Open Koran Weergave
Deze site is in concept en onder zware bewerking. Versie 1 staat gepland voor 1 september 2026.

Soera 79. An-Naazi'aat — De Uitrukkenden

Deze vertaling is in bewerking en heeft de status van een concept; de tekst wordt nog gecontroleerd en kan wijzigen.

De Nederlandse weergave van soera 79 (An-Naazi'aat, “De Uitrukkenden”), 46 verzen, naar de Engelse vertaling van Abdullah Yusuf Ali (1934, publiek domein). Lees deze soera interactief met het Arabische origineel, transliteratie, voorleesfunctie en toelichting.

Eed bij de engelen en de opstanding

1

Bij de (engelen) die met geweld (de zielen van de goddelozen) uitrukken;

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ وَٱلنَّٰزِعَٰتِ غَرْقًا

2

Bij hen die zachtjes (de zielen van de gezegenden) uittrekken;

وَٱلنَّٰشِطَٰتِ نَشْطًا

3

En bij hen die voortglijden (op tochten van barmhartigheid),

وَٱلسَّٰبِحَٰتِ سَبْحًا

4

Dan voorwaarts snellen als in een wedloop,

فَٱلسَّٰبِقَٰتِ سَبْقًا

5

Dan de uitvoering van (de bevelen van hun Heer) regelen,

فَٱلْمُدَبِّرَٰتِ أَمْرًا

6

Op een dag zal alles wat in beroering kan zijn, in hevige beroering zijn,

يَوْمَ تَرْجُفُ ٱلرَّاجِفَةُ

7

Gevolgd door telkens herhaalde (beroeringen):

تَتْبَعُهَا ٱلرَّادِفَةُ

8

Harten zullen die dag in ontsteltenis zijn;

قُلُوبٌ يَوْمَئِذٍ وَاجِفَةٌ

9

Neergeslagen zullen de ogen (van hun bezitters) zijn.

أَبْصَٰرُهَا خَٰشِعَةٌ

10

Zij zeggen (nu): "Wat! Zullen wij werkelijk teruggebracht worden tot (onze) vorige staat?"

يَقُولُونَ أَءِنَّا لَمَرْدُودُونَ فِى ٱلْحَافِرَةِ

11

"Wat! - wanneer wij vergane beenderen geworden zullen zijn?"

أَءِذَا كُنَّا عِظَٰمًا نَّخِرَةً

12

Zij zeggen: "Dat zou, in dat geval, een terugkeer met verlies zijn!"

قَالُوا۟ تِلْكَ إِذًا كَرَّةٌ خَاسِرَةٌ

13

Maar voorwaar, het zal slechts één enkele (dwingende) kreet zijn,

فَإِنَّمَا هِىَ زَجْرَةٌ وَٰحِدَةٌ

14

Wanneer, zie, zij in het (volle) ontwaken (tot het oordeel) zullen zijn.

فَإِذَا هُم بِٱلسَّاهِرَةِ

Mozes en Farao

15

Heeft de geschiedenis van Mozes u bereikt?

هَلْ أَتَىٰكَ حَدِيثُ مُوسَىٰٓ

16

Zie, uw Heer riep tot hem in de heilige vallei van Tuwa:-

إِذْ نَادَىٰهُ رَبُّهُۥ بِٱلْوَادِ ٱلْمُقَدَّسِ طُوًى

17

"Ga tot Farao, want hij heeft waarlijk alle grenzen overschreden:"

ٱذْهَبْ إِلَىٰ فِرْعَوْنَ إِنَّهُۥ طَغَىٰ

18

"En zeg tot hem: 'Wilt u dat u gereinigd wordt (van zonde)?'"-

فَقُلْ هَل لَّكَ إِلَىٰٓ أَن تَزَكَّىٰ

19

"'En dat ik u leid tot uw Heer, opdat u Hem zou vrezen?'"

وَأَهْدِيَكَ إِلَىٰ رَبِّكَ فَتَخْشَىٰ

20

Toen toonde (Mozes) hem het grote teken.

فَأَرَىٰهُ ٱلْـَٔايَةَ ٱلْكُبْرَىٰ

21

Maar (Farao) verwierp het en was ongehoorzaam (aan de leiding);

فَكَذَّبَ وَعَصَىٰ

22

Verder keerde hij zijn rug toe, zich hevig inspannend (tegen Allah).

ثُمَّ أَدْبَرَ يَسْعَىٰ

23

Toen verzamelde hij (zijn mannen) en deed een afkondiging,

فَحَشَرَ فَنَادَىٰ

24

Zeggende: "Ik ben uw heere, de allerhoogste".

