِينًا مِّمَّنْ أَسْلَمَ وَجْهَهُۥ لِلَّهِ وَهُوَ مُحْسِنٌ وَٱتَّبَعَ مِلَّةَ إِبْرَٰهِيمَ حَنِيفًا وَٱتَّخَذَ ٱللَّهُ إِبْرَٰهِيمَ خَلِيلًا
Maar aan Allah behoren alle dingen in de hemelen en op de aarde: en Hij is het Die alle dingen omvat.
وَلِلَّهِ مَا فِى ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَمَا فِى ٱلْأَرْضِ وَكَانَ ٱللَّهُ بِكُلِّ شَىْءٍ مُّحِيطًا
Billijkheid jegens vrouwen en wezen
Zij vragen uw onderricht aangaande de vrouwen. Zeg: Allah onderricht u aangaande haar: en (gedenk) hetgeen u in het Boek is voorgedragen, aangaande de wezen onder de vrouwen aan wie u niet de voorgeschreven delen geeft, en die u toch wenst te huwen, alsook aangaande de kinderen die zwak en verdrukt zijn: dat u pal staat voor rechtvaardigheid jegens de wezen. Er is geen goede daad die u doet, of Allah is daarmee welbekend.
وَيَسْتَفْتُونَكَ فِى ٱلنِّسَآءِ قُلِ ٱللَّهُ يُفْتِيكُمْ فِيهِنَّ وَمَا يُتْلَىٰ عَلَيْكُمْ فِى ٱلْكِتَٰبِ فِى يَتَٰمَى ٱلنِّسَآءِ ٱلَّٰتِى لَا تُؤْتُونَهُنَّ مَا كُتِبَ لَهُنَّ وَتَرْغَبُونَ أَن تَنكِحُوهُنَّ وَٱلْمُسْتَضْعَفِينَ مِنَ ٱلْوِلْدَٰنِ وَأَن تَقُومُوا۟ لِلْيَتَٰمَىٰ بِٱلْقِسْطِ وَمَا تَفْعَلُوا۟ مِنْ خَيْرٍ فَإِنَّ ٱللَّهَ كَانَ بِهِۦ عَلِيمًا
Indien een vrouw wreedheid of verlating van de zijde van haar echtgenoot vreest, rust er geen blaam op hen indien zij onderling een minnelijke schikking treffen; en zulk een schikking is het beste; ook al worden de zielen van de mensen door hebzucht bewogen. Maar indien u goeddoet en zelfbeheersing betracht, Allah is welbekend met alles wat u doet.
وَإِنِ ٱمْرَأَةٌ خَافَتْ مِنۢ بَعْلِهَا نُشُوزًا أَوْ إِعْرَاضًا فَلَا جُنَاحَ عَلَيْهِمَآ أَن يُصْلِحَا بَيْنَهُمَا صُلْحًا وَٱلصُّلْحُ خَيْرٌ وَأُحْضِرَتِ ٱلْأَنفُسُ ٱلشُّحَّ وَإِن تُحْسِنُوا۟ وَتَتَّقُوا۟ فَإِنَّ ٱللَّهَ كَانَ بِمَا تَعْمَلُونَ خَبِيرًا
U zult nooit in staat zijn billijk en rechtvaardig te zijn tussen de vrouwen, zelfs al is het uw vurige wens: maar wend u niet geheel (van een vrouw) af, zodat u haar (als het ware) in de lucht laat hangen. Indien u tot een vriendschappelijke overeenstemming komt, en zelfbeheersing betracht, Allah is de Veelvergevende, de Meest Barmhartige.
وَلَن تَسْتَطِيعُوٓا۟ أَن تَعْدِلُوا۟ بَيْنَ ٱلنِّسَآءِ وَلَوْ حَرَصْتُمْ فَلَا تَمِيلُوا۟ كُلَّ ٱلْمَيْلِ فَتَذَرُوهَا كَٱلْمُعَلَّقَةِ وَإِن تُصْلِحُوا۟ وَتَتَّقُوا۟ فَإِنَّ ٱللَّهَ كَانَ غَفُورًا رَّحِيمًا
Maar indien zij het oneens zijn (en moeten scheiden), zal Allah uit Zijn allesbereikende overvloed aan allen overvloed verschaffen: want Allah is Degene Die voor allen zorgt en Wijs is.
وَإِن يَتَفَرَّقَا يُغْنِ ٱللَّهُ كُلًّا مِّن سَعَتِهِۦ وَكَانَ ٱللَّهُ وَٰسِعًا حَكِيمًا
Alles behoort aan Allah en getuigen voor gerechtigheid
Aan Allah behoort alles wat in de hemelen en op de aarde is. Voorwaar, Wij hebben de mensen van het Boek vóór u, en u (o moslims), opgedragen Allah te vrezen. Maar indien u Hem verloochent, zie, aan Allah behoort alles wat in de hemelen en op de aarde is, en Allah is vrij van alle behoeften, alle lof waardig.
