Soera 6. Al-An'aam — Het Vee
Deze vertaling is in bewerking en heeft de status van een concept; de tekst wordt nog gecontroleerd en kan wijzigen.
De Nederlandse weergave van soera 6 (Al-An'aam, “Het Vee”), 165 verzen, naar de Engelse vertaling van Abdullah Yusuf Ali (1934, publiek domein). Lees deze soera interactief met het Arabische origineel, transliteratie, voorleesfunctie en toelichting.
Allahs schepping en de verwerping der ongelovigen
Lof zij Allah, Die de hemelen en de aarde geschapen heeft, en de duisternis en het licht gemaakt heeft. Toch stellen zij die het geloof verwerpen (anderen) gelijk met hun Behoeder en Heer.
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ ٱلْحَمْدُ لِلَّهِ ٱلَّذِى خَلَقَ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ وَجَعَلَ ٱلظُّلُمَٰتِ وَٱلنُّورَ ثُمَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ بِرَبِّهِمْ يَعْدِلُونَ
Hij is het Die u uit klei geschapen heeft, en daarna een vastgestelde termijn (voor u) bepaald heeft. En bij Hem is nog een andere vastgestelde termijn; toch twijfelt u in uzelf!
هُوَ ٱلَّذِى خَلَقَكُم مِّن طِينٍ ثُمَّ قَضَىٰٓ أَجَلًا وَأَجَلٌ مُّسَمًّى عِندَهُۥ ثُمَّ أَنتُمْ تَمْتَرُونَ
En Hij is Allah in de hemelen en op de aarde. Hij weet wat u verbergt en wat u openbaart, en Hij kent de (vergelding) die u (door uw daden) verdient.
وَهُوَ ٱللَّهُ فِى ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَفِى ٱلْأَرْضِ يَعْلَمُ سِرَّكُمْ وَجَهْرَكُمْ وَيَعْلَمُ مَا تَكْسِبُونَ
Maar nooit bereikte hen één van de tekenen van hun Heer, of zij wendden zich daarvan af.
وَمَا تَأْتِيهِم مِّنْ ءَايَةٍ مِّنْ ءَايَٰتِ رَبِّهِمْ إِلَّا كَانُوا۟ عَنْهَا مُعْرِضِينَ
En nu verwerpen zij de waarheid wanneer die hen bereikt; maar spoedig zullen zij de werkelijkheid leren kennen van hetgeen zij plachten te bespotten.
فَقَدْ كَذَّبُوا۟ بِٱلْحَقِّ لَمَّا جَآءَهُمْ فَسَوْفَ يَأْتِيهِمْ أَنۢبَٰٓؤُا۟ مَا كَانُوا۟ بِهِۦ يَسْتَهْزِءُونَ
Zien zij niet hoevelen van hen die vóór hen waren Wij verdelgd hebben? — geslachten die Wij op de aarde gevestigd hadden, in een kracht zoals Wij u niet gegeven hebben — voor wie Wij regen uit de hemel in overvloed uitgoten, en (vruchtbare) stromen gaven die onder hun (voeten) vloeiden; toch hebben Wij hen om hun zonden verdelgd, en na hen nieuwe geslachten verwekt (om hen op te volgen).
أَلَمْ يَرَوْا۟ كَمْ أَهْلَكْنَا مِن قَبْلِهِم مِّن قَرْنٍ مَّكَّنَّٰهُمْ فِى ٱلْأَرْضِ مَا لَمْ نُمَكِّن لَّكُمْ وَأَرْسَلْنَا ٱلسَّمَآءَ عَلَيْهِم مِّدْرَارًا وَجَعَلْنَا ٱلْأَنْهَٰرَ تَجْرِى مِن تَحْتِهِمْ فَأَهْلَكْنَٰهُم بِذُنُوبِهِمْ وَأَنشَأْنَا مِنۢ بَعْدِهِمْ قَرْنًا ءَاخَرِينَ
Indien Wij u een geschreven (boodschap) op perkament gezonden hadden, zodat zij die met hun handen konden aanraken, dan zouden de ongelovigen zeker gezegd hebben: "Dit is niets dan klaarblijkelijke toverij!"
وَلَوْ نَزَّلْنَا عَلَيْكَ كِتَٰبًا فِى قِرْطَاسٍ فَلَمَسُوهُ بِأَيْدِيهِمْ لَقَالَ ٱلَّذِينَ كَفَرُوٓا۟ إِنْ هَٰذَآ إِلَّا سِحْرٌ مُّبِينٌ
Zij zeggen: "Waarom is er geen engel tot hem neergezonden?" Indien Wij een engel neergezonden hadden, dan zou de zaak terstond beslist zijn, en hun zou geen uitstel verleend worden.
وَقَالُوا۟ لَوْلَآ أُنزِلَ عَلَيْهِ مَلَكٌ وَلَوْ أَنزَلْنَا مَلَكًا لَّقُضِىَ ٱلْأَمْرُ ثُمَّ لَا يُنظَرُونَ
Indien Wij hem een engel gemaakt hadden, dan zouden Wij hem als een man gezonden hebben, en Wij zouden hen zeker in verwarring gebracht hebben in een zaak die zij reeds met verwarring bedekt hebben.
وَلَوْ جَعَلْنَٰهُ مَلَكًا لَّجَعَلْنَٰهُ رَجُلًا وَلَلَبَسْنَا عَلَيْهِم مَّا يَلْبِسُونَ
Bespot werden (vele) boodschappers vóór u; maar hun spotters werden ingesloten door hetgeen zij bespotten.
وَلَقَدِ ٱسْتُهْزِئَ بِرُسُلٍ مِّن قَبْلِكَ فَحَاقَ بِٱلَّذِينَ سَخِرُوا۟ مِنْهُم مَّا كَانُوا۟ بِهِۦ يَسْتَهْزِءُونَ
Zeg: "Reis door de aarde en zie wat het einde was van hen die de waarheid verwierpen."
قُلْ سِيرُوا۟ فِى ٱلْأَرْضِ ثُمَّ ٱنظُرُوا۟ كَيْفَ كَانَ عَٰقِبَةُ ٱلْمُكَذِّبِينَ
Allah als enige beschermer en de waarschuwing
Zeg: "Aan wie behoort alles wat in de hemelen en op de aarde is?" Zeg: "Aan Allah. Hij heeft voor Zichzelf (de regel van) barmhartigheid voorgeschreven. Dat Hij u zal bijeenbrengen voor de dag van het oordeel, daaraan is geen enkele twijfel. Zij die hun eigen ziel verloren hebben, zijn het die niet zullen geloven."
قُل لِّمَن مَّا فِى ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ قُل لِّلَّهِ كَتَبَ عَلَىٰ نَفْسِهِ ٱلرَّحْمَةَ لَيَجْمَعَنَّكُمْ إِلَىٰ يَوْمِ ٱلْقِيَٰمَةِ لَا رَيْبَ فِيهِ ٱلَّذِينَ خَسِرُوٓا۟ أَنفُسَهُمْ فَهُمْ لَا يُؤْمِنُونَ
"Aan Hem behoort alles wat woont (of schuilt) in de nacht en de dag. Want Hij is het Die alle dingen hoort en weet."
وَلَهُۥ مَا سَكَنَ فِى ٱلَّيْلِ وَٱلنَّهَارِ وَهُوَ ٱلسَّمِيعُ ٱلْعَلِيمُ
Zeg: "Zal ik mij een andere beschermer nemen dan Allah, de Maker van de hemelen en de aarde? En Hij is het Die voedt, maar niet gevoed wordt." Zeg: "Nee! Maar mij is geboden de eerste te zijn van hen die zich voor Allah buigen (in de islam), en behoor niet tot het gezelschap van hen die goden naast Allah stellen."
قُلْ أَغَيْرَ ٱللَّهِ أَتَّخِذُ وَلِيًّا فَاطِرِ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ وَهُوَ يُطْعِمُ وَلَا يُطْعَمُ قُلْ إِنِّىٓ أُمِرْتُ أَنْ أَكُونَ أَوَّلَ مَنْ أَسْلَمَ وَلَا تَكُونَنَّ مِنَ ٱلْمُشْرِكِينَ
Zeg: "Indien ik mijn Heer ongehoorzaam was, zou ik waarlijk de straf van een geweldige dag vrezen."
قُلْ إِنِّىٓ أَخَافُ إِنْ عَصَيْتُ رَبِّى عَذَابَ يَوْمٍ عَظِيمٍ
"Op die dag, indien de straf van iemand afgewend wordt, is dat te danken aan Allahs barmhartigheid; en dat zou (de zaligheid) zijn, de klaarblijkelijke vervulling van alle verlangen."
مَّن يُصْرَفْ عَنْهُ يَوْمَئِذٍ فَقَدْ رَحِمَهُۥ وَذَٰلِكَ ٱلْفَوْزُ ٱلْمُبِينُ
"Indien Allah u met tegenspoed treft, kan niemand die wegnemen dan Hij; indien Hij u met geluk treft, Hij heeft macht over alle dingen."
وَإِن يَمْسَسْكَ ٱللَّهُ بِضُرٍّ فَلَا كَاشِفَ لَهُۥٓ إِلَّا هُوَ وَإِن يَمْسَسْكَ بِخَيْرٍ فَهُوَ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ
"Hij is de Onweerstaanbare, (wakend) van boven over Zijn dienaren; en Hij is de Wijze, bekend met alle dingen."
وَهُوَ ٱلْقَاهِرُ فَوْقَ عِبَادِهِۦ وَهُوَ ٱلْحَكِيمُ ٱلْخَبِيرُ
Zeg: "Welke zaak is het gewichtigst als getuigenis?" Zeg: "Allah is getuige tussen mij en u; deze Koran is mij door ingeving geopenbaard, opdat ik u zou waarschuwen en allen die hij bereikt. Kunt u werkelijk getuigen dat er naast Allah een andere Allah is?" Zeg: "Nee! Ik kan dat niet getuigen!" Zeg: "Maar in waarheid is Hij de ene Allah, en ik ben waarlijk onschuldig aan (uw godslastering van) het stellen van anderen naast Hem."
قُلْ أَىُّ شَىْءٍ أَكْبَرُ شَهَٰدَةً قُلِ ٱللَّهُ شَهِيدٌۢ بَيْنِى وَبَيْنَكُمْ وَأُوحِىَ إِلَىَّ هَٰذَا ٱلْقُرْءَانُ لِأُنذِرَكُم بِهِۦ وَمَنۢ بَلَغَ أَئِنَّكُمْ لَتَشْهَدُونَ أَنَّ مَعَ ٱللَّهِ ءَالِهَةً أُخْرَىٰ قُل لَّآ أَشْهَدُ قُلْ إِنَّمَا هُوَ إِلَٰهٌ وَٰحِدٌ وَإِنَّنِى بَرِىٓءٌ مِّمَّا تُشْرِكُونَ
Zij aan wie Wij het Boek gegeven hebben, kennen dit zoals zij hun eigen zonen kennen. Zij die hun eigen ziel verloren hebben, weigeren daarom te geloven.
ٱلَّذِينَ ءَاتَيْنَٰهُمُ ٱلْكِتَٰبَ يَعْرِفُونَهُۥ كَمَا يَعْرِفُونَ أَبْنَآءَهُمُ ٱلَّذِينَ خَسِرُوٓا۟ أَنفُسَهُمْ فَهُمْ لَا يُؤْمِنُونَ
De ontkenning van de opstanding
Wie doet groter onrecht dan hij die een leugen tegen Allah verzint of Zijn tekenen verwerpt? Maar voorwaar, de onrechtvaardigen zullen nooit voorspoedig zijn.
وَمَنْ أَظْلَمُ مِمَّنِ ٱفْتَرَىٰ عَلَى ٱللَّهِ كَذِبًا أَوْ كَذَّبَ بِـَٔايَٰتِهِۦٓ إِنَّهُۥ لَا يُفْلِحُ ٱلظَّٰلِمُونَ
Op een dag zullen Wij hen allen bijeenbrengen: Wij zullen zeggen tot hen die (Ons) deelgenoten toeschreven: "Waar zijn de deelgenoten over wie u sprak (en die u verzon)?"
وَيَوْمَ نَحْشُرُهُمْ جَمِيعًا ثُمَّ نَقُولُ لِلَّذِينَ أَشْرَكُوٓا۟ أَيْنَ شُرَكَآؤُكُمُ ٱلَّذِينَ كُنتُمْ تَزْعُمُونَ
Dan zal er voor hen geen uitvlucht (over) zijn dan te zeggen: "Bij Allah, onze Heer, wij waren niet van hen die goden naast Allah stelden."
ثُمَّ لَمْ تَكُن فِتْنَتُهُمْ إِلَّآ أَن قَالُوا۟ وَٱللَّهِ رَبِّنَا مَا كُنَّا مُشْرِكِينَ
Zie hoe zij liegen tegen hun eigen ziel! Maar de (leugen) die zij verzonnen, zal hen in de steek laten.
ٱنظُرْ كَيْفَ كَذَبُوا۟ عَلَىٰٓ أَنفُسِهِمْ وَضَلَّ عَنْهُم مَّا كَانُوا۟ يَفْتَرُونَ
Onder hen zijn er sommigen die (voorwenden) naar u te luisteren; maar Wij hebben sluiers op hun hart geworpen, zodat zij het niet begrijpen, en doofheid in hun oren; al zagen zij elk van de tekenen, zij zullen er niet in geloven; zozeer dat zij, wanneer zij tot u komen, (slechts) met u twisten; de ongelovigen zeggen: "Dit zijn niets dan fabelen van de ouden."
