Open Koran Weergave
Deze site is in concept en onder zware bewerking. Versie 1 staat gepland voor 1 september 2026.

Soera 8. Al-Anfaal — De Oorlogsbuit

Deze vertaling is in bewerking en heeft de status van een concept; de tekst wordt nog gecontroleerd en kan wijzigen.

De Nederlandse weergave van soera 8 (Al-Anfaal, “De Oorlogsbuit”), 75 verzen, naar de Engelse vertaling van Abdullah Yusuf Ali (1934, publiek domein). Lees deze soera interactief met het Arabische origineel, transliteratie, voorleesfunctie en toelichting.

De oorlogsbuit en de ware gelovigen

1

Zij vragen u aangaande (hetgeen genomen is als) oorlogsbuit. Zeg: "(Zulke) buit staat ter beschikking van Allah en de boodschapper: vrees dus Allah, en houd de betrekkingen tussen u onderling recht: gehoorzaam Allah en Zijn boodschapper, indien u gelooft."

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ يَسْـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلْأَنفَالِ قُلِ ٱلْأَنفَالُ لِلَّهِ وَٱلرَّسُولِ فَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَأَصْلِحُوا۟ ذَاتَ بَيْنِكُمْ وَأَطِيعُوا۟ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥٓ إِن كُنتُم مُّؤْمِنِينَ

2

Want gelovigen zijn zij die, wanneer Allah genoemd wordt, een siddering in hun hart voelen, en die, wanneer zij Zijn tekenen horen voordragen, hun geloof versterkt vinden, en (heel) hun vertrouwen op hun Heer stellen;

إِنَّمَا ٱلْمُؤْمِنُونَ ٱلَّذِينَ إِذَا ذُكِرَ ٱللَّهُ وَجِلَتْ قُلُوبُهُمْ وَإِذَا تُلِيَتْ عَلَيْهِمْ ءَايَٰتُهُۥ زَادَتْهُمْ إِيمَٰنًا وَعَلَىٰ رَبِّهِمْ يَتَوَكَّلُونَ

3

Die het gebed standvastig verrichten en (mild) uitgeven van de gaven die Wij hun tot levensonderhoud gegeven hebben:

ٱلَّذِينَ يُقِيمُونَ ٱلصَّلَوٰةَ وَمِمَّا رَزَقْنَٰهُمْ يُنفِقُونَ

4

Dezen zijn in waarheid de gelovigen: zij hebben graden van waardigheid bij hun Heer, en vergeving, en een milde voorziening:

أُو۟لَٰٓئِكَ هُمُ ٱلْمُؤْمِنُونَ حَقًّا لَّهُمْ دَرَجَٰتٌ عِندَ رَبِّهِمْ وَمَغْفِرَةٌ وَرِزْقٌ كَرِيمٌ

De slag bij Badr en de hulp van de engelen

5

Zoals uw Heer u in waarheid uit uw huis deed uitgaan, hoewel een deel van de gelovigen er afkerig van was,

كَمَآ أَخْرَجَكَ رَبُّكَ مِنۢ بَيْتِكَ بِٱلْحَقِّ وَإِنَّ فَرِيقًا مِّنَ ٱلْمُؤْمِنِينَ لَكَٰرِهُونَ

6

Terwijl zij met u twistten aangaande de waarheid nadat die openbaar gemaakt was, alsof zij naar de dood gedreven werden en zij die (werkelijk) zagen.

يُجَٰدِلُونَكَ فِى ٱلْحَقِّ بَعْدَ مَا تَبَيَّنَ كَأَنَّمَا يُسَاقُونَ إِلَى ٱلْمَوْتِ وَهُمْ يَنظُرُونَ

7

Zie! Allah beloofde u een van de twee (vijandelijke) groepen, dat die de uwe zou zijn: u wenste dat de ongewapende de uwe zou zijn, maar Allah wilde de waarheid rechtvaardigen naar Zijn woorden en de wortels van de ongelovigen afsnijden;-

وَإِذْ يَعِدُكُمُ ٱللَّهُ إِحْدَى ٱلطَّآئِفَتَيْنِ أَنَّهَا لَكُمْ وَتَوَدُّونَ أَنَّ غَيْرَ ذَاتِ ٱلشَّوْكَةِ تَكُونُ لَكُمْ وَيُرِيدُ ٱللَّهُ أَن يُحِقَّ ٱلْحَقَّ بِكَلِمَٰتِهِۦ وَيَقْطَعَ دَابِرَ ٱلْكَٰفِرِينَ

8

Opdat Hij de waarheid zou rechtvaardigen en de leugen vals zou bewijzen, hoe weerzinwekkend dit ook is voor hen die schuldig zijn.

لِيُحِقَّ ٱلْحَقَّ وَيُبْطِلَ ٱلْبَٰطِلَ وَلَوْ كَرِهَ ٱلْمُجْرِمُونَ

9

Gedenk dat u de hulp van uw Heer afsmeekte, en Hij verhoorde u: "Ik zal u bijstaan met duizend van de engelen, rij na rij."

إِذْ تَسْتَغِيثُونَ رَبَّكُمْ فَٱسْتَجَابَ لَكُمْ أَنِّى مُمِدُّكُم بِأَلْفٍ مِّنَ ٱلْمَلَٰٓئِكَةِ مُرْدِفِينَ

10

Allah maakte het slechts tot een boodschap van hoop, en een geruststelling voor uw hart: (in elk geval) er is geen hulp behalve van Allah: en Allah is Verheven in macht, Wijs.

