Open Koran Weergave
Deze site is in concept en onder zware bewerking. Versie 1 staat gepland voor 1 september 2026.

Soera 52. At-Toer — De Berg

Deze vertaling is in bewerking en heeft de status van een concept; de tekst wordt nog gecontroleerd en kan wijzigen.

De Nederlandse weergave van soera 52 (At-Toer, “De Berg”), 49 verzen, naar de Engelse vertaling van Abdullah Yusuf Ali (1934, publiek domein). Lees deze soera interactief met het Arabische origineel, transliteratie, voorleesfunctie en toelichting.

Eed bij de berg en het zekere oordeel

1

Bij de berg (van de openbaring);

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ وَٱلطُّورِ

2

Bij een opgetekend besluit,

وَكِتَٰبٍ مَّسْطُورٍ

3

In een ontvouwde boekrol;

فِى رَقٍّ مَّنشُورٍ

4

Bij het veelbezochte heiligdom;

وَٱلْبَيْتِ ٱلْمَعْمُورِ

5

Bij het hoog verheven gewelf;

وَٱلسَّقْفِ ٱلْمَرْفُوعِ

6

En bij de oceaan, vervuld van deining;-

وَٱلْبَحْرِ ٱلْمَسْجُورِ

7

Voorwaar, het oordeel van uw Heer zal zeker geschieden;-

إِنَّ عَذَابَ رَبِّكَ لَوَٰقِعٌ

8

Er is niemand die het kan afwenden;-

مَّا لَهُۥ مِن دَافِعٍ

De straf van de loochenaars

9

Op de dag waarop het uitspansel in vreselijke beroering zal zijn.

يَوْمَ تَمُورُ ٱلسَّمَآءُ مَوْرًا

10

En de bergen zullen her en der vliegen.

وَتَسِيرُ ٱلْجِبَالُ سَيْرًا

11

Wee dan op die dag hun die (de waarheid) als leugen behandelen;-

فَوَيْلٌ يَوْمَئِذٍ لِّلْمُكَذِّبِينَ

12

Die spelen (en ploeteren) in ondiepe beuzelingen.

ٱلَّذِينَ هُمْ فِى خَوْضٍ يَلْعَبُونَ

13

Op die dag zullen zij onweerstaanbaar in het vuur van de hel worden neergestoten.

يَوْمَ يُدَعُّونَ إِلَىٰ نَارِ جَهَنَّمَ دَعًّا

14

"Dit," zal er gezegd worden, "is het vuur,- dat u placht te loochenen!"

هَٰذِهِ ٱلنَّارُ ٱلَّتِى كُنتُم بِهَا تُكَذِّبُونَ

15

"Is dit dan bedrog, of bent u het die niet ziet?"

أَفَسِحْرٌ هَٰذَآ أَمْ أَنتُمْ لَا تُبْصِرُونَ

16

"Brand daarin: het is voor u hetzelfde of u het met geduld verdraagt, of niet: u ontvangt slechts de vergelding van uw (eigen) daden."

ٱصْلَوْهَا فَٱصْبِرُوٓا۟ أَوْ لَا تَصْبِرُوا۟ سَوَآءٌ عَلَيْكُمْ إِنَّمَا تُجْزَوْنَ مَا كُنتُمْ تَعْمَلُونَ

De beloning van de rechtvaardigen

17

Wat de rechtvaardigen betreft, zij zullen in hoven zijn, en in gelukzaligheid,-

إِنَّ ٱلْمُتَّقِينَ فِى جَنَّٰتٍ وَنَعِيمٍ

18

Zich verheugend in de (zaligheid) die hun Heer hun geschonken heeft, en hun Heer zal hen verlossen van de straf van het vuur.

فَٰكِهِينَ بِمَآ ءَاتَىٰهُمْ رَبُّهُمْ وَوَقَىٰهُمْ رَبُّهُمْ عَذَابَ ٱلْجَحِيمِ

19

(Tot hen zal gezegd worden:) "Eet en drink, met welbehagen en gezondheid, vanwege uw (goede) daden."

كُلُوا۟ وَٱشْرَبُوا۟ هَنِيٓـًٔۢا بِمَا كُنتُمْ تَعْمَلُونَ

20

Zij zullen (op hun gemak) aanliggen op tronen (van waardigheid), in rijen geschikt; en Wij zullen hen verenigen met gezellinnen, met schone, grote en glanzende ogen.