وَمِنْهُم مَّن يَسْتَمِعُ إِلَيْكَ وَجَعَلْنَا عَلَىٰ قُلُوبِهِمْ أَكِنَّةً أَن يَفْقَهُوهُ وَفِىٓ ءَاذَانِهِمْ وَقْرًا وَإِن يَرَوْا۟ كُلَّ ءَايَةٍ لَّا يُؤْمِنُوا۟ بِهَا حَتَّىٰٓ إِذَا جَآءُوكَ يُجَٰدِلُونَكَ يَقُولُ ٱلَّذِينَ كَفَرُوٓا۟ إِنْ هَٰذَآ إِلَّآ أَسَٰطِيرُ ٱلْأَوَّلِينَ
Anderen houden zij daarvan af, en zelf houden zij zich er verre van; maar zij vernietigen slechts hun eigen ziel, en zij bemerken het niet.
وَهُمْ يَنْهَوْنَ عَنْهُ وَيَنْـَٔوْنَ عَنْهُ وَإِن يُهْلِكُونَ إِلَّآ أَنفُسَهُمْ وَمَا يَشْعُرُونَ
Als u het slechts kon zien, wanneer zij voor het vuur geplaatst worden! Zij zullen zeggen: "Werden wij maar teruggezonden! Dan zouden wij de tekenen van onze Heer niet verwerpen, maar zouden wij behoren tot hen die geloven!"
وَلَوْ تَرَىٰٓ إِذْ وُقِفُوا۟ عَلَى ٱلنَّارِ فَقَالُوا۟ يَٰلَيْتَنَا نُرَدُّ وَلَا نُكَذِّبَ بِـَٔايَٰتِ رَبِّنَا وَنَكُونَ مِنَ ٱلْمُؤْمِنِينَ
Ja, in hun eigen (ogen) zal openbaar worden wat zij tevoren verborgen hielden. Maar indien zij teruggezonden werden, zouden zij zeker terugvallen tot de dingen die hun verboden waren, want zij zijn waarlijk leugenaars.
بَلْ بَدَا لَهُم مَّا كَانُوا۟ يُخْفُونَ مِن قَبْلُ وَلَوْ رُدُّوا۟ لَعَادُوا۟ لِمَا نُهُوا۟ عَنْهُ وَإِنَّهُمْ لَكَٰذِبُونَ
En zij zeggen (soms): "Er is niets dan ons leven op deze aarde, en nooit zullen wij weer opgewekt worden."
وَقَالُوٓا۟ إِنْ هِىَ إِلَّا حَيَاتُنَا ٱلدُّنْيَا وَمَا نَحْنُ بِمَبْعُوثِينَ
Als u het slechts kon zien, wanneer zij voor hun Heer geplaatst worden! Hij zal zeggen: "Is dit niet de waarheid?" Zij zullen zeggen: "Ja, bij onze Heer!" Hij zal zeggen: "Proef dan de straf, omdat u het geloof verwierp."
وَلَوْ تَرَىٰٓ إِذْ وُقِفُوا۟ عَلَىٰ رَبِّهِمْ قَالَ أَلَيْسَ هَٰذَا بِٱلْحَقِّ قَالُوا۟ بَلَىٰ وَرَبِّنَا قَالَ فَذُوقُوا۟ ٱلْعَذَابَ بِمَا كُنتُمْ تَكْفُرُونَ
Verloren zijn waarlijk zij die het voor leugen houden dat zij Allah moeten ontmoeten, — totdat plotseling het uur over hen komt, en zij zeggen: "Ach! Wee ons, dat wij er geen acht op sloegen"; want zij dragen hun lasten op hun rug, en boos zijn waarlijk de lasten die zij dragen!
قَدْ خَسِرَ ٱلَّذِينَ كَذَّبُوا۟ بِلِقَآءِ ٱللَّهِ حَتَّىٰٓ إِذَا جَآءَتْهُمُ ٱلسَّاعَةُ بَغْتَةً قَالُوا۟ يَٰحَسْرَتَنَا عَلَىٰ مَا فَرَّطْنَا فِيهَا وَهُمْ يَحْمِلُونَ أَوْزَارَهُمْ عَلَىٰ ظُهُورِهِمْ أَلَا سَآءَ مَا يَزِرُونَ
Wat is het leven van deze wereld anders dan spel en vermaak? Maar het beste is het huis in het hiernamaals, voor hen die rechtvaardig zijn. Zult u dan niet verstaan?
وَمَا ٱلْحَيَوٰةُ ٱلدُّنْيَآ إِلَّا لَعِبٌ وَلَهْوٌ وَلَلدَّارُ ٱلْـَٔاخِرَةُ خَيْرٌ لِّلَّذِينَ يَتَّقُونَ أَفَلَا تَعْقِلُونَ
Troost voor de boodschapper en de macht van Allah
Wij kennen waarlijk het verdriet dat hun woorden u aandoen: het is niet u die zij verwerpen: het zijn de tekenen van Allah, die de goddelozen versmaden.
قَدْ نَعْلَمُ إِنَّهُۥ لَيَحْزُنُكَ ٱلَّذِى يَقُولُونَ فَإِنَّهُمْ لَا يُكَذِّبُونَكَ وَلَٰكِنَّ ٱلظَّٰلِمِينَ بِـَٔايَٰتِ ٱللَّهِ يَجْحَدُونَ
Verworpen werden de boodschappers vóór u: met geduld en standvastigheid verdroegen zij hun verwerping en het hun aangedane onrecht, totdat Onze hulp hen bereikte: er is niemand die de woorden (en besluiten) van Allah kan veranderen. Reeds hebt u enig bericht ontvangen van die boodschappers.
وَلَقَدْ كُذِّبَتْ رُسُلٌ مِّن قَبْلِكَ فَصَبَرُوا۟ عَلَىٰ مَا كُذِّبُوا۟ وَأُوذُوا۟ حَتَّىٰٓ أَتَىٰهُمْ نَصْرُنَا وَلَا مُبَدِّلَ لِكَلِمَٰتِ ٱللَّهِ وَلَقَدْ جَآءَكَ مِن نَّبَإِى۟ ٱلْمُرْسَلِينَ
Indien hun versmading zwaar valt op uw gemoed, en al was u in staat een tunnel in de grond te zoeken of een ladder naar de hemel, en hun een teken te brengen, — (wat zou het baten?). Indien het Allahs wil was, kon Hij hen bijeenbrengen tot de ware leiding: wees dus niet onder hen die door onwetendheid (en ongeduld) meegesleept worden!
وَإِن كَانَ كَبُرَ عَلَيْكَ إِعْرَاضُهُمْ فَإِنِ ٱسْتَطَعْتَ أَن تَبْتَغِىَ نَفَقًا فِى ٱلْأَرْضِ أَوْ سُلَّمًا فِى ٱلسَّمَآءِ فَتَأْتِيَهُم بِـَٔايَةٍ وَلَوْ شَآءَ ٱللَّهُ لَجَمَعَهُمْ عَلَى ٱلْهُدَىٰ فَلَا تَكُونَنَّ مِنَ ٱلْجَٰهِلِينَ
Zij die (in waarheid) luisteren, zullen, wees er zeker van, aannemen: wat de doden betreft, Allah zal hen opwekken; dan zullen zij tot Hem teruggebracht worden.
إِنَّمَا يَسْتَجِيبُ ٱلَّذِينَ يَسْمَعُونَ وَٱلْمَوْتَىٰ يَبْعَثُهُمُ ٱللَّهُ ثُمَّ إِلَيْهِ يُرْجَعُونَ
Zij zeggen: "Waarom is er geen teken tot hem neergezonden van zijn Heer?" Zeg: "Allah heeft zeker macht om een teken neer te zenden: maar de meesten van hen verstaan het niet."
وَقَالُوا۟ لَوْلَا نُزِّلَ عَلَيْهِ ءَايَةٌ مِّن رَّبِّهِۦ قُلْ إِنَّ ٱللَّهَ قَادِرٌ عَلَىٰٓ أَن يُنَزِّلَ ءَايَةً وَلَٰكِنَّ أَكْثَرَهُمْ لَا يَعْلَمُونَ
Er is geen dier (dat leeft) op de aarde, noch een wezen dat vliegt op zijn vleugels, of (het maakt deel uit van) gemeenschappen zoals u. Niets hebben Wij uit het Boek weggelaten, en zij zullen (allen) ten slotte tot hun Heer vergaderd worden.
وَمَا مِن دَآبَّةٍ فِى ٱلْأَرْضِ وَلَا طَٰٓئِرٍ يَطِيرُ بِجَنَاحَيْهِ إِلَّآ أُمَمٌ أَمْثَالُكُم مَّا فَرَّطْنَا فِى ٱلْكِتَٰبِ مِن شَىْءٍ ثُمَّ إِلَىٰ رَبِّهِمْ يُحْشَرُونَ
Zij die Onze tekenen verwerpen, zijn doof en stom, — te midden van diepe duisternis: wie Allah wil, laat Hij dwalen; wie Hij wil, plaatst Hij op de weg die recht is.
وَٱلَّذِينَ كَذَّبُوا۟ بِـَٔايَٰتِنَا صُمٌّ وَبُكْمٌ فِى ٱلظُّلُمَٰتِ مَن يَشَإِ ٱللَّهُ يُضْلِلْهُ وَمَن يَشَأْ يَجْعَلْهُ عَلَىٰ صِرَٰطٍ مُّسْتَقِيمٍ
Zeg: "Denkt u bij uzelf: indien de toorn van Allah over u komt, of het uur (dat u ducht), zou u dan een ander dan Allah aanroepen? — (antwoord) indien u waarachtig bent!"
قُلْ أَرَءَيْتَكُمْ إِنْ أَتَىٰكُمْ عَذَابُ ٱللَّهِ أَوْ أَتَتْكُمُ ٱلسَّاعَةُ أَغَيْرَ ٱللَّهِ تَدْعُونَ إِن كُنتُمْ صَٰدِقِينَ
"Nee, — Hem zou u aanroepen, en indien het Zijn wil was, zou Hij (de nood) wegnemen die u Hem deed aanroepen, en u zou (de valse goden) vergeten die u naast Hem stelt!"
بَلْ إِيَّاهُ تَدْعُونَ فَيَكْشِفُ مَا تَدْعُونَ إِلَيْهِ إِن شَآءَ وَتَنسَوْنَ مَا تُشْرِكُونَ
Vroegere volken beproefd en Allahs macht
Vóór u zonden Wij (boodschappers) tot vele volken, en Wij troffen de volken met lijden en tegenspoed, opdat zij nederigheid zouden leren.
وَلَقَدْ أَرْسَلْنَآ إِلَىٰٓ أُمَمٍ مِّن قَبْلِكَ فَأَخَذْنَٰهُم بِٱلْبَأْسَآءِ وَٱلضَّرَّآءِ لَعَلَّهُمْ يَتَضَرَّعُونَ
Toen het lijden van Ons hen bereikte, waarom leerden zij toen geen nederigheid? Integendeel, hun hart verhardde zich, en Satan maakte hun (zondige) daden aanlokkelijk voor hen.
فَلَوْلَآ إِذْ جَآءَهُم بَأْسُنَا تَضَرَّعُوا۟ وَلَٰكِن قَسَتْ قُلُوبُهُمْ وَزَيَّنَ لَهُمُ ٱلشَّيْطَٰنُ مَا كَانُوا۟ يَعْمَلُونَ
Maar toen zij de waarschuwing vergaten die zij ontvangen hadden, openden Wij voor hen de poorten van alle (goede) dingen, totdat Wij, te midden van hun genieting van Onze gaven, hen plotseling ter verantwoording riepen, en zie! Zij waren in wanhoop gedompeld!
فَلَمَّا نَسُوا۟ مَا ذُكِّرُوا۟ بِهِۦ فَتَحْنَا عَلَيْهِمْ أَبْوَٰبَ كُلِّ شَىْءٍ حَتَّىٰٓ إِذَا فَرِحُوا۟ بِمَآ أُوتُوٓا۟ أَخَذْنَٰهُم بَغْتَةً فَإِذَا هُم مُّبْلِسُونَ
Van de onrechtvaardigen werd het laatste overblijfsel afgesneden. Lof zij Allah, de Onderhouder van de werelden.
فَقُطِعَ دَابِرُ ٱلْقَوْمِ ٱلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ وَٱلْحَمْدُ لِلَّهِ رَبِّ ٱلْعَٰلَمِينَ
Zeg: "Wat denkt u: indien Allah uw gehoor en uw gezicht wegnam en uw hart verzegelde, wie — welke god anders dan Allah — zou ze u kunnen teruggeven?" Zie hoe Wij de tekenen door verschillende (zinnebeelden) uitleggen; toch wenden zij zich af.
قُلْ أَرَءَيْتُمْ إِنْ أَخَذَ ٱللَّهُ سَمْعَكُمْ وَأَبْصَٰرَكُمْ وَخَتَمَ عَلَىٰ قُلُوبِكُم مَّنْ إِلَٰهٌ غَيْرُ ٱللَّهِ يَأْتِيكُم بِهِ ٱنظُرْ كَيْفَ نُصَرِّفُ ٱلْـَٔايَٰتِ ثُمَّ هُمْ يَصْدِفُونَ
Zeg: "Wat denkt u: indien de straf van Allah over u komt, hetzij plotseling of openlijk, zal dan iemand verdelgd worden behalve zij die onrecht doen?"
قُلْ أَرَءَيْتَكُمْ إِنْ أَتَىٰكُمْ عَذَابُ ٱللَّهِ بَغْتَةً أَوْ جَهْرَةً هَلْ يُهْلَكُ إِلَّا ٱلْقَوْمُ ٱلظَّٰلِمُونَ
Wij zenden de boodschappers slechts om goede tijding te brengen en te waarschuwen: zij dan die geloven en zich (in hun leven) beteren, — op hen zal geen vrees zijn, noch zullen zij treuren.
وَمَا نُرْسِلُ ٱلْمُرْسَلِينَ إِلَّا مُبَشِّرِينَ وَمُنذِرِينَ فَمَنْ ءَامَنَ وَأَصْلَحَ فَلَا خَوْفٌ عَلَيْهِمْ وَلَا هُمْ يَحْزَنُونَ
Maar zij die Onze tekenen verwerpen, — hen zal de straf treffen, omdat zij niet ophielden te overtreden.