وَمَا جَعَلَهُ ٱللَّهُ إِلَّا بُشْرَىٰ وَلِتَطْمَئِنَّ بِهِۦ قُلُوبُكُمْ وَمَا ٱلنَّصْرُ إِلَّا مِنْ عِندِ ٱللَّهِ إِنَّ ٱللَّهَ عَزِيزٌ حَكِيمٌ

11

Gedenk dat Hij u bedekte met een soort sluimering, om u kalmte te geven als van Hemzelf, en Hij deed regen op u neerdalen uit de hemel, om u daarmee te reinigen, om de smet van Satan van u weg te nemen, om uw hart te versterken, en om uw voeten daarmee vast te doen staan.

إِذْ يُغَشِّيكُمُ ٱلنُّعَاسَ أَمَنَةً مِّنْهُ وَيُنَزِّلُ عَلَيْكُم مِّنَ ٱلسَّمَآءِ مَآءً لِّيُطَهِّرَكُم بِهِۦ وَيُذْهِبَ عَنكُمْ رِجْزَ ٱلشَّيْطَٰنِ وَلِيَرْبِطَ عَلَىٰ قُلُوبِكُمْ وَيُثَبِّتَ بِهِ ٱلْأَقْدَامَ

12

Gedenk dat uw Heer de engelen ingaf (met de boodschap): "Ik ben met u: geef vastheid aan de gelovigen: Ik zal schrik werpen in het hart van de ongelovigen: sla dan boven hun nekken en sla al hun vingertoppen van hen af."

إِذْ يُوحِى رَبُّكَ إِلَى ٱلْمَلَٰٓئِكَةِ أَنِّى مَعَكُمْ فَثَبِّتُوا۟ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ سَأُلْقِى فِى قُلُوبِ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ ٱلرُّعْبَ فَٱضْرِبُوا۟ فَوْقَ ٱلْأَعْنَاقِ وَٱضْرِبُوا۟ مِنْهُمْ كُلَّ بَنَانٍ

13

Dit omdat zij zich verzetten tegen Allah en Zijn boodschapper: als iemand zich verzet tegen Allah en Zijn boodschapper, dan is Allah streng in de bestraffing.

ذَٰلِكَ بِأَنَّهُمْ شَآقُّوا۟ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ وَمَن يُشَاقِقِ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ فَإِنَّ ٱللَّهَ شَدِيدُ ٱلْعِقَابِ

14

Zo (zal er gezegd worden): "Proef dan van de (bestraffing): want voor hen die Allah weerstaan is de straf van het vuur."

ذَٰلِكُمْ فَذُوقُوهُ وَأَنَّ لِلْكَٰفِرِينَ عَذَابَ ٱلنَّارِ

15

O u die gelooft! wanneer u de ongelovigen in slagorde ontmoet, keer hun nooit de rug toe.

يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ إِذَا لَقِيتُمُ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ زَحْفًا فَلَا تُوَلُّوهُمُ ٱلْأَدْبَارَ

16

Als iemand hun op zulk een dag de rug toekeert - tenzij het is als een krijgslist, of om zich terug te trekken naar een (eigen) troep - dan haalt hij zich de toorn van Allah op de hals, en zijn verblijfplaats is de hel,- (voorwaar) een kwade toevlucht!

وَمَن يُوَلِّهِمْ يَوْمَئِذٍ دُبُرَهُۥٓ إِلَّا مُتَحَرِّفًا لِّقِتَالٍ أَوْ مُتَحَيِّزًا إِلَىٰ فِئَةٍ فَقَدْ بَآءَ بِغَضَبٍ مِّنَ ٱللَّهِ وَمَأْوَىٰهُ جَهَنَّمُ وَبِئْسَ ٱلْمَصِيرُ

17

Niet u hebt hen gedood; het was Allah: toen u (een handvol stof) wierp, was het niet uw daad, maar die van Allah: opdat Hij de gelovigen zou beproeven met een genadige beproeving van Hemzelf: want Allah is Hij Die (alle dingen) hoort en weet.

فَلَمْ تَقْتُلُوهُمْ وَلَٰكِنَّ ٱللَّهَ قَتَلَهُمْ وَمَا رَمَيْتَ إِذْ رَمَيْتَ وَلَٰكِنَّ ٱللَّهَ رَمَىٰ وَلِيُبْلِىَ ٱلْمُؤْمِنِينَ مِنْهُ بَلَآءً حَسَنًا إِنَّ ٱللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٌ

18

Dat, en ook omdat Allah Hij is Die de plannen en listen van de ongelovigen krachteloos maakt.

ذَٰلِكُمْ وَأَنَّ ٱللَّهَ مُوهِنُ كَيْدِ ٱلْكَٰفِرِينَ

19

(O ongelovigen!) indien u om overwinning en oordeel bad, nu is het oordeel tot u gekomen: indien u aflaat (van het kwade), zal dat het beste voor u zijn: indien u terugkeert (tot de aanval), dan zullen Wij dat ook doen. Niet het minste voordeel zullen uw strijdkrachten u brengen, ook al werden zij vermenigvuldigd: want voorwaar, Allah is met hen die geloven!

إِن تَسْتَفْتِحُوا۟ فَقَدْ جَآءَكُمُ ٱلْفَتْحُ وَإِن تَنتَهُوا۟ فَهُوَ خَيْرٌ لَّكُمْ وَإِن تَعُودُوا۟ نَعُدْ وَلَن تُغْنِىَ عَنكُمْ فِئَتُكُمْ شَيْـًٔا وَلَوْ كَثُرَتْ وَأَنَّ ٱللَّهَ مَعَ ٱلْمُؤْمِنِينَ

Oproep tot gehoorzaamheid aan Allah en de boodschapper

20

O u die gelooft! Gehoorzaam Allah en Zijn boodschapper, en wend u niet van hem af wanneer u (hem) hoort (spreken).

يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ أَطِيعُوا۟ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ وَلَا تَوَلَّوْا۟ عَنْهُ وَأَنتُمْ تَسْمَعُونَ

21

En wees niet als zij die zeggen: "Wij horen," maar niet luisteren:

وَلَا تَكُونُوا۟ كَٱلَّذِينَ قَالُوا۟ سَمِعْنَا وَهُمْ لَا يَسْمَعُونَ

22

Want de slechtste van de dieren in het oog van Allah zijn de doven en de stommen,- zij die niet begrijpen.

إِنَّ شَرَّ ٱلدَّوَآبِّ عِندَ ٱللَّهِ ٱلصُّمُّ ٱلْبُكْمُ ٱلَّذِينَ لَا يَعْقِلُونَ

23

Als Allah enig goed in hen gevonden had, zou Hij hen zeker hebben doen luisteren: (zoals het nu is), als Hij hen had doen luisteren, zouden zij zich slechts hebben afgewend en (het geloof) hebben afgewezen.

وَلَوْ عَلِمَ ٱللَّهُ فِيهِمْ خَيْرًا لَّأَسْمَعَهُمْ وَلَوْ أَسْمَعَهُمْ لَتَوَلَّوا۟ وَّهُم مُّعْرِضُونَ

24

O u die gelooft! geef gehoor aan Allah en Zijn boodschapper, wanneer Hij u roept tot hetgeen u leven zal geven; en weet dat Allah komt tussen een mens en zijn hart, en dat Hij het is tot Wie u (allen) vergaderd zult worden.

يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ ٱسْتَجِيبُوا۟ لِلَّهِ وَلِلرَّسُولِ إِذَا دَعَاكُمْ لِمَا يُحْيِيكُمْ وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ يَحُولُ بَيْنَ ٱلْمَرْءِ وَقَلْبِهِۦ وَأَنَّهُۥٓ إِلَيْهِ تُحْشَرُونَ

25

En vrees een beroering of verdrukking die niet in het bijzonder (alleen) hen van u treft die onrecht doen: en weet dat Allah streng is in de bestraffing.

وَٱتَّقُوا۟ فِتْنَةً لَّا تُصِيبَنَّ ٱلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ مِنكُمْ خَآصَّةً وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ شَدِيدُ ٱلْعِقَابِ

26

Breng in gedachten toen u een kleine (schare) was, veracht in het land, en bevreesd dat de mensen u zouden beroven en ontvoeren; maar Hij verschafte u een veilige toevlucht, versterkte u met Zijn hulp, en gaf u goede dingen tot levensonderhoud: opdat u dankbaar zou zijn.

وَٱذْكُرُوٓا۟ إِذْ أَنتُمْ قَلِيلٌ مُّسْتَضْعَفُونَ فِى ٱلْأَرْضِ تَخَافُونَ أَن يَتَخَطَّفَكُمُ ٱلنَّاسُ فَـَٔاوَىٰكُمْ وَأَيَّدَكُم بِنَصْرِهِۦ وَرَزَقَكُم مِّنَ ٱلطَّيِّبَٰتِ لَعَلَّكُمْ تَشْكُرُونَ

27

O u die gelooft! verraad niet het vertrouwen van Allah en de boodschapper, en verduister niet willens en wetens de dingen die u zijn toevertrouwd.

يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ لَا تَخُونُوا۟ ٱللَّهَ وَٱلرَّسُولَ وَتَخُونُوٓا۟ أَمَٰنَٰتِكُمْ وَأَنتُمْ تَعْلَمُونَ

28

En weet dat uw bezittingen en uw nakomelingen slechts een beproeving zijn; en dat het Allah is bij Wie uw hoogste loon ligt.

وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّمَآ أَمْوَٰلُكُمْ وَأَوْلَٰدُكُمْ فِتْنَةٌ وَأَنَّ ٱللَّهَ عِندَهُۥٓ أَجْرٌ عَظِيمٌ

29

O u die gelooft! indien u Allah vreest, zal Hij u een maatstaf schenken (om te oordelen tussen goed en kwaad), (al het) kwaad (dat u zou kunnen treffen) van u wegnemen, en u vergeven: want Allah is de Heer van onbegrensde genade.

يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ إِن تَتَّقُوا۟ ٱللَّهَ يَجْعَل لَّكُمْ فُرْقَانًا وَيُكَفِّرْ عَنكُمْ سَيِّـَٔاتِكُمْ وَيَغْفِرْ لَكُمْ وَٱللَّهُ ذُو ٱلْفَضْلِ ٱلْعَظِيمِ

De samenzwering van de Mekkanen

30

Gedenk hoe de ongelovigen tegen u samenspanden, om u gevangen te houden, of u te doden, of u te verdrijven (uit uw huis). Zij smeden plannen en beramen, en Allah beraamt ook; maar de beste van hen die plannen beramen is Allah.

وَإِذْ يَمْكُرُ بِكَ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ لِيُثْبِتُوكَ أَوْ يَقْتُلُوكَ أَوْ يُخْرِجُوكَ وَيَمْكُرُونَ وَيَمْكُرُ ٱللَّهُ وَٱللَّهُ خَيْرُ ٱلْمَٰكِرِينَ

31

Wanneer Onze tekenen aan hen worden voorgedragen, zeggen zij: "Wij hebben dit (eerder) gehoord: als wij wilden, konden wij (woorden) als deze zeggen: dit zijn niets dan fabelen van de ouden."

وَإِذَا تُتْلَىٰ عَلَيْهِمْ ءَايَٰتُنَا قَالُوا۟ قَدْ سَمِعْنَا لَوْ نَشَآءُ لَقُلْنَا مِثْلَ هَٰذَآ إِنْ هَٰذَآ إِلَّآ أَسَٰطِيرُ ٱلْأَوَّلِينَ

32

Gedenk hoe zij zeiden: "O Allah, indien dit inderdaad de waarheid van U is, laat dan een regen van stenen uit de hemel op ons neerdalen, of zend ons een smartelijke straf."