وَلِلَّهِ مَا فِى ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَمَا فِى ٱلْأَرْضِ وَلَقَدْ وَصَّيْنَا ٱلَّذِينَ أُوتُوا۟ ٱلْكِتَٰبَ مِن قَبْلِكُمْ وَإِيَّاكُمْ أَنِ ٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَإِن تَكْفُرُوا۟ فَإِنَّ لِلَّهِ مَا فِى ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَمَا فِى ٱلْأَرْضِ وَكَانَ ٱللَّهُ غَنِيًّا حَمِيدًا
Ja, aan Allah behoort alles wat in de hemelen en op de aarde is, en Allah is genoeg om alle zaken te volvoeren.
وَلِلَّهِ مَا فِى ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَمَا فِى ٱلْأَرْضِ وَكَفَىٰ بِٱللَّهِ وَكِيلًا
Indien het Zijn wil was, kon Hij u vernietigen, o mensheid, en een ander geslacht scheppen; want Hij heeft de macht dit te doen.
إِن يَشَأْ يُذْهِبْكُمْ أَيُّهَا ٱلنَّاسُ وَيَأْتِ بِـَٔاخَرِينَ وَكَانَ ٱللَّهُ عَلَىٰ ذَٰلِكَ قَدِيرًا
Indien iemand een beloning in dit leven begeert, in Allahs (gave) is de beloning van (zowel) dit leven als van het hiernamaals: want Allah is Hij Die (alle dingen) hoort en ziet.
مَّن كَانَ يُرِيدُ ثَوَابَ ٱلدُّنْيَا فَعِندَ ٱللَّهِ ثَوَابُ ٱلدُّنْيَا وَٱلْـَٔاخِرَةِ وَكَانَ ٱللَّهُ سَمِيعًۢا بَصِيرًا
O u die gelooft! Sta vastberaden op voor gerechtigheid, als getuigen voor Allah, al is het tegen uzelf, of uw ouders, of uw verwanten, en hetzij het (tegen) rijk of arm is: want Allah kan beiden het best beschermen. Volg niet de begeerten (van uw hart), opdat u niet afwijkt, en indien u (het recht) verdraait of weigert recht te doen, voorwaar, Allah is welbekend met alles wat u doet.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ كُونُوا۟ قَوَّٰمِينَ بِٱلْقِسْطِ شُهَدَآءَ لِلَّهِ وَلَوْ عَلَىٰٓ أَنفُسِكُمْ أَوِ ٱلْوَٰلِدَيْنِ وَٱلْأَقْرَبِينَ إِن يَكُنْ غَنِيًّا أَوْ فَقِيرًا فَٱللَّهُ أَوْلَىٰ بِهِمَا فَلَا تَتَّبِعُوا۟ ٱلْهَوَىٰٓ أَن تَعْدِلُوا۟ وَإِن تَلْوُۥٓا۟ أَوْ تُعْرِضُوا۟ فَإِنَّ ٱللَّهَ كَانَ بِمَا تَعْمَلُونَ خَبِيرًا
O u die gelooft! Geloof in Allah en Zijn boodschapper, en de Schrift die Hij aan Zijn boodschapper gezonden heeft en de Schrift die Hij zond aan hen vóór (hem). Wie Allah verloochent, Zijn engelen, Zijn Boeken, Zijn boodschappers en de dag van het oordeel, die is ver, ver afgedwaald.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ ءَامِنُوا۟ بِٱللَّهِ وَرَسُولِهِۦ وَٱلْكِتَٰبِ ٱلَّذِى نَزَّلَ عَلَىٰ رَسُولِهِۦ وَٱلْكِتَٰبِ ٱلَّذِىٓ أَنزَلَ مِن قَبْلُ وَمَن يَكْفُرْ بِٱللَّهِ وَمَلَٰٓئِكَتِهِۦ وَكُتُبِهِۦ وَرُسُلِهِۦ وَٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ فَقَدْ ضَلَّ ضَلَٰلًۢا بَعِيدًا
De huichelaars en hun bondgenootschap met ongelovigen
Zij die geloven, dan het geloof verwerpen, dan (weer) geloven en (weer) het geloof verwerpen, en steeds toenemen in ongeloof,- Allah zal hun niet vergeven, noch hen leiden, noch hen op de weg leiden.
إِنَّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ ثُمَّ كَفَرُوا۟ ثُمَّ ءَامَنُوا۟ ثُمَّ كَفَرُوا۟ ثُمَّ ٱزْدَادُوا۟ كُفْرًا لَّمْ يَكُنِ ٱللَّهُ لِيَغْفِرَ لَهُمْ وَلَا لِيَهْدِيَهُمْ سَبِيلًۢا
Geef de huichelaars de blijde tijding dat er voor hen (slechts) een smartelijke straf is;-
بَشِّرِ ٱلْمُنَٰفِقِينَ بِأَنَّ لَهُمْ عَذَابًا أَلِيمًا
Ja, aan hen die ongelovigen tot vrienden nemen in plaats van gelovigen: is het eer die zij bij hen zoeken? Nee,- alle eer is bij Allah.
ٱلَّذِينَ يَتَّخِذُونَ ٱلْكَٰفِرِينَ أَوْلِيَآءَ مِن دُونِ ٱلْمُؤْمِنِينَ أَيَبْتَغُونَ عِندَهُمُ ٱلْعِزَّةَ فَإِنَّ ٱلْعِزَّةَ لِلَّهِ جَمِيعًا
Reeds heeft Hij u het Woord in het Boek gezonden, dat wanneer u hoort dat de tekenen van Allah weerstaan en bespot worden, u niet bij hen moet zitten, tenzij zij zich tot een ander onderwerp wenden: indien u dat deed, zou u aan hen gelijk zijn. Want Allah zal de huichelaars en hen die het geloof weerstaan bijeenbrengen - allen in de hel:-
وَقَدْ نَزَّلَ عَلَيْكُمْ فِى ٱلْكِتَٰبِ أَنْ إِذَا سَمِعْتُمْ ءَايَٰتِ ٱللَّهِ يُكْفَرُ بِهَا وَيُسْتَهْزَأُ بِهَا فَلَا تَقْعُدُوا۟ مَعَهُمْ حَتَّىٰ يَخُوضُوا۟ فِى حَدِيثٍ غَيْرِهِۦٓ إِنَّكُمْ إِذًا مِّثْلُهُمْ إِنَّ ٱللَّهَ جَامِعُ ٱلْمُنَٰفِقِينَ وَٱلْكَٰفِرِينَ فِى جَهَنَّمَ جَمِيعًا
(Dit zijn) degenen die afwachten en op u letten: indien u een overwinning van Allah behaalt, zeggen zij: "Waren wij niet met u?"- maar indien de ongelovigen een succes behalen, zeggen zij (tot hen): "Hebben wij niet een voordeel op u behaald, en hebben wij u niet beschermd tegen de gelovigen?" Maar Allah zal tussen u oordelen op de dag van het oordeel. En nooit zal Allah de ongelovigen een weg geven (tot overwinningen) over de gelovigen.
ٱلَّذِينَ يَتَرَبَّصُونَ بِكُمْ فَإِن كَانَ لَكُمْ فَتْحٌ مِّنَ ٱللَّهِ قَالُوٓا۟ أَلَمْ نَكُن مَّعَكُمْ وَإِن كَانَ لِلْكَٰفِرِينَ نَصِيبٌ قَالُوٓا۟ أَلَمْ نَسْتَحْوِذْ عَلَيْكُمْ وَنَمْنَعْكُم مِّنَ ٱلْمُؤْمِنِينَ فَٱللَّهُ يَحْكُمُ بَيْنَكُمْ يَوْمَ ٱلْقِيَٰمَةِ وَلَن يَجْعَلَ ٱللَّهُ لِلْكَٰفِرِينَ عَلَى ٱلْمُؤْمِنِينَ سَبِيلًا
De huichelaars - zij denken dat zij Allah te slim af zijn, maar Hij zal hen te slim af zijn: wanneer zij opstaan tot het gebed, staan zij zonder ernst, om door de mensen gezien te worden, maar weinig gedenken zij Allah;
إِنَّ ٱلْمُنَٰفِقِينَ يُخَٰدِعُونَ ٱللَّهَ وَهُوَ خَٰدِعُهُمْ وَإِذَا قَامُوٓا۟ إِلَى ٱلصَّلَوٰةِ قَامُوا۟ كُسَالَىٰ يُرَآءُونَ ٱلنَّاسَ وَلَا يَذْكُرُونَ ٱللَّهَ إِلَّا قَلِيلًا
(Zij zijn) verward van geest, zelfs te midden daarvan,- (oprecht) zijnde noch voor de ene groep, noch voor de andere. Wie Allah laat afdwalen,- nooit zult u voor hem de weg vinden.