مُتَّكِـِٔينَ عَلَىٰ سُرُرٍ مَّصْفُوفَةٍ وَزَوَّجْنَٰهُم بِحُورٍ عِينٍ

21

En zij die geloven en van wie de gezinnen hen volgen in het geloof,- met hen zullen Wij hun gezinnen verenigen: en Wij zullen hun niets ontnemen (van de vrucht) van hun werken: (toch) is ieder mens onderpand voor zijn daden.

وَٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَٱتَّبَعَتْهُمْ ذُرِّيَّتُهُم بِإِيمَٰنٍ أَلْحَقْنَا بِهِمْ ذُرِّيَّتَهُمْ وَمَآ أَلَتْنَٰهُم مِّنْ عَمَلِهِم مِّن شَىْءٍ كُلُّ ٱمْرِئٍۭ بِمَا كَسَبَ رَهِينٌ

22

En Wij zullen hun schenken, van vruchten en vlees, alles wat zij zullen begeren.

وَأَمْدَدْنَٰهُم بِفَٰكِهَةٍ وَلَحْمٍ مِّمَّا يَشْتَهُونَ

23

Zij zullen daar met elkaar een beker (van liefde) wisselen, vrij van lichtzinnigheid, vrij van alle smet van kwaad.

يَتَنَٰزَعُونَ فِيهَا كَأْسًا لَّا لَغْوٌ فِيهَا وَلَا تَأْثِيمٌ

24

Rondom hen zullen jonge dienaren dienen, (toegewijd) aan hen, (schoon) als welbewaarde parels.

وَيَطُوفُ عَلَيْهِمْ غِلْمَانٌ لَّهُمْ كَأَنَّهُمْ لُؤْلُؤٌ مَّكْنُونٌ

25

Zij zullen zich tot elkaar wenden en elkaar ondervragen.

وَأَقْبَلَ بَعْضُهُمْ عَلَىٰ بَعْضٍ يَتَسَآءَلُونَ

26

Zij zullen zeggen: "Voorheen waren wij niet zonder vrees ter wille van ons volk."

قَالُوٓا۟ إِنَّا كُنَّا قَبْلُ فِىٓ أَهْلِنَا مُشْفِقِينَ

27

"Maar Allah is ons goedgezind geweest, en heeft ons verlost van de straf van de verzengende wind."

فَمَنَّ ٱللَّهُ عَلَيْنَا وَوَقَىٰنَا عَذَابَ ٱلسَّمُومِ

28

"Waarlijk, wij riepen Hem vanouds aan: waarlijk, Hij is het, de Genadevolle, de Barmhartige!"

إِنَّا كُنَّا مِن قَبْلُ نَدْعُوهُ إِنَّهُۥ هُوَ ٱلْبَرُّ ٱلرَّحِيمُ

Beschuldigingen tegen de profeet weerlegd

29

Verkondig daarom de lofprijzingen (van uw Heer): want door de genade van uw Heer bent u geen (gewone) waarzegger, noch bent u een bezetene.

فَذَكِّرْ فَمَآ أَنتَ بِنِعْمَتِ رَبِّكَ بِكَاهِنٍ وَلَا مَجْنُونٍ

30

Of zeggen zij:- "Een dichter! Wij verwachten voor hem enig onheil, (beraamd) door de tijd!"

أَمْ يَقُولُونَ شَاعِرٌ نَّتَرَبَّصُ بِهِۦ رَيْبَ ٱلْمَنُونِ

31

Zeg: "Wacht dan af!- ook ik zal met u wachten!"

قُلْ تَرَبَّصُوا۟ فَإِنِّى مَعَكُم مِّنَ ٱلْمُتَرَبِّصِينَ

32

Is het dat hun verstandsvermogens hen hiertoe aanzetten, of zijn zij slechts een volk dat alle perken te buiten gaat?

أَمْ تَأْمُرُهُمْ أَحْلَٰمُهُم بِهَٰذَآ أَمْ هُمْ قَوْمٌ طَاغُونَ

33

Of zeggen zij: "Hij heeft de (boodschap) verzonnen"? Nee, zij hebben geen geloof!

أَمْ يَقُولُونَ تَقَوَّلَهُۥ بَل لَّا يُؤْمِنُونَ

34

Laten zij dan een voordracht voortbrengen die daaraan gelijk is,- indien zij de waarheid spreken!