وَإِذْ قَالُوا۟ ٱللَّهُمَّ إِن كَانَ هَٰذَا هُوَ ٱلْحَقَّ مِنْ عِندِكَ فَأَمْطِرْ عَلَيْنَا حِجَارَةً مِّنَ ٱلسَّمَآءِ أَوِ ٱئْتِنَا بِعَذَابٍ أَلِيمٍ

33

Maar Allah zou hun geen straf zenden terwijl u onder hen was; noch zou Hij die zenden terwijl zij om vergeving konden vragen.

وَمَا كَانَ ٱللَّهُ لِيُعَذِّبَهُمْ وَأَنتَ فِيهِمْ وَمَا كَانَ ٱللَّهُ مُعَذِّبَهُمْ وَهُمْ يَسْتَغْفِرُونَ

34

Maar welk pleidooi hebben zij dat Allah hen niet zou straffen, wanneer zij (de mensen) weren van de heilige moskee - en zij zijn niet haar bewakers? Niemand kan haar bewaker zijn behalve de rechtvaardigen; maar de meesten van hen begrijpen het niet.

وَمَا لَهُمْ أَلَّا يُعَذِّبَهُمُ ٱللَّهُ وَهُمْ يَصُدُّونَ عَنِ ٱلْمَسْجِدِ ٱلْحَرَامِ وَمَا كَانُوٓا۟ أَوْلِيَآءَهُۥٓ إِنْ أَوْلِيَآؤُهُۥٓ إِلَّا ٱلْمُتَّقُونَ وَلَٰكِنَّ أَكْثَرَهُمْ لَا يَعْلَمُونَ

35

Hun gebed bij het Huis (van Allah) is niets dan gefluit en handgeklap: (het enige antwoord daarop kan zijn): "Proef de straf omdat u gelasterd hebt."

وَمَا كَانَ صَلَاتُهُمْ عِندَ ٱلْبَيْتِ إِلَّا مُكَآءً وَتَصْدِيَةً فَذُوقُوا۟ ٱلْعَذَابَ بِمَا كُنتُمْ تَكْفُرُونَ

36

De ongelovigen besteden hun rijkdom om (de mens) af te houden van het pad van Allah, en zo zullen zij blijven besteden; maar aan het einde zullen zij (slechts) spijt en verzuchtingen hebben; ten slotte zullen zij overwonnen worden: en de ongelovigen zullen tezamen vergaderd worden tot de hel;-

إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ يُنفِقُونَ أَمْوَٰلَهُمْ لِيَصُدُّوا۟ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ فَسَيُنفِقُونَهَا ثُمَّ تَكُونُ عَلَيْهِمْ حَسْرَةً ثُمَّ يُغْلَبُونَ وَٱلَّذِينَ كَفَرُوٓا۟ إِلَىٰ جَهَنَّمَ يُحْشَرُونَ

37

Opdat Allah de onreinen van de reinen zou scheiden, de onreinen op elkaar zou leggen, hen tezamen zou opstapelen, en hen in de hel zou werpen. Zij zullen degenen zijn die verloren hebben.

لِيَمِيزَ ٱللَّهُ ٱلْخَبِيثَ مِنَ ٱلطَّيِّبِ وَيَجْعَلَ ٱلْخَبِيثَ بَعْضَهُۥ عَلَىٰ بَعْضٍ فَيَرْكُمَهُۥ جَمِيعًا فَيَجْعَلَهُۥ فِى جَهَنَّمَ أُو۟لَٰٓئِكَ هُمُ ٱلْخَٰسِرُونَ

Bevel om te strijden tot er geen verdrukking meer is

38

Zeg tot de ongelovigen: indien zij (nu) aflaten (van het ongeloof), zal hun verleden hun vergeven worden; maar indien zij volharden, dan is de bestraffing van hen die vóór hen waren reeds (een zaak van waarschuwing voor hen).

قُل لِّلَّذِينَ كَفَرُوٓا۟ إِن يَنتَهُوا۟ يُغْفَرْ لَهُم مَّا قَدْ سَلَفَ وَإِن يَعُودُوا۟ فَقَدْ مَضَتْ سُنَّتُ ٱلْأَوَّلِينَ

39

En bestrijd hen totdat er geen beroering of verdrukking meer is, en er gerechtigheid en geloof in Allah geheel en overal heersen; maar indien zij ophouden, voorwaar, Allah ziet alles wat zij doen.

وَقَٰتِلُوهُمْ حَتَّىٰ لَا تَكُونَ فِتْنَةٌ وَيَكُونَ ٱلدِّينُ كُلُّهُۥ لِلَّهِ فَإِنِ ٱنتَهَوْا۟ فَإِنَّ ٱللَّهَ بِمَا يَعْمَلُونَ بَصِيرٌ

40

Indien zij weigeren, weet dan zeker dat Allah uw Beschermer is - de beste om te beschermen en de beste om te helpen.

وَإِن تَوَلَّوْا۟ فَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّ ٱللَّهَ مَوْلَىٰكُمْ نِعْمَ ٱلْمَوْلَىٰ وَنِعْمَ ٱلنَّصِيرُ

De verdeling van de buit en de herinnering aan Badr

41

En weet dat van alle buit die u (in de oorlog) verwerft, een vijfde deel is toegewezen aan Allah,- en aan de boodschapper, en aan de naaste verwanten, de wezen, de behoeftigen, en de reiziger,- indien u gelooft in Allah en in de openbaring die Wij aan Onze dienaar hebben neergezonden op de dag van de beproeving,- de dag van de ontmoeting van de twee legermachten. Want Allah heeft macht over alle dingen.