وَٱلَّذِينَ كَذَّبُوا۟ بِـَٔايَٰتِنَا يَمَسُّهُمُ ٱلْعَذَابُ بِمَا كَانُوا۟ يَفْسُقُونَ
De boodschapper als mens
Zeg: "Ik zeg u niet dat bij mij de schatten van Allah zijn, noch weet ik wat verborgen is, noch zeg ik u dat ik een engel ben. Ik volg slechts wat mij geopenbaard is." Zeg: "Kan de blinde gelijkgesteld worden met de ziende?" Zult u dan niet nadenken?
قُل لَّآ أَقُولُ لَكُمْ عِندِى خَزَآئِنُ ٱللَّهِ وَلَآ أَعْلَمُ ٱلْغَيْبَ وَلَآ أَقُولُ لَكُمْ إِنِّى مَلَكٌ إِنْ أَتَّبِعُ إِلَّا مَا يُوحَىٰٓ إِلَىَّ قُلْ هَلْ يَسْتَوِى ٱلْأَعْمَىٰ وَٱلْبَصِيرُ أَفَلَا تَتَفَكَّرُونَ
Geef deze waarschuwing aan hen in wier (hart) de vrees is dat zij (ten oordeel) voor hun Heer gebracht zullen worden: behalve Hem zullen zij geen beschermer noch voorspraak hebben: opdat zij zich (voor het kwade) mogen hoeden.
وَأَنذِرْ بِهِ ٱلَّذِينَ يَخَافُونَ أَن يُحْشَرُوٓا۟ إِلَىٰ رَبِّهِمْ لَيْسَ لَهُم مِّن دُونِهِۦ وَلِىٌّ وَلَا شَفِيعٌ لَّعَلَّهُمْ يَتَّقُونَ
Zend hen niet weg die hun Heer aanroepen in de morgen en in de avond, Zijn aangezicht zoekend. In niets bent u verantwoordelijk voor hen, en in niets zijn zij verantwoordelijk voor u, zodat u hen zou wegzenden en zo (één) van de onrechtvaardigen zou zijn.
وَلَا تَطْرُدِ ٱلَّذِينَ يَدْعُونَ رَبَّهُم بِٱلْغَدَوٰةِ وَٱلْعَشِىِّ يُرِيدُونَ وَجْهَهُۥ مَا عَلَيْكَ مِنْ حِسَابِهِم مِّن شَىْءٍ وَمَا مِنْ حِسَابِكَ عَلَيْهِم مِّن شَىْءٍ فَتَطْرُدَهُمْ فَتَكُونَ مِنَ ٱلظَّٰلِمِينَ
Zo hebben Wij sommigen van hen beproefd door vergelijking met anderen, opdat zij zouden zeggen: "Zijn dezen het dan die Allah onder ons begunstigd heeft?" Weet Allah niet het best wie de dankbaren zijn?
وَكَذَٰلِكَ فَتَنَّا بَعْضَهُم بِبَعْضٍ لِّيَقُولُوٓا۟ أَهَٰٓؤُلَآءِ مَنَّ ٱللَّهُ عَلَيْهِم مِّنۢ بَيْنِنَآ أَلَيْسَ ٱللَّهُ بِأَعْلَمَ بِٱلشَّٰكِرِينَ
Wanneer zij tot u komen die in Onze tekenen geloven, zeg dan: "Vrede zij over u: uw Heer heeft voor Zichzelf (de regel van) barmhartigheid voorgeschreven: voorwaar, indien iemand van u in onwetendheid kwaad deed, en daarna berouw had en zich (in zijn gedrag) beterde, zie! Hij is de Veelvergevende, de Meest Barmhartige."
وَإِذَا جَآءَكَ ٱلَّذِينَ يُؤْمِنُونَ بِـَٔايَٰتِنَا فَقُلْ سَلَٰمٌ عَلَيْكُمْ كَتَبَ رَبُّكُمْ عَلَىٰ نَفْسِهِ ٱلرَّحْمَةَ أَنَّهُۥ مَنْ عَمِلَ مِنكُمْ سُوٓءًۢا بِجَهَٰلَةٍ ثُمَّ تَابَ مِنۢ بَعْدِهِۦ وَأَصْلَحَ فَأَنَّهُۥ غَفُورٌ رَّحِيمٌ
Zo leggen Wij de tekenen in bijzonderheden uit: opdat de weg van de zondaren openbaar gemaakt wordt.
وَكَذَٰلِكَ نُفَصِّلُ ٱلْـَٔايَٰتِ وَلِتَسْتَبِينَ سَبِيلُ ٱلْمُجْرِمِينَ
Verbod op afgoderij en redding door Allah
Zeg: "Het is mij verboden hen te dienen — anderen dan Allah — die u aanroept." Zeg: "Ik zal uw ijdele begeerten niet volgen: deed ik dat, dan zou ik van het pad afdwalen, en niet behoren tot het gezelschap van hen die leiding ontvangen."
قُلْ إِنِّى نُهِيتُ أَنْ أَعْبُدَ ٱلَّذِينَ تَدْعُونَ مِن دُونِ ٱللَّهِ قُل لَّآ أَتَّبِعُ أَهْوَآءَكُمْ قَدْ ضَلَلْتُ إِذًا وَمَآ أَنَا۠ مِنَ ٱلْمُهْتَدِينَ
Zeg: "Wat mij betreft, ik (sta) op een duidelijk teken van mijn Heer, maar u verwerpt Hem. Wat u verhaast zou willen zien, staat niet in mijn macht. Het bevel berust bij niemand dan Allah: Hij verkondigt de waarheid, en Hij is de beste van de rechters."
قُلْ إِنِّى عَلَىٰ بَيِّنَةٍ مِّن رَّبِّى وَكَذَّبْتُم بِهِۦ مَا عِندِى مَا تَسْتَعْجِلُونَ بِهِۦٓ إِنِ ٱلْحُكْمُ إِلَّا لِلَّهِ يَقُصُّ ٱلْحَقَّ وَهُوَ خَيْرُ ٱلْفَٰصِلِينَ
Zeg: "Indien hetgeen u verhaast zou willen zien in mijn macht stond, zou de zaak terstond beslist zijn tussen u en mij. Maar Allah kent het best hen die onrecht doen."
قُل لَّوْ أَنَّ عِندِى مَا تَسْتَعْجِلُونَ بِهِۦ لَقُضِىَ ٱلْأَمْرُ بَيْنِى وَبَيْنَكُمْ وَٱللَّهُ أَعْلَمُ بِٱلظَّٰلِمِينَ
Bij Hem zijn de sleutels van het onzienlijke, de schatten die niemand kent dan Hij. Hij weet al wat er op de aarde en in de zee is. Geen blad valt er, of het is met Zijn kennis: er is geen korrel in de duisternis (of diepten) van de aarde, noch iets vers of droogs (groen of verdord), of het is (opgetekend) in een duidelijk geschrift (voor wie kunnen lezen).
وَعِندَهُۥ مَفَاتِحُ ٱلْغَيْبِ لَا يَعْلَمُهَآ إِلَّا هُوَ وَيَعْلَمُ مَا فِى ٱلْبَرِّ وَٱلْبَحْرِ وَمَا تَسْقُطُ مِن وَرَقَةٍ إِلَّا يَعْلَمُهَا وَلَا حَبَّةٍ فِى ظُلُمَٰتِ ٱلْأَرْضِ وَلَا رَطْبٍ وَلَا يَابِسٍ إِلَّا فِى كِتَٰبٍ مُّبِينٍ
Hij is het Die uw ziel wegneemt in de nacht, en kennis heeft van al wat u overdag gedaan hebt: overdag wekt Hij u weer op; opdat een vastgestelde termijn vervuld wordt; ten slotte zal tot Hem uw terugkeer zijn; dan zal Hij u de waarheid tonen van al wat u deed.
وَهُوَ ٱلَّذِى يَتَوَفَّىٰكُم بِٱلَّيْلِ وَيَعْلَمُ مَا جَرَحْتُم بِٱلنَّهَارِ ثُمَّ يَبْعَثُكُمْ فِيهِ لِيُقْضَىٰٓ أَجَلٌ مُّسَمًّى ثُمَّ إِلَيْهِ مَرْجِعُكُمْ ثُمَّ يُنَبِّئُكُم بِمَا كُنتُمْ تَعْمَلُونَ
Hij is de Onweerstaanbare, (wakend) van boven over Zijn dienaren, en Hij stelt wachters over u aan. Ten slotte, wanneer de dood tot één van u nadert, nemen Onze engelen zijn ziel, en zij falen nooit in hun plicht.
وَهُوَ ٱلْقَاهِرُ فَوْقَ عِبَادِهِۦ وَيُرْسِلُ عَلَيْكُمْ حَفَظَةً حَتَّىٰٓ إِذَا جَآءَ أَحَدَكُمُ ٱلْمَوْتُ تَوَفَّتْهُ رُسُلُنَا وَهُمْ لَا يُفَرِّطُونَ
Dan worden de mensen teruggebracht tot Allah, hun Beschermer, de (enige) werkelijkheid: is niet aan Hem het bevel? En Hij is de snelste in het opmaken van de rekening.
ثُمَّ رُدُّوٓا۟ إِلَى ٱللَّهِ مَوْلَىٰهُمُ ٱلْحَقِّ أَلَا لَهُ ٱلْحُكْمُ وَهُوَ أَسْرَعُ ٱلْحَٰسِبِينَ
Zeg: "Wie is het die u redt uit de duistere schuilhoeken van land en zee, wanneer u Hem aanroept in nederigheid en stille vrees: 'Indien Hij ons slechts uit deze (gevaren) redt, (beloven wij dat) wij waarlijk onze dankbaarheid zullen tonen'?"
قُلْ مَن يُنَجِّيكُم مِّن ظُلُمَٰتِ ٱلْبَرِّ وَٱلْبَحْرِ تَدْعُونَهُۥ تَضَرُّعًا وَخُفْيَةً لَّئِنْ أَنجَىٰنَا مِنْ هَٰذِهِۦ لَنَكُونَنَّ مِنَ ٱلشَّٰكِرِينَ
Zeg: "Het is Allah Die u redt uit deze en alle (andere) noden: en toch aanbidt u valse goden!"
قُلِ ٱللَّهُ يُنَجِّيكُم مِّنْهَا وَمِن كُلِّ كَرْبٍ ثُمَّ أَنتُمْ تُشْرِكُونَ
Zeg: "Hij heeft macht om rampen over u te zenden, van boven en van beneden, of u met verwarring te bedekken in partijtwist, u een smaak gevend van wederzijdse wraak — de één van de ander." Zie hoe Wij de tekenen door verschillende (zinnebeelden) uitleggen; opdat zij mogen verstaan.
قُلْ هُوَ ٱلْقَادِرُ عَلَىٰٓ أَن يَبْعَثَ عَلَيْكُمْ عَذَابًا مِّن فَوْقِكُمْ أَوْ مِن تَحْتِ أَرْجُلِكُمْ أَوْ يَلْبِسَكُمْ شِيَعًا وَيُذِيقَ بَعْضَكُم بَأْسَ بَعْضٍ ٱنظُرْ كَيْفَ نُصَرِّفُ ٱلْـَٔايَٰتِ لَعَلَّهُمْ يَفْقَهُونَ
Maar uw volk verwerpt dit, hoewel het de waarheid is. Zeg: "Niet op mij rust de verantwoordelijkheid om uw zaken te regelen;"
وَكَذَّبَ بِهِۦ قَوْمُكَ وَهُوَ ٱلْحَقُّ قُل لَّسْتُ عَلَيْكُم بِوَكِيلٍ
"Voor elke boodschap is er een grens van tijd, en spoedig zult u het weten."
لِّكُلِّ نَبَإٍ مُّسْتَقَرٌّ وَسَوْفَ تَعْلَمُونَ
Omgang met spotters en de oproep tot overgave
Wanneer u mensen ziet die zich inlaten met ijdel gepraat over Onze tekenen, wend u dan van hen af, tenzij zij zich tot een ander onderwerp wenden. Indien Satan u het ooit doet vergeten, zit dan, nadat het u weer te binnen geschoten is, niet in het gezelschap van hen die onrecht doen.
وَإِذَا رَأَيْتَ ٱلَّذِينَ يَخُوضُونَ فِىٓ ءَايَٰتِنَا فَأَعْرِضْ عَنْهُمْ حَتَّىٰ يَخُوضُوا۟ فِى حَدِيثٍ غَيْرِهِۦ وَإِمَّا يُنسِيَنَّكَ ٱلشَّيْطَٰنُ فَلَا تَقْعُدْ بَعْدَ ٱلذِّكْرَىٰ مَعَ ٱلْقَوْمِ ٱلظَّٰلِمِينَ
Voor hen valt geen verantwoordelijkheid op de rechtvaardigen, maar (hun plicht) is hen te vermanen, opdat zij Allah (leren) vrezen.
وَمَا عَلَى ٱلَّذِينَ يَتَّقُونَ مِنْ حِسَابِهِم مِّن شَىْءٍ وَلَٰكِن ذِكْرَىٰ لَعَلَّهُمْ يَتَّقُونَ
Laat hen alleen die hun godsdienst houden voor louter spel en vermaak, en bedrogen worden door het leven van deze wereld. Maar verkondig (hun) deze (waarheid): dat elke ziel zichzelf door haar eigen daden aan het verderf overlevert: zij zal voor zichzelf geen beschermer of voorspraak vinden behalve Allah: al bood zij elk losgeld (of elke vergoeding), niets zal aangenomen worden: zo is (het einde van) hen die zichzelf door hun eigen daden aan het verderf overleveren: zij zullen (slechts) kokend water te drinken hebben, en als straf één die zeer smartelijk is: omdat zij volhardden in het verwerpen van Allah.