فَلْيَأْتُوا۟ بِحَدِيثٍ مِّثْلِهِۦٓ إِن كَانُوا۟ صَٰدِقِينَ

Retorische vragen aan de ongelovigen

35

Zijn zij uit niets geschapen, of waren zij zelf de scheppers?

أَمْ خُلِقُوا۟ مِنْ غَيْرِ شَىْءٍ أَمْ هُمُ ٱلْخَٰلِقُونَ

36

Of hebben zij de hemelen en de aarde geschapen? Nee, zij hebben geen vaste overtuiging.

أَمْ خَلَقُوا۟ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ بَل لَّا يُوقِنُونَ

37

Of zijn de schatten van uw Heer bij hen, of zijn zij de beheerders (van de zaken)?

أَمْ عِندَهُمْ خَزَآئِنُ رَبِّكَ أَمْ هُمُ ٱلْمُصَۣيْطِرُونَ

38

Of hebben zij een ladder, waarmee zij (naar de hemel kunnen opklimmen en naar zijn geheimen) kunnen luisteren? Laat dan (zulk) een luisteraar van hen een duidelijk bewijs voortbrengen.

أَمْ لَهُمْ سُلَّمٌ يَسْتَمِعُونَ فِيهِ فَلْيَأْتِ مُسْتَمِعُهُم بِسُلْطَٰنٍ مُّبِينٍ

39

Of heeft Hij alleen dochters en hebt u zonen?

أَمْ لَهُ ٱلْبَنَٰتُ وَلَكُمُ ٱلْبَنُونَ

40

Of is het dat u om een beloning vraagt, zodat zij met een last van schuld beladen zijn?-

أَمْ تَسْـَٔلُهُمْ أَجْرًا فَهُم مِّن مَّغْرَمٍ مُّثْقَلُونَ

41

Of dat het onzienlijke in hun handen is, en zij het opschrijven?

أَمْ عِندَهُمُ ٱلْغَيْبُ فَهُمْ يَكْتُبُونَ

42

Of beramen zij een list (tegen u)? Maar zij die Allah trotseren, zijn zelf in een list verstrikt!

أَمْ يُرِيدُونَ كَيْدًا فَٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ هُمُ ٱلْمَكِيدُونَ

43

Of hebben zij een god buiten Allah? Verheven is Allah, ver boven de dingen die zij als deelgenoten aan Hem toeschrijven!

أَمْ لَهُمْ إِلَٰهٌ غَيْرُ ٱللَّهِ سُبْحَٰنَ ٱللَّهِ عَمَّا يُشْرِكُونَ

Waarschuwing en oproep tot geduld

44

Al zagen zij een stuk van de hemel (op hen) neervallen, zij zouden (slechts) zeggen: "Opeengestapelde wolken!"

وَإِن يَرَوْا۟ كِسْفًا مِّنَ ٱلسَّمَآءِ سَاقِطًا يَقُولُوا۟ سَحَابٌ مَّرْكُومٌ

45

Laat hen dan alleen, totdat zij die dag van hen ontmoeten, waarop zij (noodgedwongen) (van schrik) zullen bezwijmen,-

فَذَرْهُمْ حَتَّىٰ يُلَٰقُوا۟ يَوْمَهُمُ ٱلَّذِى فِيهِ يُصْعَقُونَ

46

De dag waarop hun list hun niets zal baten en hun geen hulp gegeven zal worden.

يَوْمَ لَا يُغْنِى عَنْهُمْ كَيْدُهُمْ شَيْـًٔا وَلَا هُمْ يُنصَرُونَ

47

En voorwaar, voor hen die onrecht doen is er nog een andere straf naast deze: maar de meesten van hen begrijpen het niet.

وَإِنَّ لِلَّذِينَ ظَلَمُوا۟ عَذَابًا دُونَ ذَٰلِكَ وَلَٰكِنَّ أَكْثَرَهُمْ لَا يَعْلَمُونَ

48

Wacht nu in geduld het bevel van uw Heer af: want voorwaar, u bent voor Onze ogen: en verkondig de lofprijzingen van uw Heer wanneer u opstaat,

وَٱصْبِرْ لِحُكْمِ رَبِّكَ فَإِنَّكَ بِأَعْيُنِنَا وَسَبِّحْ بِحَمْدِ رَبِّكَ حِينَ تَقُومُ

49

En prijs Hem ook gedurende een deel van de nacht,- en bij het terugtrekken van de sterren!

وَمِنَ ٱلَّيْلِ فَسَبِّحْهُ وَإِدْبَٰرَ ٱلنُّجُومِ