وَٱعْلَمُوٓا۟ أَنَّمَا غَنِمْتُم مِّن شَىْءٍ فَأَنَّ لِلَّهِ خُمُسَهُۥ وَلِلرَّسُولِ وَلِذِى ٱلْقُرْبَىٰ وَٱلْيَتَٰمَىٰ وَٱلْمَسَٰكِينِ وَٱبْنِ ٱلسَّبِيلِ إِن كُنتُمْ ءَامَنتُم بِٱللَّهِ وَمَآ أَنزَلْنَا عَلَىٰ عَبْدِنَا يَوْمَ ٱلْفُرْقَانِ يَوْمَ ٱلْتَقَى ٱلْجَمْعَانِ وَٱللَّهُ عَلَىٰ كُلِّ شَىْءٍ قَدِيرٌ

42

Gedenk dat u aan de nabije zijde van het dal was, en zij aan de verre zijde, en de karavaan op lagere grond dan u. Zelfs indien u een wederzijdse afspraak had gemaakt om elkaar te ontmoeten, zou u die afspraak zeker hebben gemist: maar (zo ontmoette u elkaar), opdat Allah een zaak zou volbrengen die reeds besloten was; opdat zij die stierven, zouden sterven na een duidelijk teken (dat gegeven was), en zij die leefden, zouden leven na een duidelijk teken (dat gegeven was). En voorwaar, Allah is Hij Die (alle dingen) hoort en weet.

إِذْ أَنتُم بِٱلْعُدْوَةِ ٱلدُّنْيَا وَهُم بِٱلْعُدْوَةِ ٱلْقُصْوَىٰ وَٱلرَّكْبُ أَسْفَلَ مِنكُمْ وَلَوْ تَوَاعَدتُّمْ لَٱخْتَلَفْتُمْ فِى ٱلْمِيعَٰدِ وَلَٰكِن لِّيَقْضِىَ ٱللَّهُ أَمْرًا كَانَ مَفْعُولًا لِّيَهْلِكَ مَنْ هَلَكَ عَنۢ بَيِّنَةٍ وَيَحْيَىٰ مَنْ حَىَّ عَنۢ بَيِّنَةٍ وَإِنَّ ٱللَّهَ لَسَمِيعٌ عَلِيمٌ

43

Gedenk dat Allah hen in uw droom aan u toonde als weinigen: indien Hij hen aan u als velen had getoond, zou u zeker de moed verloren hebben, en zou u zeker getwist hebben over (uw) besluit; maar Allah redde (u): want Hij kent de (geheimen) van (alle) harten wel.

إِذْ يُرِيكَهُمُ ٱللَّهُ فِى مَنَامِكَ قَلِيلًا وَلَوْ أَرَىٰكَهُمْ كَثِيرًا لَّفَشِلْتُمْ وَلَتَنَٰزَعْتُمْ فِى ٱلْأَمْرِ وَلَٰكِنَّ ٱللَّهَ سَلَّمَ إِنَّهُۥ عَلِيمٌۢ بِذَاتِ ٱلصُّدُورِ

44

En gedenk toen u elkaar ontmoette, dat Hij hen in uw ogen als weinigen toonde, en dat Hij u in hun ogen verachtelijk deed schijnen: opdat Allah een zaak zou volbrengen die reeds besloten was. Want tot Allah keren alle zaken terug (ter beslissing).

وَإِذْ يُرِيكُمُوهُمْ إِذِ ٱلْتَقَيْتُمْ فِىٓ أَعْيُنِكُمْ قَلِيلًا وَيُقَلِّلُكُمْ فِىٓ أَعْيُنِهِمْ لِيَقْضِىَ ٱللَّهُ أَمْرًا كَانَ مَفْعُولًا وَإِلَى ٱللَّهِ تُرْجَعُ ٱلْأُمُورُ

45

O u die gelooft! Wanneer u een legermacht ontmoet, wees standvastig, en gedenk Allah veel (en dikwijls); opdat u voorspoedig moge zijn:

يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓا۟ إِذَا لَقِيتُمْ فِئَةً فَٱثْبُتُوا۟ وَٱذْكُرُوا۟ ٱللَّهَ كَثِيرًا لَّعَلَّكُمْ تُفْلِحُونَ

46

En gehoorzaam Allah en Zijn boodschapper; en verval niet in twisten, opdat u de moed niet verliest en uw kracht niet wijkt; en wees geduldig en volhardend: want Allah is met hen die geduldig volharden:

وَأَطِيعُوا۟ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ وَلَا تَنَٰزَعُوا۟ فَتَفْشَلُوا۟ وَتَذْهَبَ رِيحُكُمْ وَٱصْبِرُوٓا۟ إِنَّ ٱللَّهَ مَعَ ٱلصَّٰبِرِينَ

47

En wees niet als zij die overmoedig uit hun huizen trokken, en om door de mensen gezien te worden, en om (de mensen) af te houden van het pad van Allah: want Allah omvat alles wat zij doen.

وَلَا تَكُونُوا۟ كَٱلَّذِينَ خَرَجُوا۟ مِن دِيَٰرِهِم بَطَرًا وَرِئَآءَ ٱلنَّاسِ وَيَصُدُّونَ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ وَٱللَّهُ بِمَا يَعْمَلُونَ مُحِيطٌ

48

Gedenk dat Satan hun (zondige) daden schoonschijnend voor hen maakte, en zei: "Niemand onder de mensen kan u deze dag overwinnen, terwijl ik nabij u ben": maar toen de twee legermachten elkaar in het zicht kregen, keerde hij zich om op zijn hielen, en zei: "Zie! ik ben rein van u; zie! ik zie wat u niet ziet; zie! ik vrees Allah: want Allah is streng in de bestraffing."