وَذَرِ ٱلَّذِينَ ٱتَّخَذُوا۟ دِينَهُمْ لَعِبًا وَلَهْوًا وَغَرَّتْهُمُ ٱلْحَيَوٰةُ ٱلدُّنْيَا وَذَكِّرْ بِهِۦٓ أَن تُبْسَلَ نَفْسٌۢ بِمَا كَسَبَتْ لَيْسَ لَهَا مِن دُونِ ٱللَّهِ وَلِىٌّ وَلَا شَفِيعٌ وَإِن تَعْدِلْ كُلَّ عَدْلٍ لَّا يُؤْخَذْ مِنْهَآ أُو۟لَٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ أُبْسِلُوا۟ بِمَا كَسَبُوا۟ لَهُمْ شَرَابٌ مِّنْ حَمِيمٍ وَعَذَابٌ أَلِيمٌۢ بِمَا كَانُوا۟ يَكْفُرُونَ
Zeg: "Zullen wij waarlijk anderen aanroepen naast Allah, — dingen die ons goed noch kwaad kunnen doen, — en op onze hielen omkeren nadat wij leiding van Allah ontvangen hebben? — als iemand die de boze geesten tot een dwaas gemaakt hebben, verbijsterd dwalend over de aarde, terwijl zijn vrienden roepen: 'kom tot ons', (en hem tevergeefs) naar het pad wijzen." Zeg: "Allahs leiding is de (enige) leiding, en ons is bevolen ons over te geven aan de Heer van de werelden;—"
قُلْ أَنَدْعُوا۟ مِن دُونِ ٱللَّهِ مَا لَا يَنفَعُنَا وَلَا يَضُرُّنَا وَنُرَدُّ عَلَىٰٓ أَعْقَابِنَا بَعْدَ إِذْ هَدَىٰنَا ٱللَّهُ كَٱلَّذِى ٱسْتَهْوَتْهُ ٱلشَّيَٰطِينُ فِى ٱلْأَرْضِ حَيْرَانَ لَهُۥٓ أَصْحَٰبٌ يَدْعُونَهُۥٓ إِلَى ٱلْهُدَى ٱئْتِنَا قُلْ إِنَّ هُدَى ٱللَّهِ هُوَ ٱلْهُدَىٰ وَأُمِرْنَا لِنُسْلِمَ لِرَبِّ ٱلْعَٰلَمِينَ
"Om geregeld het gebed te verrichten en Allah te vrezen: want tot Hem is het dat wij bijeengebracht zullen worden."
وَأَنْ أَقِيمُوا۟ ٱلصَّلَوٰةَ وَٱتَّقُوهُ وَهُوَ ٱلَّذِىٓ إِلَيْهِ تُحْشَرُونَ
Hij is het Die de hemelen en de aarde in ware (verhoudingen) geschapen heeft: de dag dat Hij zegt: "Wees", zie! het is. Zijn woord is de waarheid. Aan Hem zal de heerschappij zijn op de dag dat de bazuin geblazen wordt. Hij kent het onzienlijke zowel als hetgeen openbaar is. Want Hij is de Wijze, wél bekend (met alle dingen).
وَهُوَ ٱلَّذِى خَلَقَ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ بِٱلْحَقِّ وَيَوْمَ يَقُولُ كُن فَيَكُونُ قَوْلُهُ ٱلْحَقُّ وَلَهُ ٱلْمُلْكُ يَوْمَ يُنفَخُ فِى ٱلصُّورِ عَٰلِمُ ٱلْغَيْبِ وَٱلشَّهَٰدَةِ وَهُوَ ٱلْحَكِيمُ ٱلْخَبِيرُ
Abraham verwerpt de afgoden en hemellichamen
Zie! Abraham zei tot zijn vader Azar: "Neemt u afgoden tot goden? Want ik zie u en uw volk in klaarblijkelijke dwaling."
وَإِذْ قَالَ إِبْرَٰهِيمُ لِأَبِيهِ ءَازَرَ أَتَتَّخِذُ أَصْنَامًا ءَالِهَةً إِنِّىٓ أَرَىٰكَ وَقَوْمَكَ فِى ضَلَٰلٍ مُّبِينٍ
Zo ook toonden Wij Abraham de macht en de wetten van de hemelen en de aarde, opdat hij (met verstand) zekerheid zou hebben.
وَكَذَٰلِكَ نُرِىٓ إِبْرَٰهِيمَ مَلَكُوتَ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ وَلِيَكُونَ مِنَ ٱلْمُوقِنِينَ
Toen de nacht hem bedekte, zag hij een ster. Hij zei: "Dit is mijn Heer." Maar toen zij onderging, zei hij: "Ik heb hen niet lief die ondergaan."
فَلَمَّا جَنَّ عَلَيْهِ ٱلَّيْلُ رَءَا كَوْكَبًا قَالَ هَٰذَا رَبِّى فَلَمَّآ أَفَلَ قَالَ لَآ أُحِبُّ ٱلْـَٔافِلِينَ
Toen hij de maan in glans zag opkomen, zei hij: "Dit is mijn Heer." Maar toen de maan onderging, zei hij: "Tenzij mijn Heer mij leidt, zal ik zeker behoren tot hen die afdwalen."
فَلَمَّا رَءَا ٱلْقَمَرَ بَازِغًا قَالَ هَٰذَا رَبِّى فَلَمَّآ أَفَلَ قَالَ لَئِن لَّمْ يَهْدِنِى رَبِّى لَأَكُونَنَّ مِنَ ٱلْقَوْمِ ٱلضَّآلِّينَ
Toen hij de zon in glans zag opkomen, zei hij: "Dit is mijn Heer; deze is de grootste (van alle)." Maar toen de zon onderging, zei hij: "O mijn volk! Ik ben waarlijk vrij van uw (schuld) van het stellen van deelgenoten naast Allah."
فَلَمَّا رَءَا ٱلشَّمْسَ بَازِغَةً قَالَ هَٰذَا رَبِّى هَٰذَآ أَكْبَرُ فَلَمَّآ أَفَلَتْ قَالَ يَٰقَوْمِ إِنِّى بَرِىٓءٌ مِّمَّا تُشْرِكُونَ
"Wat mij betreft, ik heb mijn aangezicht, vast en waarachtig, gericht tot Hem Die de hemelen en de aarde geschapen heeft, en nooit zal ik deelgenoten naast Allah stellen."
إِنِّى وَجَّهْتُ وَجْهِىَ لِلَّذِى فَطَرَ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ حَنِيفًا وَمَآ أَنَا۠ مِنَ ٱلْمُشْرِكِينَ
Zijn volk twistte met hem. Hij zei: "(Komt) u met mij twisten over Allah, terwijl Hij (Zelf) mij geleid heeft? Ik vrees niet (de wezens) die u naast Allah stelt: tenzij mijn Heer het wil, (kan er niets geschieden). Mijn Heer omvat in Zijn kennis alle dingen. Zult u (zelf) dan niet vermaand worden?"
وَحَآجَّهُۥ قَوْمُهُۥ قَالَ أَتُحَٰٓجُّوٓنِّى فِى ٱللَّهِ وَقَدْ هَدَىٰنِ وَلَآ أَخَافُ مَا تُشْرِكُونَ بِهِۦٓ إِلَّآ أَن يَشَآءَ رَبِّى شَيْـًٔا وَسِعَ رَبِّى كُلَّ شَىْءٍ عِلْمًا أَفَلَا تَتَذَكَّرُونَ
"Hoe zou ik (de wezens) vrezen die u naast Allah stelt, terwijl u niet vreest deelgenoten naast Allah te stellen zonder dat u daartoe enige machtiging gegeven is? Wie van (ons) beide partijen heeft meer recht op veiligheid? (Zeg het mij) indien u het weet."
وَكَيْفَ أَخَافُ مَآ أَشْرَكْتُمْ وَلَا تَخَافُونَ أَنَّكُمْ أَشْرَكْتُم بِٱللَّهِ مَا لَمْ يُنَزِّلْ بِهِۦ عَلَيْكُمْ سُلْطَٰنًا فَأَىُّ ٱلْفَرِيقَيْنِ أَحَقُّ بِٱلْأَمْنِ إِن كُنتُمْ تَعْلَمُونَ
"Zij die geloven en hun geloof niet vermengen met onrecht — die zijn het die (waarlijk) in veiligheid zijn, want zij zijn op de (rechte) leiding."
ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَلَمْ يَلْبِسُوٓا۟ إِيمَٰنَهُم بِظُلْمٍ أُو۟لَٰٓئِكَ لَهُمُ ٱلْأَمْنُ وَهُم مُّهْتَدُونَ
Dat was de bewijsvoering aangaande Ons, die Wij Abraham gaven (om te gebruiken) tegen zijn volk: Wij verheffen wie Wij willen, graad na graad: want uw Heer is vol wijsheid en kennis.
وَتِلْكَ حُجَّتُنَآ ءَاتَيْنَٰهَآ إِبْرَٰهِيمَ عَلَىٰ قَوْمِهِۦ نَرْفَعُ دَرَجَٰتٍ مَّن نَّشَآءُ إِنَّ رَبَّكَ حَكِيمٌ عَلِيمٌ
De geleide profeten
Wij gaven hem Izak en Jakob: allen (drie) geleid: en vóór hem leidden Wij Noach, en onder zijn nakomelingen David, Salomo, Job, Jozef, Mozes en Aäron: zo belonen Wij hen die goeddoen:
وَوَهَبْنَا لَهُۥٓ إِسْحَٰقَ وَيَعْقُوبَ كُلًّا هَدَيْنَا وَنُوحًا هَدَيْنَا مِن قَبْلُ وَمِن ذُرِّيَّتِهِۦ دَاوُۥدَ وَسُلَيْمَٰنَ وَأَيُّوبَ وَيُوسُفَ وَمُوسَىٰ وَهَٰرُونَ وَكَذَٰلِكَ نَجْزِى ٱلْمُحْسِنِينَ
En Zacharias en Johannes, en Jezus en Elia: allen in de rijen van de rechtvaardigen:
وَزَكَرِيَّا وَيَحْيَىٰ وَعِيسَىٰ وَإِلْيَاسَ كُلٌّ مِّنَ ٱلصَّٰلِحِينَ
En Ismaël en Elisa, en Jona, en Lot: en aan allen gaven Wij gunst boven de volken:
وَإِسْمَٰعِيلَ وَٱلْيَسَعَ وَيُونُسَ وَلُوطًا وَكُلًّا فَضَّلْنَا عَلَى ٱلْعَٰلَمِينَ
(Aan hen) en aan hun vaderen, en nakomelingen en broeders: Wij verkozen hen, en Wij leidden hen tot een rechte weg.
وَمِنْ ءَابَآئِهِمْ وَذُرِّيَّٰتِهِمْ وَإِخْوَٰنِهِمْ وَٱجْتَبَيْنَٰهُمْ وَهَدَيْنَٰهُمْ إِلَىٰ صِرَٰطٍ مُّسْتَقِيمٍ
Dit is de leiding van Allah: Hij geeft die leiding aan wie Hij wil, van Zijn dienaren. Indien zij andere goden naast Hem gesteld hadden, zou alles wat zij deden voor hen tevergeefs geweest zijn.
ذَٰلِكَ هُدَى ٱللَّهِ يَهْدِى بِهِۦ مَن يَشَآءُ مِنْ عِبَادِهِۦ وَلَوْ أَشْرَكُوا۟ لَحَبِطَ عَنْهُم مَّا كَانُوا۟ يَعْمَلُونَ
Dezen waren de mannen aan wie Wij het Boek gaven, en gezag, en het profeetschap: indien dezen (hun nakomelingen) ze verwerpen, zie! Dan zullen Wij hun zaak toevertrouwen aan een nieuw volk dat ze niet verwerpt.
أُو۟لَٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ ءَاتَيْنَٰهُمُ ٱلْكِتَٰبَ وَٱلْحُكْمَ وَٱلنُّبُوَّةَ فَإِن يَكْفُرْ بِهَا هَٰٓؤُلَآءِ فَقَدْ وَكَّلْنَا بِهَا قَوْمًا لَّيْسُوا۟ بِهَا بِكَٰفِرِينَ
Dat waren de (profeten) die Allahs leiding ontvingen: volg de leiding na die zij ontvingen; zeg: "Geen loon vraag ik u hiervoor: dit is niets minder dan een boodschap voor de volken."
أُو۟لَٰٓئِكَ ٱلَّذِينَ هَدَى ٱللَّهُ فَبِهُدَىٰهُمُ ٱقْتَدِهْ قُل لَّآ أَسْـَٔلُكُمْ عَلَيْهِ أَجْرًا إِنْ هُوَ إِلَّا ذِكْرَىٰ لِلْعَٰلَمِينَ
De openbaring van het Boek
Geen juiste schatting van Allah maken zij, wanneer zij zeggen: "Niets zendt Allah neer tot de mens (bij wijze van openbaring)." Zeg: "Wie zond dan het Boek neer dat Mozes bracht? — een licht en een leiding voor de mens: maar u maakt het tot (losse) bladen voor vertoon, terwijl u veel (van de inhoud) verbergt: daarin werd u geleerd wat u niet wist — u noch uw vaderen." Zeg: "Allah (zond het neer)": laat hen dan in hun ijdel gepraat en beuzelarij verzinken.
وَمَا قَدَرُوا۟ ٱللَّهَ حَقَّ قَدْرِهِۦٓ إِذْ قَالُوا۟ مَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ عَلَىٰ بَشَرٍ مِّن شَىْءٍ قُلْ مَنْ أَنزَلَ ٱلْكِتَٰبَ ٱلَّذِى جَآءَ بِهِۦ مُوسَىٰ نُورًا وَهُدًى لِّلنَّاسِ تَجْعَلُونَهُۥ قَرَاطِيسَ تُبْدُونَهَا وَتُخْفُونَ كَثِيرًا وَعُلِّمْتُم مَّا لَمْ تَعْلَمُوٓا۟ أَنتُمْ وَلَآ ءَابَآؤُكُمْ قُلِ ٱللَّهُ ثُمَّ ذَرْهُمْ فِى خَوْضِهِمْ يَلْعَبُونَ
En dit is een Boek dat Wij neergezonden hebben, zegeningen brengend, en bevestigend (de openbaringen) die eraan voorafgingen: opdat u de moeder van de steden zou waarschuwen en allen rondom haar. Zij die in het hiernamaals geloven, geloven in dit (Boek), en zij zijn standvastig in het waken over hun gebeden.