مُّذَبْذَبِينَ بَيْنَ ذَٰلِكَ لَآ إِلَىٰ هَٰٓؤُلَآءِ وَلَآ إِلَىٰ هَٰٓؤُلَآءِ وَمَن يُضْلِلِ ٱللَّهُ فَلَن تَجِدَ لَهُۥ سَبِيلًا
O u die gelooft! Neem geen ongelovigen tot vrienden in plaats van gelovigen: wilt u Allah een duidelijk bewijs tegen uzelf geven?
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ لَا تَتَّخِذُوا۟ ٱلْكَٰفِرِينَ أَوْلِيَآءَ مِن دُونِ ٱلْمُؤْمِنِينَ أَتُرِيدُونَ أَن تَجْعَلُوا۟ لِلَّهِ عَلَيْكُمْ سُلْطَٰنًا مُّبِينًا
De huichelaars zullen in de laagste diepten van het vuur zijn: geen helper zult u voor hen vinden;-
إِنَّ ٱلْمُنَٰفِقِينَ فِى ٱلدَّرْكِ ٱلْأَسْفَلِ مِنَ ٱلنَّارِ وَلَن تَجِدَ لَهُمْ نَصِيرًا
Behalve zij die berouw hebben, zich beteren (in hun leven), zich vasthouden aan Allah en hun godsdienst zuiveren als voor Allahs aangezicht: dan zullen zij (gerekend worden) bij de gelovigen. En spoedig zal Allah de gelovigen een beloning van onmetelijke waarde geven.
إِلَّا ٱلَّذِينَ تَابُوا۟ وَأَصْلَحُوا۟ وَٱعْتَصَمُوا۟ بِٱللَّهِ وَأَخْلَصُوا۟ دِينَهُمْ لِلَّهِ فَأُو۟لَٰٓئِكَ مَعَ ٱلْمُؤْمِنِينَ وَسَوْفَ يُؤْتِ ٱللَّهُ ٱلْمُؤْمِنِينَ أَجْرًا عَظِيمًا
Wat kan Allah winnen bij uw straf, indien u dankbaar bent en gelooft? Nee, het is Allah Die (al het goede) erkent en alle dingen weet.
مَّا يَفْعَلُ ٱللَّهُ بِعَذَابِكُمْ إِن شَكَرْتُمْ وَءَامَنتُمْ وَكَانَ ٱللَّهُ شَاكِرًا عَلِيمًا
Het geloof in alle boodschappers
Allah heeft niet lief dat het kwade in het openbaar rondverteld wordt, behalve waar onrecht is geschied; want Allah is Hij Die alle dingen hoort en weet.
لَّا يُحِبُّ ٱللَّهُ ٱلْجَهْرَ بِٱلسُّوٓءِ مِنَ ٱلْقَوْلِ إِلَّا مَن ظُلِمَ وَكَانَ ٱللَّهُ سَمِيعًا عَلِيمًا
Of u een goede daad openbaar maakt of haar verbergt of het kwade met vergeving bedekt, voorwaar, Allah wist (zonden) uit en heeft macht (in het beoordelen van waarden).
إِن تُبْدُوا۟ خَيْرًا أَوْ تُخْفُوهُ أَوْ تَعْفُوا۟ عَن سُوٓءٍ فَإِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَفُوًّا قَدِيرًا
Zij die Allah en Zijn boodschappers verloochenen, en (zij die) Allah van Zijn boodschappers willen scheiden, zeggende: "Wij geloven in sommigen, maar verwerpen anderen": en (zij die) een middenweg willen nemen,-
إِنَّ ٱلَّذِينَ يَكْفُرُونَ بِٱللَّهِ وَرُسُلِهِۦ وَيُرِيدُونَ أَن يُفَرِّقُوا۟ بَيْنَ ٱللَّهِ وَرُسُلِهِۦ وَيَقُولُونَ نُؤْمِنُ بِبَعْضٍ وَنَكْفُرُ بِبَعْضٍ وَيُرِيدُونَ أَن يَتَّخِذُوا۟ بَيْنَ ذَٰلِكَ سَبِيلًا
Zij zijn in waarheid (evenzeer) ongelovigen; en Wij hebben voor de ongelovigen een vernederende straf bereid.
أُو۟لَٰٓئِكَ هُمُ ٱلْكَٰفِرُونَ حَقًّا وَأَعْتَدْنَا لِلْكَٰفِرِينَ عَذَابًا مُّهِينًا
Aan hen die geloven in Allah en Zijn boodschappers en geen onderscheid maken tussen enige van de boodschappers, zullen Wij spoedig hun (verschuldigde) beloningen geven: want Allah is de Veelvergevende, de Meest Barmhartige.
وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ بِٱللَّهِ وَرُسُلِهِۦ وَلَمْ يُفَرِّقُوا۟ بَيْنَ أَحَدٍ مِّنْهُمْ أُو۟لَٰٓئِكَ سَوْفَ يُؤْتِيهِمْ أُجُورَهُمْ وَكَانَ ٱللَّهُ غَفُورًا رَّحِيمًا
De overtredingen van de kinderen van Israël
De mensen van het Boek vragen u een boek uit de hemel tot hen te doen neerdalen: voorwaar, zij vroegen Mozes om een nog groter (wonder), want zij zeiden: "Toon ons Allah in het openbaar," maar zij werden om hun vermetelheid verdoofd door donder en bliksem. Toch aanbaden zij het kalf, zelfs nadat duidelijke tekenen tot hen gekomen waren; zelfs dat vergaven Wij hun; en Wij gaven Mozes duidelijke bewijzen van gezag.
يَسْـَٔلُكَ أَهْلُ ٱلْكِتَٰبِ أَن تُنَزِّلَ عَلَيْهِمْ كِتَٰبًا مِّنَ ٱلسَّمَآءِ فَقَدْ سَأَلُوا۟ مُوسَىٰٓ أَكْبَرَ مِن ذَٰلِكَ فَقَالُوٓا۟ أَرِنَا ٱللَّهَ جَهْرَةً فَأَخَذَتْهُمُ ٱلصَّٰعِقَةُ بِظُلْمِهِمْ ثُمَّ ٱتَّخَذُوا۟ ٱلْعِجْلَ مِنۢ بَعْدِ مَا جَآءَتْهُمُ ٱلْبَيِّنَٰتُ فَعَفَوْنَا عَن ذَٰلِكَ وَءَاتَيْنَا مُوسَىٰ سُلْطَٰنًا مُّبِينًا
En voor hun verbond verhieven Wij boven hen (de torenhoogte) van de berg (Sinaï); en (bij een andere gelegenheid) zeiden Wij: "Ga de poort binnen met nederigheid"; en (nogmaals) geboden Wij hun: "Overtreed niet in de zaak van de sabbat." En Wij namen van hen een plechtig verbond.
وَرَفَعْنَا فَوْقَهُمُ ٱلطُّورَ بِمِيثَٰقِهِمْ وَقُلْنَا لَهُمُ ٱدْخُلُوا۟ ٱلْبَابَ سُجَّدًا وَقُلْنَا لَهُمْ لَا تَعْدُوا۟ فِى ٱلسَّبْتِ وَأَخَذْنَا مِنْهُم مِّيثَٰقًا غَلِيظًا
(Zij hebben zich goddelijk misnoegen op de hals gehaald): omdat zij hun verbond braken; omdat zij de tekenen van Allah verwierpen; omdat zij de boodschappers doodden in strijd met het recht; omdat zij zeiden: "Onze harten zijn de omhulsels (die Allahs Woord bewaren; wij hebben niets meer nodig)";- Nee, Allah heeft het zegel op hun hart gezet vanwege hun godslastering, en weinig is het dat zij geloven;-
فَبِمَا نَقْضِهِم مِّيثَٰقَهُمْ وَكُفْرِهِم بِـَٔايَٰتِ ٱللَّهِ وَقَتْلِهِمُ ٱلْأَنۢبِيَآءَ بِغَيْرِ حَقٍّ وَقَوْلِهِمْ قُلُوبُنَا غُلْفٌۢ بَلْ طَبَعَ ٱللَّهُ عَلَيْهَا بِكُفْرِهِمْ فَلَا يُؤْمِنُونَ إِلَّا قَلِيلًا
Omdat zij het geloof verwierpen; omdat zij tegen Maria een zware valse beschuldiging uitspraken;
وَبِكُفْرِهِمْ وَقَوْلِهِمْ عَلَىٰ مَرْيَمَ بُهْتَٰنًا عَظِيمًا
Omdat zij zeiden (in grootspraak): "Wij hebben Christus Jezus, de zoon van Maria, de boodschapper van Allah, gedood";- maar zij doodden hem niet, noch kruisigden zij hem, maar het werd hun zo voorgespiegeld, en zij die daarover van mening verschillen, zijn vol twijfel, zonder (zekere) kennis, met slechts een vermoeden om te volgen, want voorzeker, zij doodden hem niet:-
وَقَوْلِهِمْ إِنَّا قَتَلْنَا ٱلْمَسِيحَ عِيسَى ٱبْنَ مَرْيَمَ رَسُولَ ٱللَّهِ وَمَا قَتَلُوهُ وَمَا صَلَبُوهُ وَلَٰكِن شُبِّهَ لَهُمْ وَإِنَّ ٱلَّذِينَ ٱخْتَلَفُوا۟ فِيهِ لَفِى شَكٍّ مِّنْهُ مَا لَهُم بِهِۦ مِنْ عِلْمٍ إِلَّا ٱتِّبَاعَ ٱلظَّنِّ وَمَا قَتَلُوهُ يَقِينًۢا