وَإِذْ زَيَّنَ لَهُمُ ٱلشَّيْطَٰنُ أَعْمَٰلَهُمْ وَقَالَ لَا غَالِبَ لَكُمُ ٱلْيَوْمَ مِنَ ٱلنَّاسِ وَإِنِّى جَارٌ لَّكُمْ فَلَمَّا تَرَآءَتِ ٱلْفِئَتَانِ نَكَصَ عَلَىٰ عَقِبَيْهِ وَقَالَ إِنِّى بَرِىٓءٌ مِّنكُمْ إِنِّىٓ أَرَىٰ مَا لَا تَرَوْنَ إِنِّىٓ أَخَافُ ٱللَّهَ وَٱللَّهُ شَدِيدُ ٱلْعِقَابِ

Het lot van de ongelovigen en de verbondsbrekers

49

Zie! de huichelaars zeggen, en zij in wier hart een ziekte is: "Deze mensen,- hun godsdienst heeft hen misleid." Maar als iemand op Allah vertrouwt, zie! Allah is Verheven in macht, Wijs.

إِذْ يَقُولُ ٱلْمُنَٰفِقُونَ وَٱلَّذِينَ فِى قُلُوبِهِم مَّرَضٌ غَرَّ هَٰٓؤُلَآءِ دِينُهُمْ وَمَن يَتَوَكَّلْ عَلَى ٱللَّهِ فَإِنَّ ٱللَّهَ عَزِيزٌ حَكِيمٌ

50

Als u kon zien, wanneer de engelen de zielen van de ongelovigen wegnemen (bij de dood), (hoe) zij hun aangezicht en hun rug slaan, (zeggend): "Proef de straf van het laaiende vuur-"

وَلَوْ تَرَىٰٓ إِذْ يَتَوَفَّى ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ ٱلْمَلَٰٓئِكَةُ يَضْرِبُونَ وُجُوهَهُمْ وَأَدْبَٰرَهُمْ وَذُوقُوا۟ عَذَابَ ٱلْحَرِيقِ

51

"Vanwege (de daden) die uw (eigen) handen vooruitgezonden hebben; want Allah is nooit onrechtvaardig jegens Zijn dienaren:"

ذَٰلِكَ بِمَا قَدَّمَتْ أَيْدِيكُمْ وَأَنَّ ٱللَّهَ لَيْسَ بِظَلَّٰمٍ لِّلْعَبِيدِ

52

"(Daden) naar de wijze van het volk van Farao en van hen die vóór hen waren: zij verwierpen de tekenen van Allah, en Allah strafte hen voor hun misdaden: want Allah is Sterk, en Streng in de bestraffing:"

كَدَأْبِ ءَالِ فِرْعَوْنَ وَٱلَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ كَفَرُوا۟ بِـَٔايَٰتِ ٱللَّهِ فَأَخَذَهُمُ ٱللَّهُ بِذُنُوبِهِمْ إِنَّ ٱللَّهَ قَوِىٌّ شَدِيدُ ٱلْعِقَابِ

53

"Omdat Allah nooit de genade zal veranderen die Hij aan een volk geschonken heeft, totdat zij veranderen wat in hun (eigen) ziel is: en voorwaar, Allah is Hij Die (alle dingen) hoort en weet."

ذَٰلِكَ بِأَنَّ ٱللَّهَ لَمْ يَكُ مُغَيِّرًا نِّعْمَةً أَنْعَمَهَا عَلَىٰ قَوْمٍ حَتَّىٰ يُغَيِّرُوا۟ مَا بِأَنفُسِهِمْ وَأَنَّ ٱللَّهَ سَمِيعٌ عَلِيمٌ

54

"(Daden) naar de wijze van het volk van Farao en hen die vóór hen waren": zij hielden de tekenen van hun Heer voor leugen: dus vernietigden Wij hen voor hun misdaden, en Wij verdronken het volk van Farao: want zij waren allen verdrukkers en onrechtdoeners.

كَدَأْبِ ءَالِ فِرْعَوْنَ وَٱلَّذِينَ مِن قَبْلِهِمْ كَذَّبُوا۟ بِـَٔايَٰتِ رَبِّهِمْ فَأَهْلَكْنَٰهُم بِذُنُوبِهِمْ وَأَغْرَقْنَآ ءَالَ فِرْعَوْنَ وَكُلٌّ كَانُوا۟ ظَٰلِمِينَ

55

Want de slechtste van de dieren in het oog van Allah zijn zij die Hem verwerpen: zij zullen niet geloven.

إِنَّ شَرَّ ٱلدَّوَآبِّ عِندَ ٱللَّهِ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ فَهُمْ لَا يُؤْمِنُونَ

56

Zij zijn het met wie u een verbond sloot, maar zij verbreken hun verbond telkens weer, en zij hebben niet de vreze (van Allah).

ٱلَّذِينَ عَٰهَدتَّ مِنْهُمْ ثُمَّ يَنقُضُونَ عَهْدَهُمْ فِى كُلِّ مَرَّةٍ وَهُمْ لَا يَتَّقُونَ

57

Indien u in de oorlog de overhand over hen krijgt, verstrooi dan, met hen, degenen die hen volgen, opdat zij gedachtig mogen zijn.

فَإِمَّا تَثْقَفَنَّهُمْ فِى ٱلْحَرْبِ فَشَرِّدْ بِهِم مَّنْ خَلْفَهُمْ لَعَلَّهُمْ يَذَّكَّرُونَ

58

Indien u verraad vreest van enige groep, werp (hun verbond) dan tot hen terug, (om zo) op gelijke voet (te staan): want Allah heeft de verraderlijken niet lief.

وَإِمَّا تَخَافَنَّ مِن قَوْمٍ خِيَانَةً فَٱنۢبِذْ إِلَيْهِمْ عَلَىٰ سَوَآءٍ إِنَّ ٱللَّهَ لَا يُحِبُّ ٱلْخَآئِنِينَ

59

Laat de ongelovigen niet denken dat zij de overhand kunnen krijgen (op de godvruchtigen): zij zullen (hen) nooit verijdelen.