وَهَٰذَا كِتَٰبٌ أَنزَلْنَٰهُ مُبَارَكٌ مُّصَدِّقُ ٱلَّذِى بَيْنَ يَدَيْهِ وَلِتُنذِرَ أُمَّ ٱلْقُرَىٰ وَمَنْ حَوْلَهَا وَٱلَّذِينَ يُؤْمِنُونَ بِٱلْـَٔاخِرَةِ يُؤْمِنُونَ بِهِۦ وَهُمْ عَلَىٰ صَلَاتِهِمْ يُحَافِظُونَ
Wie kan goddelozer zijn dan hij die een leugen tegen Allah verzint, of zegt: "Ik heb een ingeving ontvangen", terwijl hij niets ontvangen heeft, of (wederom) die zegt: "Ik kan het gelijke openbaren van wat Allah geopenbaard heeft"? Als u slechts kon zien hoe de goddelozen (het vergaat) in de vloed van verwarring bij de dood! — de engelen strekken hun handen uit, (zeggend): "Geef uw ziel over: deze dag zult u uw beloning ontvangen, — een straf van schande, omdat u leugens tegen Allah placht te spreken, en Zijn tekenen met verachting placht te verwerpen!"
وَمَنْ أَظْلَمُ مِمَّنِ ٱفْتَرَىٰ عَلَى ٱللَّهِ كَذِبًا أَوْ قَالَ أُوحِىَ إِلَىَّ وَلَمْ يُوحَ إِلَيْهِ شَىْءٌ وَمَن قَالَ سَأُنزِلُ مِثْلَ مَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ وَلَوْ تَرَىٰٓ إِذِ ٱلظَّٰلِمُونَ فِى غَمَرَٰتِ ٱلْمَوْتِ وَٱلْمَلَٰٓئِكَةُ بَاسِطُوٓا۟ أَيْدِيهِمْ أَخْرِجُوٓا۟ أَنفُسَكُمُ ٱلْيَوْمَ تُجْزَوْنَ عَذَابَ ٱلْهُونِ بِمَا كُنتُمْ تَقُولُونَ عَلَى ٱللَّهِ غَيْرَ ٱلْحَقِّ وَكُنتُمْ عَنْ ءَايَٰتِهِۦ تَسْتَكْبِرُونَ
"En zie! U komt tot Ons naakt en alleen, zoals Wij u de eerste maal geschapen hebben: u hebt alles (aan gunsten) achtergelaten wat Wij u geschonken hebben: Wij zien bij u uw voorsprekers niet, van wie u meende dat zij deelgenoten waren in uw zaken: zo zijn nu alle banden tussen u afgesneden, en uw (geliefde) verzinsels hebben u in de steek gelaten!"
وَلَقَدْ جِئْتُمُونَا فُرَٰدَىٰ كَمَا خَلَقْنَٰكُمْ أَوَّلَ مَرَّةٍ وَتَرَكْتُم مَّا خَوَّلْنَٰكُمْ وَرَآءَ ظُهُورِكُمْ وَمَا نَرَىٰ مَعَكُمْ شُفَعَآءَكُمُ ٱلَّذِينَ زَعَمْتُمْ أَنَّهُمْ فِيكُمْ شُرَكَٰٓؤُا۟ لَقَد تَّقَطَّعَ بَيْنَكُمْ وَضَلَّ عَنكُم مَّا كُنتُمْ تَزْعُمُونَ
Tekenen van de Schepper in de natuur
Het is Allah Die de zaadkorrel en de dadelpit doet splijten en ontkiemen. Hij doet het levende voortkomen uit het dode, en Hij is het Die het dode doet voortkomen uit het levende. Dat is Allah: hoe wordt u dan van de waarheid afgewend?
إِنَّ ٱللَّهَ فَالِقُ ٱلْحَبِّ وَٱلنَّوَىٰ يُخْرِجُ ٱلْحَىَّ مِنَ ٱلْمَيِّتِ وَمُخْرِجُ ٱلْمَيِّتِ مِنَ ٱلْحَىِّ ذَٰلِكُمُ ٱللَّهُ فَأَنَّىٰ تُؤْفَكُونَ
Hij is het Die de dageraad doet doorbreken (uit het duister): Hij maakt de nacht tot rust en stilte, en de zon en de maan tot berekening (van de tijd): zo is de beschikking en ordening van (Hem), de Verhevene in macht, de Alwetende.
فَالِقُ ٱلْإِصْبَاحِ وَجَعَلَ ٱلَّيْلَ سَكَنًا وَٱلشَّمْسَ وَٱلْقَمَرَ حُسْبَانًا ذَٰلِكَ تَقْدِيرُ ٱلْعَزِيزِ ٱلْعَلِيمِ
Hij is het Die de sterren (als bakens) voor u gemaakt heeft, opdat u zich met hun hulp zou kunnen richten door de donkere ruimten van land en zee: Wij zetten Onze tekenen uiteen voor mensen die weten.
وَهُوَ ٱلَّذِى جَعَلَ لَكُمُ ٱلنُّجُومَ لِتَهْتَدُوا۟ بِهَا فِى ظُلُمَٰتِ ٱلْبَرِّ وَٱلْبَحْرِ قَدْ فَصَّلْنَا ٱلْـَٔايَٰتِ لِقَوْمٍ يَعْلَمُونَ
Hij is het Die u heeft voortgebracht uit één persoon: hier is een verblijfplaats en een plaats van vertrek: Wij zetten Onze tekenen uiteen voor mensen die verstaan.
وَهُوَ ٱلَّذِىٓ أَنشَأَكُم مِّن نَّفْسٍ وَٰحِدَةٍ فَمُسْتَقَرٌّ وَمُسْتَوْدَعٌ قَدْ فَصَّلْنَا ٱلْـَٔايَٰتِ لِقَوْمٍ يَفْقَهُونَ
Hij is het Die regen neerzendt uit de hemel: daarmee brengen Wij gewas voort van allerlei soort: uit sommige brengen Wij groen (gewas) voort, waaruit Wij graan voortbrengen, opgehoopt (bij de oogst); uit de dadelpalm en zijn scheden (of kolven) (komen) trossen dadels, laag en nabij hangend: en (dan zijn er) tuinen van druiven, en olijven, en granaatappelen, elk gelijksoortig (in aard) doch verschillend (in verscheidenheid): wanneer zij vrucht beginnen te dragen, verlustig dan uw ogen in de vrucht en de rijpheid daarvan. Zie! In deze dingen zijn tekenen voor mensen die geloven.
وَهُوَ ٱلَّذِىٓ أَنزَلَ مِنَ ٱلسَّمَآءِ مَآءً فَأَخْرَجْنَا بِهِۦ نَبَاتَ كُلِّ شَىْءٍ فَأَخْرَجْنَا مِنْهُ خَضِرًا نُّخْرِجُ مِنْهُ حَبًّا مُّتَرَاكِبًا وَمِنَ ٱلنَّخْلِ مِن طَلْعِهَا قِنْوَانٌ دَانِيَةٌ وَجَنَّٰتٍ مِّنْ أَعْنَابٍ وَٱلزَّيْتُونَ وَٱلرُّمَّانَ مُشْتَبِهًا وَغَيْرَ مُتَشَٰبِهٍ ٱنظُرُوٓا۟ إِلَىٰ ثَمَرِهِۦٓ إِذَآ أَثْمَرَ وَيَنْعِهِۦٓ إِنَّ فِى ذَٰلِكُمْ لَـَٔايَٰتٍ لِّقَوْمٍ يُؤْمِنُونَ
Allah heeft geen zoon of deelgenoot
Toch stellen zij de djinn als gelijken naast Allah, hoewel Allah de djinn geschapen heeft; en valselijk, zonder kennis, schrijven zij Hem zonen en dochters toe. Lof en heerlijkheid zij Hem! (Want Hij is) verheven boven wat zij Hem toeschrijven!
وَجَعَلُوا۟ لِلَّهِ شُرَكَآءَ ٱلْجِنَّ وَخَلَقَهُمْ وَخَرَقُوا۟ لَهُۥ بَنِينَ وَبَنَٰتٍۭ بِغَيْرِ عِلْمٍ سُبْحَٰنَهُۥ وَتَعَٰلَىٰ عَمَّا يَصِفُونَ
Aan Hem komt de eerste oorsprong van de hemelen en de aarde toe: hoe kan Hij een zoon hebben, terwijl Hij geen gemalin heeft? Hij schiep alle dingen, en Hij heeft volle kennis van alle dingen.
بَدِيعُ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضِ أَنَّىٰ يَكُونُ لَهُۥ وَلَدٌ وَلَمْ تَكُن لَّهُۥ صَٰحِبَةٌ وَخَلَقَ كُلَّ شَىْءٍ وَهُوَ بِكُلِّ شَىْءٍ عَلِيمٌ
Dat is Allah, uw Heer! Er is geen god dan Hij, de Schepper van alle dingen: dien Hem dan: en Hij heeft macht om over alle zaken te beschikken.
ذَٰلِكُمُ ٱللَّهُ رَبُّكُمْ لَآ إِلَٰهَ إِلَّا هُوَ خَٰلِقُ كُلِّ شَىْءٍ فَٱعْبُدُوهُ وَهُوَ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ وَكِيلٌ
Geen blik kan Hem vatten, maar Zijn greep is over alle blikken: Hij is boven alle begrip verheven, doch is bekend met alle dingen.
لَّا تُدْرِكُهُ ٱلْأَبْصَٰرُ وَهُوَ يُدْرِكُ ٱلْأَبْصَٰرَ وَهُوَ ٱللَّطِيفُ ٱلْخَبِيرُ
"Nu zijn er tot u, van uw Heer, bewijzen gekomen (om uw ogen te openen): indien iemand wil zien, het zal zijn tot (het heil van) zijn eigen ziel; indien iemand blind wil zijn, het zal zijn tot zijn eigen (schade): ik ben niet (hier) om over uw doen en laten te waken."
قَدْ جَآءَكُم بَصَآئِرُ مِن رَّبِّكُمْ فَمَنْ أَبْصَرَ فَلِنَفْسِهِۦ وَمَنْ عَمِىَ فَعَلَيْهَا وَمَآ أَنَا۠ عَلَيْكُم بِحَفِيظٍ
Zo leggen Wij de tekenen door verschillende (zinnebeelden) uit: opdat zij zouden zeggen: "U hebt (ons) naarstig onderwezen", en opdat Wij de zaak duidelijk zouden maken voor hen die weten.
وَكَذَٰلِكَ نُصَرِّفُ ٱلْـَٔايَٰتِ وَلِيَقُولُوا۟ دَرَسْتَ وَلِنُبَيِّنَهُۥ لِقَوْمٍ يَعْلَمُونَ
Het volgen van de openbaring en de ongelovigen
Volg wat u door ingeving van uw Heer geleerd is: er is geen god dan Hij: en wend u af van hen die goden naast Allah stellen.
ٱتَّبِعْ مَآ أُوحِىَ إِلَيْكَ مِن رَّبِّكَ لَآ إِلَٰهَ إِلَّا هُوَ وَأَعْرِضْ عَنِ ٱلْمُشْرِكِينَ
Indien het Allahs plan geweest was, zouden zij geen valse goden genomen hebben: maar Wij hebben u niet gemaakt tot iemand die over hun doen en laten waakt, noch bent u over hen gesteld om over hun zaken te beschikken.
وَلَوْ شَآءَ ٱللَّهُ مَآ أَشْرَكُوا۟ وَمَا جَعَلْنَٰكَ عَلَيْهِمْ حَفِيظًا وَمَآ أَنتَ عَلَيْهِم بِوَكِيلٍ
Beschimp niet hen die zij aanroepen naast Allah, opdat zij niet uit vijandigheid Allah beschimpen in hun onwetendheid. Zo hebben Wij voor elk volk zijn eigen doen en laten aanlokkelijk gemaakt. Ten slotte zullen zij tot hun Heer terugkeren, en Wij zullen hun dan de waarheid vertellen van alles wat zij deden.
وَلَا تَسُبُّوا۟ ٱلَّذِينَ يَدْعُونَ مِن دُونِ ٱللَّهِ فَيَسُبُّوا۟ ٱللَّهَ عَدْوًۢا بِغَيْرِ عِلْمٍ كَذَٰلِكَ زَيَّنَّا لِكُلِّ أُمَّةٍ عَمَلَهُمْ ثُمَّ إِلَىٰ رَبِّهِم مَّرْجِعُهُمْ فَيُنَبِّئُهُم بِمَا كَانُوا۟ يَعْمَلُونَ
Zij zweren hun sterkste eden bij Allah, dat, indien een (bijzonder) teken tot hen kwam, zij daardoor zouden geloven. Zeg: "Zeker, (alle) tekenen zijn in de macht van Allah: maar wat zal u (moslims) doen beseffen dat zij, (zelfs) indien er (bijzondere) tekenen kwamen, niet zullen geloven?"
وَأَقْسَمُوا۟ بِٱللَّهِ جَهْدَ أَيْمَٰنِهِمْ لَئِن جَآءَتْهُمْ ءَايَةٌ لَّيُؤْمِنُنَّ بِهَا قُلْ إِنَّمَا ٱلْـَٔايَٰتُ عِندَ ٱللَّهِ وَمَا يُشْعِرُكُمْ أَنَّهَآ إِذَا جَآءَتْ لَا يُؤْمِنُونَ
Wij zullen (ook) hun hart en hun ogen (in verwarring) wenden, evenals zij de eerste maal weigerden hierin te geloven: Wij zullen hen in hun overtredingen laten, om in verbijstering rond te dwalen.
