Open Koran Weergave
Deze site is in concept en onder zware bewerking. Versie 1 staat gepland voor 1 september 2026.

Soera 66. At-Tahriem — Het Verbieden

Deze vertaling is in bewerking en heeft de status van een concept; de tekst wordt nog gecontroleerd en kan wijzigen.

De Nederlandse weergave van soera 66 (At-Tahriem, “Het Verbieden”), 12 verzen, naar de Engelse vertaling van Abdullah Yusuf Ali (1934, publiek domein). Lees deze soera interactief met het Arabische origineel, transliteratie, voorleesfunctie en toelichting.

De profeet, zijn eden en zijn echtgenotes

1

O profeet! Waarom houdt u voor verboden hetgeen Allah u geoorloofd heeft gemaakt? U zoekt uw echtgenotes te behagen. Maar Allah is de Veelvergevende, de Meest Barmhartige.

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ يَٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِىُّ لِمَ تُحَرِّمُ مَآ أَحَلَّ ٱللَّهُ لَكَ تَبْتَغِى مَرْضَاتَ أَزْوَٰجِكَ وَٱللَّهُ غَفُورٌ رَّحِيمٌ

2

Allah heeft reeds voor u, (o mensen), de ontbinding van uw eden verordend (in sommige gevallen): en Allah is uw Beschermer, en Hij is vol van kennis en wijsheid.

قَدْ فَرَضَ ٱللَّهُ لَكُمْ تَحِلَّةَ أَيْمَٰنِكُمْ وَٱللَّهُ مَوْلَىٰكُمْ وَهُوَ ٱلْعَلِيمُ ٱلْحَكِيمُ

3

Toen de profeet een zaak in vertrouwen aan een van zijn echtgenotes bekendmaakte, en zij die vervolgens (aan een ander) onthulde, en Allah het hem bekendmaakte, bevestigde hij een deel daarvan en wees hij een deel af. Toen hij het haar toen vertelde, zei zij: "Wie heeft u dit verteld?" Hij zei: "Hij heeft het mij verteld, Die weet en volkomen bekend is (met alle dingen)."

وَإِذْ أَسَرَّ ٱلنَّبِىُّ إِلَىٰ بَعْضِ أَزْوَٰجِهِۦ حَدِيثًا فَلَمَّا نَبَّأَتْ بِهِۦ وَأَظْهَرَهُ ٱللَّهُ عَلَيْهِ عَرَّفَ بَعْضَهُۥ وَأَعْرَضَ عَنۢ بَعْضٍ فَلَمَّا نَبَّأَهَا بِهِۦ قَالَتْ مَنْ أَنۢبَأَكَ هَٰذَا قَالَ نَبَّأَنِىَ ٱلْعَلِيمُ ٱلْخَبِيرُ

4

Indien u beiden zich in berouw tot Hem keert, dan zijn uw harten daartoe inderdaad geneigd; maar indien u elkaar tegen hem steunt, voorwaar, Allah is zijn Beschermer, en Gabriël, en (iedere) rechtvaardige onder hen die geloven,- en bovendien zullen de engelen (hem) bijstaan.

إِن تَتُوبَآ إِلَى ٱللَّهِ فَقَدْ صَغَتْ قُلُوبُكُمَا وَإِن تَظَٰهَرَا عَلَيْهِ فَإِنَّ ٱللَّهَ هُوَ مَوْلَىٰهُ وَجِبْرِيلُ وَصَٰلِحُ ٱلْمُؤْمِنِينَ وَٱلْمَلَٰٓئِكَةُ بَعْدَ ذَٰلِكَ ظَهِيرٌ

5

Het kan zijn, indien hij u (allen) zou verstoten, dat Allah hem in ruil echtgenotes zal geven die beter zijn dan u,- die zich (met hun wil) onderwerpen, die geloven, die godvruchtig zijn, die zich in berouw tot Allah keren, die (in nederigheid) aanbidden, die (voor het geloof) reizen en vasten,- eerder gehuwd of maagden.

عَسَىٰ رَبُّهُۥٓ إِن طَلَّقَكُنَّ أَن يُبْدِلَهُۥٓ أَزْوَٰجًا خَيْرًا مِّنكُنَّ مُسْلِمَٰتٍ مُّؤْمِنَٰتٍ قَٰنِتَٰتٍ تَٰٓئِبَٰتٍ عَٰبِدَٰتٍ سَٰٓئِحَٰتٍ ثَيِّبَٰتٍ وَأَبْكَارًا

Oproep tot berouw en strijd

6

O u die gelooft! Red uzelf en uw gezinnen van een vuur waarvan de brandstof mensen en stenen zijn, waarover engelen (aangesteld) zijn, streng (en) hard, die niet terugdeinzen (voor het uitvoeren van) de bevelen die zij van Allah ontvangen, maar (nauwkeurig) doen wat hun bevolen wordt.

يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ قُوٓا۟ أَنفُسَكُمْ وَأَهْلِيكُمْ نَارًا وَقُودُهَا ٱلنَّاسُ وَٱلْحِجَارَةُ عَلَيْهَا مَلَٰٓئِكَةٌ غِلَاظٌ شِدَادٌ لَّا يَعْصُونَ ٱللَّهَ مَآ أَمَرَهُمْ وَيَفْعَلُونَ مَا يُؤْمَرُونَ

7

(Zij zullen zeggen): "O u ongelovigen! Maak op deze dag geen verontschuldigingen! U wordt slechts vergolden voor al hetgeen u deed!"

يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ لَا تَعْتَذِرُوا۟ ٱلْيَوْمَ إِنَّمَا تُجْزَوْنَ مَا كُنتُمْ تَعْمَلُونَ

8

O u die gelooft! Keer u tot Allah met oprecht berouw: in de hoop dat uw Heer uw kwaad van u zal wegnemen en u zal toelaten tot hoven waar de rivieren onderdoor stromen,- de dag waarop Allah niet zal toestaan dat de profeet en zij die met hem geloven vernederd worden. Hun licht zal voor hen uit snellen en aan hun rechterhand, terwijl zij zeggen: "Onze Heer! Volmaak ons licht voor ons, en schenk ons vergeving: want U hebt macht over alle dingen."

يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ تُوبُوٓا۟ إِلَى ٱللَّهِ تَوْبَةً نَّصُوحًا عَسَىٰ رَبُّكُمْ أَن يُكَفِّرَ عَنكُمْ سَيِّـَٔاتِكُمْ وَيُدْخِلَكُمْ جَنَّٰتٍ تَجْرِى مِن تَحْتِهَا ٱلْأَنْهَٰرُ يَوْمَ لَا يُخْزِى ٱللَّهُ ٱلنَّبِىَّ وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ مَعَهُۥ نُورُهُمْ يَسْعَىٰ بَيْنَ أَيْدِيهِمْ وَبِأَيْمَٰنِهِمْ يَقُولُونَ رَبَّنَآ أَتْمِمْ لَنَا نُورَنَا وَٱغْفِرْ لَنَآ إِنَّكَ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ

9

O profeet! Strijd krachtig tegen de ongelovigen en de huichelaars, en wees streng tegen hen. Hun verblijfplaats is de hel,- (voorwaar) een kwaad toevluchtsoord.

يَٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِىُّ جَٰهِدِ ٱلْكُفَّارَ وَٱلْمُنَٰفِقِينَ وَٱغْلُظْ عَلَيْهِمْ وَمَأْوَىٰهُمْ جَهَنَّمُ وَبِئْسَ ٱلْمَصِيرُ

Voorbeelden van vrouwen: Noach, Lot, Farao en Maria

10

Allah stelt, als een voorbeeld voor de ongelovigen, de vrouw van Noach en de vrouw van Lot: zij waren (respectievelijk) onder twee van Onze rechtvaardige dienaren, maar zij waren trouweloos jegens hun (echtgenoten), en dezen baatten hun niets bij Allah, maar hun werd gezegd: "Ga het vuur binnen, samen met (de anderen) die binnengaan!"

ضَرَبَ ٱللَّهُ مَثَلًا لِّلَّذِينَ كَفَرُوا۟ ٱمْرَأَتَ نُوحٍ وَٱمْرَأَتَ لُوطٍ كَانَتَا تَحْتَ عَبْدَيْنِ مِنْ عِبَادِنَا صَٰلِحَيْنِ فَخَانَتَاهُمَا فَلَمْ يُغْنِيَا عَنْهُمَا مِنَ ٱللَّهِ شَيْـًٔا وَقِيلَ ٱدْخُلَا ٱلنَّارَ مَعَ ٱلدَّٰخِلِينَ

11

En Allah stelt, als een voorbeeld voor hen die geloven, de vrouw van Farao: zie, zij zei: "O mijn Heer! Bouw voor mij, in Uw nabijheid, een woning in de hof, en red mij van Farao en zijn daden, en red mij van hen die onrecht doen";

وَضَرَبَ ٱللَّهُ مَثَلًا لِّلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ ٱمْرَأَتَ فِرْعَوْنَ إِذْ قَالَتْ رَبِّ ٱبْنِ لِى عِندَكَ بَيْتًا فِى ٱلْجَنَّةِ وَنَجِّنِى مِن فِرْعَوْنَ وَعَمَلِهِۦ وَنَجِّنِى مِنَ ٱلْقَوْمِ ٱلظَّٰلِمِينَ

12

En Maria, de dochter van 'Imran, die haar kuisheid bewaarde; en Wij bliezen van Onze geest in (haar lichaam); en zij getuigde van de waarheid van de woorden van haar Heer en van Zijn openbaringen, en zij was een van de godvruchtige (dienaren).

وَمَرْيَمَ ٱبْنَتَ عِمْرَٰنَ ٱلَّتِىٓ أَحْصَنَتْ فَرْجَهَا فَنَفَخْنَا فِيهِ مِن رُّوحِنَا وَصَدَّقَتْ بِكَلِمَٰتِ رَبِّهَا وَكُتُبِهِۦ وَكَانَتْ مِنَ ٱلْقَٰنِتِينَ