Nee, Allah heeft hem tot Zich opgeheven; en Allah is Verheven in macht, Wijs;-
بَل رَّفَعَهُ ٱللَّهُ إِلَيْهِ وَكَانَ ٱللَّهُ عَزِيزًا حَكِيمًا
En er is niemand van de mensen van het Boek of hij moet in hem geloven vóór zijn dood; en op de dag van het oordeel zal hij een getuige tegen hen zijn;-
وَإِن مِّنْ أَهْلِ ٱلْكِتَٰبِ إِلَّا لَيُؤْمِنَنَّ بِهِۦ قَبْلَ مَوْتِهِۦ وَيَوْمَ ٱلْقِيَٰمَةِ يَكُونُ عَلَيْهِمْ شَهِيدًا
Verboden spijzen en de openbaring aan de profeten
Vanwege de ongerechtigheid van de Joden hebben Wij hun bepaalde (spijzen) verboden, goed en heilzaam, die hun geoorloofd waren geweest;- omdat zij velen afhielden van Allahs weg;-
فَبِظُلْمٍ مِّنَ ٱلَّذِينَ هَادُوا۟ حَرَّمْنَا عَلَيْهِمْ طَيِّبَٰتٍ أُحِلَّتْ لَهُمْ وَبِصَدِّهِمْ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ كَثِيرًا
Omdat zij woekerrente namen, hoewel het hun verboden was; en omdat zij het bezit van de mensen onrechtmatig verteerden;- Wij hebben voor degenen onder hen die het geloof verwerpen een smartelijke straf bereid.
وَأَخْذِهِمُ ٱلرِّبَوٰا۟ وَقَدْ نُهُوا۟ عَنْهُ وَأَكْلِهِمْ أَمْوَٰلَ ٱلنَّاسِ بِٱلْبَٰطِلِ وَأَعْتَدْنَا لِلْكَٰفِرِينَ مِنْهُمْ عَذَابًا أَلِيمًا
Maar degenen onder hen die vastgegrond zijn in kennis, en de gelovigen, geloven in wat aan u geopenbaard is en wat vóór u geopenbaard werd: en (in het bijzonder) zij die het gebed onderhouden en geregeld aalmoezen geven en geloven in Allah en in de laatste dag: hun zullen Wij spoedig een grote beloning geven.
لَّٰكِنِ ٱلرَّٰسِخُونَ فِى ٱلْعِلْمِ مِنْهُمْ وَٱلْمُؤْمِنُونَ يُؤْمِنُونَ بِمَآ أُنزِلَ إِلَيْكَ وَمَآ أُنزِلَ مِن قَبْلِكَ وَٱلْمُقِيمِينَ ٱلصَّلَوٰةَ وَٱلْمُؤْتُونَ ٱلزَّكَوٰةَ وَٱلْمُؤْمِنُونَ بِٱللَّهِ وَٱلْيَوْمِ ٱلْـَٔاخِرِ أُو۟لَٰٓئِكَ سَنُؤْتِيهِمْ أَجْرًا عَظِيمًا
Wij hebben u ingeving gezonden, zoals Wij die aan Noach zonden en aan de boodschappers na hem: Wij zonden ingeving aan Abraham, Ismaël, Izak, Jakob en de stammen, aan Jezus, Job, Jona, Aäron en Salomo, en aan David gaven Wij de Psalmen.
إِنَّآ أَوْحَيْنَآ إِلَيْكَ كَمَآ أَوْحَيْنَآ إِلَىٰ نُوحٍ وَٱلنَّبِيِّـۧنَ مِنۢ بَعْدِهِۦ وَأَوْحَيْنَآ إِلَىٰٓ إِبْرَٰهِيمَ وَإِسْمَٰعِيلَ وَإِسْحَٰقَ وَيَعْقُوبَ وَٱلْأَسْبَاطِ وَعِيسَىٰ وَأَيُّوبَ وَيُونُسَ وَهَٰرُونَ وَسُلَيْمَٰنَ وَءَاتَيْنَا دَاوُۥدَ زَبُورًا
Van sommige boodschappers hebben Wij u de geschiedenis reeds verteld; van anderen niet;- en tot Mozes sprak Allah rechtstreeks;-
وَرُسُلًا قَدْ قَصَصْنَٰهُمْ عَلَيْكَ مِن قَبْلُ وَرُسُلًا لَّمْ نَقْصُصْهُمْ عَلَيْكَ وَكَلَّمَ ٱللَّهُ مُوسَىٰ تَكْلِيمًا
Boodschappers die goed nieuws brachten alsook waarschuwing, opdat de mensheid, na (de komst) van de boodschappers, geen verontschuldiging tegen Allah zou hebben: want Allah is Verheven in macht, Wijs.