وَنُقَلِّبُ أَفْـِٔدَتَهُمْ وَأَبْصَٰرَهُمْ كَمَا لَمْ يُؤْمِنُوا۟ بِهِۦٓ أَوَّلَ مَرَّةٍ وَنَذَرُهُمْ فِى طُغْيَٰنِهِمْ يَعْمَهُونَ
Zelfs indien Wij engelen tot hen zonden, en de doden tot hen spraken, en Wij alle dingen vóór hun ogen bijeenbrachten, zij zijn niet degenen die zullen geloven, tenzij het in Allahs plan is. Maar de meesten van hen slaan geen acht op (de waarheid).
وَلَوْ أَنَّنَا نَزَّلْنَآ إِلَيْهِمُ ٱلْمَلَٰٓئِكَةَ وَكَلَّمَهُمُ ٱلْمَوْتَىٰ وَحَشَرْنَا عَلَيْهِمْ كُلَّ شَىْءٍ قُبُلًا مَّا كَانُوا۟ لِيُؤْمِنُوٓا۟ إِلَّآ أَن يَشَآءَ ٱللَّهُ وَلَٰكِنَّ أَكْثَرَهُمْ يَجْهَلُونَ
Evenzo hebben Wij voor elke boodschapper een vijand gemaakt, — boze geesten onder mensen en djinn, die elkaar met schoonschijnende woorden ingeven ter misleiding. Indien uw Heer het zo beschikt had, zouden zij het niet gedaan hebben: laat hen dus alleen met hun verzinsels.
وَكَذَٰلِكَ جَعَلْنَا لِكُلِّ نَبِىٍّ عَدُوًّا شَيَٰطِينَ ٱلْإِنسِ وَٱلْجِنِّ يُوحِى بَعْضُهُمْ إِلَىٰ بَعْضٍ زُخْرُفَ ٱلْقَوْلِ غُرُورًا وَلَوْ شَآءَ رَبُّكَ مَا فَعَلُوهُ فَذَرْهُمْ وَمَا يَفْتَرُونَ
Tot zulk (bedrog) neige het hart van hen die niet geloven in het hiernamaals: laat hen zich erin verlustigen, en laat hen daaruit verdienen wat zij kunnen.
وَلِتَصْغَىٰٓ إِلَيْهِ أَفْـِٔدَةُ ٱلَّذِينَ لَا يُؤْمِنُونَ بِٱلْـَٔاخِرَةِ وَلِيَرْضَوْهُ وَلِيَقْتَرِفُوا۟ مَا هُم مُّقْتَرِفُونَ
Allah als enige rechter
Zeg: "Zal ik een andere rechter zoeken dan Allah? — terwijl Hij het is Die het Boek tot u neergezonden heeft, in bijzonderheden uitgelegd." Zij weten zeer wel, zij aan wie Wij het Boek gegeven hebben, dat het van uw Heer in waarheid neergezonden is. Wees dan nooit van hen die twijfelen.
أَفَغَيْرَ ٱللَّهِ أَبْتَغِى حَكَمًا وَهُوَ ٱلَّذِىٓ أَنزَلَ إِلَيْكُمُ ٱلْكِتَٰبَ مُفَصَّلًا وَٱلَّذِينَ ءَاتَيْنَٰهُمُ ٱلْكِتَٰبَ يَعْلَمُونَ أَنَّهُۥ مُنَزَّلٌ مِّن رَّبِّكَ بِٱلْحَقِّ فَلَا تَكُونَنَّ مِنَ ٱلْمُمْتَرِينَ
Het woord van uw Heer vindt zijn vervulling in waarheid en in gerechtigheid: niemand kan Zijn woorden veranderen: want Hij is het Die alles hoort en weet.
وَتَمَّتْ كَلِمَتُ رَبِّكَ صِدْقًا وَعَدْلًا لَّا مُبَدِّلَ لِكَلِمَٰتِهِۦ وَهُوَ ٱلسَّمِيعُ ٱلْعَلِيمُ
Als u de grote menigte van hen die op aarde zijn zou volgen, zouden zij u wegleiden van de weg van Allah. Zij volgen niets dan vermoedens: zij doen niets dan liegen.
وَإِن تُطِعْ أَكْثَرَ مَن فِى ٱلْأَرْضِ يُضِلُّوكَ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ إِن يَتَّبِعُونَ إِلَّا ٱلظَّنَّ وَإِنْ هُمْ إِلَّا يَخْرُصُونَ
Uw Heer weet het best wie van Zijn weg afdwaalt: Hij weet het best wie het zijn die Zijn leiding ontvangen.
إِنَّ رَبَّكَ هُوَ أَعْلَمُ مَن يَضِلُّ عَن سَبِيلِهِۦ وَهُوَ أَعْلَمُ بِٱلْمُهْتَدِينَ
Geoorloofd en verboden voedsel
Eet dan van (het vlees) waarover Allahs naam uitgesproken is, indien u in Zijn tekenen gelooft.
فَكُلُوا۟ مِمَّا ذُكِرَ ٱسْمُ ٱللَّهِ عَلَيْهِ إِن كُنتُم بِـَٔايَٰتِهِۦ مُؤْمِنِينَ
Waarom zou u niet eten van (het vlees) waarover Allahs naam uitgesproken is, terwijl Hij u in bijzonderheden uitgelegd heeft wat u verboden is — behalve onder dwang van noodzaak? Maar velen misleiden (de mensen) door hun begeerten, niet beteugeld door kennis. Uw Heer kent het best hen die overtreden.
وَمَا لَكُمْ أَلَّا تَأْكُلُوا۟ مِمَّا ذُكِرَ ٱسْمُ ٱللَّهِ عَلَيْهِ وَقَدْ فَصَّلَ لَكُم مَّا حَرَّمَ عَلَيْكُمْ إِلَّا مَا ٱضْطُرِرْتُمْ إِلَيْهِ وَإِنَّ كَثِيرًا لَّيُضِلُّونَ بِأَهْوَآئِهِم بِغَيْرِ عِلْمٍ إِنَّ رَبَّكَ هُوَ أَعْلَمُ بِٱلْمُعْتَدِينَ
Vermijd alle zonde, openlijk of heimelijk: zij die zonde verwerven, zullen de verschuldigde vergelding voor hun "verdiensten" ontvangen.
وَذَرُوا۟ ظَٰهِرَ ٱلْإِثْمِ وَبَاطِنَهُۥٓ إِنَّ ٱلَّذِينَ يَكْسِبُونَ ٱلْإِثْمَ سَيُجْزَوْنَ بِمَا كَانُوا۟ يَقْتَرِفُونَ
Eet niet van (het vlees) waarover Allahs naam niet uitgesproken is: dat zou goddeloosheid zijn. Maar de boze geesten geven hun vrienden steeds in om met u te twisten; indien u hen zou gehoorzamen, zou u waarlijk heidenen zijn.
وَلَا تَأْكُلُوا۟ مِمَّا لَمْ يُذْكَرِ ٱسْمُ ٱللَّهِ عَلَيْهِ وَإِنَّهُۥ لَفِسْقٌ وَإِنَّ ٱلشَّيَٰطِينَ لَيُوحُونَ إِلَىٰٓ أَوْلِيَآئِهِمْ لِيُجَٰدِلُوكُمْ وَإِنْ أَطَعْتُمُوهُمْ إِنَّكُمْ لَمُشْرِكُونَ
Leiders in het kwaad en de opening van het hart
Kan hij die dood was, aan wie Wij leven gaven, en een licht waarmee hij onder de mensen kan wandelen, gelijk zijn aan hem die in de diepten van de duisternis is, waaruit hij nooit kan komen? Zo schijnen aan hen die niet geloven hun eigen daden schoon toe.
أَوَمَن كَانَ مَيْتًا فَأَحْيَيْنَٰهُ وَجَعَلْنَا لَهُۥ نُورًا يَمْشِى بِهِۦ فِى ٱلنَّاسِ كَمَن مَّثَلُهُۥ فِى ٱلظُّلُمَٰتِ لَيْسَ بِخَارِجٍ مِّنْهَا كَذَٰلِكَ زُيِّنَ لِلْكَٰفِرِينَ مَا كَانُوا۟ يَعْمَلُونَ
Zo hebben Wij in elke stad leiders geplaatst, haar goddeloze mannen, om daarin samen te spannen (en te wroeten): maar zij spannen slechts samen tegen hun eigen ziel, en zij bemerken het niet.
وَكَذَٰلِكَ جَعَلْنَا فِى كُلِّ قَرْيَةٍ أَكَٰبِرَ مُجْرِمِيهَا لِيَمْكُرُوا۟ فِيهَا وَمَا يَمْكُرُونَ إِلَّا بِأَنفُسِهِمْ وَمَا يَشْعُرُونَ
Wanneer er een teken (van Allah) tot hen komt, zeggen zij: "Wij zullen niet geloven totdat wij er één ontvangen (juist) gelijk aan die welke Allahs boodschappers ontvingen." Allah weet het best waar (en hoe) Hij Zijn zending zal volbrengen. Spoedig zullen de goddelozen voor Allah door vernedering worden getroffen, en wegens al hun samenspanningen door een strenge straf.
وَإِذَا جَآءَتْهُمْ ءَايَةٌ قَالُوا۟ لَن نُّؤْمِنَ حَتَّىٰ نُؤْتَىٰ مِثْلَ مَآ أُوتِىَ رُسُلُ ٱللَّهِ ٱللَّهُ أَعْلَمُ حَيْثُ يَجْعَلُ رِسَالَتَهُۥ سَيُصِيبُ ٱلَّذِينَ أَجْرَمُوا۟ صَغَارٌ عِندَ ٱللَّهِ وَعَذَابٌ شَدِيدٌۢ بِمَا كَانُوا۟ يَمْكُرُونَ
Wie Allah (in Zijn plan) wil leiden, — diens borst opent Hij voor de islam; wie Hij dwalend wil laten, — diens borst maakt Hij nauw en beklemd, alsof hij tot de hemel moest opklimmen: zo (legt) Allah de straf op hen die weigeren te geloven.
فَمَن يُرِدِ ٱللَّهُ أَن يَهْدِيَهُۥ يَشْرَحْ صَدْرَهُۥ لِلْإِسْلَٰمِ وَمَن يُرِدْ أَن يُضِلَّهُۥ يَجْعَلْ صَدْرَهُۥ ضَيِّقًا حَرَجًا كَأَنَّمَا يَصَّعَّدُ فِى ٱلسَّمَآءِ كَذَٰلِكَ يَجْعَلُ ٱللَّهُ ٱلرِّجْسَ عَلَى ٱلَّذِينَ لَا يُؤْمِنُونَ
Dit is de weg van uw Heer, die recht leidt: Wij hebben de tekenen uiteengezet voor hen die vermaning aannemen.
وَهَٰذَا صِرَٰطُ رَبِّكَ مُسْتَقِيمًا قَدْ فَصَّلْنَا ٱلْـَٔايَٰتِ لِقَوْمٍ يَذَّكَّرُونَ
Voor hen zal er een woning van vrede zijn bij hun Heer: Hij zal hun vriend zijn, omdat zij (gerechtigheid) betrachtten.
لَهُمْ دَارُ ٱلسَّلَٰمِ عِندَ رَبِّهِمْ وَهُوَ وَلِيُّهُم بِمَا كَانُوا۟ يَعْمَلُونَ
De ondervraging van djinn en mensen
Op een dag zal Hij hen allen bijeenbrengen, (en zeggen): "O vergadering van djinn! Veel (tol) hebt u geheven van de mensen." Hun vrienden onder de mensen zullen zeggen: "Onze Heer! Wij hebben voordeel gehad van elkaar: maar (helaas!) wij hebben onze termijn bereikt — die U voor ons bepaald had." Hij zal zeggen: "Het vuur zij uw woonplaats: u zult daarin voor eeuwig wonen, tenzij Allah anders wil." Want uw Heer is vol wijsheid en kennis.
وَيَوْمَ يَحْشُرُهُمْ جَمِيعًا يَٰمَعْشَرَ ٱلْجِنِّ قَدِ ٱسْتَكْثَرْتُم مِّنَ ٱلْإِنسِ وَقَالَ أَوْلِيَآؤُهُم مِّنَ ٱلْإِنسِ رَبَّنَا ٱسْتَمْتَعَ بَعْضُنَا بِبَعْضٍ وَبَلَغْنَآ أَجَلَنَا ٱلَّذِىٓ أَجَّلْتَ لَنَا قَالَ ٱلنَّارُ مَثْوَىٰكُمْ خَٰلِدِينَ فِيهَآ إِلَّا مَا شَآءَ ٱللَّهُ إِنَّ رَبَّكَ حَكِيمٌ عَلِيمٌ
Zo doen Wij de onrechtvaardigen zich tot elkaar wenden, vanwege wat zij verdienen.
وَكَذَٰلِكَ نُوَلِّى بَعْضَ ٱلظَّٰلِمِينَ بَعْضًۢا بِمَا كَانُوا۟ يَكْسِبُونَ
"O vergadering van djinn en mensen! Zijn er niet uit uw midden boodschappers tot u gekomen, die u Mijn tekenen voorhielden, en u waarschuwden voor de ontmoeting van deze uw dag?" Zij zullen zeggen: "Wij getuigen tegen onszelf." Het was het leven van deze wereld dat hen bedroog. Zo zullen zij tegen zichzelf getuigen dat zij het geloof verwierpen.
يَٰمَعْشَرَ ٱلْجِنِّ وَٱلْإِنسِ أَلَمْ يَأْتِكُمْ رُسُلٌ مِّنكُمْ يَقُصُّونَ عَلَيْكُمْ ءَايَٰتِى وَيُنذِرُونَكُمْ لِقَآءَ يَوْمِكُمْ هَٰذَا قَالُوا۟ شَهِدْنَا عَلَىٰٓ أَنفُسِنَا وَغَرَّتْهُمُ ٱلْحَيَوٰةُ ٱلدُّنْيَا وَشَهِدُوا۟ عَلَىٰٓ أَنفُسِهِمْ أَنَّهُمْ كَانُوا۟ كَٰفِرِينَ
(De boodschappers werden gezonden) omdat uw Heer de woningen van de mensen niet zou verwoesten om hun ongerechtigheid, terwijl hun bewoners niet gewaarschuwd waren.
