Soera 107. Al-Maa'oen — De Kleine Weldaden
Deze vertaling is in bewerking en heeft de status van een concept; de tekst wordt nog gecontroleerd en kan wijzigen.
De Nederlandse weergave van soera 107 (Al-Maa'oen, “De Kleine Weldaden”), 7 verzen, naar de Engelse vertaling van Abdullah Yusuf Ali (1934, publiek domein). Lees deze soera interactief met het Arabische origineel, transliteratie, voorleesfunctie en toelichting.
Wie het oordeel loochent en de gebeden veronachtzaamt
Ziet u degene die het oordeel (dat komt) loochent?
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ أَرَءَيْتَ ٱلَّذِى يُكَذِّبُ بِٱلدِّينِ
Dat is dan de (man) die de wees (met hardheid) wegstoot,
فَذَٰلِكَ ٱلَّذِى يَدُعُّ ٱلْيَتِيمَ
En niet aanspoort tot het voeden van de behoeftige.
وَلَا يَحُضُّ عَلَىٰ طَعَامِ ٱلْمِسْكِينِ
Wee dan de aanbidders
فَوَيْلٌ لِّلْمُصَلِّينَ
Die hun gebeden veronachtzamen,
ٱلَّذِينَ هُمْ عَن صَلَاتِهِمْ سَاهُونَ
Zij die (slechts door mensen) gezien (willen) worden,
ٱلَّذِينَ هُمْ يُرَآءُونَ
Maar weigeren (zelfs) burenhulp (te verlenen).
وَيَمْنَعُونَ ٱلْمَاعُونَ