رُّسُلًا مُّبَشِّرِينَ وَمُنذِرِينَ لِئَلَّا يَكُونَ لِلنَّاسِ عَلَى ٱللَّهِ حُجَّةٌۢ بَعْدَ ٱلرُّسُلِ وَكَانَ ٱللَّهُ عَزِيزًا حَكِيمًا
Maar Allah getuigt dat wat Hij tot u gezonden heeft, Hij uit Zijn (eigen) kennis gezonden heeft, en de engelen getuigen: maar Allah is genoeg als getuige.
لَّٰكِنِ ٱللَّهُ يَشْهَدُ بِمَآ أَنزَلَ إِلَيْكَ أَنزَلَهُۥ بِعِلْمِهِۦ وَٱلْمَلَٰٓئِكَةُ يَشْهَدُونَ وَكَفَىٰ بِٱللَّهِ شَهِيدًا
Zij die het geloof verwerpen en (de mensen) afhouden van de weg van Allah, zijn voorwaar ver, ver afgedwaald van het pad.
إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ وَصَدُّوا۟ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ قَدْ ضَلُّوا۟ ضَلَٰلًۢا بَعِيدًا
Zij die het geloof verwerpen en onrecht doen,- Allah zal hun niet vergeven, noch hen tot enige weg leiden-
إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ وَظَلَمُوا۟ لَمْ يَكُنِ ٱللَّهُ لِيَغْفِرَ لَهُمْ وَلَا لِيَهْدِيَهُمْ طَرِيقًا
Behalve de weg van de hel, om daarin voor eeuwig te verblijven. En dit is voor Allah gemakkelijk.
إِلَّا طَرِيقَ جَهَنَّمَ خَٰلِدِينَ فِيهَآ أَبَدًا وَكَانَ ذَٰلِكَ عَلَى ٱللَّهِ يَسِيرًا
Oproep aan de mensheid en vermaning over Jezus
O mensheid! De boodschapper is in waarheid van Allah tot u gekomen: geloof in hem: het is het beste voor u. Maar indien u het geloof verwerpt, aan Allah behoort alles wat in de hemelen en op de aarde is: en Allah is Alwetend, Alwijs.
يَٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ قَدْ جَآءَكُمُ ٱلرَّسُولُ بِٱلْحَقِّ مِن رَّبِّكُمْ فَـَٔامِنُوا۟ خَيْرًا لَّكُمْ وَإِن تَكْفُرُوا۟ فَإِنَّ لِلَّهِ مَا فِى ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ وَكَانَ ٱللَّهُ عَلِيمًا حَكِيمًا
O mensen van het Boek! Bega geen buitensporigheden in uw godsdienst: en zeg van Allah niets dan de waarheid. Christus Jezus, de zoon van Maria, was (niet meer dan) een boodschapper van Allah, en Zijn Woord, dat Hij aan Maria schonk, en een geest die van Hem uitging: geloof dus in Allah en Zijn boodschappers. Zeg niet "Drie-eenheid": houd op: het zal beter voor u zijn: want Allah is één Allah: Hem zij de heerlijkheid: (ver Verheven is Hij) boven het hebben van een zoon. Aan Hem behoort alles wat in de hemelen en op de aarde is. En Allah is genoeg als Beschikker van zaken.
يَٰٓأَهْلَ ٱلْكِتَٰبِ لَا تَغْلُوا۟ فِى دِينِكُمْ وَلَا تَقُولُوا۟ عَلَى ٱللَّهِ إِلَّا ٱلْحَقَّ إِنَّمَا ٱلْمَسِيحُ عِيسَى ٱبْنُ مَرْيَمَ رَسُولُ ٱللَّهِ وَكَلِمَتُهُۥٓ أَلْقَىٰهَآ إِلَىٰ مَرْيَمَ وَرُوحٌ مِّنْهُ فَـَٔامِنُوا۟ بِٱللَّهِ وَرُسُلِهِۦ وَلَا تَقُولُوا۟ ثَلَٰثَةٌ ٱنتَهُوا۟ خَيْرًا لَّكُمْ إِنَّمَا ٱللَّهُ إِلَٰهٌ وَٰحِدٌ سُبْحَٰنَهُۥٓ أَن يَكُونَ لَهُۥ وَلَدٌ لَّهُۥ مَا فِى ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَمَا فِى ٱلْأَرْضِ وَكَفَىٰ بِٱللَّهِ وَكِيلًا
Christus versmaadt het niet Allah te dienen en te aanbidden, noch doen de engelen dat, zij die (Allah) het meest nabij zijn: zij die Zijn aanbidding versmaden en hoogmoedig zijn,- Hij zal hen allen tot Zich bijeenbrengen om (rekenschap te geven).