ذَٰلِكَ أَن لَّمْ يَكُن رَّبُّكَ مُهْلِكَ ٱلْقُرَىٰ بِظُلْمٍ وَأَهْلُهَا غَٰفِلُونَ
Voor allen zijn er graden (of rangen) naar hun daden: want uw Heer is niet onachtzaam omtrent iets van hetgeen zij doen.
وَلِكُلٍّ دَرَجَٰتٌ مِّمَّا عَمِلُوا۟ وَمَا رَبُّكَ بِغَٰفِلٍ عَمَّا يَعْمَلُونَ
Uw Heer is Zichzelf genoeg, vol van barmhartigheid: indien het Zijn wil was, kon Hij u verdelgen en in uw plaats aanstellen wie Hij wil als uw opvolgers, zoals Hij u heeft verwekt uit het nageslacht van andere mensen.
وَرَبُّكَ ٱلْغَنِىُّ ذُو ٱلرَّحْمَةِ إِن يَشَأْ يُذْهِبْكُمْ وَيَسْتَخْلِفْ مِنۢ بَعْدِكُم مَّا يَشَآءُ كَمَآ أَنشَأَكُم مِّن ذُرِّيَّةِ قَوْمٍ ءَاخَرِينَ
Al hetgeen u beloofd is, zal geschieden: en u kunt het niet verijdelen (in het minst).
إِنَّ مَا تُوعَدُونَ لَـَٔاتٍ وَمَآ أَنتُم بِمُعْجِزِينَ
Zeg: "O mijn volk! Doe al wat u kunt: ik zal (mijn deel) doen: weldra zult u weten wie het is wiens einde (het beste) zal zijn in het hiernamaals: zeker is het dat de onrechtvaardigen niet voorspoedig zullen zijn."
قُلْ يَٰقَوْمِ ٱعْمَلُوا۟ عَلَىٰ مَكَانَتِكُمْ إِنِّى عَامِلٌ فَسَوْفَ تَعْلَمُونَ مَن تَكُونُ لَهُۥ عَٰقِبَةُ ٱلدَّارِ إِنَّهُۥ لَا يُفْلِحُ ٱلظَّٰلِمُونَ
Heidense bijgeloven over vee en gewassen
Van hetgeen Allah in overvloed heeft voortgebracht aan akkerbouw en aan vee, hebben zij Hem een deel toegewezen: zij zeggen, naar hun eigen inbeeldingen: "Dit is voor Allah, en dit" - voor onze "deelgenoten"! maar het deel van hun "deelgenoten" bereikt Allah niet, terwijl het deel van Allah hun "deelgenoten" bereikt! Boos (en onrechtvaardig) is hun toewijzing!
وَجَعَلُوا۟ لِلَّهِ مِمَّا ذَرَأَ مِنَ ٱلْحَرْثِ وَٱلْأَنْعَٰمِ نَصِيبًا فَقَالُوا۟ هَٰذَا لِلَّهِ بِزَعْمِهِمْ وَهَٰذَا لِشُرَكَآئِنَا فَمَا كَانَ لِشُرَكَآئِهِمْ فَلَا يَصِلُ إِلَى ٱللَّهِ وَمَا كَانَ لِلَّهِ فَهُوَ يَصِلُ إِلَىٰ شُرَكَآئِهِمْ سَآءَ مَا يَحْكُمُونَ
Evenzo hebben, in de ogen van de meesten van de heidenen, hun "deelgenoten" het doden van hun kinderen aanlokkelijk gemaakt, om hen tot hun eigen verderf te leiden en verwarring te veroorzaken in hun godsdienst. Indien Allah gewild had, zouden zij dit niet gedaan hebben: maar laat hen en hun verzinsels met rust.
وَكَذَٰلِكَ زَيَّنَ لِكَثِيرٍ مِّنَ ٱلْمُشْرِكِينَ قَتْلَ أَوْلَٰدِهِمْ شُرَكَآؤُهُمْ لِيُرْدُوهُمْ وَلِيَلْبِسُوا۟ عَلَيْهِمْ دِينَهُمْ وَلَوْ شَآءَ ٱللَّهُ مَا فَعَلُوهُ فَذَرْهُمْ وَمَا يَفْتَرُونَ
En zij zeggen dat dit en dat vee en die gewassen verboden zijn, en dat niemand daarvan mag eten behalve zij die - zo zeggen zij - Wij willen; voorts is er vee dat verboden is voor juk of last, en vee waarover, (bij het slachten), de naam van Allah niet wordt uitgesproken; - verzinsels tegen Allahs naam: weldra zal Hij hun hun verzinsels vergelden.
وَقَالُوا۟ هَٰذِهِۦٓ أَنْعَٰمٌ وَحَرْثٌ حِجْرٌ لَّا يَطْعَمُهَآ إِلَّا مَن نَّشَآءُ بِزَعْمِهِمْ وَأَنْعَٰمٌ حُرِّمَتْ ظُهُورُهَا وَأَنْعَٰمٌ لَّا يَذْكُرُونَ ٱسْمَ ٱللَّهِ عَلَيْهَا ٱفْتِرَآءً عَلَيْهِ سَيَجْزِيهِم بِمَا كَانُوا۟ يَفْتَرُونَ
Zij zeggen: "Hetgeen in de schoot van dit en dat vee is, is in het bijzonder voorbehouden (als voedsel) voor onze mannen, en verboden voor onze vrouwen; maar indien het doodgeboren is, dan hebben allen daaraan deel." Voor hun (valse) toeschrijving (van bijgeloof aan Allah) zal Hij hen weldra straffen: want Hij is vol van wijsheid en kennis.
وَقَالُوا۟ مَا فِى بُطُونِ هَٰذِهِ ٱلْأَنْعَٰمِ خَالِصَةٌ لِّذُكُورِنَا وَمُحَرَّمٌ عَلَىٰٓ أَزْوَٰجِنَا وَإِن يَكُن مَّيْتَةً فَهُمْ فِيهِ شُرَكَآءُ سَيَجْزِيهِمْ وَصْفَهُمْ إِنَّهُۥ حَكِيمٌ عَلِيمٌ
Verloren zijn zij die hun kinderen doden, uit dwaasheid, zonder kennis, en het voedsel verbieden dat Allah hun heeft verschaft, (leugens) verzinnend tegen Allah. Zij zijn waarlijk afgedwaald en hebben geen leiding gevolgd.
قَدْ خَسِرَ ٱلَّذِينَ قَتَلُوٓا۟ أَوْلَٰدَهُمْ سَفَهًۢا بِغَيْرِ عِلْمٍ وَحَرَّمُوا۟ مَا رَزَقَهُمُ ٱللَّهُ ٱفْتِرَآءً عَلَى ٱللَّهِ قَدْ ضَلُّوا۟ وَمَا كَانُوا۟ مُهْتَدِينَ
Hij is het Die hoven voortbrengt, met latwerk en zonder, en dadels, en akkers met gewas van allerlei soort, en olijven en granaatappels, gelijk (in soort) en verschillend (in verscheidenheid): eet van hun vrucht in hun seizoen, maar geef de rechten die verschuldigd zijn op de dag dat de oogst wordt binnengehaald. Maar verspil niet door overdaad: want Allah heeft de verspillers niet lief.
وَهُوَ ٱلَّذِىٓ أَنشَأَ جَنَّٰتٍ مَّعْرُوشَٰتٍ وَغَيْرَ مَعْرُوشَٰتٍ وَٱلنَّخْلَ وَٱلزَّرْعَ مُخْتَلِفًا أُكُلُهُۥ وَٱلزَّيْتُونَ وَٱلرُّمَّانَ مُتَشَٰبِهًا وَغَيْرَ مُتَشَٰبِهٍ كُلُوا۟ مِن ثَمَرِهِۦٓ إِذَآ أَثْمَرَ وَءَاتُوا۟ حَقَّهُۥ يَوْمَ حَصَادِهِۦ وَلَا تُسْرِفُوٓا۟ إِنَّهُۥ لَا يُحِبُّ ٱلْمُسْرِفِينَ
Van het vee zijn sommige om te dragen en sommige voor het vlees: eet hetgeen Allah u heeft verschaft, en volg niet de voetstappen van Satan: want hij is voor u een verklaarde vijand.
وَمِنَ ٱلْأَنْعَٰمِ حَمُولَةً وَفَرْشًا كُلُوا۟ مِمَّا رَزَقَكُمُ ٱللَّهُ وَلَا تَتَّبِعُوا۟ خُطُوَٰتِ ٱلشَّيْطَٰنِ إِنَّهُۥ لَكُمْ عَدُوٌّ مُّبِينٌ
(Neem) acht (stuks vee) in (vier) paren: van de schapen een paar, en van de geiten een paar; zeg, heeft Hij de twee mannetjes verboden, of de twee wijfjes, of (het jong) dat de schoot van de twee wijfjes omsluit? Zeg het mij met kennis, indien u waarachtig bent:
ثَمَٰنِيَةَ أَزْوَٰجٍ مِّنَ ٱلضَّأْنِ ٱثْنَيْنِ وَمِنَ ٱلْمَعْزِ ٱثْنَيْنِ قُلْ ءَآلذَّكَرَيْنِ حَرَّمَ أَمِ ٱلْأُنثَيَيْنِ أَمَّا ٱشْتَمَلَتْ عَلَيْهِ أَرْحَامُ ٱلْأُنثَيَيْنِ نَبِّـُٔونِى بِعِلْمٍ إِن كُنتُمْ صَٰدِقِينَ
Van de kamelen een paar, en van de runderen een paar; zeg, heeft Hij de twee mannetjes verboden, of de twee wijfjes, of (het jong) dat de schoot van de twee wijfjes omsluit? - Was u erbij toen Allah u zoiets gebood? Maar wie doet meer onrecht dan hij die een leugen verzint tegen Allah, om de mensen zonder kennis te doen afdwalen? Want Allah leidt geen volk dat onrecht doet.
وَمِنَ ٱلْإِبِلِ ٱثْنَيْنِ وَمِنَ ٱلْبَقَرِ ٱثْنَيْنِ قُلْ ءَآلذَّكَرَيْنِ حَرَّمَ أَمِ ٱلْأُنثَيَيْنِ أَمَّا ٱشْتَمَلَتْ عَلَيْهِ أَرْحَامُ ٱلْأُنثَيَيْنِ أَمْ كُنتُمْ شُهَدَآءَ إِذْ وَصَّىٰكُمُ ٱللَّهُ بِهَٰذَا فَمَنْ أَظْلَمُ مِمَّنِ ٱفْتَرَىٰ عَلَى ٱللَّهِ كَذِبًا لِّيُضِلَّ ٱلنَّاسَ بِغَيْرِ عِلْمٍ إِنَّ ٱللَّهَ لَا يَهْدِى ٱلْقَوْمَ ٱلظَّٰلِمِينَ
Wat werkelijk verboden is aan voedsel
Zeg: "Ik vind in de boodschap die mij door ingeving is toegekomen niets (aan vlees) dat verboden is om gegeten te worden door iemand die het eten wil, tenzij het dood vlees is, of vergoten bloed, of het vlees van zwijnen,- want dat is een gruwel - of hetgeen goddeloos is, (vlees) waarover een andere naam is aangeroepen dan die van Allah". Maar (zelfs dan), indien iemand door nood gedwongen wordt, zonder moedwillige ongehoorzaamheid en zonder de gestelde grenzen te overschrijden,- uw Heer is Veelvergevend, Meest Barmhartig.
قُل لَّآ أَجِدُ فِى مَآ أُوحِىَ إِلَىَّ مُحَرَّمًا عَلَىٰ طَاعِمٍ يَطْعَمُهُۥٓ إِلَّآ أَن يَكُونَ مَيْتَةً أَوْ دَمًا مَّسْفُوحًا أَوْ لَحْمَ خِنزِيرٍ فَإِنَّهُۥ رِجْسٌ أَوْ فِسْقًا أُهِلَّ لِغَيْرِ ٱللَّهِ بِهِۦ فَمَنِ ٱضْطُرَّ غَيْرَ بَاغٍ وَلَا عَادٍ فَإِنَّ رَبَّكَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ
Voor hen die de Joodse wet volgden, hebben Wij elk (dier) met ongespleten hoef verboden, en Wij hebben hun het vet van het rund en het schaap verboden, behalve hetgeen aan hun rug of aan hun ingewanden zit, of met een been vermengd is: dit als vergelding voor hun moedwillige ongehoorzaamheid: want Wij zijn waarachtig (in Onze verordeningen).
وَعَلَى ٱلَّذِينَ هَادُوا۟ حَرَّمْنَا كُلَّ ذِى ظُفُرٍ وَمِنَ ٱلْبَقَرِ وَٱلْغَنَمِ حَرَّمْنَا عَلَيْهِمْ شُحُومَهُمَآ إِلَّا مَا حَمَلَتْ ظُهُورُهُمَآ أَوِ ٱلْحَوَايَآ أَوْ مَا ٱخْتَلَطَ بِعَظْمٍ ذَٰلِكَ جَزَيْنَٰهُم بِبَغْيِهِمْ وَإِنَّا لَصَٰدِقُونَ
Indien zij u van leugen beschuldigen, zeg dan: "Uw Heer is vol van barmhartigheid die alles omvat; maar van een schuldig volk zal Zijn toorn nooit worden afgewend."
فَإِن كَذَّبُوكَ فَقُل رَّبُّكُمْ ذُو رَحْمَةٍ وَٰسِعَةٍ وَلَا يُرَدُّ بَأْسُهُۥ عَنِ ٱلْقَوْمِ ٱلْمُجْرِمِينَ
Zij die (aan Allah) deelgenoten toekennen, zullen zeggen: "Indien Allah het gewild had, zouden wij Hem geen deelgenoten hebben toegekend, noch onze vaderen; noch zouden wij enige verboden gehad hebben." Zo redeneerden hun voorvaderen valselijk, totdat zij Onze toorn smaakten. Zeg: "Hebt u enige (zekere) kennis? Zo ja, breng die dan vóór ons. U volgt niets dan vermoeden: u doet niets dan liegen."