وَلَا يَحْسَبَنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ سَبَقُوٓا۟ إِنَّهُمْ لَا يُعْجِزُونَ

60

Maak tegen hen uw kracht gereed tot het uiterste van uw vermogen, met inbegrip van strijdrossen, om schrik te werpen in (het hart van) de vijanden, van Allah en uw vijanden, en anderen daarnaast, die u niet kent, maar die Allah kent. Wat u ook zult besteden voor de zaak van Allah, het zal u vergolden worden, en u zult niet onrechtvaardig behandeld worden.

وَأَعِدُّوا۟ لَهُم مَّا ٱسْتَطَعْتُم مِّن قُوَّةٍ وَمِن رِّبَاطِ ٱلْخَيْلِ تُرْهِبُونَ بِهِۦ عَدُوَّ ٱللَّهِ وَعَدُوَّكُمْ وَءَاخَرِينَ مِن دُونِهِمْ لَا تَعْلَمُونَهُمُ ٱللَّهُ يَعْلَمُهُمْ وَمَا تُنفِقُوا۟ مِن شَىْءٍ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ يُوَفَّ إِلَيْكُمْ وَأَنتُمْ لَا تُظْلَمُونَ

61

Maar indien de vijand tot vrede neigt, neig dan (ook) tot vrede, en vertrouw op Allah: want Hij is het Die (alle dingen) hoort en weet.

وَإِن جَنَحُوا۟ لِلسَّلْمِ فَٱجْنَحْ لَهَا وَتَوَكَّلْ عَلَى ٱللَّهِ إِنَّهُۥ هُوَ ٱلسَّمِيعُ ٱلْعَلِيمُ

62

Zouden zij van plan zijn u te bedriegen,- voorwaar, Allah is u genoeg: Hij is het Die u versterkt heeft met Zijn hulp en met (het gezelschap van) de gelovigen;

وَإِن يُرِيدُوٓا۟ أَن يَخْدَعُوكَ فَإِنَّ حَسْبَكَ ٱللَّهُ هُوَ ٱلَّذِىٓ أَيَّدَكَ بِنَصْرِهِۦ وَبِٱلْمُؤْمِنِينَ

63

En (bovendien) heeft Hij genegenheid tussen hun harten gelegd: al had u alles besteed wat op de aarde is, u had die genegenheid niet kunnen bewerken, maar Allah heeft het gedaan: want Hij is Verheven in macht, Wijs.

وَأَلَّفَ بَيْنَ قُلُوبِهِمْ لَوْ أَنفَقْتَ مَا فِى ٱلْأَرْضِ جَمِيعًا مَّآ أَلَّفْتَ بَيْنَ قُلُوبِهِمْ وَلَٰكِنَّ ٱللَّهَ أَلَّفَ بَيْنَهُمْ إِنَّهُۥ عَزِيزٌ حَكِيمٌ

Aansporing tot de strijd en de krijgsgevangenen

64

O profeet! Allah is u genoeg,- (u) en hun die u volgen onder de gelovigen.

يَٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِىُّ حَسْبُكَ ٱللَّهُ وَمَنِ ٱتَّبَعَكَ مِنَ ٱلْمُؤْمِنِينَ

65

O profeet! wek de gelovigen op tot de strijd. Indien er twintig onder u zijn, geduldig en volhardend, zullen zij tweehonderd overwinnen: indien honderd, zullen zij duizend van de ongelovigen overwinnen: want dezen zijn een volk zonder verstand.

يَٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِىُّ حَرِّضِ ٱلْمُؤْمِنِينَ عَلَى ٱلْقِتَالِ إِن يَكُن مِّنكُمْ عِشْرُونَ صَٰبِرُونَ يَغْلِبُوا۟ مِا۟ئَتَيْنِ وَإِن يَكُن مِّنكُم مِّا۟ئَةٌ يَغْلِبُوٓا۟ أَلْفًا مِّنَ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ بِأَنَّهُمْ قَوْمٌ لَّا يَفْقَهُونَ

66

Voor het ogenblik heeft Allah uw (taak) verlicht, want Hij weet dat er een zwakke plek in u is: maar (zelfs zo), indien er honderd van u zijn, geduldig en volhardend, zullen zij tweehonderd overwinnen, en indien duizend, zullen zij tweeduizend overwinnen, met het verlof van Allah: want Allah is met hen die geduldig volharden.

ٱلْـَٰٔنَ خَفَّفَ ٱللَّهُ عَنكُمْ وَعَلِمَ أَنَّ فِيكُمْ ضَعْفًا فَإِن يَكُن مِّنكُم مِّا۟ئَةٌ صَابِرَةٌ يَغْلِبُوا۟ مِا۟ئَتَيْنِ وَإِن يَكُن مِّنكُمْ أَلْفٌ يَغْلِبُوٓا۟ أَلْفَيْنِ بِإِذْنِ ٱللَّهِ وَٱللَّهُ مَعَ ٱلصَّٰبِرِينَ

67

Het past een profeet niet dat hij krijgsgevangenen heeft totdat hij het land geheel onderworpen heeft. U zoekt de tijdelijke goederen van deze wereld; maar Allah ziet op het hiernamaals: en Allah is Verheven in macht, Wijs.

مَا كَانَ لِنَبِىٍّ أَن يَكُونَ لَهُۥٓ أَسْرَىٰ حَتَّىٰ يُثْخِنَ فِى ٱلْأَرْضِ تُرِيدُونَ عَرَضَ ٱلدُّنْيَا وَٱللَّهُ يُرِيدُ ٱلْـَٔاخِرَةَ وَٱللَّهُ عَزِيزٌ حَكِيمٌ

68

Ware het niet vanwege een voorafgaande beschikking van Allah, dan zou u een zware straf getroffen hebben voor het (losgeld) dat u nam.