لَّن يَسْتَنكِفَ ٱلْمَسِيحُ أَن يَكُونَ عَبْدًا لِّلَّهِ وَلَا ٱلْمَلَٰٓئِكَةُ ٱلْمُقَرَّبُونَ وَمَن يَسْتَنكِفْ عَنْ عِبَادَتِهِۦ وَيَسْتَكْبِرْ فَسَيَحْشُرُهُمْ إِلَيْهِ جَمِيعًا
Maar aan hen die geloven en rechtvaardige daden doen, zal Hij hun (verschuldigde) beloningen geven,- en meer, uit Zijn overvloed: maar hen die versmadend en hoogmoedig zijn, zal Hij straffen met een smartelijke straf; en zij zullen buiten Allah niemand vinden om hen te beschermen of te helpen.
فَأَمَّا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ فَيُوَفِّيهِمْ أُجُورَهُمْ وَيَزِيدُهُم مِّن فَضْلِهِۦ وَأَمَّا ٱلَّذِينَ ٱسْتَنكَفُوا۟ وَٱسْتَكْبَرُوا۟ فَيُعَذِّبُهُمْ عَذَابًا أَلِيمًا وَلَا يَجِدُونَ لَهُم مِّن دُونِ ٱللَّهِ وَلِيًّا وَلَا نَصِيرًا
O mensheid! Voorwaar, er is een overtuigend bewijs tot u gekomen van uw Heer: want Wij hebben tot u een licht gezonden (dat) duidelijk (is).
يَٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ قَدْ جَآءَكُم بُرْهَٰنٌ مِّن رَّبِّكُمْ وَأَنزَلْنَآ إِلَيْكُمْ نُورًا مُّبِينًا
Zij dan die in Allah geloven en zich aan Hem vasthouden,- spoedig zal Hij hen toelaten tot barmhartigheid en genade van Hemzelf, en hen tot Zich leiden langs een rechte weg.
فَأَمَّا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ بِٱللَّهِ وَٱعْتَصَمُوا۟ بِهِۦ فَسَيُدْخِلُهُمْ فِى رَحْمَةٍ مِّنْهُ وَفَضْلٍ وَيَهْدِيهِمْ إِلَيْهِ صِرَٰطًا مُّسْتَقِيمًا
De erfenis van wie geen kinderen nalaat
Zij vragen u om een wettelijke beslissing. Zeg: Allah geeft (aldus) aanwijzing over hen die geen nakomelingen of voorouders als erfgenamen nalaten. Indien het een man is die sterft en een zuster nalaat, maar geen kind, dan zal zij de helft van de erfenis hebben: indien (zulk een overledene) een vrouw was, die geen kind naliet, neemt haar broer haar erfenis: indien er twee zusters zijn, zullen zij (tezamen) twee derde van de erfenis hebben: indien er broers en zusters zijn, (delen zij), waarbij de man tweemaal het deel van de vrouw heeft. Aldus maakt Allah u (Zijn wet) duidelijk, opdat u niet dwaalt. En Allah heeft kennis van alle dingen.
يَسْتَفْتُونَكَ قُلِ ٱللَّهُ يُفْتِيكُمْ فِى ٱلْكَلَٰلَةِ إِنِ ٱمْرُؤٌا۟ هَلَكَ لَيْسَ لَهُۥ وَلَدٌ وَلَهُۥٓ أُخْتٌ فَلَهَا نِصْفُ مَا تَرَكَ وَهُوَ يَرِثُهَآ إِن لَّمْ يَكُن لَّهَا وَلَدٌ فَإِن كَانَتَا ٱثْنَتَيْنِ فَلَهُمَا ٱلثُّلُثَانِ مِمَّا تَرَكَ وَإِن كَانُوٓا۟ إِخْوَةً رِّجَالًا وَنِسَآءً فَلِلذَّكَرِ مِثْلُ حَظِّ ٱلْأُنثَيَيْنِ يُبَيِّنُ ٱللَّهُ لَكُمْ أَن تَضِلُّوا۟ وَٱللَّهُ بِكُلِّ شَىْءٍ عَلِيمٌۢ