سَيَقُولُ ٱلَّذِينَ أَشْرَكُوا۟ لَوْ شَآءَ ٱللَّهُ مَآ أَشْرَكْنَا وَلَآ ءَابَآؤُنَا وَلَا حَرَّمْنَا مِن شَىْءٍ كَذَٰلِكَ كَذَّبَ ٱلَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ حَتَّىٰ ذَاقُوا۟ بَأْسَنَا قُلْ هَلْ عِندَكُم مِّنْ عِلْمٍ فَتُخْرِجُوهُ لَنَآ إِن تَتَّبِعُونَ إِلَّا ٱلظَّنَّ وَإِنْ أَنتُمْ إِلَّا تَخْرُصُونَ
Zeg: "Bij Allah is het bewijs dat doel treft: indien het Zijn wil was geweest, had Hij u waarlijk allen kunnen leiden."
قُلْ فَلِلَّهِ ٱلْحُجَّةُ ٱلْبَٰلِغَةُ فَلَوْ شَآءَ لَهَدَىٰكُمْ أَجْمَعِينَ
Zeg: "Breng uw getuigen naar voren om te bewijzen dat Allah dit en dat verboden heeft." Indien zij zulke getuigen brengen, wees dan niet met hen: en volg niet de ijdele begeerten van hen die onze tekenen als leugens behandelen, en van hen die niet in het hiernamaals geloven: want zij stellen anderen gelijk aan hun Behoeder en Heer.
قُلْ هَلُمَّ شُهَدَآءَكُمُ ٱلَّذِينَ يَشْهَدُونَ أَنَّ ٱللَّهَ حَرَّمَ هَٰذَا فَإِن شَهِدُوا۟ فَلَا تَشْهَدْ مَعَهُمْ وَلَا تَتَّبِعْ أَهْوَآءَ ٱلَّذِينَ كَذَّبُوا۟ بِـَٔايَٰتِنَا وَٱلَّذِينَ لَا يُؤْمِنُونَ بِٱلْـَٔاخِرَةِ وَهُم بِرَبِّهِمْ يَعْدِلُونَ
De geboden van Allah
Zeg: "Kom, ik zal opzeggen wat Allah u (werkelijk) verboden heeft": Stel niets als gelijke naast Hem; wees goed voor uw ouders; dood uw kinderen niet onder voorwendsel van gebrek;- Wij verschaffen onderhoud voor u en voor hen;- nader niet tot schandelijke daden, hetzij openlijk of in het verborgene; neem geen leven, dat Allah heilig heeft gemaakt, behalve volgens recht en wet: aldus gebiedt Hij u, opdat u wijsheid leert.
قُلْ تَعَالَوْا۟ أَتْلُ مَا حَرَّمَ رَبُّكُمْ عَلَيْكُمْ أَلَّا تُشْرِكُوا۟ بِهِۦ شَيْـًٔا وَبِٱلْوَٰلِدَيْنِ إِحْسَٰنًا وَلَا تَقْتُلُوٓا۟ أَوْلَٰدَكُم مِّنْ إِمْلَٰقٍ نَّحْنُ نَرْزُقُكُمْ وَإِيَّاهُمْ وَلَا تَقْرَبُوا۟ ٱلْفَوَٰحِشَ مَا ظَهَرَ مِنْهَا وَمَا بَطَنَ وَلَا تَقْتُلُوا۟ ٱلنَّفْسَ ٱلَّتِى حَرَّمَ ٱللَّهُ إِلَّا بِٱلْحَقِّ ذَٰلِكُمْ وَصَّىٰكُم بِهِۦ لَعَلَّكُمْ تَعْقِلُونَ
En nader niet tot het bezit van de wees, behalve om het te verbeteren, totdat hij de leeftijd van volle kracht bereikt; geef maat en gewicht met (volle) rechtvaardigheid;- Wij leggen geen ziel een last op, dan die welke zij dragen kan;- wanneer u spreekt, spreek dan rechtvaardig, zelfs al betreft het een naaste bloedverwant; en vervul het verbond van Allah: aldus gebiedt Hij u, opdat u het gedenkt.
وَلَا تَقْرَبُوا۟ مَالَ ٱلْيَتِيمِ إِلَّا بِٱلَّتِى هِىَ أَحْسَنُ حَتَّىٰ يَبْلُغَ أَشُدَّهُۥ وَأَوْفُوا۟ ٱلْكَيْلَ وَٱلْمِيزَانَ بِٱلْقِسْطِ لَا نُكَلِّفُ نَفْسًا إِلَّا وُسْعَهَا وَإِذَا قُلْتُمْ فَٱعْدِلُوا۟ وَلَوْ كَانَ ذَا قُرْبَىٰ وَبِعَهْدِ ٱللَّهِ أَوْفُوا۟ ذَٰلِكُمْ وَصَّىٰكُم بِهِۦ لَعَلَّكُمْ تَذَكَّرُونَ
Voorwaar, dit is Mijn weg, die recht leidt: volg hem: volg geen (andere) paden: zij zullen u verstrooien van Zijn (grote) pad: aldus gebiedt Hij u, opdat u rechtvaardig zult zijn.
وَأَنَّ هَٰذَا صِرَٰطِى مُسْتَقِيمًا فَٱتَّبِعُوهُ وَلَا تَتَّبِعُوا۟ ٱلسُّبُلَ فَتَفَرَّقَ بِكُمْ عَن سَبِيلِهِۦ ذَٰلِكُمْ وَصَّىٰكُم بِهِۦ لَعَلَّكُمْ تَتَّقُونَ
Het Boek van Mozes en de nieuwe openbaring
Bovendien gaven Wij Mozes het Boek, (Onze gunst) voltooiend voor hen die goed zouden doen, en alle dingen in bijzonderheden verklarend,- en een leidraad en een barmhartigheid, opdat zij zouden geloven in de ontmoeting met hun Heer.
ثُمَّ ءَاتَيْنَا مُوسَى ٱلْكِتَٰبَ تَمَامًا عَلَى ٱلَّذِىٓ أَحْسَنَ وَتَفْصِيلًا لِّكُلِّ شَىْءٍ وَهُدًى وَرَحْمَةً لَّعَلَّهُم بِلِقَآءِ رَبِّهِمْ يُؤْمِنُونَ
En dit is een Boek dat Wij als een zegen hebben geopenbaard: volg het daarom en wees rechtvaardig, opdat u barmhartigheid moogt ontvangen:
وَهَٰذَا كِتَٰبٌ أَنزَلْنَٰهُ مُبَارَكٌ فَٱتَّبِعُوهُ وَٱتَّقُوا۟ لَعَلَّكُمْ تُرْحَمُونَ
Opdat u niet zou zeggen: "Het Boek werd vóór ons neergezonden aan twee volken, en wij van onze kant bleven onbekend met al hetgeen zij door naarstige studie leerden:"
أَن تَقُولُوٓا۟ إِنَّمَآ أُنزِلَ ٱلْكِتَٰبُ عَلَىٰ طَآئِفَتَيْنِ مِن قَبْلِنَا وَإِن كُنَّا عَن دِرَاسَتِهِمْ لَغَٰفِلِينَ
Of opdat u niet zou zeggen: "Indien het Boek slechts aan ons was neergezonden, zouden wij zijn leiding beter gevolgd hebben dan zij." Nu dan is er een duidelijk (teken) van uw Heer tot u gekomen,- en een leidraad en een barmhartigheid: wie doet dan meer onrecht dan hij die Allahs tekenen verwerpt en zich daarvan afwendt? Te zijner tijd zullen Wij hun die zich van Onze tekenen afwenden, vergelden met een vreselijke straf, omdat zij zich afwendden.
أَوْ تَقُولُوا۟ لَوْ أَنَّآ أُنزِلَ عَلَيْنَا ٱلْكِتَٰبُ لَكُنَّآ أَهْدَىٰ مِنْهُمْ فَقَدْ جَآءَكُم بَيِّنَةٌ مِّن رَّبِّكُمْ وَهُدًى وَرَحْمَةٌ فَمَنْ أَظْلَمُ مِمَّن كَذَّبَ بِـَٔايَٰتِ ٱللَّهِ وَصَدَفَ عَنْهَا سَنَجْزِى ٱلَّذِينَ يَصْدِفُونَ عَنْ ءَايَٰتِنَا سُوٓءَ ٱلْعَذَابِ بِمَا كَانُوا۟ يَصْدِفُونَ
Wachten zij om te zien of de engelen tot hen komen, of uw Heer (Zelf), of sommige van de tekenen van uw Heer! Op de dag dat sommige van de tekenen van uw Heer komen, zal het een ziel niet baten om dan nog daarin te geloven, indien zij niet tevoren geloofde en geen gerechtigheid verwierf door haar geloof. Zeg: "Wacht u maar: wij wachten ook."
هَلْ يَنظُرُونَ إِلَّآ أَن تَأْتِيَهُمُ ٱلْمَلَٰٓئِكَةُ أَوْ يَأْتِىَ رَبُّكَ أَوْ يَأْتِىَ بَعْضُ ءَايَٰتِ رَبِّكَ يَوْمَ يَأْتِى بَعْضُ ءَايَٰتِ رَبِّكَ لَا يَنفَعُ نَفْسًا إِيمَٰنُهَا لَمْ تَكُنْ ءَامَنَتْ مِن قَبْلُ أَوْ كَسَبَتْ فِىٓ إِيمَٰنِهَا خَيْرًا قُلِ ٱنتَظِرُوٓا۟ إِنَّا مُنتَظِرُونَ
Wat betreft hen die hun godsdienst verdelen en in sekten uiteenvallen: u hebt aan hen niet het minste deel: hun zaak is bij Allah: Hij zal hun ten slotte de waarheid vertellen van al hetgeen zij deden.
إِنَّ ٱلَّذِينَ فَرَّقُوا۟ دِينَهُمْ وَكَانُوا۟ شِيَعًا لَّسْتَ مِنْهُمْ فِى شَىْءٍ إِنَّمَآ أَمْرُهُمْ إِلَى ٱللَّهِ ثُمَّ يُنَبِّئُهُم بِمَا كَانُوا۟ يَفْعَلُونَ
Wie goed doet, zal tienmaal zoveel te zijnen goede hebben: wie kwaad doet, zal slechts vergolden worden naar zijn kwaad: geen onrecht zal (een van) hun aangedaan worden.
مَن جَآءَ بِٱلْحَسَنَةِ فَلَهُۥ عَشْرُ أَمْثَالِهَا وَمَن جَآءَ بِٱلسَّيِّئَةِ فَلَا يُجْزَىٰٓ إِلَّا مِثْلَهَا وَهُمْ لَا يُظْلَمُونَ
De godsdienst van Abraham en overgave aan Allah
Zeg: "Voorwaar, mijn Heer heeft mij geleid naar een weg die recht is,- een godsdienst van het rechte,- het pad (betreden) door Abraham, de oprechte in het geloof, en hij voegde (zeker) geen goden toe aan Allah."
قُلْ إِنَّنِى هَدَىٰنِى رَبِّىٓ إِلَىٰ صِرَٰطٍ مُّسْتَقِيمٍ دِينًا قِيَمًا مِّلَّةَ إِبْرَٰهِيمَ حَنِيفًا وَمَا كَانَ مِنَ ٱلْمُشْرِكِينَ
Zeg: "Waarlijk, mijn gebed en mijn offerdienst, mijn leven en mijn sterven, zijn (alle) voor Allah, de Onderhouder van de werelden:"
قُلْ إِنَّ صَلَاتِى وَنُسُكِى وَمَحْيَاىَ وَمَمَاتِى لِلَّهِ رَبِّ ٱلْعَٰلَمِينَ
Geen deelgenoot heeft Hij: dit is mij geboden, en ik ben de eerste van hen die zich buigen voor Zijn wil.
لَا شَرِيكَ لَهُۥ وَبِذَٰلِكَ أُمِرْتُ وَأَنَا۠ أَوَّلُ ٱلْمُسْلِمِينَ
Zeg: "Zal ik een andere Onderhouder zoeken dan Allah, terwijl Hij de Onderhouder is van alle dingen (die bestaan)? Elke ziel laadt het loon van haar daden op niemand dan zichzelf: geen lastdrager kan de last van een ander dragen. Uw einddoel is uiteindelijk tot Allah: Hij zal u de waarheid vertellen van de dingen waarover u twistte."
قُلْ أَغَيْرَ ٱللَّهِ أَبْغِى رَبًّا وَهُوَ رَبُّ كُلِّ شَىْءٍ وَلَا تَكْسِبُ كُلُّ نَفْسٍ إِلَّا عَلَيْهَا وَلَا تَزِرُ وَازِرَةٌ وِزْرَ أُخْرَىٰ ثُمَّ إِلَىٰ رَبِّكُم مَّرْجِعُكُمْ فَيُنَبِّئُكُم بِمَا كُنتُمْ فِيهِ تَخْتَلِفُونَ
Hij is het Die u tot (Zijn) gevolmachtigden heeft gemaakt, erfgenamen van de aarde: Hij heeft u in rangen verheven, sommigen boven anderen: opdat Hij u zou beproeven in de gaven die Hij u gegeven heeft: want uw Heer is snel in het straffen: maar Hij is waarlijk Veelvergevend, Meest Barmhartig.
وَهُوَ ٱلَّذِى جَعَلَكُمْ خَلَٰٓئِفَ ٱلْأَرْضِ وَرَفَعَ بَعْضَكُمْ فَوْقَ بَعْضٍ دَرَجَٰتٍ لِّيَبْلُوَكُمْ فِى مَآ ءَاتَىٰكُمْ إِنَّ رَبَّكَ سَرِيعُ ٱلْعِقَابِ وَإِنَّهُۥ لَغَفُورٌ رَّحِيمٌۢ