لَّوْلَا كِتَٰبٌ مِّنَ ٱللَّهِ سَبَقَ لَمَسَّكُمْ فِيمَآ أَخَذْتُمْ عَذَابٌ عَظِيمٌ

69

Maar geniet (nu) van hetgeen u in de oorlog genomen hebt, als wettig en goed: maar vrees Allah: want Allah is de Veelvergevende, de Meest Barmhartige.

فَكُلُوا۟ مِمَّا غَنِمْتُمْ حَلَٰلًا طَيِّبًا وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ إِنَّ ٱللَّهَ غَفُورٌ رَّحِيمٌ

70

O profeet! zeg tot hen die als gevangenen in uw handen zijn: "Indien Allah enig goed in uw hart vindt, zal Hij u iets beters geven dan hetgeen van u genomen is, en Hij zal u vergeven: want Allah is de Veelvergevende, de Meest Barmhartige."

يَٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِىُّ قُل لِّمَن فِىٓ أَيْدِيكُم مِّنَ ٱلْأَسْرَىٰٓ إِن يَعْلَمِ ٱللَّهُ فِى قُلُوبِكُمْ خَيْرًا يُؤْتِكُمْ خَيْرًا مِّمَّآ أُخِذَ مِنكُمْ وَيَغْفِرْ لَكُمْ وَٱللَّهُ غَفُورٌ رَّحِيمٌ

71

Maar indien zij verraderlijke plannen tegen u hebben, (o boodschapper!), dan hebben zij reeds trouweloos gehandeld tegen Allah, en zo heeft Hij (u) macht over hen gegeven. En Allah is Hij Die (volle) kennis en wijsheid heeft.

وَإِن يُرِيدُوا۟ خِيَانَتَكَ فَقَدْ خَانُوا۟ ٱللَّهَ مِن قَبْلُ فَأَمْكَنَ مِنْهُمْ وَٱللَّهُ عَلِيمٌ حَكِيمٌ

Onderlinge bescherming van de gelovigen

72

Zij die geloofden, en de ballingschap aanvaardden, en streden voor het geloof, met hun bezit en hun persoon, voor de zaak van Allah, alsook zij die (hun) toevlucht en hulp gaven,- dezen zijn (allen) vrienden en beschermers van elkaar. Wat betreft hen die geloofden maar niet in ballingschap gingen, u bent hun geen plicht tot bescherming verschuldigd totdat zij in ballingschap gaan; maar indien zij uw hulp zoeken in de godsdienst, is het uw plicht hen te helpen, behalve tegen een volk met wie u een verdrag van wederzijds bondgenootschap hebt. En (gedenk dat) Allah alles ziet wat u doet.

إِنَّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَهَاجَرُوا۟ وَجَٰهَدُوا۟ بِأَمْوَٰلِهِمْ وَأَنفُسِهِمْ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ وَٱلَّذِينَ ءَاوَوا۟ وَّنَصَرُوٓا۟ أُو۟لَٰٓئِكَ بَعْضُهُمْ أَوْلِيَآءُ بَعْضٍ وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَلَمْ يُهَاجِرُوا۟ مَا لَكُم مِّن وَلَٰيَتِهِم مِّن شَىْءٍ حَتَّىٰ يُهَاجِرُوا۟ وَإِنِ ٱسْتَنصَرُوكُمْ فِى ٱلدِّينِ فَعَلَيْكُمُ ٱلنَّصْرُ إِلَّا عَلَىٰ قَوْمٍۭ بَيْنَكُمْ وَبَيْنَهُم مِّيثَٰقٌ وَٱللَّهُ بِمَا تَعْمَلُونَ بَصِيرٌ

73

De ongelovigen zijn beschermers van elkaar: tenzij u dit doet, (elkaar beschermen), zou er beroering en verdrukking op aarde zijn, en groot onheil.

وَٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ بَعْضُهُمْ أَوْلِيَآءُ بَعْضٍ إِلَّا تَفْعَلُوهُ تَكُن فِتْنَةٌ فِى ٱلْأَرْضِ وَفَسَادٌ كَبِيرٌ

74

Zij die geloven, en de ballingschap aanvaarden, en strijden voor het geloof, voor de zaak van Allah, alsook zij die (hun) toevlucht en hulp geven,- dezen zijn in volle waarheid de gelovigen: voor hen is de vergeving van zonden en een zeer milde voorziening.

وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَهَاجَرُوا۟ وَجَٰهَدُوا۟ فِى سَبِيلِ ٱللَّهِ وَٱلَّذِينَ ءَاوَوا۟ وَّنَصَرُوٓا۟ أُو۟لَٰٓئِكَ هُمُ ٱلْمُؤْمِنُونَ حَقًّا لَّهُم مَّغْفِرَةٌ وَرِزْقٌ كَرِيمٌ

75

En zij die naderhand het geloof aannemen, en de ballingschap aanvaarden, en strijden voor het geloof in uw gezelschap,- zij zijn van u. Maar bloedverwanten hebben voorrangsrechten ten opzichte van elkaar in het Boek van Allah. Voorwaar, Allah is welbekend met alle dingen.

وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ مِنۢ بَعْدُ وَهَاجَرُوا۟ وَجَٰهَدُوا۟ مَعَكُمْ فَأُو۟لَٰٓئِكَ مِنكُمْ وَأُو۟لُوا۟ ٱلْأَرْحَامِ بَعْضُهُمْ أَوْلَىٰ بِبَعْضٍ فِى كِتَٰبِ ٱللَّهِ إِنَّ ٱللَّهَ بِكُلِّ شَىْءٍ عَلِيمٌۢ