فَقَالَ أَنَا۠ رَبُّكُمُ ٱلْأَعْلَىٰ

25

Maar Allah strafte hem, (en maakte hem tot een) voorbeeld, - in het hiernamaals, zoals in dit leven.

فَأَخَذَهُ ٱللَّهُ نَكَالَ ٱلْـَٔاخِرَةِ وَٱلْأُولَىٰٓ

26

Voorwaar, hierin is een leerzame waarschuwing voor wie (Allah) vreest.

إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَعِبْرَةً لِّمَن يَخْشَىٰٓ

De schepping van hemel en aarde

27

Wat! Bent u moeilijker te scheppen of de hemel (daarboven)? (Allah) heeft die gebouwd:

ءَأَنتُمْ أَشَدُّ خَلْقًا أَمِ ٱلسَّمَآءُ بَنَىٰهَا

28

In de hoogte heeft Hij zijn gewelf verheven, en Hij heeft het orde en volmaaktheid gegeven.

رَفَعَ سَمْكَهَا فَسَوَّىٰهَا

29

Zijn nacht voorziet Hij van duisternis, en zijn luister brengt Hij tevoorschijn (met licht).

وَأَغْطَشَ لَيْلَهَا وَأَخْرَجَ ضُحَىٰهَا

30

En de aarde heeft Hij bovendien uitgespreid (tot een wijde uitgestrektheid);

وَٱلْأَرْضَ بَعْدَ ذَٰلِكَ دَحَىٰهَآ

31

Hij brengt daaruit haar vocht en haar weidegrond voort;

أَخْرَجَ مِنْهَا مَآءَهَا وَمَرْعَىٰهَا

32

En de bergen heeft Hij stevig vastgezet;-

وَٱلْجِبَالَ أَرْسَىٰهَا

33

Tot nut en gemak voor u en uw vee.

مَتَٰعًا لَّكُمْ وَلِأَنْعَٰمِكُمْ

De grote dag en de twee bestemmingen

34

Wanneer dan de grote, overweldigende (gebeurtenis) komt,-

فَإِذَا جَآءَتِ ٱلطَّآمَّةُ ٱلْكُبْرَىٰ

35

De dag waarop de mens zich (alles) zal herinneren waarnaar hij streefde,

يَوْمَ يَتَذَكَّرُ ٱلْإِنسَٰنُ مَا سَعَىٰ

36

En het hellevuur in het volle zicht geplaatst zal worden voor (allen) om te zien,-

وَبُرِّزَتِ ٱلْجَحِيمُ لِمَن يَرَىٰ

37

Dan, voor wie alle grenzen overschreden had,

فَأَمَّا مَن طَغَىٰ

38

En het leven van deze wereld verkozen had,

وَءَاثَرَ ٱلْحَيَوٰةَ ٱلدُّنْيَا

39

Zal de verblijfplaats het hellevuur zijn;

فَإِنَّ ٱلْجَحِيمَ هِىَ ٱلْمَأْوَىٰ

40

En voor wie de vrees gekoesterd had om voor (de rechterstoel van) zijn Heer te staan en (zijn) ziel van lage begeerten weerhouden had,

وَأَمَّا مَنْ خَافَ مَقَامَ رَبِّهِۦ وَنَهَى ٱلنَّفْسَ عَنِ ٱلْهَوَىٰ

41

Hun verblijfplaats zal de hof zijn.

فَإِنَّ ٱلْجَنَّةَ هِىَ ٱلْمَأْوَىٰ

42

Zij vragen u over het uur:-'Wanneer zal zijn vastgestelde tijd zijn?

يَسْـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلسَّاعَةِ أَيَّانَ مُرْسَىٰهَا

43

In hoeverre bent u (betrokken) bij de aankondiging daarvan?

فِيمَ أَنتَ مِن ذِكْرَىٰهَآ

44

Bij uw Heer is de grens daarvoor vastgesteld.

إِلَىٰ رَبِّكَ مُنتَهَىٰهَآ

45

U bent slechts een waarschuwer voor wie het vrezen.

إِنَّمَآ أَنتَ مُنذِرُ مَن يَخْشَىٰهَا

46

De dag dat zij het zien, (zal het zijn) alsof zij slechts één enkele avond getoefd hadden, of (hoogstens tot) de volgende morgen!

كَأَنَّهُمْ يَوْمَ يَرَوْنَهَا لَمْ يَلْبَثُوٓا۟ إِلَّا عَشِيَّةً أَوْ ضُحَىٰهَا